5 YEARS of RAW TONK RECORDS

DUNNING SERRIES

LISLE WEBSTER

RIPSAW CATFISH

photos by Jan Kees Helms.

“Wat doe je als je de onweerstaanbare drang hebt om je muziek uit te brengen, maar de platenlabels niet (op tijd) thuis geven? Dan doe je dat gewoon zelf, dacht de Britse saxofonist Colin Webster. Hij richtte in 2012 zijn eigen label op nadat hij de opnames die hij had gemaakt met drummer Mark Holub niet gesleten kreeg. Raw Tonk was geboren en dat label is, met inmiddels drieëntwintig releases op de teller, uitgegroeid tot een toonaangevend platenlabel voor ongepolijste vrije improvisatiemuziek. Het vijfjarig bestaan is reden voor een feestje en onderdeel daarvan is een kleine tour door Nederland en België met een paar acts die door het label op geluidsdrager zijn vereeuwigd.

Dat brengt de package op deze vrijdagavond in De Pletterij in Haarlem. Dit debat- en cultuurcentrum heeft oog en oor voor muziek voor een kleiner publiek en beschikt over een geschikte zaal voor concertavonden als deze. Vorig jaar trad het Kodian Trio (Colin Webser, Dirk Serries en Andrew Lisle) al aan in De Pletterij, waarbij helaas de publieke belangstelling – zelfs voor een kleinschalig concert – te wensen overliet. Vanavond komen gelukkig iets meer mensen opdagen en zij krijgen drie optredens van circa een half uur voorgeschoteld die de vrijheid, intensiteit en veelzijdigheid van de muziek op het Raw Tonk-label goed demonstreren.

De muzikanten hebben besloten dat zij de volgorde van spelen iedere avond wijzigen. In Haarlem mogen Graham Dunning en Dirk Serries het spits afbijten en dat is de eerste keer dat de muzikanten elkaar treffen. Gitarist Serries hoeft nauwelijks enige introductie meer: begonnen als ambientmuzikant is hij zich de laatste jaren steeds meer in de wereld van de vrije impro gaan begeven, wat onder andere heeft geleid tot zijn eerste solo-cd met vrije improvisaties, Etched Above The Bow Grip, vorig jaar uitgekomen op Raw Tonk. Dunning creëert zijn muziek met draaitafel, dubplates en effecten. Hij is op Raw Tonk te horen op een duo-cd met Webster, Invertebrata uit 2014.

De combinatie Dunning/Serries blijkt bijzonder goed te werken. Dunning produceert zijn geluiden met een draaitafel, gebruikmakend van twee naalden, en effectknoppen en schept daarmee zacht krakende, vaak ondefinieerbare geluiden. Serries speelt, in tegenstelling tot zijn onrustige gitaarspel bij Kodian Trio vorig jaar, langgerekte tonen, waardoor het eerste gedeelte ambientachtig klinkt. Langzaam wordt het gitaarspel vrijer, na verloop van tijd overgaand in noisy klanken, voortgebracht doordat de gitaar tegelijkertijd wordt bespeeld met een kleine strijkstok en een metalen staafje. Dunning wisselt een paar keer van plaat, laat soms kort één naald het werk doen en is druk in de weer met zijn efffecten, ruisende klanken creërend. De noise wordt afgebouwd en geduldig wordt naar de rustige finale toegewerkt. Het merendeels ingehouden spel zorgt voor een bijna voelbare geladenheid. Hopelijk zijn Dunning en Serries in de toekomst nog vaker samen te beluisteren.

Na een korte pauze mogen Colin Webster en Andrew Lisle aantreden. In tegenstelling tot Dunning en Serries zijn zij muzikaal beslist geen onbekenden voor elkaar. Op Raw Tonk zijn zij te horen op de cd Red Kiteuit 2014, samen met gitarist Alex Ward, als duo op Firehouse Tapes, een eind 2015 verschenen cassette, en als onderdeel van Kodian Trio op de live-cd Live at Paradox, opgenomen tijdens de mei-editie van Incubate 2016 en verschenen eind augustus 2016.

