UNRUHR REVIEWS

OUTERMISSION FRONTCOVER

GEORGE HADOW & DIRK SERRIES – OUTERMISSION (CD, Raw Tonk Records)

“zuallererst: sound superfett und superdirekt. nur zwei leute, nur zwei instrumente, keine overdubs…
„outermission“ ist eine weitere der auf dem jazz-feld verorteten vös von dirk serries; ein feld, das er mit wechselnden koalitionspartnern seit einigen jahren parallel zu dem der soundscapes bereist. diesmal, auf „outermission“ in der kleinst möglichen version mit george hadow am schlagzeug und dirk serries selbst mit einem in weiten teilen sehr rauen, brutal schabenden und dunklen gitarrensound.
im grunde so, wie auf den vös dieser richtung bisher, aber im grunde wieder auch nicht: liegt es an der duo-reduktion, liegt es am studio, an besonders sorgfältig ausgesuchten und eingestellten fx, liegt es am spiel an sich: die details vielfältiger, der ausdruck tiefer, irgendwie alles mehr; obwohl es reduzierter ist. plus die subtilen soundwechsel zwischen den kurzen, eruptiven stücken. mit einem zusammenspiel zwischen gitarre und schlagzeug auf gleichberechtigter detailebene. wie blindes verständnis und verausahnung dessen, was der andere nur sekundenbruchteile später tun wird.
und schließlich: die reduktion auf schlagzeug und gitarre offenbart gerade im fall von „outermission“ noch eine weitere facette: die chance für die hörer, tiefer zu hören; eine idee davon zu erhalten, wie interaktion zwischen musikern laufen kann…” Unruhr – Germany

Available from Raw Tonk Records.

SCATTERWOUND LIVE

20776375_1965278280375691_850630185720502997_o

“In het buitengebied van Hunsel, een klein dorp in Midden-Limburg, ligt Atelier OZO, gespecialiseerd in product- en meubelontwerp. Oprichter Eric Wijffelaars heeft een oude boerderij omgeturnd tot een ruim atelier, inclusief tuin met een zelfgebouwd podium waarop met enige regelmaat optredens plaatsvinden.
In Sittard is JazzBlazzt gevestigd, een non-profitorganisatie die zich ten doel stelt een podium te bieden aan alle soorten jazz en experimentele muziek. Vaak vinden de optredens plaats in Poppodium Volt in Sittard, maar voor de concerten van Scatterwound en Stratosphere wordt uitgeweken naar de fraaie locatie in Hunsel.

De optredens vinden plaats in de open lucht. Helaas verkeren de weergoden vandaag niet in beste stemming, want hoewel is voorspeld dat het in de avond droog zal worden, gaat het gaandeweg regenen. Maar lang leve de partytent, waardoor de bezoekers toch droog blijven tijdens het luisteren naar de experimentele muziek.

Scatterwound

Scatterwound bestaat uit de Belgische gitarist Dirk Serries en de Duitse gitarist N (Hellmut Neidhardt). Beide muzikanten bevinden zich in de experimentele hoek, waarbij ambient, drone en noise de toverwoorden zijn, hoewel Serries zich de laatste jaren ook steeds meer ontpopt als freejazz-gitarist. Serries en N kennen elkaar al tien jaar, maar hebben als duo nog niet veel muziek uitgebracht. Het tweetal werkte samen met Aidan Baker op de bij Midira Records verschenen dubbelelpee Enomeni en tijdens het in februari van dit jaar gehouden Moving Noises Festival is een tape (0.0) van Serries en N verschenen, die helaas is uitverkocht. In de bescheiden output van Scatterwound komt verandering, want de heren hebben een drietal albums opgenomen die in de komende jaren moeten verschijnen.

Net na het concert van Stratosphere begint het in Hunsel hard te regenen. Omdat het er niet naar uitziet dat de neerslag snel zal stoppen, besluit Scatterwound in de regen van start te gaan. Uiteraard is het podium overdekt, zodat het slechte weer de performance niet in de weg staat. Wel betekent het dat het publiek, schuilend onder twee partytenten, wat verder weg staat van het podium dan bij Stratosphere het geval was.

Serries en N opereren veel abstracter dan Ronald Mariën. Tijdens het optreden bij Atelier OZO valt geen flard van een melodie te ontwaren. Het zijn langgerekte tonen die de dienst uitmaken. Dat met een totaal gebrek aan melodie en ritme toch spannende muziek is te maken, bewijst Scatterwound gedurende zijn set. Er is geen sprake van een voorwaartse beweging, maar beweging is er wel degelijk en moet gezocht worden in de dynamiek waarmee het duo speelt. Het tweetal schuwt het maken van een flinke bak herrie niet en het volume staat bij tijd en wijle erg hoog. Het draagt bij aan de fysieke ervaring die de harde muziek van het duo bewerkstelligt.

Het concert vangt zachtjes aan met een hoge, iele drone. De twee gitaristen communiceren met geluid, voortgebracht door hun gitaren en effecten. Opvallend is dat de klanken die de Belg en de Duitser uit hun instrumenten halen bijzonder goed op elkaar aansluiten, maar zonder dat dit leidt tot een harmonisch klinkend geheel. De drones die worden geproduceerd zijn niet lieflijk maar gemeen, ook als het volume afneemt. Het zorgt ervoor dat iedere klank met spanning geladen is en dat maakt weer dat de luisterervaring een enerverende is. De eerste geluidsuitbarsting is een plotselinge, alsof iemand de volumeknop ineens opendraait. Serries bespeelt zijn gitaar met een strijkstok en een e-bow. Wat N op zijn gitaar uitspookt is moeilijk na te gaan omdat hij zijn gitaarspel vaak aan het zicht onttrekt door zijn instrument richting versterkers te wenden. De beide muzikanten spelen hun spel met klanken en dynamiek beheerst, gecontroleerd en met verbeeldingskracht.

