LUMINOUS DASH reviews

a112d-martina2bverhoeven2b25262bdirk2bserries

MARTINA VERHOEVEN & DIRK SERRIES – Innocent As Virgin Wood (CD, New Wave Of Jazz 2017)

“Dirk Serries bouwt sinds het begin van de jaren 1980 aan een muzikale carrière, die vooral gekenmerkt wordt door een niet aflatende stroom aan releases op een waaier aan labels en onder een net zo grote waaier aan bandnamen.

De bekendste daarvan zijn wellicht de ambientgerichte projecten Vidna Obmana en Fear Falls Burning. Sinds een paar jaar is zijn productivitiet, sinds hij zich meer op jazz en freejazz ging richten, naar ons gevoel nog groter geworden. Het is dan ook bijna onbegonnen werk om zijn output bij te houden. Het is eerder een kwestie van luisteren naar wat toevallig voorhanden is, wat passeert of waar je via muzikanten waarmee hij samenwerkt, op gewezen wordt.

Hij runt ondertussen ook zijn eigen label, dat eerst onder de vleugels van Tonefloat opereerde, maar inmiddels helemaal op eigen benen wil staan. En daarvoor werd de fetish van het op vinyl uitbrengen, enigszins losgelaten en zijn de uitgaven op A New Wave Of Jazz nu ook allemaal op cd verkrijgbaar. Dat heeft waarschijnlijk ook zijn financiële redenen, maar we kunnen ons ook voorstellen dat voor sommige van die releases de cd nu eenmaal een beter medium is.

Wat ons brengt tot de samenwerkingen met zijn vrouw Martina Verhoeven. Ze maakte vooral naam als fotografe, maar is ondertussen al net zo geobsedeerd geraakt door het maken van muziek. We kenden haar tot nu toe vooral als contrabassiste, te horen op het album Sluimer van Fantoom (samen met Otto Kokke en René Aquarius, zijnde Dead Neanderthals) en Cinepalace, een trio met Colin Webster en ook weer Serries.

Voor Innocent As Virgin Wood komen beiden helemaal afgedaald uit hun comfortzone. Geen contrabas of elektrische gitaar (al dan niet bewerkt door Serries). Neen. Verhoeven speelt de piano en Serries stelt zich helemaal ondergeschikt aan haar minimale en eigenzinnige spel en legt hier en daar enkele accenten met de akoestische gitaar.

Ongeschoold muzikante als ze is, trekt Verhoeven zich niets aan van conventies in verband met de manier van piano spelen of hoe minimale, tot verstilling uitnodigende jazz hoort te klinken. Ze keert zich op dit album, vijf nummers tellend, in zichzelf, mediteert, speelt, denkt na, laat stiltes vallen en droomt weg. De vijf ongetitelde nummers vormen dan ook een soort denken over, een komen tot, een rustgevend effect teweeg brengend dat zich niet opdringt maar toch uitnodigt tot aandachtig luisteren. In schoonheid en fris gewassen.” Patrick Bruneel/Luminous Dash – Belgium

Available through :

Advertisements

SCATTERWOUND live

IMG_0005IMG_0008IMG_0006IMG_0004

IMG_0002

photos by Shaun Cullen

“Elk jaar opnieuw wordt het ons droef te moede wanneer we de kerstverplichtingen overleven met het laatste greintje doorzettingsvermogen dat we nog kunnen opbrengen voor iets waar we geen nood, laat staan behoefte aan hebben. Doorgaans valt er ook geen bal te beleven in het concertcircuit (die mensen moeten ook eens rusten), maar een paar goede zielen sloegen de handen in elkaar voor een concert dat er mocht zijn.

Gitaargoeroes Dirk Serries en zijn Duitse collega Hellmut Neidhardt (doorgaans actief als ‘N’), zijn intussen al een klein decennium in de weer, al leverde dat voorlopig weinig concerten of releases op. 2017 lijkt echter een sleuteljaar voor het duo, want na een eerdere LP (Kehr, 2015) en een samenwerking met Aidan Baker (Enomeni, 2016), leverde het een eerste release op onder de naam Scatterwound (de intussen alweer uitverkochte tape 0.0). Die zal binnenkort een vervolg krijgen door een trio van vinylreleases dat zal verschijnen via Denovali Records.

