Month: April 2017

RAW TONK at DE SINGER

“Naar aanleiding van de vijfde verjaardag van het Londense label Raw Tonk Records mochten vanavond drie duo’s partij geven, bij wijze van staalkaart van de muziek waar het bij dit label rond draait : improvisatie, experiment, freejazz. Niet meteen de meest toegankelijke muziekvormen en dat was helaas ook te merken aan de ietwat schamele opkomst in De Singer vanavond. Maar de drie duo’s lieten het niet aan hun hart komen en deden hun platenlabel – en de vrije muzikale spirit die aan de grondslag lag tot oprichting ervan – alle eer aan.

Te beginnen met Ripsaw Catfish, zijnde Cath Roberts op baritonsax en Anton Hunter op gitaar. Meteen het minst toegankelijke duo als opener van de avond. Korte en hoekige uithalen op de sax, begeleid door quasi akkoorden-loos gefriemel op gitaar, waarbij korte stiltes & pauzes de harde en calvinistische ‘kaalheid’ van de duo-sound nog onderstreepten. Met zo’n instrumentarium zou je hard en zelfs gewelddadig kunnen uithalen, maar het duo legde een soort van muzikale ascese aan de dag en daardoor riep deze van alle franjes ontdane improv-set ironisch genoeg een soort van pure intimiteit op. Niet meteen muziek voor tijdens een netwerk-zakenbrunch, maar het prikkelde wel lekker tegendraads.

Ietwat gestroomlijnder ging het eraan toe tijdens de set van de onvermoeibare lokale ambient-componist Dirk Serries, die nieuwe muzikale horizonten opzocht in dialoog met de Britse geluidskunstenaar Graham Dunning. Hoewel deze mini-toer van het label de eerste gelegenheid is waarbij deze twee samen hun ding deden, was dat er zeker niet aan te merken. De muziek van beide heren liet zich beluisteren als een natuurlijke symbiose. Serries hanteert zijn gitaar als een lapgitaar en creëert een gladde en ijle ambient-sound met strijkstok en met diverse metalen staafjes, die hij geregeld opdiept uit zijn onafscheidbare zakje met muzikaal werkmateriaal. Dunning gebruikt geprepareerde platenspelers als instrument en produceert op ingetogen wijze een soort van gemanipuleerd gekraak, als hagelslag-ruis bovenop de langgerekte geluidsgolven-boterham van Serries. Brood en beleg voor de avontuurlijk ingestelde luisteraar.

Als laatste trad de oprichter van het label zelf ten tonele : saxofonist Colin Webster, begeleid door drummer Andrew Lisle. En andermaal sloegen we een compleet andere weg in. Geen uitgepuurde avant garde-improv of krakende ambient, maar lekker vette in-your-face freejazz. Webster en Lisle stonden dan wel met hun gezichten naar elkaar gepositioneerd, oogcontact was er nauwelijks en dat was ook niet nodig. Webster strooide gretig – en met een verbeten intensiteit op zijn gelaat – harde noten uit zijn bijna aandoenlijke kleine sax, terwijl de blik van Lisle constant op een punt in het ijle gefixeerd leek, onderwijl een harde maar gevarieerde drum-bodem serverend. Het pleit voor avontuurlijke bezielers zoals Webster (en de artiesten op zijn label) dat ze tegen de stroom blijven inroeien. Zo’n mensen zijn het broodnodige kiezeltje in het anders veel te gladde en platte raderwerk.” Peter Prong – Belgium