cycle

CYCLE on INCUBATE

More Incubate for everyone, that’s how we see it. Het Incubate Festival schudde de kaarten eens goed door elkaar en biedt in plaats van één groot festival in September drie kleine festivals aan in 2016. Voor de rest bleef alles bij het oude, met de meest uiteenlopende muzieksoorten, vooral uit de meer experimentele en/of extreme hoek, verspreid over een tiental locaties in Tilburg (intussen toch al even dé festivalstad van de Benelux). Terwijl headliners Wolf Eyes en Nurse With Wound hun ding deden in de 013, pikten wij twee uitstekende concerten mee in jazz- en improvisatieclub Paradox.

Dirk Serries is de laatste tijd alomtegenwoordig. Hoewel hij voor velen nog altijd een onbekende blijft, is zijn al immense cv nog steeds aan het uitzetten, vooral door een reeks projecten die resoluut binnen de sector van de vrije muziek te situeren zijn. Met Yodok III was hij te horen op Roadburn én Dunk!festival, terwijl je de band net zo goed op een hardcore improvisatiefestival zou kunnen zetten, omdat het moeiteloos de grijze zones tussen al die werelden opzoekt. Op Incubate stond hij daags ervoor ook al solo en met het Kodian Trio. Het recent opgerichte Cycle, waarvan er nog geen opnames bestaan (iets wat vermoedelijk een kwestie van tijd is, Serries’ productiviteit kennende), is een trio met bassiste Martina Verhoeven en drumster Karen Willems.

Dit trio heeft altijd al het minimale aspect benadrukt, maar dat was nu nog veel meer dan onlangs in Brugge het geval. Het leidde tot een ingetogen, coherente set die een kleine drie kwartier een eb- en vloedbeweging maakte die het niet moest hebben van extreme volumes of tactieken. Vanaf de start stond alles in het teken van de dosering en een web van klanken dat soms veel ruimte liet, maar soms ook snel won aan complexiteit en densiteit. Bij Serries gebeurde dat met gebruik van stokjes en schroevendraaier, maar in plaats van het atonale wringen dat je bij enkele andere projecten hoort, gebeurt het hier harmonieuzer, zonder de dissonantie op te zoeken.

Idem voor Verhoeven. Van de drie muzikanten houdt zij haar bereik het nauwst, vooral dan door geen losse noten te spelen maar de snaren te dempen en de strijkstok te laten schuren of tikken. Maar dat volstaat, want ze kiest de meer expressieve momenten zorgvuldig, plus met Willems beschik je sowieso over een muzikante die zelfs op fluistervolume speelt met een levendige lijfelijkheid. Met opnieuw een arsenaal attributen – we zagen, in willekeurige volgorde, een haarborstel, een ringsleutel, belletjes, schaaltjes, een houtblokje en twee meter ketting passeren – zorgt ze voor een onophoudelijke beweging. De ene keer klinkt dat speels en spontaan, haast kinderlijk. De andere verwacht je dat ze elk moment gezelschap kan krijgen van een stel Tibetaanse monniken met een arsenaal klankkommen.

De set vloeide, schuifelde zo voort, met een vanzelfsprekende flow die nergens te verblijvend werd. Maar een concert als dit wordt pas écht memorabel als er op z’n minst een passage in zit, of een moment, waarop dat je plots beseft dat alle stukjes helemaal op hun plaats vallen of een niveau hoger geschakeld wordt. En dat kwam er naar het einde toe, toen de drie muzikanten elk op hun manier een ritmische bijdrage leverden. Het leken wel drie manieren om neerslag uit te beelden. Serries met de losse prikjes van geïsoleerde druppels die een glas doen zingen, Verhoeven met het gestage gedruppel op een luifel, Willems met het onophoudelijke geruis van een plensbui, die ze wist uit te beelden met een ongedurig schuiven van een deksel over een trommel.

Had de muziek daarvoor voortdurend een transformatie nodig, dan werd dit moment, met die mooie klankencombinatie en dynamiek, aangegrepen om even verticaal uit te werken en te verdiepen. Het werd een killertrance, helemaal akoestisch, maar met een wentelende herhaling die net zo goed herinnerende aan elektronische muziek. Alsof ze plots de zone tussen The Necks en Radian gingen aanboren. Heldhaftige pieken en volumes kwamen er niet aan te pas, maar dat was ook niet nodig. Elkaar vinden, dàt is de kunst, en dat kan op alle volumes. Cycle gaf het bewijs.” Enola – Belgium

Advertisements

CYCLE reviewed


“Karen Willems opent de poort naar CYCLE en schraapt de keel van haar drums, richting stille soundscape met Martina Verhoeven en Dirk Serries. Er staat iets op til, weten ze ons te vertellen. Geen enkel instrument pocht nu, stil in de verte en tonaal breekbaar en totaal harmonieus…heel erg mooi

Martina Verhoeven dompelt als repetitieve architect een frame van contrabas onder de leden van haar twee kameraden. Het kader bestaat uit latten lage toonregisters en omvat een druipend canvas, vol bewoners met een repetitieve strijkerscultuur.
Dirk Serries, soms minimaal en andere keren schuimbekkend verdwijnt, komt terug kijken, spuugt woest om zich heen als ze richting free-jazz gaan. Tuurlijk, het kind moet een naam hebben, maar laat het nu juist die jazz zijn in minimalistic impro-jazz die Cycle het minst typeert. Wat deze muziek zo boeiend maakt is dat de luisteraar op elk moment kan inpikken en elk moment mee is. Als luisteraar “mee” zijn met het verhaal van improvisatie siert deze geluidskunstenaars.
Cycle ondergaat continu metamorfoses en heeft het van de onderlinge dynamiek met Karen Willems als zwart gat, zelfs als ze stil speelt. De cycle is een paar keer rond geweest en de sounds blaakten bijwijlen van schone puurheid of pure schoonheid…
Mede mogelijk gemaakt door Wim Christiaens en mijn nieuw belastingsparadijs cinéPalace.

Daarnaast ook zaterdag te horen op More Music! – Karen Willems ‘In Dialogue’ with Benjamin Glorieux & Chve & Cycle in ‘t concertgebouw. Ervaar nooit tweemaal hetzelfde… Aanrader !” Klankschap – Belgium

Photography by Stephan Vercaemer.