art of cosmic musings

teun verbruggen, dirk serries

DIKEMAN / SERRIES / VERBRUGGEN

Rat Event

MNOAD and Rat Events present a first trio encounter between American freejazz saxophone player John Dikeman, Belgian jazz drummer Teun Verbruggen and electric guitarist Dirk Serries.  Continuing on the themes created by Dikeman and Serries when they recorded their upcoming duo album for Tonefloat’s A New Wave Of Jazz.  Tomorrow at Le Vecteur, Charleroi (Belgium).

art of cosmic musings – ondarock reviews

Dall’inizio del secondo millennio, Dirk Serries di sorprese ce ne ha riservate parecchie. Se c’è un elemento che ha caratterizzato il più recente e variegatissimo tratto della carriera del fu vidnaObmana, si tratta sicuramente della voglia di lanciarsi in esperienze nuove, estreme, sorprendenti, talvolta in grado persino di porsi in controtendenza totale con quel passato a cui, volenti o nolenti, molti sono ancora soliti associarlo. Dai quattro fenomenali atti di “An Opera…” passando per la breve quanto ipertrofica avventura Fear Falls Burning, sino ad arrivare infine ai droni cosmopoliti dei “Microphonics”, un percorso vario ed irregolare lo ha condotto lontanissimo da quel lussureggiante standard ambientale costruito di album in album nelle due precedenti decadi ed impostosi progressivamente a fianco del verbo dei “corrieri” californiani.

Dopo l’annunciata conclusione dell’ultima saga con il formidabile capitolo “XXI-XXV” – per quanto non meno di un paio di mesi fa un inatteso post su Facebook pare aver aperto alla possibilità di nuovi capitoli – e dunque della sua esplorazione del minimalismo per mezzo del drone, era fin troppo lecito attendersi un possibile nuovo colpo di coda. E se “Transmission” di per sé potrebbe pure non essere nulla più di una parentesi di prova, sono le premesse al progetto Art Of Cosmic Musings che paiono volerlo annunciare come un’esperienza ben più radicata e coadiuvata da un progetto a lungo termine. Dietro l’affascinante nome si cela in realtà una collaborazione con Teun Verbruggen, giovane quanto richiestissimo batterista appartenente all’ultima generazione free improvisation. Un’avventura che non sorprenderebbe prendesse il posto proprio di Fear Falls Burning rappresentando una potenziale nuova frontiera per l’instancabile magnate belga.

I primi cinque minuti di “Dome” sono un autentico colpo al cuore per qualsiasi fan longevo si sia innamorato dell’inimitabile talento armonico di Serries: rintocchi nel silenzio, crepitii, isolazionismo un po’ dalle parti degli ultimi Main e un’agonia di prolungato “nulla di fatto”. Si deve arrivare al quinto minuto perché un barlume drone si accenda senza portarsi dietro speranza alcuna: la sua evoluzione è lenta quanto costante e quasi senza nemmeno accorgersene a metà pezzo arriva l’esplosione, la chitarra microfonica che irrompe, intatta e possente, navigando a vista sino al (decisamente più conciso) sfumato del finale. A spazzare via i pochi dubbi rimasti arriva in fretta “Discord”, una temporale di un quarto d’ora in pieno stile Necks fatto di bagliori luminosi e rintocchi spezzati che lentamente si placa lasciando ricamare un arcobaleno ai droni della chitarra.

Il notturno della title track allenta i tempi e allarga gli spazi prendendo il volo dai graffi di fronde d’alberi verso i lidi del post-rock più astrale, ancora colmo di strati nuvolosi pronti a dissiparsi definitivamente nel languore della conclusiva “With Thorn”, dove le vibrazioni pluriformi di Verbruggen si fanno letteralmente sovrastare dai densi flussi ambientali. Imprevedibile ed istrionico come da anni a questa parte, mai come questa volta Serries pare aver intrapreso un viaggio alla ricerca della sottrazione sonora, scomponendo la sua musica in fattori primi combinabili grazie soprattutto all’azione “de-coordinante” di Verbruggen e dei suoi piatti. La metropoli del passato recente è dunque (per ora) abbattuta, e sulle sue macerie la natura selvaggia può finalmente sfogarsi in tutto il suo impeto. Che (anche) questa nuova (ennesima) avventura abbia dunque inizio.  Ondarock – Italy (review Matteo Meda)

