Kodian Trio

GARGOYLES reviewed on OPDUVEL

“Twee muzikanten die zich bewegen in de Britse en Europese vrije improvisatie maken voor het eerst als duo muziek op Gargoyles. Onbekenden van elkaar zijn het allerminst. De Belgische gitarist Dirk Serries en de Engelse saxofonist Colin Webster zijn vaak in elkaars gezelschap te vinden, zoals onlangs nog in het Tonus-project van Serries, een minimalistische verkenning van geluid, of in het Kodian Trio, waarin plaats is voor een meer expressieve kant van de vrije improvisatie.

Serries en Webster vormen samen tweederde van het Kodian Trio (derde lid is drummer Andrew Lisle), maar dat betekent niet dat we de duoplaat kunnen zien als Kodian Trio min één. Zet bij dat trio een of meer muzikanten (John Dikeman, Martina Verhoeven, Alan Wilkinson) en je hebt direct een heel andere dynamiek; de manier waarop de muzikanten op elkaar reageren levert echt andere muziek op.

Dat geldt dus ook als je een muzikant van het Kodian Trio weglaat. Webster en Lisle maakten al een paar opnamen waarop dat goed te horen is, en het geldt in nog sterkere mate voor het duo Serries/Webster. Natuurlijk is beider speelstijl goed te herkennen, maar de interactie tussen de twee improvisatoren zonder drummer is echt verschillend dan met slagwerker. En hoe hoekig de muziek ook is, die klinkt toch ook verfrissend.

Websters technieken op saxofoon blijven verbazen en dat doet hij ook op Gargoyles, waar hij er op los pruttelt, sputtert, smakt en zuigt. Van een portie noise is de Brit nooit vies geweest en ook daarvan zijn wat staaltjes te horen op het album. Dirk Serries neemt steeds meer afstand van zijn ambient-verleden. Binnenkort verschijnt Epitaph, een laatste solo-ambient plaat, waarmee hij een streep zet onder die carrière.

Wat daarvoor in de plaats komt, contrasteert daarmee behoorlijk, want de gestructureerde muziek met lange gitaardrones maakt plaats voor gitaarspel waarin Serries juist niet in structuren denkt, maar zich in het moment bevindt. Lange lijnen lijken uit den boze, ten faveure van onderzoekend spel dat gepaard gaat met horten en stoten, met beweeglijke, soms ultrakorte motiefjes en met experimentele geluiden die vrijmoedig en bruusk kunnen klinken.

Serries en Webster kiezen op Gargoyles voor het kortebaanwerk; het album bevat zeventien spritsige improvisaties die bij elkaar zevenentwintig minuten in beslag nemen. Sommige stukken zijn voorbij voordat je doorhebt wat er gebeurt. Webster horen we op alt- en baritonsax. Elk stuk heeft zijn eigen kenmerken, maar overeenkomst is hoe het tweetal het individuele spel op elkaar afstemt op zodanige wijze, dat je vaak niet hoort wie op wie reageert. Het gebeurt gewoon gelijktijdig.

De saxofoon is een instrument dat al gauw naar voren komt als leidend. Zo niet bij Serries en Webster; de gitaar komt even sterk door. De muzikanten vormen elkaars tegenhanger, dagen elkaar uit, schuren langs elkaar heen. Soms wringt het, soms contrasteert het en soms benaderen ze elkaars sound. Vooral Serries is een meester in het niet afmaken van zinnen. En toch is zijn spel niet fragmentarisch. Wel impulsief en kwiek, maar in ieder stuk zit er een weliswaar spontaan, maar duidelijk idee achter.

De muziek van Serries en Webster is tegendraads en eigenwijs. Aan het de luisteraar behaaglijk maken hebben zij een broertje dood. In ‘Chimera’, ‘Organ’ en ‘Throne’ komt het duo in de buurt van harde noise. Je zou de muziek extreem kunnen noemen, en voor de argeloze luisteraar is het dat waarschijnlijk ook, maar de speelsheid en de frisse spontane ideeën zorgen ervoor dat het plezier dat de muzikanten met hun improvisaties uitstralen, aanstekelijk werkt.

