Month: May 2016

SOLO reviewed

“De discografie van de Belgische gitarist Dirk Serries is gigantisch, maar de output onder zijn eigen naam, solo, is een stuk beperkter. Dat komt omdat Serries pas in 2012 besloot dat het niet langer nodig is om zich te verschuilen achter de namen vidnaObmana, zoals hij deed van 1984 tot 2005, en Fear Falls Burning, onder welke noemer hij muziek maakte van 2005 tot 2012. De laatste jaren is Serries steeds vaker te vinden in het free jazz-wereldje en het mag dan ook een logische stap genoemd worden dat hij nu met een eerste solo-cd komt met vrije improvisaties.

‘Etched Above The Bow Grip’ komt uit op het Engelse Raw Tonk-label, dat gerund wordt door saxofonist Colin Webster. Niet verwonderlijk want Webster is een muzikant waarmee Serries de laatste jaren veel heeft gespeeld. Meest recente voorbeelden zijn de debuutplaat en de tournee met het Kodian Trio, waarvan ook drummer Andrew Lisle deel uitmaakt. Wie getuige was van een van de optredens van dat trio, zal herkenningspunten vinden in het gitaarspel dat Serries op deze cd tentoonspreidt.

Dat Serries’ spel als vrije improvisator is beïnvloed door Derek Bailey, lijdt geen twijfel. In de (spaarzame) begeleidende tekst bij dit album staat dan ook ‘In memory of Derek Bailey 1930-2005). De discontinuïteit die zo kenmerkend is voor het spel van Bailey, vind je ook terug in de meeste stukken op ‘Etched Above The Bow Grip’. Het zou Serries echter tekort doen om hem louter als Derek Bailey-adept te kwalificeren; daarvoor bezit zijn spel meer dan genoeg eigens.

De laatste twee tracks, bijvoorbeeld, bevatten toch overduidelijk sporen van het atmosferische spel dat als Serries’ handelsmerk kan worden beschouwd. Celestial Perfume is grotendeels een drone. Het lijkt of de cd aan het eind wordt afgebouwd, want na dat stuk, dat al veel meer rust bevat dan al het voorgaande, volgt het verstilde The Broken Story End, waarin overigens wel heel veel gebeurt. Zachte, soms schurende klanken, al dan niet met een strijkstok gespeeld, soms fraai en soms wat ongemakkelijk klinkend, maken van het slotstuk een spannende exercitie.

De laatste twee stukken wijken echter wel af van wat de rest op ‘Etched Above The Bow Grip’ te bieden heeft. Serries leeft zich uit in meestal vrij korte muzikale zoektochten en het fijne daarbij is dat hij de noise niet schuwt, wat bijvoorbeeld goed te horen is in Assert Total Illusory Curve en Thorn As Spite. De plaat opent echter met krassende gitaargeluiden in Sweet Ruin. Op plaat ontbreekt het visuele aspect dat je bij een concert wel hebt en daardoor is het regelmatig gissen naar waar Serries zijn gitaar mee bewerkt/bespeelt.

Van lineair spel is vrijwel nergens sprake op deze cd. Soms klinkt het spel als gerommel, zoals in Diffused Wire Appliance (met een beetje fantasie doet het denken aan een schuur met gereedschap), maar toch is altijd sprake van een focus. Dat kan zijn op een doel dat niet gevonden wordt maar waar wel doelbewust naar wordt gezocht, of puur op het exploreren van een gevonden klank. Gemakkelijk wegluisteren doet ‘Etched Above The Bow Grip’ niet, maar wie van ongepolijste, rauwe gitaarklanken houdt vindt hier genoeg van zijn of haar gading.

