Month: February 2016

TEXTURA reviews

KODIAN TRIO – I (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)
DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – APPARATIONS (2xLP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“For Dirk Serries, the musical landscape changes depending, it seems, on the company he’s keeping. Not long ago, the Belgian guitarist collaborated with Chihei Hatakeyama on an ambient recording for Glacial Movements called The Storm of Silence; when playing with the likes of saxophonists Colin Webster and John Dikeman and drummer Andrew Lisle, a considerably more aggressive side of the guitarist emerges. I and Apparations appear on Tonefloat’s New Wave Of Jazz imprint, though the jazz strain mined in both cases is worlds removed from the so-called ‘smooth’ kind. On the contrary, the zone Serries and company inhabit invites comparison to the kind of spiky free-wailing associated with figures like Peter Brotzmann, Derek Bailey, and Sonny Sharrock. Be forewarned: nothing so cozily familiar as jazz swing surfaces on either set.

The prosaically titled I is the debut outing by Serries, Webster (alto, baritone), and Lisle under the Kodian Trio name. Operating collectively as a quartet with Amsterdam-based Dikeman, the musicians recorded two albums in early 2015, a live set issued on Webster’s Raw Tonk Records and the newly released studio set Apparations. On I, five pieces are presented, each of which shows the three players experiencing little difficulty compensating for Dikeman’s absence. Though the material derives from a late-2015 studio session, a raw, live feel dominates, and the three confidently navigate their way through real-time improvisations scalding to the touch. Yes, blistering episodes surface—dissonant squeals from Dikeman, prickly shards from Serries, and volatile flourishes by Lisle—but so too do fleeting moments of calm as the trio brings a unified sensibility to the undertaking. With the exception of the surprisingly restrained fifteen-minute closer “III,” I catches the trio breathing communal fire: imagine forty-six minutes of bristling, molten improv and you’re in the right ballpark.

The aforementioned Apparations features Serries, Lisle, Webster, and Dikeman (Webster on baritone, Dikeman on tenor) on a double-LP set. The point-of-comparison in this case is obviously to the thirty-two-minute Raw Tonk release, which documents a concert the four gave at Café Oto in April of 2015; the hour-long New Wave Of Jazz collection, on the other hand, captures what went down a day later at the Sound Savers studio. In contrast to the urgency of the Kodian Trio set and the live quartet outing, the four side-long pieces on Apparations unfold with marked deliberation and control. The opening fifteen-minute track immediately catches one’s attention for the patience with which it develops; during much of it, Serries exchanges violent shards for atmospheric textures, Lisle opts for drum brushes, and even the saxophonists rein in their aggressive impulses—until the tumultuous closing minutes, at least. “II” sees the four alternating between bluster and rumination for eighteen explorative minutes, while the longest of the pieces is a twenty-minute setting that slowly blossoms from a subdued, minimalistic beginning into an extended series of splintery convulsions by all concerned. Whatever their differences in dynamics and pacing, both I and Apparations offer compelling exercises in musical democracy.” Textura – Canada

Advertisements

NEW QUARTET reviewed

“Op 1 april 2015 speelde het kwartet bestaande uit John Dikeman (tenorsaxofoon), Andrew Lisle (drums), Dirk Serries (elektrische gitaar) en Colin Webster (baritonsaxofoon) in Café Oto in Londen. De opname daarvan is te horen op het op Websters label Raw Tonk verschenen ‘Live At Cafe Oto’. De daaropvolgende dag is hetzelfde kwartet de studio ingedoken en het resultaat van die sessie is te horen op het in de serie ‘A New Wave Of Jazz’ op 18 maart a.s. te verschijnen album ‘Apparitions’. Tegelijkertijd vindt ook de release plaats van de debuut-lp van het Kodian Trio, bestaande uit dezelfde muzikanten uitgezonderd John Dikeman. Aan vergelijkingen met die plaat, en ook met de liveplaat van dit kwartet, valt moeilijk te ontkomen, maar puur op zichzelf staand doorstaat ‘Apparitions’ de toets der (uiteraard geheel subjectieve) kritiek glansrijk.

De Amerikaanse, maar in Amsterdam verblijvende saxofonist John Dikeman kennen we natuurlijk van zijn furieuze spel in het trio Cactus Truck, maar ook onder meer van twee vorig jaar verschenen prachtplaten van Universal Indians with Joe McPhee en Dikeman Parker Drake, waarop Dikeman liet horen veel meer in huis te hebben dan muzikale furiositeit. Lisle en Webster speelden al regelmatig samen, evenals Webster en Serries. Het Kodian Trio en Dikeman vinden elkaar moeiteloos, zowel op de zeer levendige liveplaat als op het regelmatig meer ingetogen, minimalistischer studio-album. Want behalve de tijdsduur (‘Live At Cafe Oto’ duurt een dik half uur en ‘Apparitions’ een dik uur) is dat het meest opvallende verschil: het kwartet toont zich in de studio geduldiger, beheerster, zeker in het eerste en het vierde stuk.