Binnen de soms luide noise bestaat ook ruimte voor subtiliteit. Halverwege het concert wordt het volume getemperd en voert zacht gitaarspel van N de boventoon. Op de achtergrond woedt echter een gitaarstorm, gecreëerd door Serries. Die storm neemt in kracht toe, wat voor N het teken is om steeds luider en gemener te gaan spelen. Tegen het einde ontaardt de muziek in een gierende bak noise die de trommelvliezen doet trillen. Het knappe is dat ook in die fase de controle steeds aanwezig is. Alle effecten, fuzz en distortion belanden exact daar waar het door Serries en N gepland is.

De noise wordt afgebouwd en het concert wordt uitgeluid met een wegstervende gitaarklank van Serries. Het is inmiddels gestopt met regenen, maar al was het nog steeds met bakken uit de hemel gekomen, het had dit spannende concert niet kunnen versjteren.” Opduvel – The Netherlands

A New Wave Of Jazz

We proudly announce the re-launching our little A New Wave Of Jazz label.  It became logistically and budget-wise very difficult to continue the vinyl series so that after long debate we found a fine alternative to not only re-instate the artistic vision but also to guarantee our visual identity.  With the graceful help of designer Rutger Zuydervelt, who transformed the original visual concept into something really beautiful for the future to come, and critic Guy Peters, who masterfully writes the liner notes, we continue with releases on compact disc.  These are the two first ones & available for pre-order now through our bandcamp.

“Dirk Serries’ New Wave Of Jazz imprint kick-starts its new run of CD releases this month with a couple of real humdingers. Double Vortex is a blustery live summit capturing the provocative proclivities of John Dikeman (tenor sax), Colin Webster (alto and baritone sax), Serries (electric guitar) and Andrew Lisle (drums), plus guest saxophonist Alan Wilkinson, during an incendiary roustabout recorded at the Vortex Jazz Club on 8 February 2017. Serries ghosts up on Virgin As Innocent Wood, a more subdued set that sees him unpack his acoustic for a probing team-up with pianist Martina Verhoeven. The pair eke out an intriguing suite of minimalist musings, as influenced by Morton Feldman’s ornamental clusters as they are by the magisterial self-restraint of artists domiciled on the Another Timbre roster.” Jazzwise – UK

NWOJ0013_cover_square_2500px

NWOJ0014_cover_square_2500px

 

DIKEMAN AQUARIUS SERRIES

 


DIKEMAN AQUARIUS SERRIES – DAY REALMS (TAPE, Tombed Visions)

A companion piece to last years ‘Night Realms’, the trio of guitarist Dirk Serries, saxophonist John Dikeman and drummer Rene Aquarius return to Tombed Visions with another assaulting, 40 plus minute set of sustained fire music glory. Beginning with a dawn like guitar loop, ‘Day Realms’ opens like a crest of sunlight rolling across on a malevolent sea, the waves rippling and boiling with tension. Dirk Serries is at his most burstingly melodic, his guitar singing in rich hues of sun burnt colour. Rene Aquarius thundering percussion rests most of its attack on the cymbals, creating a shimmering sea of metal when he isn’t bombastically gutting the sound with pounding rolls that Serries and Dikeman cry in response too, drowning under the waves. John Dikeman, when not wailing into his saxophone like a wounded banshee, smatters the sounds with some of his most keeningly beautiful playing I’ve yet to hear. ‘Day Realms’ has moments of the sustained menace of its predecessor, but its the dynamics the trio have begun to explore on this record; space, soloist runs and creating moments for each other to share their individual voices that really must ensure that these cats keep making this music together, the development in sound so huge. A soul stirrer, no fucking doubt and an essential slice of modern European Free Jazz. As a added bonus for the Tombed Visions faithful, ‘Night Realms’ is included on Side B of this glorious, glorious tape!

“Vorig jaar verscheen op het Engelse Tombed Visions Records de cassette Night Realms van John Dikeman (tenorsaxofoon), Dirk Serries (gitaar) en René Aquarius (drums). Het betrof een op 14 maart 2015 tijdens een concert bij Kunstgroep De Compagnie te Veghel opgenomen, volledig geïmproviseerd stuk dat drone, ambient en freejazz samenbracht en dat op sublieme wijze ruim veertig minuten de aandacht wist vast te houden.

Het schijnt dat de drie heren niet vaak in trioverband spelen, maar ruim een jaar na het verschijnen van de tape doen de muzikanten opnieuw van zich spreken, via hetzelfde label en weer op cassette. Day Realms heet de elf dagen na het concert in Veghel in Kinky Star te Gent opgenomen improvisatie en dat stuk vormt min of meer de tegenhanger van Night Realms. In beide stukken komen de sterke kanten van Dikeman, Serries en Aquarius naar voren, maar de stukken zijn anders van opbouw en het spel van de muzikanten verschilt ook.

Het meest in het oog springend is het opvallend gevoelvolle en melodieuze spel van John Dikeman, die toch bekend staat als een saxofonist die zijn hand er niet voor omdraait om een portie hels kabaal te produceren. Die harde uithalen zijn er wel op Day Realms, maar ze zijn gedoseerd en redelijk spaarzaam. Serries vindt een goede middenweg tussen free jazz-spel en het ambient- en droneterrrein dat hij jarenlang heeft verkend. Dat terrein verkende Aquarius op zijn vorig jaar verschenen solo-cd. Zijn rol lijkt ten opzichte van Night Realms te zijn toegenomen, waarbij de volle sound van zijn drumkit opvalt.