Minstens even belangrijk was het feit dat de twee begin 2017 voor het eerst samen op het podium stonden, op het Moving Noises Festival in Bochum, waar ambient, drone en aanverwanten steevast de kroon spannen. Dat kreeg nu een vervolg op het krappe podium van de Kinky Star, waar de twee een uur lang aantoonden hoe complementair ze zijn. Pikte je in op een willekeurig moment in de set, dan zou je er het raden naar gehad hebben wie voor wat verantwoordelijk was, want het spel vloeide zo naadloos in elkaar over, dat het bij momenten aanvoelde als een centraal gestuurd klankbeeld, eerder dan een interactie.

Toch kreeg je als aandachtige luisteraar meer voor de kiezen dan een kamerbrede geluidsgolf die je de kosmos instuurde, want de twee zijn specialisten in het boetseren van klanken, het schakeren van texturen, het exploreren van de eindeloze nuance in een wentelende dynamiek. Er kwamen allerhande objecten aan te pas — EBow, verfborstel, strijkstok … — maar het was vooral ook een demonstratie van effectgebruik. Niet als goedkoop effectbejag of artistieke luiheid, maar als wezenlijk onderdeel van de sonische queeste. De effecten zijn geen opsmuk, ze bepalen mee de substantie van een concert.

Dat begon met een aanzwellende geluidsmassa die van start ging met amper hoorbare wrijfklanken en gestaag veranderde van kleur en aangedikt werd. Krijg je bij veel concertbeschrijvingen vaak het beeld van de gepelde ui voorgeschoteld, dan gebeurde hier het omgekeerde. De processie van beheersing ging door middel van effecten, loops en volume winnen aan kracht en diepte. Het resultaat was een bedwelmende geluidstrip die resoluut inzette op grijstinten, maar te subtiel was om zich te laten verleiden tot goedkope melancholie of lomp nihilisme dat sommigen al te vaak verwarren met een resonerend, persoonlijk verhaal.

Het werd een fascinerend schouwspel, of eerder hoorspel, een lesje in klankbeheersing door twee experten, enkel onderbroken door wat geharrewar dat enkele verloren gelopen toeristen veroorzaakten met hun bezopen gelal. Halfweg de performance vonden de twee even verpozing. Wat het einde van de exploratie had kunnen betekenen, werd opnieuw leven ingeblazen door een pulserend motief, een staccato element dat zich ontpopte tot achtereenvolgens een hartslag, een sirene, een onheilspellend houvast. Hoe vanuit die basis opnieuw een constructie in elkaar gepast werd, leverde het mooiste stuk van het concert op, met aanzwellende orgelklanken die stapsgewijs leidden naar een denderende symfonie van gitaren die richting noise lonkte. Mét impact, maar opnieuw te doordacht om in de val van gratuit kabaal te trappen.

Net zoals de start van het concert verliep het einde zoals de regels van het genre dat voorschrijft, met een graduele ontmanteling van de elementen, maar daarover morren is zoiets als klagen over gillende gitaarsolo’s in een hardrock-extravaganza. Het is ook niet in die traditionele muzikale cols of sinusbewegingen dat de kracht van deze muziek zich bevindt, maar in de manier waarop het instrumentarium wordt ingezet om een innerlijke leefwereld te verklanken. Wat dat betreft was je hier in goede handen, want Neidhardt en Serries beheersen die kunst tot in de puntjes. Of tot in ononderbroken lijnen, hoe je het ook wil zien.” Enola – Belgium

Check out more photos on Luminous Dash by Jeroen Jacobs.

Jazzarium reviews

GRAHAM DUNNING & DIRK SERRIES – Live In The Lowlands (CDr, Raw Tonk Records)

“Dwa kolejne dni marca, ponownie dwa koncerty na jednym dysku (jeden z Belgii, drugi z Holandii). Na blisko 50 minut oddajemy nasze uszy we władanie duetu: Graham Dunning (turntable, dubplates, spring reverbs, objects) & Dirk Serries (gitara).