Aanzetten tot een melodie zijn er soms maar die worden afgebroken voordat het herkenbaar wordt; speelsheid en experimenteerdrift zijn belangrijker dan het vinden van de makkelijke weg. Elk stuk op de cd is fraai geïmproviseerd en heeft zijn eigen charme. Zeker vermeldenswaard is nog het mooie contrast tussen robuust spel en bijna stille momenten in het titelstuk. ‘Etched Above The Bow Grip’ is de zoveelste plaat van Dirk Serries in korte tijd en het is wederom een heel geslaagde.” Opduvel – The Netherlands

 

ECHOES AND DUST raves

“This is not about groove. This is about texture. Atmosphere. Ambience. Get some good headphones, a comfortable space, and no distractions for approximately one hour, eight minutes and thirty one seconds. This deserves to be uninterrupted.

An ethereal, insubstantial beginning, barely a disturbance of the air, made me question whether I’m actually hearing anything at all. Legion of Radiance starts in that place beyond quiet. Hearing things that aren’t there, until a faint orchestral drone resolves itself from the reticent patter of shy percussion.

This is akin to an awakening of sorts, like hearing the instruments stretching, slowly rising from dormancy and getting ready to greet a new beginning. A dawn chorus of what sounds like stringed instruments announces itself, almost as if disturbed by the occasional sudden rumble of bass drum and snare. These stirrings are all the while underpinned by low swells of tuba and gently breaking waves of effects, providing further organic sounding backdrops as the piece develops.

This is a strange and unsettling piece of music in places. There is no discernable time signature, there are few traditional melodies, and those are sparsely interweaved through ever evolving soundscapes. And yet… There is a pulse. There is an ebb and flow. There are crescendos, like miniature victories expressed by the brightly sunlit patches of earth across a clouded and rainy landscape. There is beauty in the light, but also in the rain. Gentle, life-giving, greening the landscape and feeding the future.

Is this an album? One monolithic slab of live recording, with little repetition? This feels more a movement. A non-vocal story. There is a great balance to this piece, from timid, humble beginnings, to an intense and abrupt ending. Overall, this is one immense escalation of noise, but the apex is reached in an entirely nonlinear way. There are slow builds juxtaposed with sudden changes, executed in such a way as to sound as if the world itself could have produced this, almost without human intervention. The delicacy with which this evolves attests to how each member of Yodok III is entirely in tune with the other members of the band, especially when you consider that this is a live recording with an audience present.

This release provides a framework on which you can allow your emotions to be projected. There are themes provided in adequate measure, but you are encouraged to fill in the details, the plot twists and the conclusions yourself. This is a selfish listen, but once you immerse yourself in Legion of Radiance, your own context somehow takes over and fills in the gaps. At times, it’s necessary to be selfish.” Echoes And Dust – UK

SPINNING PLATES

COLIN FISHER & RICARDO LAGOMASINO – Kin (TAPE, Tombed Visions 2015)
KRISTOFFER LO – The Black Meat (LP, Propeller Recordings 2016)
BAD BODY – Do You Know I Live ? (TAPE, Tombed Visions 2015)
COLIN STETSON – Sorrow : A Reimagining Of Gorecki’s 3rd Symphony (2xLP, 52hZ 2016)
MA/TI/OM – Ashes (CD, Raw Tonk Records 2016)
GARETH DAVIS & FRANCES-MARIE UITTI – Gramercy (2xLP, Miasmah 2012)
ELODIE – Le Manteau D’Etoiles (LP, Faraway Press 2016)
GARETH DAVIS & MERZBOW – Atsusaku (LP, Moving Furniture Records 2016)
MILES DAVIS – Get Up With It (2xLP, Music On Vinyl 2016 reissue)
KTHXBYE – Details (CD, Raw Tonk Records 2016)
ANDREAE/BIRCHALL/CHEETHAM – I Didn’t Mind You Improvising, I Just Wish You’d Done It Better (TAPE, Tombed Visions 2015)
STIAN WESTERHUS – Galore (LP, The Last Record Company 2009)
KABAS – Abel (LP, El Negocity Records 2016)

OLD-SCHOOL NOISE REISSUED

test VB_03

Vidna Obmana has been a significant name in the ambient scene for more than two decades, releasing over more than 50 solo albums and numerous collaborations. But apart from his main ambient colleagues, Vidna Obmana originates from the industrial cassette network scene in early eighties, releasing several tapes on his own label and on others. No Sacrifice Lp get tracks from infamous tape released in 1985 on Zeal SS No sacrifice for weakling and bonus track from the same period. One of the most violent and aggressive sonic assault ever hear from Belgian artist!  After the 1984 debut The Ultimated Sign Of Burning Death, Urashima releases this tape on 140 gr black vinyl with black label, black inner sleeve and comes in a deluxe silver silkscreen on black cardboard sleeve, limited to 199 copies w/insert in luxury 160 gr ivory paper.  Availalbe now, email us. Limited stock.

