dikeman / lisle/ serries / webster

THE QUARTET live at VORTEX

dsc04763

This heavy-hitting quartet comprises four long-term sparring partners on the European improvised music scene. The quartet first played together in 2015 at Café Oto, and this set was released as their debut album.  The quartet followed this up in 2016 with their double LP ‘Apparitions’ on the New Wave of Jazz label.  This time they played the VORTEX JAZZ CLUB with special guest Alan Wilkinson.   Photography by Steven Cropper for Transient Life.

New Wave Of Jazz Bandcamp

Pleased to announce that Tonefloat’s New Wave Of Jazz opened up the bandcamp to digital downloads for most of the backcatalog, including a special offering of THE VOID OF EXPANSION‘s live performance at jazzclub De Singer in 2014 as a digital exclusive.

Visit the bandcamp now and support DIY.

 

 

KODIAN QUINTET reviewed

“Het Noordbrabantse Veghel beschikt over een fraai cultuurcluster, gevestigd in een aantal oude fabriekspanden. Binnen dit cluster bevindt zich ook cultuurcafé De Afzakkerij, waar in samenwerking met Kunstgroep De Compagnie en Poppodium De Noordkade concerten worden georganiseerd.  De Compagnie heeft ook oog en oor voor muziekgenres die een wat kleiner publiek aanspreken, en zo staat vanavond het Kodian Trio op het podium in De Afzakkerij, al is dat trio vanavond uitgebreid tot een kwintet.

Het Kodian Trio bestaat uit Colin Webster (saxofoon), Dirk Serries (gitaar) en Andrew Lisle (drums). Twee maanden geleden verscheen van dit drietal de debuut-lp ‘I‘ op het Tonefloat-label en ter gelegenheid daarvan werd een korte tour door Nederland ondernomen, wat het trio o.a. in De Pletterij in Haarlem bracht, waar voor een klein publiek een spannend optreden werd gegeven.

Tegelijkertijd met ‘I’ verscheen op Tonefloat de lp ‘Apparitions’ van het kwartet Dikeman Lisle Serries Webster. Het Kodian Trio plus saxofonist John Dikeman dus. Van hetzelfde viertal verscheen vorig jaar al de cd ‘Live At Cafe Oto’, op Colin Websters label Raw Tonk. De platen tonen twee verschillende zijden van het kwartet: de live-cd de rauwere, robuustere kant en de studio-lp de meer geduldige en beheerste kant. Contrabassiste Martina Verhoeven is de echtgenote van Serries en speelde met hem o.a. in Fantoom, waarvan, eveneens op Tonefloat, vorig jaar de lp ‘Sluimer’ verscheen. Ook is Verhoeven te horen op ‘Cinepalace’ van het trio Serries Verhoeven Webster.

De muzikanten die vanavond op het podium staan zijn dus geen onbekenden van elkaar.

Dikeman trekt als vanzelf de meeste aandacht naar zich toe. Zijn tenorsax klinkt harder door dan de alt waarop Webster vanavond speelt en bovenal is de motoriek van Dikeman opvallend; hij lijkt saxofoon te spelen met zijn hele lijf. Webster mag dan wat minder volume hebben dan Dikeman, dat wil niet zeggen dat zijn spel ondersneeuwt. Integendeel, zijn kenmerkende, soms luisteronvriendelijke maar veelzijdige spel is herkenbaar, ook als hij niet de zware bariton- maar de veel lichtere altsax bespeelt.

Het kwintet speelt twee sets, waarin drie stukken worden gespeeld. Het muzikaal gebodene ligt een beetje tussen de twee hiervoor genoemde platen van het kwartet Dikeman Lisle Serries Webster in. Enerzijds is er het aftastende, zoekende spel, maar ook zijn er momenten waarop flink van leer wordt getrokken en herrie wordt geschopt. Verhoeven speelt vaak spaarzaam en dienstbaar, gebruikmakend van een beperkt aantal noten. Dat is slechts anders in twee korte duo-gedeelten, met Lisle en met Serries. De Engelse drummer is een feest om naar te luisteren maar vooral ook om naar te kijken. Hij lijkt bijna gedachteloos, nonchalant te spelen maar weet met mooie vondsten de juiste textuur aan te brengen in de wringende muziek.