Live at De Singer. Sample, szczypta field recordingu (?), trzaski na kablach i nieistniejących winylach, w konfrontacji z chilloutową gitarą elektryczną na dużym pogłosie. Narracja elektroniczna nieco rwana, chaotyczna, nielinearna, w opozycji do gitarowych, trwających pasaży. W 8 minucie Serries wycofuje się na jeszcze głębszy plan i generuje niepokojące flażolety, ledwie muska struny, trochę je pociera. Zwinnie eskaluje się w ciszy poprzez błyskotliwe, oniryczne drony. Elektronika aż milknie na moment z wrażenia. Choć już w 17 minucie zdaje się recenzentowi nazbyt inwazyjna, delikatnie kalecząc dotychczasowy nastrój koncertu. Reakcja gitarzysty jest natychmiastowa – intensyfikuje narrację, choć ciągle atakuje z dalekiego planu. Ponieważ na kablach skwierczy już naprawdę silnie, finał pierwszego spotkania upływa nam na czymś w rodzaju eskalacji, w tej dość wszak nietypowej aurze instrumentalnej.

Live at De Ruimte. Na początku drugiego epizodu – tym razem coś na kształt sonorystyki kabli i strun gitary – kluje się piękna historia. Dirk preparuje za progiem gryfu, a po stronie Grahama jakby więcej inwencji i kreacji. W 6 minucie witamy się z ciszą. Aż strach głośniej westchnąć na widowni. Bodaj najbardziej spokojny fragment w całym katalogu Raw Tonk. 12 minuta – rzadka na tym dysku próba wyraźnej interakcji pomiędzy gitarą, a komputerem. Skutkiem tego, odrobina dramaturgicznego zamętu. Gitara buduje nowy dron, który swą urodą tłamsi ambiwalencje recenzenta. W okolicy 20 minuty muzycy grają już głośniej. Podskórny nerw pcha tę narrację na szczebel wyższej oceny. Na finał rodzaj wybrzmienia, które bardzo służy temu scenicznego wydarzeniu: ciche medytacje, artystyczny sarkazm mikronarracji, która buduje entuzjazm recenzenta.”

DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – Live At Cafe OTO (CDr, Raw Tonk Records)

“Jesteśmy na koncercie kwartetu (kwiecień, 2015), który dobrze znamy z innych opowieści na tych łamach. Dwa saksofony (John Dikeman na tenorze i Colin Webster na barytonie) na przeciwległych flankach, gitara elektryczna (Dirk Serries) i perkusja (Andrew Lisle) atakujące centralnie. Jeden trak, sam konkret – 32 minuty.

Od pierwszej sekundy, dynamiczny free jazz, kreowany przez ostrokanciaste saksofony, rockową perkusję i tłustą gitarę, na gryfie której mają miejsce niezwykle energetyczne zjawiska. Już w 5 minucie dopada nas pierwsze studzenie emocji – drony dęciaków, metaliczny background gitary. Industrialny taniec onirycznych wielodźwięków, które prowokują się wzajemnie do eskalacji (doskonałe!). Dynamiczne wstanie z kolan ma miejsce już w 11 minucie. Kolejne kilka minut i ponowny przystanek, podczas którego hałaśliwa gitara krzyczy, zdziera gardło i rozrywa struny. Saksofon z prawej wyje w wysokim rejestrze, a my poddawani jesteśmy bez chwili wytchnienia emocjonalnemu down and up. Następny bieg pod górę odbywa się w estetyce brotzmannowskiej – konwulsyjne wrzaski z gorejących tub! Jedna z nich zwinnie zapętla się na dronie gitary. Ta ostatnia stoi jednym dźwiękiem, gdy wokół trwa galopada w najlepsze. Muzycy po stanie wrzenia lubią się szybko tłumić, nie pędzą na złamanie karku, ciągle szukają ciekawszych rozwiązań. Finalny orgazm odbywa się przy dźwiękach samotnego saksofonu! Perfekcyjne!”

KODIAN TRIO – Live At Paradox + VOLT/PLETTERIJ (CDr + tape, Raw Tonk Records)

“Trzy holenderskie koncerty tria, jakie miały miejsce między marcem, a majem ubiegłego roku. Akurat te, które ukazały się wcześniej, są tymi późniejszymi, ale to bez znaczenia. Colin Webster (tu, saksofon altowy), Dirk Serries (gitara elektryczna) i Andrew Lisle (perkusja) – konstatacja tych bystrzejszych: Kodian Trio, to kwartet z poprzedniego akapitu, uszczuplony o jedną rurę!