ASTRAL SPIRITS releases

duos

On July 14th 2015 alto-saxophonist Dave Jackson and electric guitarist Dirk Serries played Cafe Oto.  Now the fantastic Astral Spirits is releasing this recording on a split tape with Lotte Anker/Fred Lonberg-Holm.

From the Astral Spirits presssheet “Astral Spirits is incredibly proud to present a new split tape Two Duos, featuring four amazing improvisers. This tape is set up as two different takes on a Reeds & Strings duo, with each side showing a unique take on the classic duo pairing.

Fred Lonberg-Holm returns to Astral Spirits for his third release (following Ballister & Survival Unit III) here paired with the brilliant Danish saxophonist Lotte Anker. The duo was recorded in Chicago at Corbett vs. Dempsey Gallery, a beautiful and intimate setting that captures some truly beautiful music. Anker & Lonberg-Holm have been playing as a duo (and as part of larger ensembles) together since 2011 — their initial show was following Link Wray!! They explore far reaches of their respective instruments — from harsh & jagged edged cello scrapes & electronics of Lonberg-Holm to growling flutters out of Anker’s sax — while also leaving plenty of space and breathing room for each other.

Dave Jackson & Dirk Serries are also new to Astral Spirits, showing a different side to the strings/reeds dynamic…Dave Jackson has been playing alto sax in the UK for quite some time, focusing on lots of solo playing (please visit his bandcamp, lots of great stuff) as well as the Solar Fire Trio (also features fellow AS artist Ray Dickaty of Warsaw Improvisers Orchestra!). Dirk Serries has been making a splash in the music world for quite some time as well, from his recent work with YODOK III, Kodian Trio (w/Colin Webster) & his work with John Dikeman to past work as vidnaObmana & Fear Falls Burning. Side B is Jackson/Serries giving us 28 minutes of scorched earth free jazz (think Blue Humans without a rhythm section) with a healthy dose of quiet ambient bridges as well. A beautiful dialogue from two European veterans that are gaining more attention that they both deserve.  Two Duos is out May 13th in an edition of 175 tapes (w/digital download).”

Order here.

FIRST SOLO ALBUM REVIEW

“Starting out with a series of scratchy string noises, the scene is set for what is actually the debut solo-album (under his own name) of free improvisations from Dirk Serries, a prolific Belgian guitarist who has cooperated with a large number of highly profiled musicians in both the jazz- and experimental and ambient improv scenes.

I first came across Serries when Yodok III was scheduled to play Roadburn 2016, and quickly got to be very fond both of this combo, and the various other projects the 3 musicians were a part of.

Etched Above The Bow Grip is the result of a 4 hours improvised session at the Sunny Side studio in Anderlecht where “his most significant partner was the impeccable acoustics of the studio. The complete session was recorded with a carefully selected and placed array of microphones, the acoustics being the mirror and organic amplifier of what Dirk performed.“, according to the release notes.

And the album reflects this process.

Following the scratchy, sketchy Sweet Ruin is a series of wonderful improvisations, exploring both different ways to view harmony (like Thorn As Spite), the collaboration between noise and ultra-short bursts of silence in a more or less dadaistic fashion (as in Diffused Wire Appliance), experiments in drone (as in Assert Total Illusory Curve or the amazing Celestial Perfume) or variations on a truly demented and disfigured blues-riff (as in The Brutal Vortex) – but then again, given the scope of his experimentation, you would probably hear things differently.