Serries’ gitaarspel komt in de kwintetbezetting wat minder naar voren dan in het Kodian Trio zonder aanvulling. Afwezig is hij echter geenszins. Zittend op zijn stoel, gitaar vaak op schoot en het instrument bewerkend met strijkstok of schroevendraaier is hij zowel bindmiddel als een stem op zichzelf. In het laatste geval is zijn spel expressief maar opvallenderwijs minder percussief dan twee maanden geleden in Haarlem.

De muziek van het Kodian Trio + 2 is niet voor iedereen. Gaandeweg, en met name tegen het einde van het optreden komen mensen binnen die niet voor het concert zijn gekomen en dat zorgt voor wat gedruis op de achtergrond. De liefhebbers vooraan zijn echter getuige van mooi concert van een vijftal muzikanten dat elkaar, soms los van elkaar improviserend, steeds opnieuw weet te vinden en zo in alle individuele vondsten samenhang weet aan te brengen.” Opduvel – The Netherlands

The Free Jazz Collective Reviews

“It is always interesting to discover how different schools of free improvisation adapt to each other and redefine this loose, inclusive art.  Amsterdam-based American sax player John Dikeman’s free improvisations are rooted in the legacy of the fiery American free jazz and the volcanic aesthetics of European sax players as Brötzmann; British sax player Colin Webster and drummer Andrew Lisle are coming from a more distinct European school of free improvisation, while Belgian guitarist Dirk Serries has gravitated in recent years from being a master sculptor of power drones to a daring improviser who injects elements of metal and ambient into his free-associative settings.
All are prolific musicians, performing, and recording non-stop and keep collaborating with each other in different, changing formats. Dikeman and Serries collaborated on Live at  Le Vecteur Charleroi (Belgium 10/28/2014), as a duo on Cult Exposure (A New Wave of Jazz, 2014 and 2015) and again on Obscure Fluctuations (Trost, 2015) ; Serries and Webster collaborated on Cinepalace (A New Wave of Jazz, 2015); Webster and Lisle keep playing together in different formats and recently released the duo recording Firehouse Tapes on Webster’s Raw Tonk label.
The three new releases of these hard-working musicians offer arresting strategies of collaborative free improvisation.

John Dikeman/ Andrew Lisle / Dirk Serries / Colin Webster – Apparitions (A New Wave of Jazz, 2016) ***½

The quartet of Dikeman, Webster, Lisle and Serries recorded last year a live album, Live at Café OTO, capturing the quartet performance from April 1st, 2015 (Raw Tonk, 2015). Apparitions was recorded a day later at the Sound Savers studio in London, and as all A New Wave of Jazz releases it is a limited-edition vinyl album, with only 240 double-vinyl copies and an outrageous price for a download, €500.
Apparitions, unlike the volatile spirit of Live at Café OTO, stresses a different approach for this set of four collaborative free improvisations. Here the four musicians explore a kind of a slow-cooking interplay, a calm and conversational one. Apparitions begins and ends with the minimalist “I” and “IV”, where all restrain their playing to low whispers, skeletal guitar lines and brushing of the cymbals, building the tension tension patiently and methodically until reaching a brief and fierce climaxes. “II” and “III” up the temperature and emphasize an immediate and edgy free-associative interplay.  Serries acts as the backbone of the quartet, sculpting their course with commanding metallic-resonating, economic lines that offer a thematic bridge between the restless sax outbursts of Dikeman and Webster and the sparse and fractured pulse of Lisle.

