live rituals

5 YEARS RAW TONK RECORDS

img_2386

Here’s one fine label that without any kind of funding continues to map out a beautiful platform for an interesting segment in the free improvisation. Raw Tonk Records, under the secure wings of Colin Webster, celebrates their 5th anniversary. Three chances to support this exquisite label !

Advertisements

5 Years RAW TONK RECORDS

img_2255

Coming up are the RAW TONK 5th anniversary celebrations in the lowlands and the UK featuring almost all key players of this fine label.  RAW TONK records is a fine DIY label from the UK under direction of saxophonist Colin Webster.  During the Lowlands tour the events will see Dirk Serries team up with turntablist and soundartist Graham Dunning while for the UK leg of the celebration Dirk will join forces with Suisse’ saxophonist Tapiwa Svosve.

For tickets visit the venues’ websites and for the UK you can order them directly from the label here

17/3/17 – Pletterij (Haarlem, The Netherlands)
18/3/17 – De Singer (Rijkevorsel, Belgium)
19/3/17 – De Ruimte (Amsterdam, The Netherlands)
26/3/17 – Hundred Years Gallery (London, UK)
27/3/17 – St. Margarets Church (Manchester, UK)

img_2386img_2511img_2512

 

 

 

upcoming concerts

microphonics-concert

a few concerts are lined-up, from pure vintage ambience, the abstract impro of KODIAN TRIO to this year’s highlight : Dirk Serries’ release show of his long-awaited final MICROPHONICS album on November 19th, this is our agenda :

17/9 – AMBIENT SOLO – in-store performance – Morbus Gravis (Antwerpen, B) 2pm !
24/9 – AMBIENT SOLO – Bozar Electronic Festival – Bozar (Brussels, B)
01/10 – DIKEMAN/GOVAERT/SERRIES – Oorpijn Festival – SunBakedSnowCave (Gent, B)
15/10 – KODIAN TRIO – Kinkystar Club (Gent, B)
17/10 – YODOK III – Brukbar/Blaest (Trondheim, N)
19/11 – DIRK SERRIES’MICROPHONICS – De Singer (Rijkevorsel, B)

YODOK III’s ROADBURN passage reviewed

“After a late night drinking session (barbecue included!) at the Jungalow, I managed to drag my gradually increasingly tired body back to Tilburg city centre to start the third day of Roadburn with YODOK III at the Green Room. This band consists of established Belgian drone musician Dirk Serries, and the Norwegians Tomas Järmyr (from Zu) on drums and Kristoffer Lo on various bras instruments, all played through a big collection of effect pedals. Drone combined with free jazz perhaps doesn’t sound like the best combination on paper, but believe me, it actually worked together brilliantly, especially due to Tomas’ great drumming.” Echoes And Dust – UK

“Even bijkomen met Yodok III in de Green Room zou je denken, met spacy/ambient freejazz en dikke drones. Ze zijn niet geheel toevallig met z’n drieën; op gitaar (her)kennen we gitarist Dirk Serries die wel vaker van dit soort spul maakt, en die ik eerder zag in het voorprogramma van My Bloody Valentine (september 2013). Hij staat hier met drummer Tomas Järmyr en Kristoffer Lo, die de tuba gebruikt voor extra laagjes ambient/noise. De lange nummers worden ook hier omzichtig opgebouwd tot een flinke ontbranding met fijne noise en jazzy (geïmproviseerde) drums.” File Under – The Netherlands

“the next band up, was the incredible trio Yodok III, with belgian guitarist Dirk Serries and the Norwegian duo Yodok. And in an inspired 50 minutes of a single, improvised compositions they took us on a journey through amazing landscapes of both great beauty and overwhelming impact. So remarkably joyous was this experience, that the silence after they ended seemed nearly unbearable for the few seconds it took for the thundering applause to break loose. Magic.” StrangeBeautifulLiveging

“Roadburn is al jaren hét referentiefestival voor alles wat zwaar en donker is (qua muziek toch). Begonnen als een stoner- en sludgefestival, verkende het festival in de loop der jaren een meer divers muzikaal parcours. Een festivaldag brengt je tegenwoordig langs black metal, folk, psychedelica, post-hardcore, wave en zelfs vrije improvisatie, waardoor je deze keer primitief gebeuk kon afwisselen met de hardcore voodoo van Diamanda Galas, en Noordelijk geraas van corpsepaint-ventjes met de onvoorspelbaarheid van een Yodok III. Sinds gitarist Dirk Serries door het Zweeds/Noorse duo Tomas Järmyr (drums) en Kristoffer Lo (tuba, flugabone) uitgenodigd werd naar Noorwegen, leverde het al een fraaie reeks concerten en een paar goed onthaalde releases op. De release van nieuwste album (deze keer bij, waar anders, Consouling Sounds), vorig jaar live opgenomen in thuisbasis Trondheim, viel samen met dit concert.