Serries opent niet met een drone maar met vrij spel en dat klinkt in het begin van het stuk opvallend helder. Het gaat samen met hoge klanken. Aquarius’ snare ruist zachtjes, totdat Dikeman ingetogen en melodieus invalt en de drummer zich meer roert met de cimbalen en de basdrum, die opvallend donker en krachtig klinkt. Vrij snel schakelt Dikeman over op zijn bekende agressieve, gierende spel, maar de agressie wordt snel gedempt, om vervolgens weer aan te zwellen. Aquarius speelt snel, zijn voetenwerk is fenomenaal, en Serries en Dikeman spelen door elkaar heen in een furieus gedeelte van het stuk.

Na tien minuten is het volle bak van alle drie de muzikanten, waarbij vooral de gitaarnoise opvalt; het is niet Dikeman maar Serries die voor het meeste muzikale geweld zorgt, ondersteund door de donderende drums van de zeer bedrijvige Aquarius. De sax van Dikeman gaat in deze fase niet zozeer voorop, maar gaat op in de furie die door de twee andere muzikanten wordt gecreëerd. De climax ligt rond de dertiende minuut, waarna Aquarius soleert met bekkens, af en toe onderbroken door harde slagen op toms en basdrum. Serries begeleidt tegendraads en neemt langzaam maar zeker de overhand. Dikeman is de man die de gemene accenten legt; Serries en Aquarius zijn de gangmakers.

Na ruim achttien minuten is het Dikemans beurt voor een lange solo met veel gevoel en melodie. Als luisteraar heb je wel steeds het gevoel dat de geweldsuitbarsting nog moet komen. Hij houdt het voor het grootste deel echter subtiel en dat benadrukt zijn fijne gevoel voor melodie. Aquarius begeleidt met rollend spel op de toms, die hij bespeelt met mallets. Serries is nu degene die op beperkt volume accenten legt en later een drone produceert. Die in intensiteit toenemende drone en de voortdenderende drums werken hypnotiserend, terwijl Dikeman de sterren van de hemel blaast.

Tegen het half uur wordt het zwaartepunt verlegd. Aquarius soleert met ruisende bekkens en zijn nog steeds rollende spel op de toms en basdrum. De constante drone is verdwenen en Serries speelt nu met beweging. Dat spel heeft ook een hypnotiserend effect en het roept bovendien spanning op. Dikeman valt opnieuw opvallend melodieus in, met veel emotie in zijn spel, in dit rustige gedeelte van het stuk. Aquarius gaat van zijn spel als aanjager over in het leggen van accenten. Dikeman blijft in zijn lyrische bui hangen. Pas tegen het einde, als Serries bijna ongemerkt toch weer is overgegaan tot het leggen van een drone, haalt de saxofonist giftig uit, wat voor Aquarius het teken is om ook wild om zich heen te slaan. Als Serries dan ook nog eens op standje noise gaat, is de heksenketel compleet. Wat een climax!

De tweede op geluidsdrager vastgelegde set van het trio Dikeman Serries Aquarius doet in niets onder voor het vorig jaar verschenen Night Realms, dat overigens op kant B van de cassette is te vinden. Zo krijg je twee prachtige stukken vrije improvisatie voor de prijs van een. Beide stukken klinken spannend, bezield en intens. Avontuurlijke muziek van drie bevlogen muzikanten. Prachtig.”  – Opduvel – The Netherlands

“Deklarowana na tej stronie, nieodparta chęć poszukiwania świeżej i zdrowej muzyki improwizowanej na Starym Kontynencie, wciąż pcha redakcję do eksplorowania kolejnych pokładów nowej muzyki.

Kasetowy label z Manchesteru Tombed Vision, prowadzony przez saksofonistę Davida McLeana, gościł już na Trybunie przy okazji dwóch tegorocznych wydawnictw, akurat wtedy, w edycji kompaktowej. Nazwisko Johna Dikemana, amerykańskiego saksofonisty, rezydenta holenderskiego, też z pewnością nie jest nikomu obce. Belgijskiego gitarzystę, Dirka Serriesa, eksperymentatora, legendę europejskiego ambientu, który śmiało wkracza w ostatnich latach na scenę improwizowaną, poznaliśmy całkiem niedawno, przy okazji jego wysoko ocenionego przez Pana Redaktora, duetu z George’m Hadowem Outermision.

Dziś przed nami muzyka wyjątkowej jakości – wydana oczywiście na kasecie magnetofonowej! – tria stworzonego przez wyżej wspomnianych – Dikemana i Serriesa, wspólnie z holenderskim perkusistą René Aquariusem. Ten akurat muzyk do improwizacji dojrzał grając głównie niebanalną i głośną muzykę rockową. Panowie w roku ubiegłym wydali kasetę z materiałem koncertowym Night Realms (Tombed Visions, 2016). Dziś wracają z kolejną porcją muzyki koncertowej. Tytuł zupełnie nie dziwi – Day Realms (Tombed Visions, 2017). Nowe nagranie, powstałe zresztą jedenaście dni po poprzednim, wypełnia nam pierwszą stronę kasety. Na drugiej otrzymujemy… reedycję poprzedniej. Jedna kaseta, podwójne wydawnictwo, wspaniała muzyka, czy można chcieć więcej?

Dzienne królestwa!

John Dikeman, Dirk Serries i René Aquarius, czyli saksofon tenorowy, gitara elektryczna oraz pełny zestaw perkusyjny. Jesteśmy w belgijskim Ghent, w klubie Kinky Star. Jest 25 marca 2015r. Muzycy zagrają niespełna 42 minuty.