All around the album, you grasp small beginnings of things you might think references or relates to things you’ve heard, or think you’ve heard, and they grip your attention just to leave as soon as you hear them, to be overtaken by the new direction Serries takes the music in, ever searching, ever expanding, ever changing, giving the whole thing a kind of breathtaking significance, as you try to constantly catch up.

A track like the titletrack shows this searching to be both sensitive and fragile amidst the noisy guitarwork. And for most of the work on this album the space between the notes means as much as the notes themselves. The noise and the silence are equal partners. The start and the stop seem to have equal significance. And if you miss (or dismiss) that point, I think Serries‘ work will be that much harder to grasp – and to get to enjoy.

Serries lets the album end with its two longest compositions, the two somewhat gentlest, perhaps also the easiest to grasp. The droney Celestial Perfume, and the laid-back, almost quiet and ambiently soothing The Broken Story End. And in a way the album does seem like a story, a journey even, and the fact that the story end is broken seems like the perfect incitement to have another go at the experience.

As a whole, Etched Above The Bow Grip is a delightful tribute to playful and thoughtful experimentation. It is truly not an album to get to know in a single setting or two, but rather an album that will continue to deliver strange, beautiful new experiences with every new listen, an album that will continually surprise and reveal new connections and meaning.

And as such, of course to me the perfect album to launch my series of quick, from the hip album views. So it goes.” Strangebeautifullifegiving – UK

Dirk Serries – Etched Above The Bow Grip is available from Raw Tonk Records.

DIKEMAN/AQUARIUS/SERRIES

DIKEMAN / AQUARIUS / SERRIES – NIGHT REALMS (TAPE, Tombed Visions)

“I’ve been looking forward to having a gander at this recent release by three well versed improvisers; drummer Rene Aquarius (Dead Neanderthals), guitarist Dirk Serries (VidnaObmana) and John Dikeman (Cactus Truck). Night Realms brings us an intense and orphic improv piece of impressive and electrifying development. Serries unfolds a blanket of wailing guitar drone on which this ceremony initially takes place. Dikeman’s saxophone
narrative slowly evolves from what feels like a middle eastern lullaby to a maniacal slur – to return again to something that meanders between those two, whilst Aquarius’ restrained primitive pounding remains a constant drive in the background for at least the first 15 minutes of the track. Then slowly, without becoming jarringly incongruent, the
percussion rises to the foreground as the drone fades and the plucked phrasing of the guitar follows in its wake to an ostensibly serene pointillist ad libitum with the occasional bass-heavy cymbal blow. The layers of looped guitar and fickle saxophone phrases snail-pace towards a solid drone again, but this time a fragmented, less homogeneous
one than the one the track began with, as if to portray the pluralism of the divided world that the light of dawn confronts us with after the dense monolith of night. I feel this specific combination of instruments and improv styles worked exceptionally well together. During the entire run of the tape images of Elias Merhige’s Begotten filled my head and for some reason I felt that I was witnessing something secretly sacred, like indeed a rite of spring. Maybe it’s the time of year.” Vital Weekly – The Netherlands

Hurry up !  Only 4 copies remaining at the source :

KODIAN QUINTET reviewed

“Het Noordbrabantse Veghel beschikt over een fraai cultuurcluster, gevestigd in een aantal oude fabriekspanden. Binnen dit cluster bevindt zich ook cultuurcafé De Afzakkerij, waar in samenwerking met Kunstgroep De Compagnie en Poppodium De Noordkade concerten worden georganiseerd.  De Compagnie heeft ook oog en oor voor muziekgenres die een wat kleiner publiek aanspreken, en zo staat vanavond het Kodian Trio op het podium in De Afzakkerij, al is dat trio vanavond uitgebreid tot een kwintet.

Het Kodian Trio bestaat uit Colin Webster (saxofoon), Dirk Serries (gitaar) en Andrew Lisle (drums). Twee maanden geleden verscheen van dit drietal de debuut-lp ‘I‘ op het Tonefloat-label en ter gelegenheid daarvan werd een korte tour door Nederland ondernomen, wat het trio o.a. in De Pletterij in Haarlem bracht, waar voor een klein publiek een spannend optreden werd gegeven.