art of cosmic musings : transmission

Aptly titled ART OF COSMIC MUSINGS is Teun Verbruggen’s (who has worked with Jef Neve, Arve Henriksen, Flat EarthSociety, Toots Thielemans, and Trevor Dunn, to name a few, as well as with own bands Bureau Of Atomic Tourism, Chaos Of The Haunted Spire and Othin Spake) and Dirk Serries’ sonic expedition into the realm of music that closes the gap between jazz and the experimental minimal. Teun’s expertise in organic drumming and Dirk’s veteran artistry in purifying sound to create the maximum of effect unite in a musical mélange that draws from (free)jazz, shoegaze, psychedelic and ambient music. Created live by intuition and played by ear. a fusion that is equally unique and familiar, a world of sound to dive into, to be overwhelmed by and to drift away with.
Their debut Tranmission is released on January 9, 2014 as a limited edition of 300 numbered heavyweight double lp’s with digital download, 75 of them on clear vinyl, 225 on black vinyl, now available from the tonefloat store.

art of cosmic musings : concert reviews

Je begint te luisteren. En dan hoor je niets. Je spitst je oren. Nog niets. Of toch wel? Wat is dat, daarachter in de verte? Voorzichtig hoor je iets naderbij schuifelen, om het pas na enkele minuten te kunnen ontcijferen: het zijn vrije texturen, intuïtieve tekeningen, geschilderd door improv-drummer Teun Verbruggen. Geen ritmes, maar geluidsschetsen, even abstract als mooi. Kan het nog mooier? Ja, blijkt even later, want dan komt Dirk Serries langs met zijn niet minder dan magische gitaardrones om de boel op even intuïtieve wijze in te kleuren en van nog maar lagen te voorzien.

Te vaag allemaal, hierboven? Zo abstract is de muziek dus ook. Serries (die met Microphonics XXI-XXV de mooiste plaat van 2013 maakte) en Verbruggen (die ook al onder anderen met Arve Henriksen samenwerkte) noemen zich Art of Cosmic Musings – voorwaar een behoorlijk pretentieuze benaming – en doen aan moeilijke muziek. Heel mooie moeilijke muziek. Vier lange exploraties, volledig gebaseerd op improvisaties.

Met de analysemodus ingeschakeld kun je zeggen dat de gitaardrones van Serries leidend zijn. De impact van zijn laatste soloplaat heeft het net niet, maar dat kan ook bijna niet anders door het ongekende niveau van die plaat. Het blijven echter ook hier melodieuze, melancholieke drones met een grandeur om je de adem te benemen. Naast de drones speelt Serries ook nog met noisy effecten en elektronica, die de perfecte verbinding vormen met het drumspel van Verbruggen. Deze laatste voelt perfect aan waar hij wat moet spelen, en zorgt hiermee voor een surplus aan dynamiek en spanning. De intensiteit van zijn spel is overal voelbaar, hoe hard of zacht hij ook speelt. Waarbij het mooist het contrast is tussen de stilstaande drone en zijn soms razendsnelle percussie.

Maar uiteindelijk – zoals bij alle fabuleuze muziek – doet die analysemodus er helemaal niet toe, want Transmission is een album geworden om in te verdrinken, om je omgeving te vergeten, om helemaal op te gaan in de aanhouden klankenstroom. Je hoeft niets anders te doen dan je openstellen en mee laten voeren. Doen. – bas ickenroth/kindamuzik

Het opgeven van het gerenommeerde Fear Falls Burning en de start van de Microphonics-reeks onder eigen naam, had voor Dirk Serries veel te maken met een persoonlijke back to basics-beweging, de terugkeer naar de naakte essentie, zonder te gaan schuilen achter pseudoniemen of voortdurend van gedaante wisselende bezigheden. Intussen blijkt echter dat het samenwerken met gelijkgezinden de Antwerpenaar nog altijd in het bloed zit. Een goede zaak, zoals ook bewezen werd in een duo met jazzdrummer Teun Verbruggen.