Wita nas oniryczna, skoncentrowana na pojedynczych dźwiękach gitara Serriesa. Saksofon podłącza się dość nieśmiało i plami przestrzeń wokół gryfu instrumentu strunowego, nie chcąc na tym etapie wydarzenia czegokolwiek udowadniać. Perkusista bije w dzwon (czyli stopą w bęben basowy), oklepuje nierozgrzane tomy i czeka na sygnał do ewentualnej eskalacji. Improwizacja skomle i dusi się w oparach psychodelii, niczym płynna lawa, choć sam wulkan jest jeszcze w stanie umiarkowanego spoczynku. Ta linearna narracja bazuje na drobnych eskalacjach poziomu dźwięku, na kreowaniu intensywności rockowego, w sensie estetycznym, przekazu muzycznego. Już po kilku minutach gry wstępnej, muzycy są wystarczająco porozciągani – saksofon uroczo wyje, gitara obficie krwawi i szuka transu, a perkusja bębni niezwykle ekspresyjnie. Ów nieprzerwany potok improwizacji potrafi chytrze narastać i precyzyjnie nawarstwiać się. Dikeman zwinnie eskaluje i brudzi tembr swojego dęciaka na miły dla ucha, prawdziwie punkowy sposób. Lubi przebierać szaty solowej gitary w dużym, hardrockowym bandzie. Oczywiście, będące skutkiem tych działań, emocje są dalece ponadrockowe. Muzyka bez ustanku eskaluje (choćby w okolicach 15 minuty), aż ziemia drży pod stopami, aż chciałoby się usłyszeć po wybrzmieniu, ryk istotnie obnażonych siedemnastolatek, gotowych w każde wyzwanie w kontekście bliskiej relacji ze spoconym solistą. Miast brzmieniowych subtelności, iskry lecą, a pot i krew kapią z nieba (a sam recenzent jest co najmniej zachwycony!). W nielicznych sytuacjach drummer nieco gubi poziom, ale to jedynie nieistotne incydenty. On sam bowiem w skali makro, doskonale wpisuje się w spektakl Hard Free Improv Rock Destination Band!

Nowa narracja, już w drugiej części koncertu, opiera się na niezwykle dynamicznym drummingu, samoeskalującym się saksofonie i zawieszonym wysoko w powietrzu znaku zapytania – cóż na tak zastany obraz koncertu zareaguje przyczajony gitarzysta? Nie czekamy zbyt długo na odpowiedź. Serries wbija w to free jazzowe duo sax-drum ognistego drona, którego zadaniem jest rozwiercić mózg słuchacza (choć epatowanie samym hałasem ma dalece umiarkowany wymiar) ! Narracja znów chyli się nieodwracalnie w kierunku zdrowej psychodelii. Muzyka doskonale ucieka w trans, trwa, brnie, płynie i nie stawia przecinków. Serries sprawia wrażenie, jakby jego gitara zamieniała się w upalony, hinduski sitar. Plecie mantryczną ragę i modli się do nieistniejącego boga, szuka zagubionych w dziwnej podróży, hinduskich korzeni (z kajetu recenzenta: koniecznie podkręcić potencjometr głośności!). Aquarius stawia ostre stemple dudniąc stopą i rezonując talerzami (trochę, jak reinkarnacja Toma Bruno i jego epokowego Testu). Ten głośny, acz oniryczny klimat spada nam na głowę, nie zadaje pytań, nie musi też dawać odpowiedzi. John wkleja w ten obraz jazzowe plastry miodu i brnie całkiem świadomie w nieznane. Całość uspokaja się znacząco i rozpływa w potoku nieograniczonych możliwości rozwoju sytuacji scenicznej. Saksofon jest ckliwy i mógłby nawet głaskać przed snem odrobinę niegrzeczne dziewczynki (do ucha szepcząc im mało romantyczne historie o złych duchach). Gitara Dirka płynie na dużym pogłosie. Muzyk ledwie głaska struny, jest w mega transie. Piękny dialog z saksofonem. Gdyby drummer wrzucił w to odrobinę sonorystyki (…dodaje rozmarzony recenzent). John jakby słyszał uwagę pismaka i popada w lekkie szaleństwo. Dirk i Rene idą wraz z nim na tę muzyczna ustawkę! Genialna eskalacja! Rockowy arsenał perkusisty przydaje się na finałową rozpierduchę! Crazy! Rock in!

Nocne królestwa. W poprzednim odcinku: jedenaście dni wcześniej

Holandia, 14 marca 2015 roku. Jesteśmy tym razem w Kunstgroep De Compagnie/ Veghel. Tych samych trzech facetów, na takich samych trzech instrumentach zagra dla nas niespełna … 41 minut.

Na start skromna solowa eskalacja na gitarze, którą wspiera orszak rezonujących talerzy perkusisty. Ten delikatnie modulowany dron udanie wprowadza nas w mrok nocy. Saksofon wkleja się niemal bezdotykowo. Płynie i komentuje zachowania współpartnerów. Flow całej trójki jest zwarty i czupurny. Ornamenty Dikemana zdają się być szczególnie urokliwe w tym właśnie momencie. Gitara i drums, niczym jedno dziecię boże, płyną ku zatraceniu z uśmiechem na ustach. Znów zasadne jest skojarzenie z bezkompromisowością Test (ach, ta stopa!). Ekspresja, czysta eskalacja emocji, w twarz, prosto do ludzi! Wybrzmienie dopada nas dopiero w okolicach 17 minuty! Ale to właśnie teraz zaczną się dziać rzeczy wyjątkowe!