Tegelijkertijd met ‘I’ verscheen op Tonefloat de lp ‘Apparitions’ van het kwartet Dikeman Lisle Serries Webster. Het Kodian Trio plus saxofonist John Dikeman dus. Van hetzelfde viertal verscheen vorig jaar al de cd ‘Live At Cafe Oto’, op Colin Websters label Raw Tonk. De platen tonen twee verschillende zijden van het kwartet: de live-cd de rauwere, robuustere kant en de studio-lp de meer geduldige en beheerste kant. Contrabassiste Martina Verhoeven is de echtgenote van Serries en speelde met hem o.a. in Fantoom, waarvan, eveneens op Tonefloat, vorig jaar de lp ‘Sluimer’ verscheen. Ook is Verhoeven te horen op ‘Cinepalace’ van het trio Serries Verhoeven Webster.

De muzikanten die vanavond op het podium staan zijn dus geen onbekenden van elkaar.

Dikeman trekt als vanzelf de meeste aandacht naar zich toe. Zijn tenorsax klinkt harder door dan de alt waarop Webster vanavond speelt en bovenal is de motoriek van Dikeman opvallend; hij lijkt saxofoon te spelen met zijn hele lijf. Webster mag dan wat minder volume hebben dan Dikeman, dat wil niet zeggen dat zijn spel ondersneeuwt. Integendeel, zijn kenmerkende, soms luisteronvriendelijke maar veelzijdige spel is herkenbaar, ook als hij niet de zware bariton- maar de veel lichtere altsax bespeelt.

Het kwintet speelt twee sets, waarin drie stukken worden gespeeld. Het muzikaal gebodene ligt een beetje tussen de twee hiervoor genoemde platen van het kwartet Dikeman Lisle Serries Webster in. Enerzijds is er het aftastende, zoekende spel, maar ook zijn er momenten waarop flink van leer wordt getrokken en herrie wordt geschopt. Verhoeven speelt vaak spaarzaam en dienstbaar, gebruikmakend van een beperkt aantal noten. Dat is slechts anders in twee korte duo-gedeelten, met Lisle en met Serries. De Engelse drummer is een feest om naar te luisteren maar vooral ook om naar te kijken. Hij lijkt bijna gedachteloos, nonchalant te spelen maar weet met mooie vondsten de juiste textuur aan te brengen in de wringende muziek.

Serries’ gitaarspel komt in de kwintetbezetting wat minder naar voren dan in het Kodian Trio zonder aanvulling. Afwezig is hij echter geenszins. Zittend op zijn stoel, gitaar vaak op schoot en het instrument bewerkend met strijkstok of schroevendraaier is hij zowel bindmiddel als een stem op zichzelf. In het laatste geval is zijn spel expressief maar opvallenderwijs minder percussief dan twee maanden geleden in Haarlem.

De muziek van het Kodian Trio + 2 is niet voor iedereen. Gaandeweg, en met name tegen het einde van het optreden komen mensen binnen die niet voor het concert zijn gekomen en dat zorgt voor wat gedruis op de achtergrond. De liefhebbers vooraan zijn echter getuige van mooi concert van een vijftal muzikanten dat elkaar, soms los van elkaar improviserend, steeds opnieuw weet te vinden en zo in alle individuele vondsten samenhang weet aan te brengen.” Opduvel – The Netherlands

CYCLE on INCUBATE

More Incubate for everyone, that’s how we see it. Het Incubate Festival schudde de kaarten eens goed door elkaar en biedt in plaats van één groot festival in September drie kleine festivals aan in 2016. Voor de rest bleef alles bij het oude, met de meest uiteenlopende muzieksoorten, vooral uit de meer experimentele en/of extreme hoek, verspreid over een tiental locaties in Tilburg (intussen toch al even dé festivalstad van de Benelux). Terwijl headliners Wolf Eyes en Nurse With Wound hun ding deden in de 013, pikten wij twee uitstekende concerten mee in jazz- en improvisatieclub Paradox.