En opnieuw werden verwachtingen meteen van tafel geveegd. Deze keer geen start op fluistervolume en geen verloop als een sinusgolf met een opwaartse beweging en een logische ontmanteling, maar meteen een krachtige energiestoot van noisy gitaargefriemel, dik aangezette effecten van Lo en, iets later, een sleutelrol voor de ontembare Järmyr, die ondanks een hels reisschema (een dag eerder zat hij nog in Brisbane, Australië) meteen zijn souplesse kon tentoonspreiden. Het was even wringen en stoten, maar ideaal om de geluidsbalans in geen tijd op punt te krijgen en het samenspel vervolgens naar iets vertrouwder terrein te sturen. Daarbij groeiden de muzikanten gestaag naar elkaar toe (iets waar zelfs een gebroken snaar niets aan kon veranderen), werd het soms onduidelijk waar tuba, gitaar en al die effecten in elkaar overliepen. De middelsectie was deze keer geen uitbarsting, maar een ingetogen verkenning vol kleine texturen die weliswaar niets inboette aan intensiteit. En dat dit wérkte, ook voor een publiek dat zo kon opdraven in een Europese Sons Of Anarchy, onderstreept dan weer de brede kijk van festival én publiek. Je kon een speld, een kruimel, horen vallen tijdens de stilste passages. Al zal het, eerlijk is eerlijk, die machtige finale zijn die het langst nazindert, door die massieve collectieve geluidsspiraal en een ontketende drummer die – compleet met razende basdrums – het boeltje voor zich uit bleef stuwen. Half vier ’s middags, en we hadden er al een knoert van een hoogtepunt op zitten.” Enola – Belgium

“In de kleine zaal van 013 opent misschien wel het meest bijzondere gezelschap de Roadburn-zaterdag. Yodok III bestaat uit de Zweedse, maar vanuit Noorwegen opererende drummer Tomas Järmyr, de Belgische gitarist Dirk Serries en de Noorse koperblazer Kristoffer Lo. De tuba en de flugabone zijn instrumenten die niet vaak op Roadburn te bewonderen zullen zijn, maar dat is wat Kristoffer Lo speelt. De klanken van die instrumenten worden wel voorzien van zoveel elektronische effecten dat je luisterend met de ogen dicht niet zou zeggen met blaasinstrumenten te maken te hebben. Yodok III brengt één lang stuk van drie kwartier dat meestentijds zindert van de ingehouden spanning. Serries en Lo zorgen met langgerekte tonen voor drone- en ambientklanken die door Järmyr worden voorzien van inventieve trom- en bekkenslagen. Langzaam wordt naar een climax toegewerkt. De eerste ontlading volgt na ongeveer tien minuten, waarna gespannen elektronische klanken lange tijd het sfeerbeeld bepalen. Naar de tweede climax wordt tergend langzaam toegespeeld. Serries bespeelt zijn gitaar met een strijkstok, Järmyr gaat staan om louter zijn bekkens te beroeren en Lo tovert al zittend elektronische klanken tevoorschijn en blaast op zijn flugabone en later op zijn tuba. De spanning neemt langzaam toe en ontlaadt zich pas in de laatste paar minuten in een fantastische apotheose. Voor Opduvel het hoogtepunt van het hele festival. Ja, Neurosis meegeteld.” Opduvel – The Netherlands.

 

CYCLE reviewed


“Karen Willems opent de poort naar CYCLE en schraapt de keel van haar drums, richting stille soundscape met Martina Verhoeven en Dirk Serries. Er staat iets op til, weten ze ons te vertellen. Geen enkel instrument pocht nu, stil in de verte en tonaal breekbaar en totaal harmonieus…heel erg mooi