Het Raw Tonk-label, waar dit album op is verschenen, grossiert in ongepolijste vrije improvisatie, freejazz en noise. De catalogus van het label bevat al de nodige ruwe pareltjes, maar dit is een van de beste releases tot nu toe. Serries en Webster zijn sublieme sparringpartners. Voor wie zijn muziek graag onregelmatig, bedrijvig, grofkorrelig en hoekig heeft, is dit een ideaal plaatje.” Opduvel – The Netherlands

Advertisements

KODIAN TRIO – II reviewed

b1768-kodian2btrio

“The Kodian Trio – that’s Colin Webster, Dirk Serries and Andrew Lisle – have just finished a mini-tour of the UK and lowland Europe. You didn’t catch ’em? Aah well, at least there’s this scorcher of a record to keep you going.

Released on the mighty Trost label, it is furious, gnarly and intricate. Andrew Lisle lays out some darned algorithmic percussion grids that poke the listening brain into new shapes, while Dirk Serries spews out typically sulphuric belches of barbed wire guitar.

Elbowing between that pair is Colin Webster, his astringent honks and squeals bellowing out like a series of abstract, teeth-grinding sermons.

This lot are a bit more free-jazz oriented than Webster’s groupings with David Birchall, Andrew Cheetham, Otto Wilberg and the like. But it’s tough without being boorish, lairy without being toxic. Like a dose of chili sauce for earholes, with the accompanying sweaty adrenaline rush. Testify!” We Need No Swords – UK

 

GARGOYLES

gargoyles

Brandnew on RAW TONK RECORDS is the duality between sax player Colin Webster and electric guitarist Dirk Serries.  Gargoyles is the duo that pushes the envelope even further in their ongoing collaborations (KODIAN  TRIO, TONUS, etc.).  Abstract, microscopic and utterly dynamic and in your face.  This is improvisation on the edge of everything.

The album is now available from Raw Tonk Records through their bandcamp.

KODIAN TRIO back on tour

26329504348_dc2f0cdb69_o

KODIAN TRIO (Colin Webster – alto sax, Andrew Lisle – drums, Dirk Serries – electric guitar) will be back on the road through Germany, The Netherlands, Belgium and the UK.

March 22nd 2018 – Djäzz, Duisburg (Germany)
March 23rd 2018 – Jazzblazzt, Neeritter (The Netherlands)
March 24th 2018 – White Noise Studio Session, Winterswijk (The Netherlands)
March 25th 2018 – De Audio Plant, Antwerpen (Belgium)
March 30th 2018 – New River Studios, London (UK)
March 31st 2018 – Salt Café, Bristol (UK)
April 1st 2018 – Bridge Hotel, Newcastle (UK)

Check out this short video live at Het Bos, Antwerpen (Belgium) :

 

 

 

Jazzword Reviews

QUARTET & QUINTET – DOUBLE VORTEX (2xCD, New Wave Of Jazz 2017)

“Without a tinge of nostalgia, this two-CD set of saxophone-heavy improvisations still brings up memories of the 1960s heyday of the New Thing when extended and exploratory free-for-all sessions were the norm. With the possible exception of Belgian guitarist Dirk Serries, who is far more nuanced player than any six-stringer of those times, the blasting wind power from the reeds could fit in with Albert Ayler and Charles Tyler’s Judson Hall date or Willem Breuker’s, Evan Parker’s and Peter Brötzmann’s playing on the Machine Gun LP.

Recorded live at London’s Vortex Jazz Club, each CD is an extended self-contained improvisation, whose main difference is the second-disc addition of a third voice – veteran British alto and baritone saxophonist Alan Wilkinson – to the core band of Serries, UK drummer Andrew Lisle and fellow Brit, alto and baritone saxophonist Colin Webster, who constitute the Kodian trio, plus American tenor saxophonist John Dikeman. Collectively the musicians have worked in various ensembles with bassists Simon H. Fell, William Parker and John Edwards; drummers Paul Hession, Steve Noble and Hamid Drake among many others, making them ready for anything.