Kodian Trio – I (A New Wave of Jazz, 2016) ****

Lisle, Serries and Webster reconvened again in October 2015 for another studio recording at the same studio in London, now calling themselves the Kodian Trio. This trio is supposed to be a working group and is already touring the Netherlands and the United Kingdom. Again I is a limited-edition vinyl (240 copies with a download price of €500).
The interplay on Kodian Trio debut is much more energetic and experimental than the one explored on Apparitions. Serries and Webster alternate the leading roles, both sounding aggressive and assertive. Serries explores noisy feedback and metallic percussive terrains. Webster attacks and explodes, employing extended breathing techniques blended with dense, fast crys. Lisle avoids the abstract, fractured drumming and colors the improvised texture with inventive, fast-shifting dynamics. All three sound as pushing the sonic envelope to its extreme edges in each of the five improvised pieces.
The last two pieces, “VII” and “III”, are the most focused one. On the first one Webster flirts with a jazzy, Balkan-tinged theme while the latter develops almost like an Indian raga. Beginning with a slow and contemplative introduction of the theme, dispersed into an abstract, searching texture and then gels into a cathartic interplay, where the rough, metallic strumming of Serries collides with the fast sax shouts of Webster and the forceful drumming of Lisle.

John Dikeman / George Hadow / Dirk Serries / Martina Verhoeven / Luís Vicente – Live at Zaal 100 (Nachtstück Records, 2016) ****

This ad-hoc quintet convened on February 2016 in Anderlecht for a studio recording and later played at the Zaal 100 club in Amsterdam, releasing this live recording as name-your-price, download-only album, donating all profits to Unicef.  Dikeman plays here the tenor sax, Portuguese Luís Vicente plays the trumpet (both Dikeman and Vicente collaborate also in the Twenty One 4tet that its debut album on Clean Feed was recorded in the same venue), Serries the electric guitar and his partner Martina Verhoeven on the double bass and British, Amsterdam-based George Hadow plays the drums.
The untitled 40-minute piece begins as an urgent and explosive free jazz meeting. The charismatic Dikeman and Vicente take the lead and exchange fleeting ideas, pushed by the driving pulse of Hadow. Still, there is enough enough room for Serries and Verhoeven to shift this energetic interplay of the quintet into a more, nuanced and multi-layered searching mode. Eventually all five musicians gravitate patiently again into a tight and immediate interplay. Dikeman and Vicente still lead, but now Serries and Verhoeven alter the rhythmic basis into a restrained and minimalist drone texture that balance the eruptions of Dikeman and Vicente.” The Free Jazz Collective

New Wave Of Jazz Reviews

KODIAN TRIO – I (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)
DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – APPARITIONS (2xLP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“Two marvellous vinyl-only releases from Tonefloat’s New Wave of Jazz imprint, containing scruffy and abrasive sessions from interrelated personnel. Kodian Trio sees the titular threesome of Colin Webster, Andrew Lisle and Dirk Serries blast through five tracks, mashing free improv clicks and clatters with free jazz-inspired hoots and hollers, all wrapped up in a waistcoat of gimlet-eyed punk attitude. Its companion Apparitions sees the trio joined by saxophonist John Dikeman for a four-headed horn-guitar and drum attack.

The similarity of line up and ferocity of planning on these two releases prompts us to consider them as a single set, like those Miles Davis’ quintet records on Prestige, even though they were laid down on separate dates. Still, I like to think of them taking place during one particularly frenetic session in a grubby basement somewhere, with Dikeman arriving just in time to inject a final burst of energy into the trio’s free-form jags (if you’re listening to the trio first) or, alternatively, laying down some molten licks to the other three’s broken-glass attack before slipping out into the night (if you start with the quartet). They’re both great, anyway, gritty and detailed in places, piercing and fluid in others, each player’s contribution well defined but never smothering anyone else with too much juice. And, while there’s possibly more space on the trio record, the quartet album offers up a nice contrast, its dense aggression positively glowering with dark energy.