Paradox (37 min.): pretekstem do improwizacji jest tu jazzowe frazowanie gitary i dość wyważonego altu. Tonacja molowa, stukot drummera. Intryga narracyjna buduje się wokół fikuśnych, modulowanych pętli na gryfie gitary i rosnącego dramatyzmu sytuacyjnego perkusji. Alt przyczajony, czeka na żerowisku. Galop zaczynamy w 6 min., a zdobi go świetny dialog saksofonu i gitary! Pod koniec pierwszego kwadransa muzycy schodzą piętro niżej. Piękne pasaże smyka na gryfie, prawdziwe violoncello na kwasie! Alt, przy wtórze orkiestry talerzy, wchodzi na drugiego. Kluje się z tego incydentu prawdziwe ptaszysko o niepoliczalnych walorach estetycznych. Drży, grzmoci i wymiata! Czego, by muzycy nie wymyślili, efekt przerasta ich oczekiwania. Okolice 27 minuty – znów pląsy na gitarze i altowe intrygi na dyszach rozgrzewają długopis recenzenta. Brak zahamowań gatunkowych, jakże służy tej improwizacji. Finałową ścieżkę koncertu tyczy kolejny wartościowy dialog Colina i Dirka, budowany na zwinnej i cierpliwej ekspozycji Andrew.

Volt (36 min.): dynamiczny start szorstko brzmiących instrumentów, zwłaszcza altu. Wyostrzone krawędzie, jedynie słuszne decyzje dramaturgiczne. Drummer idealnie wkleja się w te improwizowane puzzle. W okolicach 13 minuty, Serries zaczyna rozrabiać – pętli się na strunach, moduluje dźwięk, ma tysiące pomysłów na sekundę, stawia też znaki zapytania. Webster jedzie na bezdechu już chyba drugą godzinę. Lisle słusznie zaś czyni, pozostawiając partnerom sporo miejsca. 18 minuta obwieszcza zejście do piwnicy. Narracja staje w miejscu, plamy dźwiękowe wiją się wokół siebie, tańczą złowieszczo (bajka!). Koncert talerzy, cuda na gryfie gitary (Serries każdego sprowadzi na manowce, tu jakże urocze!). Młodzi Anglicy niechybnie czekają na to, co zrobi sporo starszy Belg. Finalna erupcja! Trudno o lepszy, bardziej perfekcyjny komentarz.

Pletterij (29 min.): start bliźniaczy do wyżej omówionego koncertu, ale to nie dziwi, gdyż na osi czasu jesteśmy zaledwie 48 godzin… wcześniej! Może jedynie wejście dynamicznej perkusji następuje nieco wcześniej. W okolicach 4 minuty, intrygujące, wypasione solo gitarowe w oldschoolowych klimatach. Agresywnie, zawadiacko, z ostrogami! Alt także potrafi pohałasować! 10 minuta wyznacza radykalny stop narracyjny. Gitara kompletnie zmienia swój tryb pracy. Gra blue-ambient, cokolwiek to znaczy w ustach recenzenta. Systematycznie plami przestrzeń smugami dymu z papierosów. Alt, bez krzty wątpliwości, chce być partnerem w tej nieśpiesznej rozmowie. Jesteśmy u wezgłowia ciszy i jest nam niewymownie dobrze. Cóż ten Webster nie wyprawa na dyszach?! Cudaniebywałe! Narracja stoi, a Lisle śpi. Serries prostym środkami wzbudza eksplozję wyobraźni u saksofonisty. Ornamenty na talerzach wybudzonego drummera nie mogą tu być lepszym komentarzem. Niespodziewanie zostaje sam na scenie i bez trudu czyni wartość dodaną w tym niezwyczajnym spektaklu ciszy i niepokoju. Powrót gitary jest odrobinę wulgarny akustycznie, ale broni się porcją innowacyjności. Alt pętli się , czyli definitywnie wracamy do świata żywych (19 min.). Wysokogatunkowy galop nie jest zaskoczeniem. Noise where ever you want! 24 minuta i Serries znów bierze na siebie odpowiedzialność za punkt zwrotny. Webster wchodzi w tę pyskówkę i kreśli myśl przewodnią. Kolejny szczyt ze spermą na nieboskłonie! Opus magnum Kodiana, jak do tej pory.” Jazzarium – Poland

Freejazz Blog reviews

“Belgian guitarist Dirk Serries, British sax player Colin Webster and drummer Andrew Lisle and American, Amsterdam-based sax player John Dikeman insist on defining their free-improv art on their own terms, often even on their own independent labels. Uncompromising and intense free-improvisation, but often also a minimalist one that borrows ideas from drone, ambient textures.