De saxofonist en drummer staan/zitten met het gezicht naar elkaar toe, Webster staand met zijn altsax en Lisle opvallend hoog achter zijn drumkit zittend, de snaredrum niet plat maar schuin voor zich. De set bestaat uit twee stukken. Het contrast met het aftastende spel van Dunning en Serries is vanaf de felle aftrap groot: geen ingehouden spel maar volle bak er tegenaan. Lisle is in een luidruchtige bui, slaat hard, zelfs wanneer hij brushes gebruikt, en hij voedt daarmee het snelle, bijtende en noisy saxspel van Webster. Zoals bij Webster gebruikelijk, volgen de muzikale ideeën elkaar snel op en maakt hij gebruik van verschillende blaastechnieken. Zijn mondstuk neemt hij soms bijna helemaal in de mond, waardoor hij een wat vollere klank lijkt te produceren, maar ook de iele, hoge tonen gaat het niet uit de weg. Het spel van Webster klinkt gemeen en zelfs wanneer hij lange noten speelt is geen sprake van enige rust. Lisle slaat niet alleen, maar wrijft ook over zijn tom. De hardste klanken speelt hij zodra hij de snaren van zijn snaredrum uitschakelt en meedogenloos uithaalt. Als luisteraar en aanschouwer krijg je de ongepolijste klanken recht in je gezicht gesmeten en dat is een overweldigende ervaring.

Ripsaw Catfish is het uit Londen en Manchester afkomstige duo Cath Roberts (baritonsaxofoon) en Anton Hunter (gitaar) en van dit tweetal verschijnt op de dag van het concert de cd Namazu. Het is de tweede uitgave van Ripsaw Catfish op Raw Tonk, want in 2014 werd al For The Benefit Of The Tape uitgebracht. In 2015 verscheen op het label ook de titelloze cd van Saxoctopus, een saxofoonoctet waarvan Roberts deel uitmaakt, evenals labelbaas Webster

Roberts en Hunter zitten voor op het podium, vlak bij elkaar. Hoewel zij elkaar nauwelijks aankijken, is wel duidelijk sprake van een muzikale conversatie, net als op Namazu. De baritonsax lijkt de grote lijn te bewaken, straalt zelfverzekerdheid uit, terwijl de gitaar juist zenuwachtige trekjes vertoont, onrustig heen en weer schuivend. De toon van zowel de saxofoon als de gitaar is niet extreem: de gitaartonen zijn vaak helder en het spel van Roberts wordt niet doorspekt met onorthodoxe technieken of andere frivoliteiten. De ‘Raw’ van Raw Tonk zit hier in het samenspel, want met de hiervoor genoemde elementen worden wel rauwe emoties uitgedrukt. Het eerste van de twee stukken bevat een fraai langzaam en spannend gedeelte, waarin Roberts wat meer valse lucht gebruikt en Hunter rust in zijn spel brengt. Na korte solo’s van eerst Roberts en dan Hunter keert de onrust terug doordat de sax het gitaarspel ontregelt. Het stuk wordt vervolgens rustig afgebouwd. Het tweede stuk begint fel, agressief. Hunter laat de gitaar rinkelen en gaat over tot noisy klanken, terwijl Roberts stoïcijns haar zelfbewuste spel voortzet. Verderop speelt de gitarist lage tonen, daarbij de stemming aanpassend door aan de stemschroeven te draaien en speelt de saxofoniste korte frasen. De muzikanten weten elkaar steeds feilloos te vinden en zij maken indruk met hun communicatieve muzikale vaardigheden, waarbij zij toch ieder hun eigen spel spelen.

In een tijd waarin commerciële en economische motieven het bij beleidsbepalers steevast lijken te winnen van artistieke overwegingen, is het zeer welkom dat een cultuurcentrum als De Pletterij het aandurft een avond als 5 Years of Raw Tonk Records te organiseren, niet omdat er wat mee te verdienen valt maar omdat men de freejazz en vrije impro een warm hart toedraagt. De acts van vanavond belonen die durf met drie uitermate boeiende sets waarin veel facetten van het ondergewaardeerde genre aan bod komen en de rauwe kant van het label op uiteenlopende wijzen wordt belicht. Voor de avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber een waar feest.” Opduvel – The Netherlands.

Next up :

RT fest poster update

 

TOUCHING EXTREMES SPEAKS THE TRUTH

DIRK SERRIES – MICROPHONICS XXVI-XXX : RESOLUTION HEART (LP, Tonefloat 2016)

“This LP puts the end titles to an essential chapter in Dirk Serries’ aural movie by cross-pollinating, in a way, sonorities related to a pair of important phases of his career, namely Vidna Obmana and Fear Falls Burning. Serries has always been concerned with the gradual unfolding of sounds in a style that retains momentum while eschewing ostentation. Either via sheer pitch duration or through massive amounts of processors, most of the music engendered by the Belgian artist is capable of evoking breathtaking vistas, frequently allowing unspoken communication with the self. Lend your ears and spirit to “The Deprivation Of Heart”, the final piece of this set, to get the picture.

