TONUS residency reviewed (in Dutch)

photography by Cees Van De Ven

“In de periode dat de Hijra nog niet in voege was en Medina nog gewoon, zoals
vanouds, bekend stond onder de naam Yathrib, was de tribale manier van leven in Arabië grofweg gestoeld op twee culturen: de bedoeiënen- en de oasecultuur.

Op zondag 12 november – de afsluiter van het Sonic City festival – bevonden we ons duidelijk bij de bedoeiënen, een patriarchale cultuur waar vrouwen een ondergeschikte rol hebben. Dat was ook het geval op vernoemd festival, ook al werden er wat dames op de affiche gedropt in naam van de “genderdiversiteit”, punt is dat niemand kan ontkennen dat het één en al etaleren van testosteron was. Met de sonische pletwals van Thurston Moore, Stephen O’Malley en Mats Gustafsson in het achterhoofd, hoor je ons daar overigens niet over klagen, integendeel!

Daarentegen stonden we op donderdag 16 november met beide voeten midden in een oase, een matriarchale cultuur waar vrouwen de leidende rol spelen en in alle vrijheid en ongedwongenheid één of meerdere mannelijke partners mogen kiezen.

De vrouw van dienst op deze donderdagavond was Martina Verhoeven (piano), de mannelijke partners waren Dirk Serries (akoestische gitaar), Jan Daelman (fluit), Colin Webster (alto saxofoon), Nils Vermeulen (contrabas) en George Hadow (drums). Inderdaad, niet minder dan 5 mannen die allen te samen naar de gunst dongen van Martina en dit gedurende een één uur durend live stuk dat gebracht werd in het kader van JazzCase te Neerpelt.

Het stuk – oorspronkelijk geschreven door Martina – werd ontdaan van alle mogelijke ballast tot enkel nog het referentiekader en het absolute minimum aan textuur overbleef. Met gerechte rug – een positie die gedurende het volle uur nauwelijks zou wijzigen – nam Martina plaats achter de vleugelpiano en gaf de aftrap door zeer spaarzaam, met veel geduld (die minuut stilte als begin was reeds veelzeggend) en gevoel voor precisie en evenwicht net die paar piano-aanslagen de muisstille ruimte in te sturen. Het was het begin van een verbluffend staaltje minimalisme dat van muzikanten en publiek opperste concentratie vroeg. Maar wat volgde was niet minder dan een uniek concert.

De heren muzikanten voelden aan waar Martina hen heen stuurden en beantwoordden ieder op hun manier door de contrabas zachtjes te laten brommen, de cymbalen in de verte te laten piepen, de gitaar zachtjes te laten resoneren, de saxofoon te laten zoemen of de fluit te laten fluisteren. Nooit was er ook maar één moment waarop één der heren de drang voelde om zich “te laten gaan”, integendeel. De ingetogenheid, de spaarzaamheid en de subtiliteit waarmee klanken de ruimte in geprojecteerd werden was niet alleen van een ontwapende schoonheid maar gaf vooral te kennen dat elkeen begreep dat nuance, stilte en ruimte een essentieel onderdeel vormden van de muziek. Het was haast een onzichtbare maar op een of andere manier voelbare kracht die aanwezig was.

En het publiek was, een kleine uitzondering daar gelaten, muisstil. Elke vibrerende toon, elke resonantie, elke klik, elke tik, elke stilte, elke echo … alles was hoorbaar en werd geconsumeerd door het publiek dat langzaam maar zeker tot op het puntje van z’n stoel gedreven werd. Wat zich voor onze ogen afspeelde was niet minder dan verbluffend.

Langzaamaan ontvouwde zich voor onze ogen een prachtige en complexe dialoog tussen stuk voor stuk topmuzikanten, een dialoog die enkel en alleen bestond uit geduldige en spaarzame klanken, soms solo (Vermeulen en Hadow voelen hun instrument perfect aan), soms in duo (de magische blend van sax en fluit was ronduit hallucinant), soms ondersteunend (in opperste concentratie voelde Serries precies aan wanneer ie aan een snaar moest plukken).

Als stuurvrouw van deze prachtige miniatuurmuziek zat Martina, nog steeds met kaarsrechte rug, achter de piano, motieven spelend waarbij zachtjes en zonder dwang de

richting werd aangegeven, daarbij steeds geduldig kijkend naar haar mannen, die allen de vrijheid van improvisatie hadden meegekregen zonder het onbetwiste leiderschap van de oasekoningin te verloochenen.

De minuten durende stilte alvorens Martina aanvoelde en te kennen gaf dat het stuk zijn einde bereikt had was een ontwapenend en ontroerend moment, voor publiek maar vooral voor de muzikanten zelf die gedurende één uur in opperste concentratie en met haast eindeloos geduld een prachtig stuk neerzetten. Een muzikaal stuk dat als antidotum kan dienen voor de alomtegenwoordige jachtigheid. Respect.” Jurgen Moortgat.

photography by Jef VandeBroek

Advertisements