Serries whose other affiliations include Rock and noise bands, sets the tone with a, slashing, knob-twisting introduction on CD1 and maintains an intermittent affiliated buzzing, that mixed with Lisle’s backbeat drumming provide the landscape upon which Dikeman’s and Webster’s timbral extensions are given free range. Glossolalia, freak notes, growls and grunts are some of the intense vibrations regularly propelled by the saxophonists. Off-centre baritone sax snorts coupled with guitar-string vibrations slow the tempo slightly mid-way through, leaving space for an archeological-style examination of his horn’s limits by Dikeman. Transcending a related trope from Webster’s alto saxophone, Lisle’s gong resonation and Serries’ echoing strums presage the improvisation’s final sequences which meld the exploratory and the grounded. Triggered reed blasts and squeezed altissimo noises become less pressurized as harsh guitar flanges signal the ending.

Ten minutes longer and with Wilkinson added CD2 begins with massed triples saxophone kinetics and works itself into a crescendo of interlocked reed screams and pointed guitar crunches. Layered but mercurial the stacked horn vibrations soon separate into individual showcases. Unaccompanied, Dikeman launches screeching tenor tongues tone repetitions into orbit; on baritone Webster snorts out sly variations on the non-existence theme; while Wilkinson’s flutter-tongued exposition moves from tension-ridden to tender. However, drum rolls and pops prevent the multi-directional reed vamps from destroying any semblance of linear movement, although it takes a downshifting of the guitar lines from slashing flanges to reflective tones to further moderate the performance. Like bratty children skirting a parental time-out, another crescendo is reached when the saxophonist contrapuntally challenge the rhythm section with more extended, layered and often tandem expositions, deconstructing and reconstructing the narrative and encompassing flattement, mouthpiece-removed wah-wahs and gooey-thick basso lows. Eventually Serries’ crunching runs triumph over reed distortions to unite the group into a moderated ending.

Quicksilver timbral excitement for the 21st Century these two improvisations demonstrate that NewThing echoes can remains modern and distinct. Done right, a hearty buzz of unbridled elation still bubbles from this sound stimulation.” Ken Waxman/Jazzword – Canada

QUARTET & QUINTET reviewed

“Ondertussen zal iedereen die een beetje actief luistert naar de zijkanten van de hedendaagse Belgische muziek al hebben gehoord van Dirk Serries. Actief sinds het begin van de jaren 1980 met vooral ambientprojecten en sinds een paar jaar de koerswijziging richting all things jazz gaan we ervan uit dat zijn naam, en zijn muzikale geschiedenis, ondertussen in grote lijnen gemeengoed is geworden. Niet dat Serries het altijd zo makkelijk maakt, door de grote waaier aan projecten met bijbehorende naam die hij hanteert. Zoals deze dubbelcd, Quartet & Quintet. Uiteraard verwijst de bandnaam naar de samenstelling voor de beide sessies.

Cd 1 bevat Session 1 en wordt muzikaal vorm gegeven door een kwartet. Dat bestaat uiteraard uit Dirk Serries (elektrische gitaar), John Dikeman (tenorsaxofoon), Andrew Lisle (drums) en Colin Webster (altsaxofoon en baritonsaxofoon). Cd 2 bevat Session 2 waarop het kwartet wordt aangevuld met Alan Wilkinson (altsaxofoon en baritonsaxofoon). De bezetting verraadt al een beetje dat het hier geen ambient betreft, evenmin als softe of gemakkelijk toegankelijke jazz.

Ieder van de deelnemers heeft al naam gemaakt in de luidruchtige (freak- of free-)jazzy scène en elk bewijst dat daar grondige redenen voor zijn aan te voeren. Het verbaast evenmin dat het vooral de blazers zijn die het laken naar zich toe trekken. De drums van Lisles zijn soms uitdrukkelijk aanwezig, maar hebben hier en daar weingig in te brengen. Opboksen tegen een duo of trio blazers die zich willen laten gelden, is dan ook geen evidentie.

De gitaar van Serries moet het nog meer ontgelden. We horen slechts sporadisch de gitaar op de voorgrond treden. Als we ze echter horen, klinkt ze helemaal anders dan we van Serries gewend zijn. Geen drones of gemanipuleerd geluid, maar pure hakkende aanslagen op de snaren. En dat past wonderwel tussen het geweld van de overige deelnemers.