I opent zelfs op fluistertoon. Een lange toon dient aanvankelijk als ondergrond en iedere muzikant brengt daarop flarden textuur aan. Pas na dik zes minuten wordt de sereniteit voorzichtig doorbroken door een spookachtige gitaargeluiden producerende Serries en de snare van Lisle. De spanning neemt toe naarmate het stuk vordert en de baritonsax van Webster invalt, even later gevolgd door Dikemans tenorsax. De intensiteit wordt aan het slot nog groter als de saxofoons gaan gieren, de gitaar steeds meer noisegebied opzoekt en Lisle zijn drumstel geselt.

Op het nog langere II bestaat de onderlaag uit een gitaardrone. Gevarieerd drumspel en een beheerste baritonsax zorgen al snel voor levendigheid. Dikeman legt een melodieus tapijtje er overheen, maar al snel wordt ruiger terrein opgezocht, zeker als ook Webster zijn knorrende baritonsax in de strijd werpt. Dat de heren in de muzikale furie toch volledig controle behouden, bewijst de moeiteloze overgang naar rustiger terrein rond de achtste minuut van het stuk. Serries’ bijna jammerende gitaargepingel contrasteert geweldig met de gitaardrone. De rust wordt verstoord door Lisle, waarna de vurigheid langzaam maar zeker in volle glorie terugkeert, waarbij Serries met noisy gitaarspel opvallend meer in de melk te brokkelen heeft dan in het eerste gedeelte van II. De door elkaar heen toeterende saxofonisten maken de heerlijke kakofonie compleet.

Lisle opent III met een gevarieerde solo. Dikeman valt melodieus in, maar de welluidendheid wordt vakkundig ondermijnd door Webster en Serries. Webster krijgt zijn solospot aan het einde van het stuk, een zeer hoog register opzoekend. Serries’ lange ingetogen maar wringende solo waarmee IV begint, sluit daar perfect op aan en zorgt voor een nerveuze geladenheid die het gehele stuk aanhoudt. De plaagstoten van de saxofoons en drums nemen naarmate het stuk vordert in aantal toe maar de ingehouden spanning blijft totdat uiteindelijk de laatste gitaarklank is weggestorven.

‘Apparitions’ is evenals ‘I’ van het Kodian Trio een plaat waar je niet snel op uitgeluisterd raakt. Geen van de muzikanten is op zoek naar zijn eigen moment om te schitteren, maar het viertal zoekt al improviserend naar een gezamenlijk geluid en juist in die zoektocht imponeert het kwartet. Het resulteert in een fantasierijke plaat met korte en lange muzikale spanningsbogen. De ‘A New Wave Of Jazz’-catalogus is weer een sieraad rijker.” Opduvel – The Netherlands

Opduvel reviews KODIAN TRIO

In de serie ‘A New Wave Of Jazz’ komt het Tonefloat-label, eerder al verantwoordelijk voor fraaie albums van onder andere Yodok III, Fantoom, Dikeman/Serries/Verbruggen en Serries Verhoeven Webster Trio, op 18 maart a.s. weer met twee vinyl-uitgaves, ditmaal van het Dikeman/Lisle/Serries/Webster Quartet en Kodian Trio. Dat trio is in feite het Dikeman/Lisle/Serrie/Webster Quartet minus John Dikeman. 

Gitarist Dirk Serries staat bekend om zijn ambient- en drone-muziek, zoals onder meer is te horen op de dit jaar uitgekomen albums met Chihei Hatakeyama (‘The Storm Of Silence’) en Rutger Zuydervelt (‘Buoyant Live’ ook op Tonefloat). Hij manifesteert zich steeds vaker als freejazz-gitarist en dat doet hij ook in het Kodian Trio. Hier geen klanklandschappen, maar vrije, avant-gardistische en meermaals ongrijpbare experimenteerdrift. 
Colin Webster (saxofoon) en Andrew Lisle (drums) brachten als duo eind vorig jaar de cassette ‘Firehouse Tapes’ uit en hebben ook daarvoor met enige regelmaat samengewerkt. Hun ongepolijste en fantasievolle spel sluit perfect aan op de vrije spelopvatting die Serries op ‘I’ laat horen. Op deze plaat wordt op het scherpst van de snede gemusiceerd door drie volledig gelijkwaardige muzikanten.

Serries, Webster en Lisle tonen zich zeer bedrijvig op ‘I’, waarop onrustig, compromisloos en met een vrij hoog abstractieniveau wordt gemusiceerd. In opener VIII blijkt direct dat ieder van de muzikanten de ruimte neemt om zijn eigen ding te doen, zonder dat men elkaar in de weg zit. Serries is met zijn vrije spel meermaals de meest op de voorgrond tredende muzikant, Lisle speelt aanvankelijk met brushes en stokkenmaar brengt ook prachtige wrijvende en schurende geluiden voort en Webster slingert en schokt daar tussendoor. Uiteindelijk vinden de muzikanten elkaar in een rustig einde.
Op het daaropvolgende V laat het trio zich van een veel grimmiger kant zien. Serries zorgt voor noise en feedback, Websters toon is bijtend en zijn voordracht uitermate driftig en Lisle ranselt met name zijn bekkens af. Lisle houdt een paar keer stil om vervolgens de muzikale razernij voort te zetten. De muzikale kopstoot van V wordt gevolgd door II, dat niet zo’n brute kracht kent maar langzaam intensiteit opbouwt, na vijf minuten plaatsmakend voor een rustiger, aftastender passage. II wordt beëindigd met uithalen op de baritonsax van Webster. 