Aquarius zdziera stopę, opukuje tomy i konwulsyjnie wybrzmiewa. Serries pętli się wokół własnych myśli i stawia na bogate wnętrze. Dikeman powraca niemal oczyszczony. Onirycznie, delikatnie sonoryzuje. Muzyka snuje się po kątach, jak wygłodzone kocury, pozbawione możliwości ucieczki. Psychodelia włada tym skrawkiem świata, w depresyjnej Holandii i nie znosi słowa sprzeciwu. Muzycy zagłębiają się w swych dźwiękach. Naprawdę daleko im do drogi powrotnej. Wyborne! W tym kontekście sytuacyjnym, Skowyt Ginsberga zdaje się być bajką dla grzecznych dzieci. Chwile pozornego hałasu, które mają jednak moc prawdziwie oczyszczającą. Zdaje się, że wszelkie grzechy są nam odpuszczone. Krwawienia, które nie powodują utraty krwi. Cierpienie, które zdaje się rozkoszną podróżą dźwiękową.

Mistrzem ceremonii, niezaprzeczalnym, jawi się tu Dirk Serries. Tworzy 99% flory akustycznej finału tego niezwykłego wydawnictwa koncertowego. Saksofon kona w ogniu piekielnym, choć na pewno wyjdzie z tego cały. Ot, paradoks! Artystyczna niezgoda na świat jednowymiarowy! Na dźwięki naprawdę końcowe, cała narracja skleja się w jeden potężny dron. Gitara triumfuje! A kasety rządzą improwizującym Beneluxem i niewiele mniej szaloną pozostałością po imperium brytyjskim, po drugiej stronie śmierdzącego niewinnością kanału!

****

Pozostałe nowości Tombed Visions omówimy w innej opowieści, już po wakacjach Pana Redaktora. Wtedy także oczekujcie dłuższej epistoły o inicjatywie A New Wave Of Jazz! Kasety i winyle, które prowokująco zapraszają do odświeżenia pojęcia jazz. Improwizacja jako danie główne, a Dirk Serries w podwójnej roli – wydawcy i niesamowitego muzyka.

Wszystkie wydawnictwa Tombed Visions są dostępne w formie elektronicznej, oczywiście za pośrednictwem bandcamp.com.” Spontaneous Music Tribune – Poland

 

KODIAN TRIO on Salt Peanuts

Kodian Trio – British alto sax player Colin Webster and drummer Andrew Lisle and Belgian guitarist Dirk Serries – has been busy in the last two years, releasing a series of limited-edition, DIY releases. First one was under the names of the three musicians (Raw Tonk, ), later one when the trio was augmented by American sax player John Dikeman, «Apparitions»,  (A New Wave of Jazz, ), then the official debut, «I» (LP, A New Wave of Jazz, 2016) and another live document, «Live at Paradox» (Raw Tonk, 2016).

«Volt / Pletterij»is another live, limited-edition release, only 50 cassettes this time (plus a download option), mixed by Serries, with artwork by Webster, on his Webster’s Raw Tonk label, documenting two live performances from the trio recent European tour. The first recorded at the Dutch club Volt in Sittard on March 21st 2016 and the second from fellow Dutch club Pletterij in Haarlem, two days before. Both sets stress the strong identity of this working band.

The trio begins «Volt» begins in a fast and energetic mode, full of raw sonic clashes, but then it suddenly changes course to a quiet, contemplative one that searches for a tender common ground. Now, with remarkable restraint the trio gains power to the next, inevitable assault. Webster sets the tone to this tight, focused intense attack, fragmented by Serries noisy interventions and Lisle pulse-free drumming.  

«Pletterij» begins a free jazz, highly rhythmic mode where both Webster and Serries surrender to Lisle massive drumming, This focused interplay intensifies when Serries pushes his distorted guitar sounds and Webster soars to faraway stratosphere with his fast blows and shouts. Again, mid-piece the trio shifts and explores a sparse, open interplay that highlight Lisle, Serries and Webster contributions to a new, dramatic and suggestive atmosphere yet quite a minimalist one. This time the trio return to its common, energetic mode is sudden and faster, marking another intense and powerful attack towards the cathartic coda.” Salt Peanuts – Norway

The Storm Of Silence

“Inseguendo l’ultima luce. Due esploratori dispersi tra ghiaccio e blu, laddove il silenzio può essere talmente assoluto da divenire suono altro. La fotografia di Bjarne Riesto e la musica di Chihei Hatakeyama e Dirk Serries costituiscono un unicum intitolato “The Storm Of Silence” (2016), uno splendido ossimoro. L’album inaugura la seconda fase della Glacial Movements di Alessandro Tedeschi, al traguardo dei dieci anni di attività, e invita, per l’ennesima volta, l’ascoltatore a meditare, in scia a un flusso sonoro suddiviso in quattro lunghi brani, o movimenti, affatto tempestosi e neppure silenti.

“The Storm Of Silence” è un progetto di medio respiro, ma delicato e avvincente come pochi altri in circolazione. La collaborazione a quattro mani è tra un giapponese e un belga, due artisti di grande esperienza e, soprattutto, due sognatori a occhi aperti. Distanti migliaia di chilometri, separati dalla lingua, ma emotivamente vicini. Difficile conteggiare le release di Chihei Hatakeyama e Dirk Serries affidate, spesso, a label di caratura internazionale. Entrambi a loro agio con l’informe materia ambient. Musica ideale per punteggiare condizioni estreme, come il Mar Glaciale Artico al crepuscolo.

Soundscaper vitale il primo, oscuro manipolatore il secondo. Mai incontratisi nel corso delle rispettive vite. Nel momento in cui Dirk Serries finalizza con Hakobune “Obscured By Beams Of Sorrow” (2015), un album rilasciato per conto della White Paddy Mountain gestita da Chihei Hatekeyama, i dialoghi tra i due prendono un’altra piega. Meno prospettica e più impressionista. Le loro comunicazioni si sono, infatti, evolute in un proficuo scambio di suoni, con il produttore giapponese pronto a modificare il suo tipico approccio a favore di un’inedita espressione di isolazionismo in note.