Beide cd’s bevatten slechts 1 nummer, telkens neigend naar de drie kwartier, waarbij het kwartet zich net iets meer inhoudt dan het overweldigende geluid van het kwintet. Alsof de drie tenoren (Dikeman, Webster en Wilkinson) hun ego niet willen laten aftroeven en dus voluit aan het toeteren slaan.

Beide sessies werden live gespeeld en opgenomen in de Vortex Jazz Club in Londen op 8 februari 2017, een jaar geleden dus. De kwaliteit van de opnames en de intensiteit waarmee wordt gemusiceerd, al dan niet allemaal tezamen of in duo’s, trio’s en kwartetten de strijd met elkaar aangaand, laat toe om met de ogen toe in te beelden dat je zelf op de eerste rij stond bij deze twee opeenvolgende concerten. Voor vrije geesten weliswaar, waneer soms alles op de rand van een kakafonie klinkt. Een leuke dan wel, en geen carnavalshoempapa.” Luminious Dash – Belgium

Jazzarium reviews

GRAHAM DUNNING & DIRK SERRIES – Live In The Lowlands (CDr, Raw Tonk Records)

“Dwa kolejne dni marca, ponownie dwa koncerty na jednym dysku (jeden z Belgii, drugi z Holandii). Na blisko 50 minut oddajemy nasze uszy we władanie duetu: Graham Dunning (turntable, dubplates, spring reverbs, objects) & Dirk Serries (gitara).

Live at De Singer. Sample, szczypta field recordingu (?), trzaski na kablach i nieistniejących winylach, w konfrontacji z chilloutową gitarą elektryczną na dużym pogłosie. Narracja elektroniczna nieco rwana, chaotyczna, nielinearna, w opozycji do gitarowych, trwających pasaży. W 8 minucie Serries wycofuje się na jeszcze głębszy plan i generuje niepokojące flażolety, ledwie muska struny, trochę je pociera. Zwinnie eskaluje się w ciszy poprzez błyskotliwe, oniryczne drony. Elektronika aż milknie na moment z wrażenia. Choć już w 17 minucie zdaje się recenzentowi nazbyt inwazyjna, delikatnie kalecząc dotychczasowy nastrój koncertu. Reakcja gitarzysty jest natychmiastowa – intensyfikuje narrację, choć ciągle atakuje z dalekiego planu. Ponieważ na kablach skwierczy już naprawdę silnie, finał pierwszego spotkania upływa nam na czymś w rodzaju eskalacji, w tej dość wszak nietypowej aurze instrumentalnej.

Live at De Ruimte. Na początku drugiego epizodu – tym razem coś na kształt sonorystyki kabli i strun gitary – kluje się piękna historia. Dirk preparuje za progiem gryfu, a po stronie Grahama jakby więcej inwencji i kreacji. W 6 minucie witamy się z ciszą. Aż strach głośniej westchnąć na widowni. Bodaj najbardziej spokojny fragment w całym katalogu Raw Tonk. 12 minuta – rzadka na tym dysku próba wyraźnej interakcji pomiędzy gitarą, a komputerem. Skutkiem tego, odrobina dramaturgicznego zamętu. Gitara buduje nowy dron, który swą urodą tłamsi ambiwalencje recenzenta. W okolicy 20 minuty muzycy grają już głośniej. Podskórny nerw pcha tę narrację na szczebel wyższej oceny. Na finał rodzaj wybrzmienia, które bardzo służy temu scenicznego wydarzeniu: ciche medytacje, artystyczny sarkazm mikronarracji, która buduje entuzjazm recenzenta.”

DIKEMAN/LISLE/SERRIES/WEBSTER – Live At Cafe OTO (CDr, Raw Tonk Records)

“Jesteśmy na koncercie kwartetu (kwiecień, 2015), który dobrze znamy z innych opowieści na tych łamach. Dwa saksofony (John Dikeman na tenorze i Colin Webster na barytonie) na przeciwległych flankach, gitara elektryczna (Dirk Serries) i perkusja (Andrew Lisle) atakujące centralnie. Jeden trak, sam konkret – 32 minuty.

