Month: November 2015

JAN DAELMAN/DIRK SERRIES/THIJS TROCH

Jan Daelman : flute / Dirk Serries : electric guitar / Thijs Troch : piano
Live at De Singer (Rijkevorsel, Belgium) – November 17th 2015. Photography by Guy Van de Poel.

Het eerste deel van de set die Troch, Daelman en Serries verzorgen, bestaat uit een zeer intense en subtiele klanksculptuur. Het is dat je voor je op het podium een pianist, fluitist en gitarist ziet zitten en je dus weet waar de klanken vandaan komen, maar wat je hoort klinkt allesbehalve vertrouwd. Het zijn wonderlijke, vaak ondefinieerbare klanken die het trio hier naar voren brengt. Aanvankelijk ogenschijnlijk zonder samenhang en structuur, tot het moment dat er spontaan iets ontstaat dat voor een melodie kan doorgaan, heel voorzichtig, waarin de musici elkaar nabij komen, maar tegelijkertijd ook weer afstoten. Vooral de bijdrage van Serries valt op in deze set, in die zin dat concerten van deze gitarist meestal de opbouw hebben van een langgerekte drone, die gaandeweg in heftigheid toeneemt. In deze set kiest het trio echter nadrukkelijk voor een geheel andere aanpak. Maar mooi om te zien en te horen hoe Serries zich ook hierbij prima thuisvoelt.Draai Om Je Oren – The Netherlands

OPDUVEL reviews FANTOOM

“In de serie ‘A New Wave of Jazz’ presenteert het Nederlandse platenlabel Tonefloat de lp ‘Sluimer’ van Fantoom. Het is de achtste plaat die in deze serie uitkomt. Fantoom bestaat uit Dirk Serries (gitaar), zijn echtgenote Martina Verhoeven (contrabas) en – daar zijn ze weer – beide Dead Neanderthals René Aquarius (drums) en Otto Kokke (saxofoon). De laatste twee werkten al samen met Serries tijdens het Incubate Festival in 2014 in een meer dan tachtig minuten durende dark ambient trip, eerder dit jaar uitgebracht onder de noemer ‘Endless Voids’.

‘Sluimer’ is één lang stuk van achtendertig minuten. Afspraken zijn van tevoren niet gemaakt, maar de vier muzikanten weten elkaar al improviserend makkelijk te vinden. Op deze plaat is het tevergeefs zoeken naar solo’s of andere egoverhogende muzikale strapatsen. Nee, het kwartet zoekt gezamenlijk naar een totaalgeluid waarin spanning en intensiteit de sleutelwoorden zijn.

De opening is voor Verhoeven die direct imponeert door al strijkend heerlijk ruwe, schurende klanken aan haar contrabas te ontlokken. Serries, gitarist gespecialiseerd in ambient- en droneklanken, zit wat verder weg in de mix maar zijn lange tonen zijn desondanks goed te onderscheiden. Kokke bevindt zich, intens blazend, voornamelijk in de hogere regionen en ook hij treedt niet op de voorgrond. De drum- en bekkenslagen van Aquarius zorgen niet voor een steady beat of ritme, maar benadrukken eerder het drone-karakter van de muziek. In het meest beweeglijke en dynamische deel van de plaat, vanaf pakweg minuut achttien, gaan de muzikanten meer los maar ook als onstuimig wordt gespeeld blijft de controle.

Al zoekende gaan de muzikanten hun weg en dat leidt tot een verkennende zoektocht die je achtendertig minuten lang meesleurt. De muziek is abstract, zonder melodie, maar bijzonder dynamisch en intens tot op het bot. ‘Sluimer’ is geen warme deken die je over je heen voelt; je voelt juist de spanning die gecreëerd en opgebouwd wordt. De intensiteit van het stuk neemt langzaam toe, bereikt een climax vanaf het begin van kant twee, en wordt aan het eind weer afgebouwd. De spanning blijft echter voelbaar totdat de laatste klank is weggestorven.

Het is bijna niet te geloven dat volledig geïmproviseerde muziek zo organisch, ongekunsteld en hecht kan klinken als Serries, Verhoeven, Aquarius en Kokke laten horen op deze lp. Na meerdere luisterbeurten gaat nog steeds niets van de opwinding verloren. Sterker nog, die neemt alleen maar toe. ‘Sluimer’ is dan ook een weergaloze plaat die je niet zonder schuldgevoel voortijdig kunt afzetten.” Opduvel – The Netherlands

LIVE AT CAFE OTO

DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – Live At Cafe OTO (CD, Raw Tonk Records)

Live at Café Oto is another lively racket, this time pitting John Dikeman’s tenor against Webster’s baritone gurgle, Dirk Serries’ white-hot guitar fuzz and Andrew Lisle’s clattering row. It’s by far the most ‘jazz’ of the records under review here, although by ‘jazz’ I mean the freest, most far out grooves you could hope to wander across.

Dikeman’s Coltrane-in-Ethiopia cry at the start sets the tone for what follows, and his tenor gives the quartet’s two-horn attack a punchy sound that contrasts with gluey scuff of Night Streets of Madness and the stretched dronescapes of Bleed. As is usual with Webster, the overall tone is egalitarian, with all four players surging forward, the assault of their individual sonics knotting together like some horde of berserkers charging over the hill.