The lack of a bassist means that there’s not exactly a surfeit of low-end on either record – save Colin Webster’s fine bass sax drones and howls, which on occasion sound like field recordings from some daemonic lair deep in the abyss – and this, as well as the attitude, occasionally has me fantasising that I’m listening to a Fugazi bootleg from a parallel universe, especially when Dirk Serries’ barbed wire guitar mangling strafes out into the rugged mire. He has some great moments on the Kodian Trio record in particular, wrenching out some furious, muck-splattered chords from a morass of fuzz on V as the other two flail around, desperately trying to avoid being sucked into the swamp, before they lock together for a full-on grindcore pummelling. He’s in slightly more restrained form on VIII, almost jazzy at times, essaying forth with some stuttering Bailey-meets-Grant-Green chops and cuts.

The various interlocking Venn diagrams of jazz-flavoured experimental underground musicks means that most of the personnel on these two discs have played, and recorded, with each other at least once in the past (this particular quartet can be heard in characteristically feisty form on the Live At Café Oto recording from Webster’s own Raw Tonk label). Webster’s at the centre of this mosaic, although whether this is due to an inspired nose for putting teams together or simply because I’ve kept an eye on him since his fruitful collaboration with avant-electro-turntablist Graham Dunning, I’m not sure.

Drummer Andrew Lisle has become one of Webster’s regular crew since Red Kite , a trio recording with Alex Ward, although the later Firehouse Tapes, in which Lisle and Webster go head-to-head in a furious duo jam is one I’d most recommend as an entry point (both are Raw Tonk releases and both are worth getting). Lisle is great at matching precision with force, and he is on hurricane-level form across these records, his kit-scrambling fusillades never quite blurring into indefinable noise even at their most explosive. He feels slightly groovier on the Kodian Trio album, especially on II, where his rollicking tom-rolls, rim shots and glints of cymbal bring forth images of a multi-limbed jazz cyborg. On the quartet record, meanwhile, he’s more ruthless, expunging grooves and replacing them either with all-out attack, pushing the other three forward in a primal rage of snare and cymbal, or a kind of alienated distance, holding up the action with disembodied thunks.

You get both Lisle moods on this record’s II (both albums favour Roman numerals for their track listing). At first, he’s content with a restrained patter, matching Serries’ spacey drone as the two saxes push out into looping moans and cries, one horn (possibly Webster) rasping around in the bass frequencies, buzzing with a kind of submerged rage as the other (probably Dikeman) explores a higher register, coiling around itself in a tangle of blowing. There’s plenty of tension, and the four keep it brewing for as long as they can before letting rip in all directions, filling every inch of space with a proper Jackson Pollock squall. That outburst plays itself out relatively quickly, leaving a silky, bible-black drift that’s almost post-rock in its abstractness, at first punctuated only by Lisle’s’ disjointed clatter and Serries’ fitful chord fuzz, although the squeaks and honks of the saxes ease back in whenever there’s a gap.

Merciless, dread-soaked builds are a key characteristic of Apparitions, the quartet managing to ratchet tension up to a point of unbearable cacophony with such skill that one wants them to defer the eventual release into whirlpools of sonic rubble almost indefinitely. Savouring the incipient sense of dread often trumps the euphoria of the release here, and tracks often move from a hazy, black-helicopters-on the horizon sense of eeriness through to a near-hysterical chorus of skronk and wails. Indeed, rather than bursting out in an EDM-style release, tracks often fall apart in a gristly mess, although it is deliberate demolition rather than unplanned collapse  – perhaps a cheeky reminder that the journey is often far more interesting than the destination. In any case, Apparitions and Kodian Trio are a couple more fine messes for these expert players to add to their CVs, essential documents for anyone interested in the emerging generation of far-out smashers and blowers.” We Need No Swords – UK

KODIAN TRIO’ sextet reviewed

“Na vier concerten in Nederland en eentje in Duitsland landde het Kodian Trio in De Singer voor een tweedaagse residentie met gastmuzikanten. Terwijl het drietal de eerste avond (24/3) gezelschap kreeg van bassiste Martina Verhoeven, kwamen daar op de slotdag ook nog pianist Thijs Troch en saxofonist John Dikeman bij. Het sextet bracht er een heel eigen geluidswereld, die gretig de zone tussen vrij verkeer en minimalisme aftastte.