Od pierwszej sekundy, dynamiczny free jazz, kreowany przez ostrokanciaste saksofony, rockową perkusję i tłustą gitarę, na gryfie której mają miejsce niezwykle energetyczne zjawiska. Już w 5 minucie dopada nas pierwsze studzenie emocji – drony dęciaków, metaliczny background gitary. Industrialny taniec onirycznych wielodźwięków, które prowokują się wzajemnie do eskalacji (doskonałe!). Dynamiczne wstanie z kolan ma miejsce już w 11 minucie. Kolejne kilka minut i ponowny przystanek, podczas którego hałaśliwa gitara krzyczy, zdziera gardło i rozrywa struny. Saksofon z prawej wyje w wysokim rejestrze, a my poddawani jesteśmy bez chwili wytchnienia emocjonalnemu down and up. Następny bieg pod górę odbywa się w estetyce brotzmannowskiej – konwulsyjne wrzaski z gorejących tub! Jedna z nich zwinnie zapętla się na dronie gitary. Ta ostatnia stoi jednym dźwiękiem, gdy wokół trwa galopada w najlepsze. Muzycy po stanie wrzenia lubią się szybko tłumić, nie pędzą na złamanie karku, ciągle szukają ciekawszych rozwiązań. Finalny orgazm odbywa się przy dźwiękach samotnego saksofonu! Perfekcyjne!”

KODIAN TRIO – Live At Paradox + VOLT/PLETTERIJ (CDr + tape, Raw Tonk Records)

“Trzy holenderskie koncerty tria, jakie miały miejsce między marcem, a majem ubiegłego roku. Akurat te, które ukazały się wcześniej, są tymi późniejszymi, ale to bez znaczenia. Colin Webster (tu, saksofon altowy), Dirk Serries (gitara elektryczna) i Andrew Lisle (perkusja) – konstatacja tych bystrzejszych: Kodian Trio, to kwartet z poprzedniego akapitu, uszczuplony o jedną rurę!

Paradox (37 min.): pretekstem do improwizacji jest tu jazzowe frazowanie gitary i dość wyważonego altu. Tonacja molowa, stukot drummera. Intryga narracyjna buduje się wokół fikuśnych, modulowanych pętli na gryfie gitary i rosnącego dramatyzmu sytuacyjnego perkusji. Alt przyczajony, czeka na żerowisku. Galop zaczynamy w 6 min., a zdobi go świetny dialog saksofonu i gitary! Pod koniec pierwszego kwadransa muzycy schodzą piętro niżej. Piękne pasaże smyka na gryfie, prawdziwe violoncello na kwasie! Alt, przy wtórze orkiestry talerzy, wchodzi na drugiego. Kluje się z tego incydentu prawdziwe ptaszysko o niepoliczalnych walorach estetycznych. Drży, grzmoci i wymiata! Czego, by muzycy nie wymyślili, efekt przerasta ich oczekiwania. Okolice 27 minuty – znów pląsy na gitarze i altowe intrygi na dyszach rozgrzewają długopis recenzenta. Brak zahamowań gatunkowych, jakże służy tej improwizacji. Finałową ścieżkę koncertu tyczy kolejny wartościowy dialog Colina i Dirka, budowany na zwinnej i cierpliwej ekspozycji Andrew.

Volt (36 min.): dynamiczny start szorstko brzmiących instrumentów, zwłaszcza altu. Wyostrzone krawędzie, jedynie słuszne decyzje dramaturgiczne. Drummer idealnie wkleja się w te improwizowane puzzle. W okolicach 13 minuty, Serries zaczyna rozrabiać – pętli się na strunach, moduluje dźwięk, ma tysiące pomysłów na sekundę, stawia też znaki zapytania. Webster jedzie na bezdechu już chyba drugą godzinę. Lisle słusznie zaś czyni, pozostawiając partnerom sporo miejsca. 18 minuta obwieszcza zejście do piwnicy. Narracja staje w miejscu, plamy dźwiękowe wiją się wokół siebie, tańczą złowieszczo (bajka!). Koncert talerzy, cuda na gryfie gitary (Serries każdego sprowadzi na manowce, tu jakże urocze!). Młodzi Anglicy niechybnie czekają na to, co zrobi sporo starszy Belg. Finalna erupcja! Trudno o lepszy, bardziej perfekcyjny komentarz.