Kodian Trio – II (Trost, 2017) ***½

Kodian Trio features alto sax player Webster and Andrew Lisle and guitarist Serries. The trio’s first concert was at London’s Café Oto two years ago, followed by a studio recording, I (A New Wave of Jazz, 2016) and two live recordings, Live at Paradox and Volt/Pletterij (on Webster’s label, Raw Tonk, 2016, 2017). II, the second studio recording, was captured in late 2016 in Brussels. II , more than the trio previous releases, defines Kodian Trio as an outfit that operates in the lines of a classic free jazz unit, opting for an intense, uncompromising interplay, with some degrees of playfulness. Webster, Lisle and Serries form tough and dense dynamics, never lose their restless momentum.
The longer pieces on II such “11:03” stress the unique and deep interplay that Kodian Trio have established. This piece dances with a hard-driving polyrhythmic pulse, scorches with a noisy, heavily distorted guitar drone, and boils with hyperactive sax shouts and shrieks — all interweave organically. “07:59” is the sparsest piece here, but even with only fractured ideas, Kodian Trio offer a detailed and coherent texture. “10:02” sketches an enigmatic, fragile story, enhanced by Webster’s extended breathing techniques and caressing blows, Serries’ subtle, ambient guitar loops and Lisle’s ringing cymbals.

Quartet & Quintet – Double Vortex (A New Wave of Jazz, 2107) ****

The Quartet is the Kodian Trio augmented by tenor sax player Dikeman, while the Quintet adds to the Quartet personnel British alto and baritone sax player Alan Wilkinson. The Quartet has previously released two live albums, Live at Café Oto (Raw Tonk, 2015), which documented the Quartet’s first ever performances, and the double live album, Apparitions (A New Wave of Jazz, 2016), which captured another performance of the Quartet from 2015. The live double album Double Vortex captures the Quartet and the Quintet performing on the same night in London’s Vortex club on April 2017, one of the loudest and most powerful concerts ever that took place at this club, according to Vortex owner Olivier Weindling
The Quartet opens the night and quickly settles in a volatile, uncompromising mode that threatens to pierce the stratosphere with its deafening mayhem. Webster – on alto and baritone saxes – and Dikeman – on tenor sax – keep dueling in the front with their urgent, mad shouts and shrieks, Serries injects noisy-metallic, fractured guitar lisle and Lisle is busy all over the drum set. In such a wild and ecstatic interplay there is no time to modify or refine the mode of playing, just act, and act fast and loud. Even when the Quartet slides – temporarily – into a more quiet and contemplative interplay before reaching the inevitable, explosive coda of this 37-minutes set.
The addition of Wilkinson ups the volume and temperature of the already hot and steamy Vortex club, but surprisingly also charges this powerful 45-minutes improvisation with a sense of order and direction. The interplay is still muscular and super-intense, but Wilkinson, takes the lead with his big, fierce sound – on both the alto and baritone saxes – similar to another sax-titan, Peter Brötzmann. Wilkinson has a far greater experience in such fiery meetings and he knows how to contain the sheer energy. The aggressive front-line of the three sax players – Dikeman still on the tenor sax while Webster focuses on the baritone sax – is often dissected to sax solos and duets, and these sax solos are more articulate and some are quite melodic and even fragile; Lisle rides on a massive pulse and colors cleverly the quiet segments and Serries envelopes this twisted yet playful interplay with industrial noises and suggestive drones.

René Aquarius / John Dikeman / Dirk Serries – Day Realms (Tombed Visions, 2017) ***½

The trio of Dutch drummer René Aquarius, known from the Dead Neanderthals, Serries and Dikeman, who plays here on the tenor sax, has released last year the cassette Night Realms on Tombed Visions. The 42-minutes free-improvised Day Realms, recorded on March 2015 in Gent, Belgium, also released as a cassette plus download option, cements the fiery interplay of the trio.
Throughout Day Realms Serries defines the surprisingly emotional essence of this improvisation and again and again he refuses to surrender to the wild assaults of Dikeman and Aquarius. Serries introduces this piece with soft ripples of his singing electric guitar, answered by the gentle sax of Dikeman and reserved yet pounding drumming of Aquarius. When Dikeman and Aquarius form massive, tough waves that threaten to drown his singing lines, Serries shifts their explosive interplay into a tense, distorted drone, still pierced by the brutal wails of Dikeman and bombastic drumming of Aquarius. When Dikeman and Aquarius burst again with an urgent, rhythmic attack, Serries charges the intense interplay with a subtle, quiet drone, patiently disarm the intensity and colors it with bright nuances. Eventually, Aquarius with an impressive cymbals work and Dikeman with rare, restrained blows, join Serries melodic, sustained loops, all deepening the emotional vein.