Simile a qualcosa cui si assiste in lontananza all’orizzonte, qualcosa di poco concreto e difficile da definire. Un feeling consolidatosi con Alessandro Tedeschi circa una possibile uscita. Elaborare il concept è stato questione di un istante, il mio lavoro con Chihei Hatekayama è su misura per l’inverno. paesaggi ghiacciati, una condizione di isolamento e spazi desolati. Quando la natura ha assunto connotati più lineari e meno colorati, ma dotati di forza e austerità, Glacial Movements è diventato l’approdo sicuro per il nostro album.

Il norvegese, invece, l’idioma comune. Kulde (freddo), Uvaer (cattivo tempo), Fryst (congelato), Hvit (bianco) sono parti di unico scenario incontaminato, finanche romantico. Chihei Hatekeyama e Dirk Serries si ergono a viandanti su un mare di ghiaccio. Le loro tracce sono abbastanza uniformi: rare le variazioni, occasionali le tensioni. È semmai un certo calore a propagarsi nell’aria al calar della nebbia. Il rigore del gelo lascia il passo a differenti forme di armonia. La risonanza di luoghi remoti è favorita dal ricorso a una rarefatta stratificazione sonora, da abbandono sensoriale.

Le alternanze tonali si susseguono al pari di nuove visioni. Le note allungate all’infinito colorano gli stati d’animo. Dalle sinuose modulazioni di Kulde alla stasi apparente di Uvaer, lievemente scossa da riverberi sotterranei, il passo è breve e mai faticoso. La chitarra e il pianoforte contribuiscono a elevare la natura immaginata, a fronte dello smarrimento dell’uomo, come la reale protagonista dei quarantadue minuti di “The Storm Of Silence”. Il bordone si staglia, invece, con rinnovata forza in Fryst fino a liquefarsi in profonda malinconia durante la conclusiva Hvit. Tenue e avvolgente.” Souterraine – Italy

BADD PRESS reviews

GEORGE HADOW & DIRK SERRIES – OUTERMISSION (CD, Raw Tonk Records)

“If there were such a thing as minimalist jazz, it could fairly be said that drummer George Hadow and guitarist Dirk Serries have come close to perfecting the subgenre. The duo’s new album, which drops on Raw Tonk Records July 7, is a staggering, conscious-raising, zig-when-you-thought-they’d-zag winner.

To describe this disc as minimalist has more to do with its limited instrumentation than the style with which the guitar and drums are played. Because in fact, Hadow and Serries produce a rather enormous racket.

Unconstrained by meter, the duo presents an often-frenetic combination that won’t appeal to all tastes. But my goodness this music is brave. Listeners with a taste for what giants like Ornette Coleman and Cecil Taylor helped pioneer will recognize genuine artistry on these 11 tracks.

The performances – all recorded in one day at Sunny Side Inc. Studio in Anderlecht, Belgium – are purposely difficult and polished to a handsome sheen. They’re flawless really.

Whether it’s the high-energy opener “Narrow,” or more atmospheric pieces like “Out” and “Open,” Hadow and Serries are clearly comfortable improvising off of one another. It’s a thrill to hear.” Badd Press – Canada

‘OUTERMISSION’ reviewed

“Het blijft interessant om de ontwikkeling van Dirk Serries in de vrije improvisatiemuziek te volgen. Begonnen als ambient- en drone-artiest heeft de Belg zich de laatste jaren steeds meer ontpopt als een vrij spelende gitarist die muzikale conventies aan zijn laars lapt. Vorig jaar verscheen op het Engelse Raw Tonk-label de eerste solo-cd met vrije improvisaties van Serries (Etched Above The Bow Grip) en op datzelfde label verschijnt nu Outermission, waarop de gitarist samenwerkt met drummer George Hadow.

Hadow is afkomstig uit Engeland maar hij opereert vanuit Amsterdam. Hij studeerde met Han Bennink en Michael Moore en hij is onder andere lid van het Blue Lines Trio en het Mulligan/Baker Project. De lijst met namen met wie hij samenwerkt wordt allengs langer: Terrie Ex, John Dikeman, Gonçalo Almeida, Roy Paci, Joe Williamson, Andy Moor, Jasper Stadhouders en Tobias Delius zijn enkele namen die op de lijst van Hadow prijken. De drummer speelt veelzijdig, krachtig als het moet maar ook subtiel als de muziek daarom vraagt.

Outermission laat twee onderzoekende muzikanten in hun ontwikkeling horen. Vooral Serries lijkt als improvisator een stap verder te zijn dan vorig jaar, ten tijde van Etched Above The Bow Grip. Zijn spel lijkt aan kracht en zelfverzekerdheid te hebben gewonnen, zonder dat iets van de jeugdige spirit van zijn spel verloren is gegaan. Zijn spel is hoekig, a-ritmisch en variërend van verstild tot noisy. Hadow geeft de Belg flink tegengas, weet elke vondst van Serries scherpzinnig te pareren, maar hij barst zelf ook van de originele muzikale ideeën. Zijn techniek is indrukwekkend en het toevoegen van extra percussie-objecten heeft hij voor zijn spel niet nodig. Het is echter de combinatie van de verschillende speelwijzen van de muzikanten die de meeste indruk maakt.

De improvisaties zijn ruw, ongepolijst en zo worden ze ook weergegeven op de cd. Zoals bijvoorbeeld in opener ‘Narrow’: Serries speelt zijn rauwe maar inventieve gitaarspel en Hadow stelt daar zijn klaterende drumspel tegenover. Snare, toms, hi-hat, bekkens, en randen van trommels worden aangeroerd. In ‘Cross’ gaat het er iets subtieler aan toe, maar het spel is even onrustig als in de opener. In Serries’ spel wordt af een toe een kleine aanzet tot een melodie gegeven, maar die wordt nergens uitgewerkt want de gitarist is alweer een motiefje verder. Zo lijkt hij er steeds vandoor te gaan, is hij de luisteraar steeds een stap voor en dat is wat zijn spel zo aantrekkelijk maakt om naar te luisteren. Hadow soleert aan het einde van ‘Cross’ en dat doet hij met donkere tomslagen die vergezeld gaan van mooie accenten op snare, bekkens en hi-hat.