Pletterij (29 min.): start bliźniaczy do wyżej omówionego koncertu, ale to nie dziwi, gdyż na osi czasu jesteśmy zaledwie 48 godzin… wcześniej! Może jedynie wejście dynamicznej perkusji następuje nieco wcześniej. W okolicach 4 minuty, intrygujące, wypasione solo gitarowe w oldschoolowych klimatach. Agresywnie, zawadiacko, z ostrogami! Alt także potrafi pohałasować! 10 minuta wyznacza radykalny stop narracyjny. Gitara kompletnie zmienia swój tryb pracy. Gra blue-ambient, cokolwiek to znaczy w ustach recenzenta. Systematycznie plami przestrzeń smugami dymu z papierosów. Alt, bez krzty wątpliwości, chce być partnerem w tej nieśpiesznej rozmowie. Jesteśmy u wezgłowia ciszy i jest nam niewymownie dobrze. Cóż ten Webster nie wyprawa na dyszach?! Cudaniebywałe! Narracja stoi, a Lisle śpi. Serries prostym środkami wzbudza eksplozję wyobraźni u saksofonisty. Ornamenty na talerzach wybudzonego drummera nie mogą tu być lepszym komentarzem. Niespodziewanie zostaje sam na scenie i bez trudu czyni wartość dodaną w tym niezwyczajnym spektaklu ciszy i niepokoju. Powrót gitary jest odrobinę wulgarny akustycznie, ale broni się porcją innowacyjności. Alt pętli się , czyli definitywnie wracamy do świata żywych (19 min.). Wysokogatunkowy galop nie jest zaskoczeniem. Noise where ever you want! 24 minuta i Serries znów bierze na siebie odpowiedzialność za punkt zwrotny. Webster wchodzi w tę pyskówkę i kreśli myśl przewodnią. Kolejny szczyt ze spermą na nieboskłonie! Opus magnum Kodiana, jak do tej pory.” Jazzarium – Poland

Freejazz Blog reviews

“Belgian guitarist Dirk Serries, British sax player Colin Webster and drummer Andrew Lisle and American, Amsterdam-based sax player John Dikeman insist on defining their free-improv art on their own terms, often even on their own independent labels. Uncompromising and intense free-improvisation, but often also a minimalist one that borrows ideas from drone, ambient textures.

Kodian Trio – II (Trost, 2017) ***½

Kodian Trio features alto sax player Webster and Andrew Lisle and guitarist Serries. The trio’s first concert was at London’s Café Oto two years ago, followed by a studio recording, I (A New Wave of Jazz, 2016) and two live recordings, Live at Paradox and Volt/Pletterij (on Webster’s label, Raw Tonk, 2016, 2017). II, the second studio recording, was captured in late 2016 in Brussels. II , more than the trio previous releases, defines Kodian Trio as an outfit that operates in the lines of a classic free jazz unit, opting for an intense, uncompromising interplay, with some degrees of playfulness. Webster, Lisle and Serries form tough and dense dynamics, never lose their restless momentum.
The longer pieces on II such “11:03” stress the unique and deep interplay that Kodian Trio have established. This piece dances with a hard-driving polyrhythmic pulse, scorches with a noisy, heavily distorted guitar drone, and boils with hyperactive sax shouts and shrieks — all interweave organically. “07:59” is the sparsest piece here, but even with only fractured ideas, Kodian Trio offer a detailed and coherent texture. “10:02” sketches an enigmatic, fragile story, enhanced by Webster’s extended breathing techniques and caressing blows, Serries’ subtle, ambient guitar loops and Lisle’s ringing cymbals.