These four tracks convey the visual sense of an expert engineer who never relinquished the original nucleus of his conception, yet is willing to alter a bit of its outside qualities. The characteristic slowness of outspread resounding streams is blurred by a haze of slight distortion, similarly to watching a summer landscape from the top of a hill with the corneas damp from the sizzling hot. What’s truly noteworthy – indeed, a trait which separates Serries from wannabes, hasbeens and neverwases – is the ability of attributing a reminiscent sincerity to harmonic sequences usually not exceeding the limits of a two-chord straightforwardness. If the inexpert listener could be forgiven for relating this work to – just saying – Celer, certain names from the Hypnos catalogue and, why not, William Basinski, don’t you dare forgetting that the inaugural outing by Serries dates from 1985. In this house emulators are not acknowledged: here, we’re talking about a groundbreaker. Still going strong after thirty-plus years.” Touching Extremes – Italy

5 Years RAW TONK RECORDS

img_2255

Coming up are the RAW TONK 5th anniversary celebrations in the lowlands and the UK featuring almost all key players of this fine label.  RAW TONK records is a fine DIY label from the UK under direction of saxophonist Colin Webster.  During the Lowlands tour the events will see Dirk Serries team up with turntablist and soundartist Graham Dunning while for the UK leg of the celebration Dirk will join forces with Suisse’ saxophonist Tapiwa Svosve.

For tickets visit the venues’ websites and for the UK you can order them directly from the label here

17/3/17 – Pletterij (Haarlem, The Netherlands)
18/3/17 – De Singer (Rijkevorsel, Belgium)
19/3/17 – De Ruimte (Amsterdam, The Netherlands)
26/3/17 – Hundred Years Gallery (London, UK)
27/3/17 – St. Margarets Church (Manchester, UK)

img_2386img_2511img_2512

 

 

 

VERHOEVEN/SERRIES

Last year MARTINA VERHOEVEN on double bass and guitarist DIRK SERRIES played the outdoors CITADELIC festival in Ghent (Belgium) on June 5th 2016.  Nachtstück Records (Portugal) just released this live document as a digital download.  Listen and purchase this live improvisation here.

 

THE QUARTET live at VORTEX

dsc04763

This heavy-hitting quartet comprises four long-term sparring partners on the European improvised music scene. The quartet first played together in 2015 at Café Oto, and this set was released as their debut album.  The quartet followed this up in 2016 with their double LP ‘Apparitions’ on the New Wave of Jazz label.  This time they played the VORTEX JAZZ CLUB with special guest Alan Wilkinson.   Photography by Steven Cropper for Transient Life.

XXVI-XXX : RESOLUTION HEART

“Es ist dieses Cover, das einen abschreckt.
Ein zerfallener Häuserblock, von dem der Putz bröckelt.
Doch trotzdem erhebt er sich Richtung Himmel.
Das Schwarz-Weiß-Foto verstärkt diesen Eindruck noch.
Doch schaut man ganz genau hin, verbirgt sich hinter diesem Bild des Zerfalls, gerade des Motivs wegen, etwas Besonderes, gar Faszinierendes. Man kann nicht genau beschreiben, was es ist, aber man spürt, dass es da ist!
Ganz genauso verhält es sich mit der Musik auf „Microphonics XXVI-XXX Resolution Heart“ von DIRK SERRIES, der unter unserer Seite für sein skandinavisches Band-Projekt YODOK III bereits in den höchsten Tönen gelobt wurde. Besonders der „atmosphärisch und postrock-phänomenalen Klangwelten“ wegen, die er gemeinsam mit einem schwedischen und einem norwegischen Musiker schuf.
Aber auch solistisch versteht Serries zu überzeugen, der schon als Support von MONO live Beachtliches an seinem Instrument leistete.

Nun also sein nur als LP plus bzw. oder Download erhältliches Solo-Album „Microphonics XXVI-XXX Resolution Heart“…
„This is the end. Play louder.“
Beide Sätze kann man, recht versteckt und sehr klein, auf der Rückseite der LP lesen – und man sollte sich daran halten. Serries Instrumentals – eingespielt mit E-Gitarre, E-Violine, Fender Rhodes und analogen sowie digitalen Effekten – müssen laut gespielt werden, dann entfalten sie genau die Atmosphäre, die nötig ist, um sich in dem Klangkosmos des Belgiers fallen zu lassen, ohne dabei den Eindruck zu haben, es würde in den gut 40 Minuten Spielzeit der LP zu wenig passieren.