Verstilling treedt op in ‘Out’ met ijle gitaarklanken en zacht spel op de snare. Het stuk schuurt, wrijft en er hangt spanning in de lucht. De vijf minuten zijn om voor je er erg in hebt. Verderop is ook ‘Open’ een brok verstilde spanning. Een paar goed geplaatste korte tikken van Hadow bouwen die spanning verder op. ‘Call’ laat de beide muzikanten weer van een robuuste kant horen. De controle waarmee dat gepaard gaat, maakt indruk. Op ‘Slate’ heeft de gitaar een wat opener klank dan elders op de plaat. In ‘Apart’ lijkt een aanzet te worden gegeven tot een rocknummer, maar ook hier blijft het bij een aanzet. Het gitaareffect is prachtig en Serries speelt wat minder fragmentarisch dan op de andere tracks.

De verschillende improvisaties zijn strategisch op het album geplaatst, zodat de aandacht van de luisteraar niet verslapt. Zo staat de harde noise van ‘Night’ en ‘Tear’ ingeklemd tussen twee verstilde tracks, het eerder genoemde ‘Open’ en afsluiter ‘Remission’. Vooral in ‘Tear’ lijken de twee muzikanten alle remmen los te gooien om zich uit te leven in een heerlijke bak freejazz-noise. Het contrast met ‘Remission’ kan bijna niet groter zijn en dat werkt perfect. De schitterende afsluiter maakt nogmaals duidelijk hoe goed Serries en Hadow spanning kunnen creëren.

Op het Raw Tonk-label zijn geen teleurstellende releases verschenen en ook Outermission van George Hadow en Dirk Serries maakt op die regel geen uitzondering. De elf vrije improvisaties zijn rauw, dynamisch en spannend. Zelfs in de rustige stukken heeft de muziek een ruw randje. Het grofkorrelige, onafgewerkte element van deze muziek gecombineerd met het inventieve en onderzoekende spel leidt tot dit uitermate boeiende muzikale avontuur.” Opduvel – The Netherlands

Trybuna Muzyki Spontanicznej nie ustaje w wysiłkach, by eksplorować europejską muzykę improwizowaną pod kątem nowych, świeżych i niebanalnych zestawów dźwiękowych.  Z mniejszym lub większym skutkiem, Pan Redaktor stara się wrzucać w sieć globalną personalia muzyków, których niektórzy z nas – zapatrzeni wielbiciele wciąż tych samych wielbicieli – nawet nie podejrzewają o preparowanie dźwięków, które mogą okazać się ciekawe.  Świat muzyki improwizowanej jest absolutnie interesujący, a proces permanentnej nadprodukcji dźwięków w gatunku, wcale tego zjawiska nie deprecjonuje.  Zatem do dzieła!

George Hadow, brytyjski rezydent holenderski, perkusista i perkusjonalista, mający już pewne doświadczenie na polu swobodnej improwizacji zwiera dziś szeregi z Dirkiem Serriesem, belgijskim gitarowym eksperymentatorem, który do niedawna kojarzony był głównie ze sceną dark ambient, drone, czy industrial. Panowie spotykają się w studyjnych okolicznościach Sunny Side, w Anderlechcie, dzielnicy Brukseli, powszechnie znanej z największego belgijskiego klubu piłkarskiego Belgii. Rzecz ma miejsce 20 lutego roku ubiegłego. Rejestrują materiał muzyczny, składający się z jedenastu piosenek, trwających 37 minut i 37 sekund. Za trzy dni odbędzie się oficjalna premiera krążka, który nazwany został Outemission, a wydała go kolejna mała, niezwykle ciekawa i kreatywna inicjatywa wydawnicza ze Zjednoczonego Królestwa – Raw Tonk Records. To debiut muzyków w tym układzie personalnym.  Hadow gra na pełnym zestawie perkusyjnym, Serries zaś na gitarze elektrycznej. Prosta matematyka, polegająca na podzieleniu czasu trwania płyty przez ilość utworów, sugeruje nam w oczywisty sposób, iż każda z piosenek jest zwarta, krótka i na temat. Każda wyposażona w nieskomplikowany, jednowyrazowy tytuł, który także podkreśla brak nadmiaru komplikacji na etapie kreowania pomysłu na muzykę. Od razu uspokajam niecierpliwych – George i Dirk nie będą śpiewać.

Od startu atakuje nas silnie sfuzzowana gitara elektryczna, która plecie bardzo zwinne synkopy (not rock’in!). Niezwykle aktywny, od pierwszej sekundy, perkusista oplata dźwięki gitary konstruktywnym, nieco progresywnym drummingiem, o silnie jazzowych inklinacjach. Fragment kolejny jest jeszcze bardziej dynamiczny, choć sama gitara ma czystsze, nieprzesterowane brzmienie. Fragment trzeci wytłumia emocje, zdejmuje nogę z gazu i zabiera nas na oniryczny, głęboko psychodeliczny spacer po wąskich uliczkach starej Brukseli. Downtempo, psychofolk – jeśli ktokolwiek w tym miejscu oczekuje gatunkowych skojarzeń. Perkusista szczoteczkuje, talerze rezonują. Skupienie, strach o kształt poranka po nocy spędzonej w dziwnym towarzystwie (z kajetu recenzenta: what a game!). Czwarty numer jest gęsty, cuchnie pyszną improwizacją. Tu każdy dźwięk natrafi na echo współpartnera, a żadna intryga nie zostanie pozostawiona bez komentarza.