Het concert was meteen ook de Belgische albumvoorstelling van I, het debuutalbum dat saxofonist Colin Webster, gitarist Dirk Serries en drummer Andrew Lisle in het najaar van 2015 opnamen in Londen, en dat samen wordt uitgebracht met Apparitions, van datzelfde trio met John Dikeman. De vier waren dus geen onbekenden voor elkaar, en dat voelde je. Serries en Webster namen eerder ook al een album op met bassiste Martina Verhoeven, waardoor Thijs Troch (die samen met Serries deel uitmaakt van het Residuum Free Unit) de minst bekende factor was binnen de band.

Het was dan ook een beetje jammer dat zijn bijdrage soms verloren ging in de totaalsound, zeker wanneer de saxofonisten op het gaspedaal gingen staan en de verzamelde individuele insteken gingen leiden tot een blok van geluid. Al viel het eigenlijk nogal mee met de transparantie daarvan. Terwijl je bij veel ad hoc-combinaties vaak een ‘ik sta hier nu toch, dus ik zal maar spelen’-attitude ziet, waardoor de muziek weinig ademruimte krijgt, was dat hier eigenlijk zelden het geval. Er waren een paar intense pieken en met een dominant klinkende blazer als Dikeman valt er altijd wel wat geweld te rapen, maar van profileerdrang of alles dicht plamuren was geen sprake.

Vanaf het begin werd ingezet op intuïtief textuuronderzoek, met de altsax van Webster die zich meteen rond de tenor van Dikeman vleide en gezelschap kreeg van ruisende cimbalen, donker gestreken bas en de twinkelende klanken van Troch en Serries,die samen een soort ghost trance opzochten. Van daaruit werden de intensiteit en densiteit stapsgewijs opgekrikt en het sextet belandde al snel bij een eerste extatisch moment. Er werden echter ook passages ingelast die kleinere fracties aan het woord lieten. Zo had de combinatie Verhoeven/Lisle een heel eigen, sobere dynamiek, en vielen Troch en Webster op met een verrassend fijngevoelige dialoog. Dikeman bracht het boeltje vervolgens aan de kook en de band rondde zijn eerste excursie af met een perfect getimede slotslag.

Het was een aanpak die een beetje weerspiegeld werd in het eerste stuk van de tweede set, die van start ging met een stuiterende, bijna speelse energie, met de twee saxen die voorop liepen als in een fanfare. Het zat daar iets dichter bij de klassieke freejazz, met Dikeman die met z’n extreem schrille uitschieters deed denken aan Kaoru Abe, en met z’n bronstig vibrato aan Brötzmann. Webster contrasteerde dan weer met nerveus gekwetter, springerige loopjes en excentrieke geluiden, terwijl Verhoeven al die tijd koppig bij haar minimale aanpak bleef.

Het minimale element kwam het best tot z’n recht in de tweede helft van beide sets. Terwijl Serries het in de eerste set op gang bracht met gebruik van twee strijkstokken die over de gitaar op zijn schoot geschoven werden, bleef er altijd wel een drone-element in de buurt, of het nu de ruisende cimbalen en brushes van Lisle waren, het gebrom van Verhoeven of de serenades van de blazers. Zelfs toen Troch de handen bombastisch over het ivoor liet springen in een duel met twee saxen, bleef de muziek een coherentie bewaren.