Martina Verhoeven & Dirk Serries – Innocent As Virgin Wood (A New Wave of Jazz, 2017) ***

Innocent As Virgin Wood is an exception in this series of releases. The title refers to the purity of wood in sound, feeling and performance. And innocent and virgin it is since here, for the first time on record, Serries exercises his techniques on the acoustic guitar while his partner, Martina Verhoeven – known as a photographer – plays the Steinway grand piano. Serries and Verhoeven have recorded together before with the Dead Neanderthals as the Fantoom quartet (Sluimer, A New Wave of Jazz, 2015), as part of a free-improvised quintet (Live at Zaal 100, Nachtstück Records, 2016) and as a duo, (Citadelic, Nachtstück Records, 2016). On These releases Serries played the electric guitar and Verhoeven played the double bass.
This studio recording from April 2017 suggests a different mode of interplay. An experimental yet highly attentive and intimate improvisation, based on abstract, even microscopic sonic cues that attempt to sketch a new vocabularies for both Serries and Verhoeven . The five-parts free-associative piece does not converge into a cohesive narrative but suggests a loose, minimalist series of hesitant, fragmented ideas, fleeting impressions, subtle clusters of gentle sounds and brief, silent segments. Serries and Verhoeven sound as asking questions about the nature of this challenging and daring improvisation rather than providing any conclusive answers regarding to where this new journey will lead them.” Freejazz Blog

QUARTET & QUINTET reviewed

“Up till now I knew Serries work only under the monikers of Vidna Obmana and Fear Fall Burning. But there was also a noisy free improviser hidden in him, who one day said: and know it is my turn. And so Serries changed ambient for noisy free improvisation. A remarkable shift! He formed a quartet with high-energy blower John Dikeman, an American tenor sax player who works and lives in Europe since several
years now (Blast, Spinifex, etc.) and also with Andrew Lisle on drums and Colin Webster alto and baritone sax. They made their first appearance in 2015 at Café Oto. This set was released as their debut album. In 2016 followed by a double-LP – ‘Apparitions’ – for New Wave of Jazz. Now the label returns with an impressive double CD.  The first CD covers a live session of the quartet.  The second CD has a live session of the quartet with Alan Wilkinson (alto and baritone sax) as a guest. Both sessions were recorded on February 8th this year at the Vortex Jazz Club in London. Wooah, wish I was there that evening! Starting is above all the American free jazz tradition, more than the European tradition of free improvised music. Their improvisations are of a constant intensity that is not often met. Be it in the modest parts or in the most extravert and powerful sections, the music is always intense and of a concentrated energy level. The interplay is very focused and committed, very tight and together. Serries succeeds well to make his contributions and to co-direct the course of this continuous slide of noise and energy. Of course it is not just a cacophony of noise; far from it. This is totally sparkling music that is difficult to resist if you feel connected with it. This is an absolutely convincing statement and an
extraordinary work by a very dedicated crew.” Vital Weekly – The Netherlands

Le Son Du Grisli reviews

“Martina Verhoeven (piano) le silence et les césures, les espaces, le soin du caché, l’écho installé, la lumière mourante, la ligne perdue.

A Dirk Serries (guitare) le silence et les cordes embrouillées ; la sécheresse du geste, la lumière mourante.

Peu à peu se réduire, se soustraire, n’être que l’enjeu d’un silence secoué par de ns soubresauts. Et, toujours, sceller l’immobile, résister à la pulsion du dire. Finalement : s’ef- facer.” Le Son Du Grisli – France

 

De Subjectivisten reviews

MARTINA VERHOEVEN & DIRK SERRIES – INNOCENT AS VIRGIN WOOD (CD, New Wave Of Jazz 2017)

“Al weer een aantal jaar is Dirk Serries zich verder aan het verdiepen op free jazz en improv en met iedere nieuwe samenwerking lijkt hij een stap verder te weg te nemen van zijn ambient en drones waar hij ooit bekendheid mee heeft gekregen. Erg interessant om een muzikante deze ontwikkeling door te zien maken.