Quartet & Quintet – Double Vortex (A New Wave of Jazz, 2107) ****

The Quartet is the Kodian Trio augmented by tenor sax player Dikeman, while the Quintet adds to the Quartet personnel British alto and baritone sax player Alan Wilkinson. The Quartet has previously released two live albums, Live at Café Oto (Raw Tonk, 2015), which documented the Quartet’s first ever performances, and the double live album, Apparitions (A New Wave of Jazz, 2016), which captured another performance of the Quartet from 2015. The live double album Double Vortex captures the Quartet and the Quintet performing on the same night in London’s Vortex club on April 2017, one of the loudest and most powerful concerts ever that took place at this club, according to Vortex owner Olivier Weindling
The Quartet opens the night and quickly settles in a volatile, uncompromising mode that threatens to pierce the stratosphere with its deafening mayhem. Webster – on alto and baritone saxes – and Dikeman – on tenor sax – keep dueling in the front with their urgent, mad shouts and shrieks, Serries injects noisy-metallic, fractured guitar lisle and Lisle is busy all over the drum set. In such a wild and ecstatic interplay there is no time to modify or refine the mode of playing, just act, and act fast and loud. Even when the Quartet slides – temporarily – into a more quiet and contemplative interplay before reaching the inevitable, explosive coda of this 37-minutes set.
The addition of Wilkinson ups the volume and temperature of the already hot and steamy Vortex club, but surprisingly also charges this powerful 45-minutes improvisation with a sense of order and direction. The interplay is still muscular and super-intense, but Wilkinson, takes the lead with his big, fierce sound – on both the alto and baritone saxes – similar to another sax-titan, Peter Brötzmann. Wilkinson has a far greater experience in such fiery meetings and he knows how to contain the sheer energy. The aggressive front-line of the three sax players – Dikeman still on the tenor sax while Webster focuses on the baritone sax – is often dissected to sax solos and duets, and these sax solos are more articulate and some are quite melodic and even fragile; Lisle rides on a massive pulse and colors cleverly the quiet segments and Serries envelopes this twisted yet playful interplay with industrial noises and suggestive drones.

René Aquarius / John Dikeman / Dirk Serries – Day Realms (Tombed Visions, 2017) ***½

The trio of Dutch drummer René Aquarius, known from the Dead Neanderthals, Serries and Dikeman, who plays here on the tenor sax, has released last year the cassette Night Realms on Tombed Visions. The 42-minutes free-improvised Day Realms, recorded on March 2015 in Gent, Belgium, also released as a cassette plus download option, cements the fiery interplay of the trio.
Throughout Day Realms Serries defines the surprisingly emotional essence of this improvisation and again and again he refuses to surrender to the wild assaults of Dikeman and Aquarius. Serries introduces this piece with soft ripples of his singing electric guitar, answered by the gentle sax of Dikeman and reserved yet pounding drumming of Aquarius. When Dikeman and Aquarius form massive, tough waves that threaten to drown his singing lines, Serries shifts their explosive interplay into a tense, distorted drone, still pierced by the brutal wails of Dikeman and bombastic drumming of Aquarius. When Dikeman and Aquarius burst again with an urgent, rhythmic attack, Serries charges the intense interplay with a subtle, quiet drone, patiently disarm the intensity and colors it with bright nuances. Eventually, Aquarius with an impressive cymbals work and Dikeman with rare, restrained blows, join Serries melodic, sustained loops, all deepening the emotional vein.

Martina Verhoeven & Dirk Serries – Innocent As Virgin Wood (A New Wave of Jazz, 2017) ***

Innocent As Virgin Wood is an exception in this series of releases. The title refers to the purity of wood in sound, feeling and performance. And innocent and virgin it is since here, for the first time on record, Serries exercises his techniques on the acoustic guitar while his partner, Martina Verhoeven – known as a photographer – plays the Steinway grand piano. Serries and Verhoeven have recorded together before with the Dead Neanderthals as the Fantoom quartet (Sluimer, A New Wave of Jazz, 2015), as part of a free-improvised quintet (Live at Zaal 100, Nachtstück Records, 2016) and as a duo, (Citadelic, Nachtstück Records, 2016). On These releases Serries played the electric guitar and Verhoeven played the double bass.
This studio recording from April 2017 suggests a different mode of interplay. An experimental yet highly attentive and intimate improvisation, based on abstract, even microscopic sonic cues that attempt to sketch a new vocabularies for both Serries and Verhoeven . The five-parts free-associative piece does not converge into a cohesive narrative but suggests a loose, minimalist series of hesitant, fragmented ideas, fleeting impressions, subtle clusters of gentle sounds and brief, silent segments. Serries and Verhoeven sound as asking questions about the nature of this challenging and daring improvisation rather than providing any conclusive answers regarding to where this new journey will lead them.” Freejazz Blog