De pas verschenen 2LP Transmission liet het geluid horen van twee herkenbare stilisten met sterk verschillende achtergronden die eigenlijk vooral zichzelf bleven. Er was duidelijke interactie voelbaar, dat wel, maar je had nergens het gevoel dat ze bewust op zoek gegaan waren naar een andere vorm van expressie. Het kwam er gewoon op aan om de twee temperamenten op elkaar af te stemmen, wat leidde tot een verrassend geslaagd, zelfs vanzelfsprekend samengaan van kalmte en ongedurigheid, impressionistische gitaarvegen en vrije ritmiek en elektronische bewerkingen. Voor het concert keerde het duo terug naar die aanpak van Transmission en kreeg de luisteraar te zien met hoeveel beheersing de muziek gestalte kreeg.

In drie gerekte stukken namen de twee de tijd om de stukken te laten openvouwen. Zo leek Verbruggen zich haast onbewust van het publiek terwijl hij aarzelend en proberend de aanzet gaf met een bricolage van getik, cimbaalruis en geklingel, dat hij meteen elektronisch bewerkte tot hikkende klanken en schijnbaar achterwaartse plofjes en geklik. Serries, altijd de man van het understatement, pakte dan weer uit met de eindeloos aangehouden klanken die hij door een effectenpedaal en het aanhoudend buigen van de snaren wist te kneden tot een dromerige ondergrond waarop Verbruggens steeds intensievere, soms haast industrieel getinte, spel kon gedijen.

Net als op het album kreeg je zo bijna onopgemerkt een evolutie naar terrein dat je misschien niet wild rockend kan noemen, maar dat wel stevige, zelfs heftige ritmes herbergde en door de combinatie van gedreven gesoleer en ratelende elektronica even voor een fors trance-effect zorgde. Het tweede stuk ging van start met een intimiderende aanzet van Serries, die Verbruggen inventief van weerwoord diende met sierlijk blote handenspel. Daarna volgde opnieuw die beweging naar een steeds vollere sound, Serries die bij momenten behoorlijk heftig sleurde aan de gitaarhals om de laatste restjes klank eruit te wringen, terwijl het duo de eindbeweging inleidde.

Het slotstuk, opnieuw gestart door Verbruggen met grof geschraap, volgde de aanpak van het eerste, met Serries die haast onhoorbaar opwelde vanuit de achtergrond. Hier bleef het duo wat langer in een zelfde sfeer, volume en densiteit hangen, waardoor het iets sterker ambient-gericht was, al kreeg het ook weer een robuuste wending, met Verbruggen die zich even op een taptoe voor stompende marsritmes leek te wanen. Zijn kompaan bleef echter resoluut in de weer met z’n zingende eBow-effecten, terwijl geblutste elektronica het concert afrondde.

Aanvankelijk lijkt het dus best wel eigenaardige muziek en zou je je als nietsvermoedende luisteraar kunnen afvragen wat die golvende, bijna etherische gitaarklanken in Godsnaam te zoeken hebben in het bijzijn van dat geknisper en geratel, maar in handen van deze muzikanten, die al te graag over muurtjes te kijken, leidde het tot een sterk debuutconcert en een frisse en geraffineerde combinatie van elementen die gerust nog wat verder verkend mogen worden. – guy peters/enola

Gitarist Dirk Serries en drummer Teun Verbruggen mogen dan met etherische soundscapes en jazz elk een heel eigen achtergrond hebben, de heren zijn flexibel genoeg om zich in elkaars wereld te kunnen verplaatsen. Dat lieten ze op 23 januari horen in het CC Luchtbal waar ze als Art of Cosmic Musings hun album ‘Transmission’ kwamen voorstellen.

Dat het album al enige tijd te horen was op Bandcamp mocht de pret niet drukken. Niet zo verwonderlijk, want vanaf het eerste stuk was hoorbaar dat het duo op het podium niet zomaar zou reproduceren wat eerder in de studio vastgelegd was. Het begon al meteen met de inzet van Teun Verbruggen. Waar diens akoestische partijen op de plaat soms als los zand aaneen hangen, klonk hij met de combinatie van elektronica en akoestische percussie meteen een stuk compacter. Het geluid was direct meer gevuld en geraakte door de sneller ontwikkelende evolutie zelfs lichtjes aan de kook.

Onder het werk van Verbruggen legde Serries een van zijn bekende gitaartapijten, opgebouwd uit lang liggende gitaarklanken. Veel adembenemende actie leverden die niet op, maar de snelle hap is dan ook niet meteen Serries’ natuurlijke habitat. In plaats daarvan investeerde hij in een geluid dat zoetjesaan voller ging klinken, zonder dat het volume noemenswaardig opgedreven werd: opnieuw een mooi voorbeeld van hoe Serries er in slaagt de sound te controleren en maximaal uit te buiten.