Dirk Serries is de laatste tijd alomtegenwoordig. Hoewel hij voor velen nog altijd een onbekende blijft, is zijn al immense cv nog steeds aan het uitzetten, vooral door een reeks projecten die resoluut binnen de sector van de vrije muziek te situeren zijn. Met Yodok III was hij te horen op Roadburn én Dunk!festival, terwijl je de band net zo goed op een hardcore improvisatiefestival zou kunnen zetten, omdat het moeiteloos de grijze zones tussen al die werelden opzoekt. Op Incubate stond hij daags ervoor ook al solo en met het Kodian Trio. Het recent opgerichte Cycle, waarvan er nog geen opnames bestaan (iets wat vermoedelijk een kwestie van tijd is, Serries’ productiviteit kennende), is een trio met bassiste Martina Verhoeven en drumster Karen Willems.

Dit trio heeft altijd al het minimale aspect benadrukt, maar dat was nu nog veel meer dan onlangs in Brugge het geval. Het leidde tot een ingetogen, coherente set die een kleine drie kwartier een eb- en vloedbeweging maakte die het niet moest hebben van extreme volumes of tactieken. Vanaf de start stond alles in het teken van de dosering en een web van klanken dat soms veel ruimte liet, maar soms ook snel won aan complexiteit en densiteit. Bij Serries gebeurde dat met gebruik van stokjes en schroevendraaier, maar in plaats van het atonale wringen dat je bij enkele andere projecten hoort, gebeurt het hier harmonieuzer, zonder de dissonantie op te zoeken.

Idem voor Verhoeven. Van de drie muzikanten houdt zij haar bereik het nauwst, vooral dan door geen losse noten te spelen maar de snaren te dempen en de strijkstok te laten schuren of tikken. Maar dat volstaat, want ze kiest de meer expressieve momenten zorgvuldig, plus met Willems beschik je sowieso over een muzikante die zelfs op fluistervolume speelt met een levendige lijfelijkheid. Met opnieuw een arsenaal attributen – we zagen, in willekeurige volgorde, een haarborstel, een ringsleutel, belletjes, schaaltjes, een houtblokje en twee meter ketting passeren – zorgt ze voor een onophoudelijke beweging. De ene keer klinkt dat speels en spontaan, haast kinderlijk. De andere verwacht je dat ze elk moment gezelschap kan krijgen van een stel Tibetaanse monniken met een arsenaal klankkommen.

De set vloeide, schuifelde zo voort, met een vanzelfsprekende flow die nergens te verblijvend werd. Maar een concert als dit wordt pas écht memorabel als er op z’n minst een passage in zit, of een moment, waarop dat je plots beseft dat alle stukjes helemaal op hun plaats vallen of een niveau hoger geschakeld wordt. En dat kwam er naar het einde toe, toen de drie muzikanten elk op hun manier een ritmische bijdrage leverden. Het leken wel drie manieren om neerslag uit te beelden. Serries met de losse prikjes van geïsoleerde druppels die een glas doen zingen, Verhoeven met het gestage gedruppel op een luifel, Willems met het onophoudelijke geruis van een plensbui, die ze wist uit te beelden met een ongedurig schuiven van een deksel over een trommel.

Had de muziek daarvoor voortdurend een transformatie nodig, dan werd dit moment, met die mooie klankencombinatie en dynamiek, aangegrepen om even verticaal uit te werken en te verdiepen. Het werd een killertrance, helemaal akoestisch, maar met een wentelende herhaling die net zo goed herinnerende aan elektronische muziek. Alsof ze plots de zone tussen The Necks en Radian gingen aanboren. Heldhaftige pieken en volumes kwamen er niet aan te pas, maar dat was ook niet nodig. Elkaar vinden, dàt is de kunst, en dat kan op alle volumes. Cycle gaf het bewijs.” Enola – Belgium