Op deze samenwerking met pianiste Martina Verhoeven zijn de soundscapes ook echt helemaal verdwenen. In plaats daarvan krijgen we spaarzame piano aanslagen en gitaargeluiden. In de muziek is zeer veel ruimte voor stilte waardoor een mooie spanning wordt opgebouwd.
Voor het eerst, bij mijn weten, speelt Dirk Serries hier akoestische gitaar. Niet alleen plukt hier hij aan de snaren maar ook lijken er objecten (borsteltjes bijvoorbeeld) te worden gebruikt, iets wat natuurlijk wel meer voorkomend bij improv.
Verhoeven speelt de piano afwisselend hard en zacht. Soms lijkt het als of ze random toetsen aanslaat, terwijl andere momenten het juist heel erg precies gekozen lijkt. Hierdoor ontstaat een speels veld aan geluid wat continue weet te intrigeren.
Beide muzikanten lijken goed op elkaar in te spelen en geven elkaar geregeld de ruimte voor solo stukken en het resultaat is een mooi nieuw album, welke mij soms doet denken aan het recente werk van John Tilbury & Keith Rowe.

Een aangename CD die zeker aan te raden is voor de liefhebbers van improvisatie.” Het Schaduwkabinet – The Netherlands

TONUS residency reviewed (in Dutch)

photography by Cees Van De Ven

“In de periode dat de Hijra nog niet in voege was en Medina nog gewoon, zoals
vanouds, bekend stond onder de naam Yathrib, was de tribale manier van leven in Arabië grofweg gestoeld op twee culturen: de bedoeiënen- en de oasecultuur.

Op zondag 12 november – de afsluiter van het Sonic City festival – bevonden we ons duidelijk bij de bedoeiënen, een patriarchale cultuur waar vrouwen een ondergeschikte rol hebben. Dat was ook het geval op vernoemd festival, ook al werden er wat dames op de affiche gedropt in naam van de “genderdiversiteit”, punt is dat niemand kan ontkennen dat het één en al etaleren van testosteron was. Met de sonische pletwals van Thurston Moore, Stephen O’Malley en Mats Gustafsson in het achterhoofd, hoor je ons daar overigens niet over klagen, integendeel!

Daarentegen stonden we op donderdag 16 november met beide voeten midden in een oase, een matriarchale cultuur waar vrouwen de leidende rol spelen en in alle vrijheid en ongedwongenheid één of meerdere mannelijke partners mogen kiezen.

De vrouw van dienst op deze donderdagavond was Martina Verhoeven (piano), de mannelijke partners waren Dirk Serries (akoestische gitaar), Jan Daelman (fluit), Colin Webster (alto saxofoon), Nils Vermeulen (contrabas) en George Hadow (drums). Inderdaad, niet minder dan 5 mannen die allen te samen naar de gunst dongen van Martina en dit gedurende een één uur durend live stuk dat gebracht werd in het kader van JazzCase te Neerpelt.

Het stuk – oorspronkelijk geschreven door Martina – werd ontdaan van alle mogelijke ballast tot enkel nog het referentiekader en het absolute minimum aan textuur overbleef. Met gerechte rug – een positie die gedurende het volle uur nauwelijks zou wijzigen – nam Martina plaats achter de vleugelpiano en gaf de aftrap door zeer spaarzaam, met veel geduld (die minuut stilte als begin was reeds veelzeggend) en gevoel voor precisie en evenwicht net die paar piano-aanslagen de muisstille ruimte in te sturen. Het was het begin van een verbluffend staaltje minimalisme dat van muzikanten en publiek opperste concentratie vroeg. Maar wat volgde was niet minder dan een uniek concert.