Dieses Album lebt zuerst von der Stille, dann von langsam schwebenden, sich immer mehr erhebenden Harmonien und jeder Menge Loops, die stark vermuten lassen, dass der belgische Gitarrist und Klangzauberer bei ROBERT FRIPP zur Schule gegangen sein muss, da er die Frippertronics wie aus dem FF beherrscht und ganz ähnliche Soundscapes wie der große Meister (mit und ohne BRIAN ENO) zaubert. Serries scheint für Belgien das zu sein, was GERD WEYHING für Deutschland ist – denn beide erschaffen mit ihrem Instrument und dem entsprechenden technischen Equipment „Ambient Progressive Soundscapes“, die wie aus einer anderen Welt klingen – oder eben genauso wie „Epiphany And Isolution“, womit Serries seine beeindruckende LP über die Schönheit langsamer, aber nicht langatmiger Musik eröffnet. Das knapp 15 Minuten lange „The Deprivation Of Heart“ schließt dann in ganz ähnlicher Form und Rhythmik mit dem längsten Instrumentalstück das Album ab.
Danach werden wir dann auch den abschließenden kryptischen Satz – ein Zitat von LAO-TZU (chinesischer Philosoph aus dem 6. Jahrhundert vor Christi) – auf der LP-Rückseite noch etwas besser verstehen: „Sie bewegen sich in völliger Leere und lassen nur den Geist schlängeln.“ Das klingt meditativ – und die Musik von DIRK SERRIES ist die ideale Untermalung dazu.

FAZIT: Wenn an einem „Thursday Afternoon“ BRIAN ENO auf die LEAGUE OF GENTLEMEN von ROBERT FRIPP trifft, damit sie gemeinsam den „Evening Star“ aufgehen lassen, dann steigt er garantiert direkt über der hochinteressanten Bruchbude (des Covers) von „Microphonics XXVI-XXX Resolution Heart“ des Belgiers DIRK SERRIES auf.” Musikreviews.de – Germany

 

“8/10. It’s been a long time coming, but I’m finally reviewing what was essentially one of many releases from Belgian electronic/atmosphere artist, Dirk Serries. When this record released, around three or four others released with it and judging from the numbering here, this is part of a set. From a brief observation, this is the final piece in that set and I recommend checking out the others first, in order to get the full experience. I can’t comment on the other pieces as I don’t recall ever hearing them, but I can of course give an observation of this piece and why it is a must for fans of atmospheric and electronic music. While the four tracks here mostly seem to be a bit foreboding in title (I Communicate Silence, Deprivation Of Heart) the album as a whole is quite uplifting. It sounds like the sort of amorphous winds that one might expect from another dimension, possibly an astral world of sorts. The album cover itself is quite droll though, making one feel like they might be in for a desolate, urban experience with two sullen looking concrete structures and a pale sky just above them.

Even so, I’m certainly not getting anything harsh or negative within “I Communicate Silence.” It rather feels like meditation music, marking the record a great piece to play when you’re trying to wind down after a long day’s activities. Perhaps said material would work on a night time drive through the countryside, in which moving the steering wheel itself becomes an almost minimal action as you’re encapsulated by a blanket of stars and the subtle melodies by which such a travel almost feels non-mechanically aided. Resolution Heart is indeed the kind of music we play when we’re looking to put behind all of the political chaos of recent times and focus on the significance of life, while we still have it. It is an album that makes you thankful that you are among those in the world who can hear pleasant and calming sounds on a daily basis.

Though merely made up of a slew of synths, most people will not turn such an experience away due to it’s therapeutic nature. I most commonly review heavy metal albums, but if you do find this kind of record to be something to your taste and are a metal fan as well, then that to me is a plus. Some may not realize why I don’t just review one sort of music, and that is because I’m a fan of quite literally everything. The atmosphere here is rather subdued amidst it’s twinkles, but it feels like holding your head underneath a stream of clean, flowing water. If you enjoy this album, please check out the brother and sister albums that released alongside it. I’m sure that if you give it a chance, you’ll find something in it. ” The Grim Tower

DST TRIO on Tombed Visions

“Free improvisation’s commitment to constant reinvention from the ground up is a both a blessing and a curse. Done well, this protean restless is a source of liberation for performer and listener alike. But when it is unsuccessful, the approach can seem rigid, a set of rote gestures repeated ad-nauseum, never taking flight. The line between transcendence and failure is often micron-thin; indeed, sometimes it’s not even a line at all, more a shifting field that’s too easy to get caught in. Constant vigilance is a necessity.