Het mooist kwam die combinatie van abstractie en homogeniteit misschien tot uiting in het slotluik van de tweede set, waar resoluut gekozen werd voor textuur, waardoor je al snel een stroom van ‘kleine’ geluiden kreeg: ambientklanken van Serries (maar deze keer zonder loops), grommende bas, cimbaal- en drumvelvegen, tongue slapping en luchtspatten van Dikeman en Webster. Het werd een maalstroom van geluid met potentieel om helemaal te ontsporen, maar dat in goede banen geleid werd en door Webster naar een knap einde gebracht. En deze keer kon daarin de bijdrage van elke individuele muzikant op waarde geschat worden. Een bijzonder slot voor een geslaagde muzikale ontmoeting, die afgerond werd met een zwalpend bisnummer waarin vooral die ontembare Dikeman nog eens lekker los kon gaan.” Enola – Belgium

TEXTURA reviews

KODIAN TRIO – I (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)
DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – APPARATIONS (2xLP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“For Dirk Serries, the musical landscape changes depending, it seems, on the company he’s keeping. Not long ago, the Belgian guitarist collaborated with Chihei Hatakeyama on an ambient recording for Glacial Movements called The Storm of Silence; when playing with the likes of saxophonists Colin Webster and John Dikeman and drummer Andrew Lisle, a considerably more aggressive side of the guitarist emerges. I and Apparations appear on Tonefloat’s New Wave Of Jazz imprint, though the jazz strain mined in both cases is worlds removed from the so-called ‘smooth’ kind. On the contrary, the zone Serries and company inhabit invites comparison to the kind of spiky free-wailing associated with figures like Peter Brotzmann, Derek Bailey, and Sonny Sharrock. Be forewarned: nothing so cozily familiar as jazz swing surfaces on either set.

The prosaically titled I is the debut outing by Serries, Webster (alto, baritone), and Lisle under the Kodian Trio name. Operating collectively as a quartet with Amsterdam-based Dikeman, the musicians recorded two albums in early 2015, a live set issued on Webster’s Raw Tonk Records and the newly released studio set Apparations. On I, five pieces are presented, each of which shows the three players experiencing little difficulty compensating for Dikeman’s absence. Though the material derives from a late-2015 studio session, a raw, live feel dominates, and the three confidently navigate their way through real-time improvisations scalding to the touch. Yes, blistering episodes surface—dissonant squeals from Dikeman, prickly shards from Serries, and volatile flourishes by Lisle—but so too do fleeting moments of calm as the trio brings a unified sensibility to the undertaking. With the exception of the surprisingly restrained fifteen-minute closer “III,” I catches the trio breathing communal fire: imagine forty-six minutes of bristling, molten improv and you’re in the right ballpark.

The aforementioned Apparations features Serries, Lisle, Webster, and Dikeman (Webster on baritone, Dikeman on tenor) on a double-LP set. The point-of-comparison in this case is obviously to the thirty-two-minute Raw Tonk release, which documents a concert the four gave at Café Oto in April of 2015; the hour-long New Wave Of Jazz collection, on the other hand, captures what went down a day later at the Sound Savers studio. In contrast to the urgency of the Kodian Trio set and the live quartet outing, the four side-long pieces on Apparations unfold with marked deliberation and control. The opening fifteen-minute track immediately catches one’s attention for the patience with which it develops; during much of it, Serries exchanges violent shards for atmospheric textures, Lisle opts for drum brushes, and even the saxophonists rein in their aggressive impulses—until the tumultuous closing minutes, at least. “II” sees the four alternating between bluster and rumination for eighteen explorative minutes, while the longest of the pieces is a twenty-minute setting that slowly blossoms from a subdued, minimalistic beginning into an extended series of splintery convulsions by all concerned. Whatever their differences in dynamics and pacing, both I and Apparations offer compelling exercises in musical democracy.” Textura – Canada