In alle verfijning bereikte het tweetal een staat van muzikale gewichtloosheid, zonder gebakken lucht te verkopen. Een bepalende factor daarbij waren de drumritmes van Verbruggen. Op plaat steevast vrij en soms ook wat onverschillig, schrok hij live niet terug voor een strakker tempo. Eerst even swingend, daarna licht tikkend als Steve Gadd die Paul Simons ‘50 Ways to Leave Your Lover’ inzet, behield de muziek mooi haar ruimte. Zo zorgde Verbruggen voor een bescheiden stuwing, zonder daarmee de muziek op slot te draaien, wat wondermooi accordeerde met de warme gloed van Serries’ gitaardecor.

Helemaal mooi werd het toen de twee de tijd namen om een afbouw uit te werken. Zo werd de opener van de set niet alleen een fraai staaltje sfeer- en geluidscontrole, maar ook een zinvol muzikaal geheel en dat is in dit soort elektro-akoestische ambient geen evidentie.

Het zou geen toevalstreffer blijken, want in het volgende stuk werd het allemaal nog mooier. Deze keer was de inzet voor rekening van Serries die met een drone in de diepte, voorzien van onregelmatige pulsen, een meer donkere atmosfeer opriep. Verbruggen bleef even to the point als in het eerste stuk en liet zich bovendien extra geschakeerd horen. Wanneer hij zijn drumset met de handen bespeelde, kreeg zijn geluid de lichtheid van Joey Baron, meteen de inzet van een knappe ontwikkeling in het percussiegeluid. Via een oosterse, darboeka-achtige sound schoof hij door naar het gebruik van brushes waardoor zijn bijdrages plots wat krokanter gingen klinken alvorens over te schakelen naar de klassieke drumsticks. Door die in eerste instantie te gebruiken op een kleine trom waar de snaren afgezet waren, ontwikkelde hij een hol, rollend geluid dat op haar beurt het vertrekpunt bleek voor een opbouw waarbij steeds meer delen van de drumkit aangesproken werden. In deze hele ontwikkeling slaagde Verbruggen er opnieuw in om geregeld een metrum te gebruiken, zonder de muziek gemakkelijk te laten klinken.

Parallel met de bewegingen in de percussie evolueerde ook het gitaarbed van Serries. In tegenstelling tot de lang uitklinkende tonen van het eerste deel, liet hij nu de lagen sneller bijkomen en uitdoven, waardoor er meer beweging ontstond. Dit, gecombineerd met de activiteiten van Verbruggen, deed het geluid helemaal losweken en opstijgen. Zowel Serries al Verbruggen trokken harder van leer dan ooit tevoren, maar hielden de climax binnen de grenzen van de gave esthetiek: geen decibel te veel, maar met een maximum aan rendement.

Extra vreemd was dan ook het slot van het stuk, waar de heterogeniteit die op de plaat af en toe de kop op steekt, zich kwam melden. Serries leek de muziek zachtjes te willen neerleggen, maar Verbruggen had andere plannen. In plaats van mee weg te schuiven, bleef hij maar klein slagwerkmateriaal aansleuren, alsof hij het stuk een doorstart wilde gunnen. Het bleek echter een doodlopend straatje, want enige seconden na Serries hield ook Verbruggen het uiteindelijk toch voor bekeken, waardoor het hele opgebouwde arsenaal aan instrumenten en instrumentjes plots weinig relevant werd.

Voor het slotstuk werd de communicatie tussen de twee gelukkig weer hersteld. Verbruggen speelde in zijn eentje een fraai schaduwspel, door zijn akoestische percussie de elektronica te laten triggeren. Na de breed uitgesmeerde en de snellere evoluerende gitaarlagen, opteerde Serries hier voor een echoënd geluid, waardoor het duo opnieuw op ander terrein terecht kwam. Althans voor de eerste minuten, want na enige tijd werd het allemaal wat herkenbaar. Niet dat het daarom minder fraai klonk, maar het verhaal leek net iets te veel op dat van eerdere passages. Jammer, maar niet onoverkomelijk, aangezien Serries en Verbruggen de set tot een uur beperkten. Ook in dit soort beperkingen kent men echte muzikanten. – koen van meel/kwadratuur