This, perhaps, explains the strategy adopted by Dirk Serries for his compelling set of improvisations with saxophonist Jan Daelman and pianist Thijs Troch. Serries is relatively new to the world of free improvisation, but he has a venerable background in carefully-produced ambient electronica, and his considered approach to creating new works has, undoubtedly, informed the way he’s put together this release. Rather than getting everyone together in a room and recording the results, Serries curated an evolving lineup of two duos (Daelman/Serries, then Serries/Troch), a trio and then, finally, a reworking of what’s gone before into a longform electroacoustic exploration. Each configuration gets a whole side of tape to play with, allowing for some serious sonic investigation and a satisfyingly diverse experience all round.

The guitar-sax inferno that is Daelman and Serries tips us headfirst into the action, with a scorching duo set recorded in Anderlecht. Daelman’s playing is brassy and atonal, laying down squealing, overblown riffs like a volcano disgorging flaming rocks while Serries sprays out barbed wire fuzz that is just as incendiary. It’s uncompromising, open-ended stuff, not so much communication as furious embrace, the two grappling each other with pugilistic glee, at least for the first two-thirds. The final section takes the heat off slightly, Daelman wheezing and kvetching like a goose with a burst lung, his ragged breaths giving way to Serries’ metallic scrapes – it’s entirely possible he’s emptied an entire cutlery drawer onto his instrument and is desperately searching for a missing cake fork, such is the tinny clatter that he achieves.

The teaspoons and steak knives have been well and truly cleared away by the time pianist Thijs Troch arrives for his shift. This is a differently flavoured dish, its three-act structure indebted to classic free improv modes. The duo circle each other warily at first, Troch’s prepared piano alternating dampened thuds and avian plinks, while Serries lurks in the background, content with visceral, wince-inducing scratches. Though not as high-octane as the Serries-Daelman exchange it’s hectic enough, but for my money the brooding lull halfway through is more rewarding, the eerie creeks floating free from their creators in a dark lagoon of space. Apart from a brief flurry of spiky dissonance, this is the path taken for the rest of the session, Serries coaxing arco-like clouds of whine from his guitar before Troch is drawn, finally, into an extended foray that balances melodrama with lyricism.

When the trio finally get together, what could have been an explosive collision turns into a case study for restraint. Serries occupies the early minutes, rubbing the guitar as if he’s polishing His Lordship’s horse brasses, and Troch’s piano interventions, though sparing, are never less than well-judged. Daelman, meanwhile, is on flute and occasional baby violin, a decision which also pays off in spades. His woody, questing flute licks take the trio deep into the magic forest, like the luxurious vibrations of Herbie Mann’s Stone Flute recreated by the New London Silence crew. The trio’s bed of scrapes and hisses requires only the most basic nod to melody to recast the whole monochrome scene in colour, and the breezy flute-piano interlude two-thirds of the way through feels as if the warmth of the sun has finally penetrated the woody canopy.

To be honest, any of these three meetings would have been worth the price of admission. I’ve seen full-price CDs containing less invention, not to mention shorter runtimes. But the icing on the cake is Serries’ cold-blooded sculpting of these sessions into a new 20-minute piece. For free improv purists, this may be sacrilege – after all, to treat these documents as mere sound-sources to be processed and manipulated is to violate that communal engagement and interpersonal communication fundamental to this form of musicking. And, if you think that, there may not be much I can do to dissuade you. But I would urge doubters to rein in their skepticism and listen to this marvellous slice of abrasive meditation, its icy space traversed by a series of melancholic, droning chords and punctured by bursts of white-noise fuzz.

That the original duo and trio performances are unrecognizable should be taken as read, but, in addition, Serries has transformed each of the individual contributions into something completely different, too. You’d be hard-pushed to pick out saxophone or piano from this shifting canvas of overlapping tones, and even the distorted burps of guitar, while retaining their essential identifying characteristics, have an abstracted, glitching quality, as if their source code has been subtly tampered with. The result is a proper music of the cosmos – freezing cold, pitch-black and starkly beautiful.” Weneednoswords – UK