Zeer levendig en bij vlagen furieus is VII, dat soms alle kanten op stuitert maar waarin het drietal er toch in slaagt bij elkaar te blijven. Webster klinkt wat lichter door gebruik van zijn altsaxofoon. Erg spannend is de lange afsluiter III, met Webster weer op baritonsax, waarin tergend langzaam wordt toegewerkt naar een finale.

Kodian Trio biedt de luisteraar geen hapklare brokken muziek, maar levert met ‘I’ een ruwe, wringende en stompende plaat af die om veelvoudige beluistering vraagt alvorens het muzikaal gebodene volledig op waarde kan worden geschat. Hoeveel de muzikanten soms ook tegen elkaar in lijken te musiceren, steeds blijft – soms op onnavolgbare wijze – de  controle behouden. In de ontoegankelijke, bij tijd en wijle abstracte muziek ligt een flinke dosis inventivieit en subtiliteit verscholen van drie uitblinkende vrije impro-musici. ” Opduvel – The Netherlands

THE QUIETUS reviews

DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – APPARITIONS (2xLP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)
KODIAN TRIO – I (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“Inspired by Sun Ra’s Saturn and the underground cassette scene, A New Wave Of Jazz is a new limited edition vinyl venture from the Rotterdam label Tonefloat. Guided by the hand of composer and guitarist Dirk Serries, the label focuses on the new wave of free jazz inspired music coming out of Belgium and the Netherlands, a scene which has drawn adventurous young players from the UK and Norway into its orbit. Serries, who first emerged as an electronic and isolationist ambient artist in the 1980s, has reinvented himself as one of the most interesting free guitarists around. As his background suggests, Serries has an interest in texture, favouring controlled feedback, shimmering metal slide tension and percussive zither-like techniques over wiggy virtuosity or noise-rock neck throttling. He appears on both of these new releases alongside the British duo of baritone saxophonist Colin Webster and drummer Andrew Lisles. On Apparitions the trio is joined by the excellent John Dikeman, an American tenor saxophonist based in Amsterdam.

Recorded the day after their riotous Live At Café Oto set (released last year on Webster’s own DIY label, Raw Tonk), Apparitions reflects its studio origins by taking a calmer approach to outer-limits exploration. While hardly an excursion into furrow-browed reductionism, it is notable for the subtlety of its execution, not least on the fourth side, where Serries takes several minutes to establish a soundscape of tempered feedback drones and loops of metallic twinkle and ping, before the horns gracefully enter with long, low tones and tonic cycles which gently unravel into freedom. Lisles, who at 27 is already one of the most original drummers in the UK, deepens the texture with muted detonations across the toms, before ramping up the tension with stumbling bass-snare-cymbal patterns and broomstick snare slaps which sound like the handclap sample on a DMX drum machine. While on the previous tracks the group gradually work themselves into a lean noise-jazz froth, the climax here is weirdly mangled, the individual parts crumbling before they can reach critical mass. This quartet subverts the listener’s expectations in a most compelling way.

On I the same players reconvene, minus Dikeman, for their debut as Kodiak Trio. While on Apparitions, Serries eschewed conventional right hand technique for metal bars and sticks, here he’s all finger, plectrum and palm, jabbing and thumbing the strings while his left hand makes truncated sliding motions and forms muted harmonics. Lisles busies himself with snare flurries, cymbal scrapes and dragged objects, while Webster, as the sole horn player, explores the physicality of his instrument, delicately rimming the mouthpiece with tongue and lips before breaking out a series of terse, high-register phrases in which his pinched tone becomes increasingly fiery and frayed. The second track opens with the sound of Serries revving his guitar into overdrive, as he engages Webster and Lisles in a fierce skirmish. These musicians are far too talented to simply go hell for leather or indulge in macho noise grandstanding. Instead, their noise-making has an intricacy and control while still sounding spontaneous and raw. Webster tends to avoid the obvious low end raunch of the baritone, using its sheer physicality to lend force to high register squalls and breath effects. His introduction of the alto sax halfway through the third side is an unexpected delight, as he embarks on a bright, Eastern European tinged solo over some of Lisles’s most energetic and inventive drumming. The long drones and deconstructed funk of the final side bring further evidence of this trio’s resourcefulness and imagination.” The Quietus – UK

Both albums are available from Tonefloat’s New Wave Of Jazz here.

 

new tape release

Multi-instrumentalist Steven R. Smith and Dirk Serries teamed up for a collaborative album that is as familiar as it is different from their individual sonic endaevours.

Made with electric guitars, fender rhodes, organs and all various types of bowed instruments, this album is about organic evolution. Each ‘mantra’ constructed from the directness of each instrument, meticulously layered against each other, creating the drone.  Four long-form mantra’s, four harmonic themes that excel in their own beautiful organic progress over time. Available from Important Records’ spin-off Cassauna.