W każdym z utworów gitara brzmi trochę inaczej (bagaż doświadczeń muzyka na polu szeroko pojętej muzyki eksperymentalnej nie idzie na marne!). Outermission może dzięki temu stanowić okno wystawowe dla umiejętności artykulacyjnych gitarzysty. Jeśli szukacie doom-metalowego zadęcia, tu także znajdziecie coś dla siebie. Świetnie pracuje – bez chwili wytchnienia – czujny perkusista. Jest w ciągłym ruchu, w ciągłej interakcji z gitarzystą, podąża za każdym jego tropem, a proces kreacji aż kipi w jego przedmóżdżu. Kolejne petardy na krążku, to zwinne i niebanalne historie, które mają wstęp, rozwinięcie i zakończenie. Dwie, trzy, maksymalnie cztery minuty. Narracja jest narowista, a improwizacja czysta i wielowątkowa, ale nie traci czasu na brzmieniowe subtelności. Ósmy numer, podobnie jak trzeci, kołysze nas do snu, który i tak nie nadejdzie. Gitara brzmi jak czerstwa i lekko upalona wiolonczela – urocza, minimalistyczna opowieść. W dziewiątym gitara na odwyku! Jest zadziorna, oblepiona przesterem i jęczy, jak ranny tygrys. Tuż potem hałas eskaluje się. Gitarzysta tańczy po strunach, a jego wzmacniacz skwierczy z nadmiaru ładunku elektrycznego. Drummer idzie na rockowo i mizdrzy się do słuchaczy. Heavy dark improvised jazz!

Finał jest reemisją (Remission). Ponownie klimat jest oniryczny, naładowany zdrową psychodelią. Jakże kreatywne wybrzmienie, studzenie emocji, suszenie potu na skroniach. Kostka delikatnie smaga ciało gryfu i dopieszcza struny. Kontrapunkt ze szczoteczek, w ciszy, by nie budzić złego. Szczypta repetycji i mikro preparacji na połamanym talerzu. Wyborne!” Spontaneous Music Tribune – Poland

OUTERMISSION

OUTERMISSION FRONTCOVER

GEORGE HADOW & DIRK SERRIES – OUTERMISSION (CD, Raw Tonk Records)

Known for his highly prolific career as an ambient, drone, and industrial composer, Belgian guitarist Dirk Serries is making bold moves into the world of avant garde and improvised music. In this quest, Serries has been teaming up, both live and on record, with some of the leading young figures on the European scene, including John Dikeman, Colin Webster, Andrew Lisle, and Graham Dunning.  2016 saw the release of Serries’s debut solo album of purely improvised material, ‘Etched Above The Bow Grip’ (Raw Tonk Records). This release was heralded as an exciting statement of intent, and a document of his on-going search as a musician.  This search led to the Amsterdam-based British drummer George Hadow. Working primarily in the fields of improvised music and jazz, Hadow is quickly establishing himself on the Dutch scene. Recent collaborations include The Ex, Blue Lines, Goncalo Almeida, and John Dikeman.

On their debut album ‘Outermission’, Hadow and Serries find their common language is one of dynamics, stop and go, exchange of abstractness and detailed tonality. A duo on the edge of its powers both musically and physically.  Now available as pre-order (comes with an instant download of the full album) at Raw Tonk Records’ bandcamp.

 

The Face That Must Die

1 front cover

“Originally released in 1988 on cassette (and under the name Vidna Obmana as the project was styled in those days, rather than the later vidnaObmana), The Face That Must Die is very a much a release redolent of its post-industrial musical era, but still holds an effective and occasionally gruesome fascination thirty years later.

Following an introduction from Trev Ward of The Order Ov Wolves (who also helped release the cassette version), whose slightly portentous but ultimately a somewhat jejune menace is typical of the age (see also the hilariously camp but still strangely unnerving James Havoc‘s Church Of Raism — released on Creation, of all labels), the remastered and expanded CD slips from tape-loop miasma to queasily (re)percussive orchestrations as found on “Sweat Sessions” parts 1 and 2, Dirk Serries deploying a battery of synthesizers, turntables and shortwave radios to often mesmerising and macabre effectOld Captain have gone to town on the artwork for the new edition too, and where the original tape was housed in what looks like a photocopied sleeve in best cassette culture fashion, the CD gets stark monochrome reproductions of various gruesome woodcuts from European history printed on a four-panel digipak.

Time may not have treated some of the more beat-heavy moments so well, though they stand up fairly by comparison to many black-clad, gloom-laden acts of the late Eighties, but the swirling walls of drone and FX-riding swarms of sound on tracks like “Proto Anguish” retain their hypnotic sense of uncertainty tinged with woozy dread. Listen to a track like “Bring Out Your Dead”, and with its pinging tape loops and heaving bass undertow, and it’s also easy to fast-foward a few decades into the retro lo-fi blasted radiophonic landscapes of the likes of Ekoplekz or Ghost Box releases.

Likewise, the cycling compressed throb of “Bondage Doom To Creator” is possessed of a particular texture and feel that comes only from magnetic tape manipulations, heaving with heavily compressed presence and a slurred smearing of sound that hardware audio engineers might spend thousands reproducing faithfully in the digital realm. Throw in the layers upon layers of more effects, and it’s a seriously mind-melting traipse through the audio underworld at times, bouncing unpleasantries off the speakers like the world’s about to end.

What goes around certainly comes around, and The Face That Must Die is both well worth revisiting or discovering for the first time too.” Freq UK/Antron S Meister – UK

Available from Old Captain Records  :