NEW QUARTET reviewed

“Op 1 april 2015 speelde het kwartet bestaande uit John Dikeman (tenorsaxofoon), Andrew Lisle (drums), Dirk Serries (elektrische gitaar) en Colin Webster (baritonsaxofoon) in Café Oto in Londen. De opname daarvan is te horen op het op Websters label Raw Tonk verschenen ‘Live At Cafe Oto’. De daaropvolgende dag is hetzelfde kwartet de studio ingedoken en het resultaat van die sessie is te horen op het in de serie ‘A New Wave Of Jazz’ op 18 maart a.s. te verschijnen album ‘Apparitions’. Tegelijkertijd vindt ook de release plaats van de debuut-lp van het Kodian Trio, bestaande uit dezelfde muzikanten uitgezonderd John Dikeman. Aan vergelijkingen met die plaat, en ook met de liveplaat van dit kwartet, valt moeilijk te ontkomen, maar puur op zichzelf staand doorstaat ‘Apparitions’ de toets der (uiteraard geheel subjectieve) kritiek glansrijk.

De Amerikaanse, maar in Amsterdam verblijvende saxofonist John Dikeman kennen we natuurlijk van zijn furieuze spel in het trio Cactus Truck, maar ook onder meer van twee vorig jaar verschenen prachtplaten van Universal Indians with Joe McPhee en Dikeman Parker Drake, waarop Dikeman liet horen veel meer in huis te hebben dan muzikale furiositeit. Lisle en Webster speelden al regelmatig samen, evenals Webster en Serries. Het Kodian Trio en Dikeman vinden elkaar moeiteloos, zowel op de zeer levendige liveplaat als op het regelmatig meer ingetogen, minimalistischer studio-album. Want behalve de tijdsduur (‘Live At Cafe Oto’ duurt een dik half uur en ‘Apparitions’ een dik uur) is dat het meest opvallende verschil: het kwartet toont zich in de studio geduldiger, beheerster, zeker in het eerste en het vierde stuk.

I opent zelfs op fluistertoon. Een lange toon dient aanvankelijk als ondergrond en iedere muzikant brengt daarop flarden textuur aan. Pas na dik zes minuten wordt de sereniteit voorzichtig doorbroken door een spookachtige gitaargeluiden producerende Serries en de snare van Lisle. De spanning neemt toe naarmate het stuk vordert en de baritonsax van Webster invalt, even later gevolgd door Dikemans tenorsax. De intensiteit wordt aan het slot nog groter als de saxofoons gaan gieren, de gitaar steeds meer noisegebied opzoekt en Lisle zijn drumstel geselt.

Op het nog langere II bestaat de onderlaag uit een gitaardrone. Gevarieerd drumspel en een beheerste baritonsax zorgen al snel voor levendigheid. Dikeman legt een melodieus tapijtje er overheen, maar al snel wordt ruiger terrein opgezocht, zeker als ook Webster zijn knorrende baritonsax in de strijd werpt. Dat de heren in de muzikale furie toch volledig controle behouden, bewijst de moeiteloze overgang naar rustiger terrein rond de achtste minuut van het stuk. Serries’ bijna jammerende gitaargepingel contrasteert geweldig met de gitaardrone. De rust wordt verstoord door Lisle, waarna de vurigheid langzaam maar zeker in volle glorie terugkeert, waarbij Serries met noisy gitaarspel opvallend meer in de melk te brokkelen heeft dan in het eerste gedeelte van II. De door elkaar heen toeterende saxofonisten maken de heerlijke kakofonie compleet.

Lisle opent III met een gevarieerde solo. Dikeman valt melodieus in, maar de welluidendheid wordt vakkundig ondermijnd door Webster en Serries. Webster krijgt zijn solospot aan het einde van het stuk, een zeer hoog register opzoekend. Serries’ lange ingetogen maar wringende solo waarmee IV begint, sluit daar perfect op aan en zorgt voor een nerveuze geladenheid die het gehele stuk aanhoudt. De plaagstoten van de saxofoons en drums nemen naarmate het stuk vordert in aantal toe maar de ingehouden spanning blijft totdat uiteindelijk de laatste gitaarklank is weggestorven.