De heren muzikanten voelden aan waar Martina hen heen stuurden en beantwoordden ieder op hun manier door de contrabas zachtjes te laten brommen, de cymbalen in de verte te laten piepen, de gitaar zachtjes te laten resoneren, de saxofoon te laten zoemen of de fluit te laten fluisteren. Nooit was er ook maar één moment waarop één der heren de drang voelde om zich “te laten gaan”, integendeel. De ingetogenheid, de spaarzaamheid en de subtiliteit waarmee klanken de ruimte in geprojecteerd werden was niet alleen van een ontwapende schoonheid maar gaf vooral te kennen dat elkeen begreep dat nuance, stilte en ruimte een essentieel onderdeel vormden van de muziek. Het was haast een onzichtbare maar op een of andere manier voelbare kracht die aanwezig was.

En het publiek was, een kleine uitzondering daar gelaten, muisstil. Elke vibrerende toon, elke resonantie, elke klik, elke tik, elke stilte, elke echo … alles was hoorbaar en werd geconsumeerd door het publiek dat langzaam maar zeker tot op het puntje van z’n stoel gedreven werd. Wat zich voor onze ogen afspeelde was niet minder dan verbluffend.

Langzaamaan ontvouwde zich voor onze ogen een prachtige en complexe dialoog tussen stuk voor stuk topmuzikanten, een dialoog die enkel en alleen bestond uit geduldige en spaarzame klanken, soms solo (Vermeulen en Hadow voelen hun instrument perfect aan), soms in duo (de magische blend van sax en fluit was ronduit hallucinant), soms ondersteunend (in opperste concentratie voelde Serries precies aan wanneer ie aan een snaar moest plukken).

Als stuurvrouw van deze prachtige miniatuurmuziek zat Martina, nog steeds met kaarsrechte rug, achter de piano, motieven spelend waarbij zachtjes en zonder dwang de

richting werd aangegeven, daarbij steeds geduldig kijkend naar haar mannen, die allen de vrijheid van improvisatie hadden meegekregen zonder het onbetwiste leiderschap van de oasekoningin te verloochenen.

De minuten durende stilte alvorens Martina aanvoelde en te kennen gaf dat het stuk zijn einde bereikt had was een ontwapenend en ontroerend moment, voor publiek maar vooral voor de muzikanten zelf die gedurende één uur in opperste concentratie en met haast eindeloos geduld een prachtig stuk neerzetten. Een muzikaal stuk dat als antidotum kan dienen voor de alomtegenwoordige jachtigheid. Respect.” Jurgen Moortgat.

photography by Jef VandeBroek

Merchants Of Air reviews

GRAHAM DUNNING & DIRK SERRIES – Live In The Lowlands

“The output of Dirk Serries seems neverending, which coincidentally can also be said by the length of most of his works. Not that I mind, on the very contrary. In a way, Serries has been in my living room more than any of my friends and family. His solo works and his releases with Yodok III are constants here, played on an almost daily basis.
To be honest, I cannot say that about Graham Dunning. This is actually the first time I see his name so I’m not familiar with his music. Yet, judging from what I’m listening to at this very moment, that might change soon. Dunning is a sound artist, always exploring the possibilities of music.

This album is a registration of two different concerts. The first one having taken place in Rijkevorsel, Belgium, while the other one recorded at De Ruimte, Amsterdam, Netherlands. Both tracks share a passion for experimenting with sound. Somehow, it feels like most of the experimentation comes from Dunning. Serries’ lingering and droning guitar sound is not the constant here. The constant seems to be a form of free jazz and the chemistry of live improvisation, something these two artists know quite a lot of.

When I say “free jazz”, don’t expect confusing rhythms and over-the-top saxophone solos. The whole album maintains a slow and somewhat mellow tone. I guess “ambient jazz” is a better phrase. Drones, soundscapes, strange noises, turntables and unidentified object create a strange but constantly evolving sound that demands to be explored. Different sound float in an out, leaving the listener somewhat estranged and confused. In a good way, obviously. This is just a remarkable album, one every jazz/ambient/drone/experimental fan should own.” Merchants Of Air – Belgium

Can This Even Be Called Music reviews

KODIAN TRIO – II (LP, Trost Records)

“The second album of the Belgian free jazz trio is even better than their first. The dynamics between the guitar, the saxophone, and the drums are wild and untamed, almost akin to completely expressionist music – that’s if it isn’t exactly this already! The sax surges are often impressive, if not downright surprising, while the drums seem to be able to keep the rhythmic section endlessly interesting, with the guitarist’s inventive patchwork filling the pieces with its own strange musical context. It’s great!” Can This Even Be Called Music –