I’m always a sucker for the moodier sequences of pieces like this, however, and there’s a fantastic long stretch in the second half where the quartet deconstruct their own playing, breaking their yowls and scratches down into their molecular elements, before building them back up again in discreet chunks of flutter and crash. At around 18:00 things get kind of shadowy and beautiful, various moans and rustles turning into a sax duet, Webster’s baritone blasting out pitted bass tones as Dikeman’s horn bellows over the top.

Serries’ guitar, meanwhile, lurks around the edges, its abstract clouds thickening the sound palette and occasionally creeping into the spaces left by the other three, like some ghostly vapour seeping underneath the door. At about 14:00, however, he lets rip with a series of fuzzy blasts that take things, momentarily, into some weird digital-metal arena. Even better, his riffs are accompanied by grunted vocal yelps, as if James Brown were urging Tony Iommi to take it to an incredibly heavy wrought iron bridge. Whether that’s Serries himself venting or one of his colleagues encouraging him, I don’t know. But it’s a thrilling a moment in a high-octane performance. Tough and uncompromising” We Need No Swords – UK

HAKOBUNE/DIRK SERRIES reviewed

“Concurrently released with Dirk Serries’ first-ever collaborative recording with Hakobune (Tokyo-based Takahiro Yorifuji) is Obscure Fluctuations (Trost), the Belgian guitarist’s fiery outing with tenor saxophonist John Dikeman and English drummer Steve Noble. It would be hard to imagine two more contrasting releases, with the blistering improvisations of the trio set galaxies removed from the serene soundscaping of Obscured by Beams of Sorrow. Such dramatically different projects suggest that calling Serries an adaptable musician is about as big an understatement as could be made.

The common ground shared by the guitarists on this fifty-two-minute outing, whose music is credited equally to Hakobune and Serries (the album mixed by the former and mastered by the latter), is ambient dronescaping of a particularly crystalline and celestial kind. Guitar phrases and washes waft slowly through four long-form settings marked by calm and stillness, their free-floating spirit reinforced by their delicate character. It’s very much familiar territory for Yorifuji, one with which he’s clearly comfortable, yet Serries appears to be in his natural element, too, considering how seamlessly their sensibilities and playing blend.

In fact, the guitarists’ respective styles dovetail so completely on the release, Obscured by Beams of Sorrow could easily pass for a solo release by either artist. Though one piece is titled “Harrowing Surface,” there’s little here that’ll set anyone’s psyche on edge; the recording’s character is better captured by a title such as “The Slow Movement of Thought” in the way the duo’s atmospheric music distills the meandering drift of consciousness into aural form. Fans of Hakobune’s work in general and Serries’ minimalistic solo outings should find the meditative slow-burn of Obscured by Beams of Sorrow very much to their liking.” Textura – Canada

DIKEMAN/NOBLE/SERRIES reviewed

“Artists from three countries pool their respective talents on this forty-six-minute set from the Vienna, Austria-based Trost label. Laid down at Sound Savers, London on April 2nd, 2015, Obscure Fluctuations pairs American tenor saxophonist John Dikeman, Belgian guitarist Dirk Serries, and English drummer Steve Noble on two long-form improvisations occasionally capable of peeling wallpaper and shaking foundations (apparently the three recorded the two pieces without ever having played together before).

In the liner notes, Guy Peters contrasts the open-mindedness, trust, and respect exemplified by the free playing of the three musicians to the diametric qualities of fear and distrust that different countries’ leaders bring to their interactions. Peters’ point isn’t without merit—there’s certainly room for such a socio-political reading, especially when each musician hails from a different country—though it probably won’t occupy your thoughts for long once the musical storm hits. And it doesn’t take long to do so: two minutes into the opening “From Assent to Refusal,” the three already are operating at full throttle, Dikeman rapidly squealing and honking, Noble violently battering his kit, and Serries unleashing shards and splinters into the air alongside them. The music alternately lurches, wails, and combusts as it works its way through twenty-three minutes, with the guitarist often acting as a stabilizing center that allows the others to play with abandon. At times one of the three drops out and the musicians gather themselves into different configurations in keeping with the improv’s development. The less-tumultuous “The Heart Strips Bare” opens quietly, the three quietly painting the scene with restrained textural gestures, Serries generating creaking noises and Dikeman channeling ghosts, until fourteen minutes along, the saxophonist briefly amps up the energy level before returning again to the subdued pitch.

As loud and noise-laden as the recording sometimes is, it’s not an unrelenting free-for-all. Episodes of contrasting mood and design appear, the music evolving from one sequence to the next at the behest of its creators. I won’t front: the style of music captured on Obscure Fluctuations isn’t entirely to my taste, nor is its first piece the kind of playing situation I most prefer for Serries. I’ve been listening to recordings of his—solo and otherwise—for years now, and this setting, in certain moments, is the most ferocious of all the ones I have on which he performs. That being said, I have the utmost admiration for the guitarist for constantly putting himself into new playing contexts and continually exploring new musical directions. One imagines that a world leader or two could certainly learn from such open-mindedness.Textura – Canada