‘Apparitions’ is evenals ‘I’ van het Kodian Trio een plaat waar je niet snel op uitgeluisterd raakt. Geen van de muzikanten is op zoek naar zijn eigen moment om te schitteren, maar het viertal zoekt al improviserend naar een gezamenlijk geluid en juist in die zoektocht imponeert het kwartet. Het resulteert in een fantasierijke plaat met korte en lange muzikale spanningsbogen. De ‘A New Wave Of Jazz’-catalogus is weer een sieraad rijker.” Opduvel – The Netherlands

THE QUIETUS reviews

DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – APPARITIONS (2xLP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)
KODIAN TRIO – I (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“Inspired by Sun Ra’s Saturn and the underground cassette scene, A New Wave Of Jazz is a new limited edition vinyl venture from the Rotterdam label Tonefloat. Guided by the hand of composer and guitarist Dirk Serries, the label focuses on the new wave of free jazz inspired music coming out of Belgium and the Netherlands, a scene which has drawn adventurous young players from the UK and Norway into its orbit. Serries, who first emerged as an electronic and isolationist ambient artist in the 1980s, has reinvented himself as one of the most interesting free guitarists around. As his background suggests, Serries has an interest in texture, favouring controlled feedback, shimmering metal slide tension and percussive zither-like techniques over wiggy virtuosity or noise-rock neck throttling. He appears on both of these new releases alongside the British duo of baritone saxophonist Colin Webster and drummer Andrew Lisles. On Apparitions the trio is joined by the excellent John Dikeman, an American tenor saxophonist based in Amsterdam.

Recorded the day after their riotous Live At Café Oto set (released last year on Webster’s own DIY label, Raw Tonk), Apparitions reflects its studio origins by taking a calmer approach to outer-limits exploration. While hardly an excursion into furrow-browed reductionism, it is notable for the subtlety of its execution, not least on the fourth side, where Serries takes several minutes to establish a soundscape of tempered feedback drones and loops of metallic twinkle and ping, before the horns gracefully enter with long, low tones and tonic cycles which gently unravel into freedom. Lisles, who at 27 is already one of the most original drummers in the UK, deepens the texture with muted detonations across the toms, before ramping up the tension with stumbling bass-snare-cymbal patterns and broomstick snare slaps which sound like the handclap sample on a DMX drum machine. While on the previous tracks the group gradually work themselves into a lean noise-jazz froth, the climax here is weirdly mangled, the individual parts crumbling before they can reach critical mass. This quartet subverts the listener’s expectations in a most compelling way.

On I the same players reconvene, minus Dikeman, for their debut as Kodiak Trio. While on Apparitions, Serries eschewed conventional right hand technique for metal bars and sticks, here he’s all finger, plectrum and palm, jabbing and thumbing the strings while his left hand makes truncated sliding motions and forms muted harmonics. Lisles busies himself with snare flurries, cymbal scrapes and dragged objects, while Webster, as the sole horn player, explores the physicality of his instrument, delicately rimming the mouthpiece with tongue and lips before breaking out a series of terse, high-register phrases in which his pinched tone becomes increasingly fiery and frayed. The second track opens with the sound of Serries revving his guitar into overdrive, as he engages Webster and Lisles in a fierce skirmish. These musicians are far too talented to simply go hell for leather or indulge in macho noise grandstanding. Instead, their noise-making has an intricacy and control while still sounding spontaneous and raw. Webster tends to avoid the obvious low end raunch of the baritone, using its sheer physicality to lend force to high register squalls and breath effects. His introduction of the alto sax halfway through the third side is an unexpected delight, as he embarks on a bright, Eastern European tinged solo over some of Lisles’s most energetic and inventive drumming. The long drones and deconstructed funk of the final side bring further evidence of this trio’s resourcefulness and imagination.” The Quietus – UK

Both albums are available from Tonefloat’s New Wave Of Jazz here.