Martina Verhoeven dompelt als repetitieve architect een frame van contrabas onder de leden van haar twee kameraden. Het kader bestaat uit latten lage toonregisters en omvat een druipend canvas, vol bewoners met een repetitieve strijkerscultuur.
Dirk Serries, soms minimaal en andere keren schuimbekkend verdwijnt, komt terug kijken, spuugt woest om zich heen als ze richting free-jazz gaan. Tuurlijk, het kind moet een naam hebben, maar laat het nu juist die jazz zijn in minimalistic impro-jazz die Cycle het minst typeert. Wat deze muziek zo boeiend maakt is dat de luisteraar op elk moment kan inpikken en elk moment mee is. Als luisteraar “mee” zijn met het verhaal van improvisatie siert deze geluidskunstenaars.
Cycle ondergaat continu metamorfoses en heeft het van de onderlinge dynamiek met Karen Willems als zwart gat, zelfs als ze stil speelt. De cycle is een paar keer rond geweest en de sounds blaakten bijwijlen van schone puurheid of pure schoonheid…
Mede mogelijk gemaakt door Wim Christiaens en mijn nieuw belastingsparadijs cinéPalace.

Daarnaast ook zaterdag te horen op More Music! – Karen Willems ‘In Dialogue’ with Benjamin Glorieux & Chve & Cycle in ‘t concertgebouw. Ervaar nooit tweemaal hetzelfde… Aanrader !” Klankschap – Belgium

Photography by Stephan Vercaemer.

KODIAN TRIO’ sextet reviewed

“Na vier concerten in Nederland en eentje in Duitsland landde het Kodian Trio in De Singer voor een tweedaagse residentie met gastmuzikanten. Terwijl het drietal de eerste avond (24/3) gezelschap kreeg van bassiste Martina Verhoeven, kwamen daar op de slotdag ook nog pianist Thijs Troch en saxofonist John Dikeman bij. Het sextet bracht er een heel eigen geluidswereld, die gretig de zone tussen vrij verkeer en minimalisme aftastte.

Het concert was meteen ook de Belgische albumvoorstelling van I, het debuutalbum dat saxofonist Colin Webster, gitarist Dirk Serries en drummer Andrew Lisle in het najaar van 2015 opnamen in Londen, en dat samen wordt uitgebracht met Apparitions, van datzelfde trio met John Dikeman. De vier waren dus geen onbekenden voor elkaar, en dat voelde je. Serries en Webster namen eerder ook al een album op met bassiste Martina Verhoeven, waardoor Thijs Troch (die samen met Serries deel uitmaakt van het Residuum Free Unit) de minst bekende factor was binnen de band.

Het was dan ook een beetje jammer dat zijn bijdrage soms verloren ging in de totaalsound, zeker wanneer de saxofonisten op het gaspedaal gingen staan en de verzamelde individuele insteken gingen leiden tot een blok van geluid. Al viel het eigenlijk nogal mee met de transparantie daarvan. Terwijl je bij veel ad hoc-combinaties vaak een ‘ik sta hier nu toch, dus ik zal maar spelen’-attitude ziet, waardoor de muziek weinig ademruimte krijgt, was dat hier eigenlijk zelden het geval. Er waren een paar intense pieken en met een dominant klinkende blazer als Dikeman valt er altijd wel wat geweld te rapen, maar van profileerdrang of alles dicht plamuren was geen sprake.

Vanaf het begin werd ingezet op intuïtief textuuronderzoek, met de altsax van Webster die zich meteen rond de tenor van Dikeman vleide en gezelschap kreeg van ruisende cimbalen, donker gestreken bas en de twinkelende klanken van Troch en Serries,die samen een soort ghost trance opzochten. Van daaruit werden de intensiteit en densiteit stapsgewijs opgekrikt en het sextet belandde al snel bij een eerste extatisch moment. Er werden echter ook passages ingelast die kleinere fracties aan het woord lieten. Zo had de combinatie Verhoeven/Lisle een heel eigen, sobere dynamiek, en vielen Troch en Webster op met een verrassend fijngevoelige dialoog. Dikeman bracht het boeltje vervolgens aan de kook en de band rondde zijn eerste excursie af met een perfect getimede slotslag.

Het was een aanpak die een beetje weerspiegeld werd in het eerste stuk van de tweede set, die van start ging met een stuiterende, bijna speelse energie, met de twee saxen die voorop liepen als in een fanfare. Het zat daar iets dichter bij de klassieke freejazz, met Dikeman die met z’n extreem schrille uitschieters deed denken aan Kaoru Abe, en met z’n bronstig vibrato aan Brötzmann. Webster contrasteerde dan weer met nerveus gekwetter, springerige loopjes en excentrieke geluiden, terwijl Verhoeven al die tijd koppig bij haar minimale aanpak bleef.

Het minimale element kwam het best tot z’n recht in de tweede helft van beide sets. Terwijl Serries het in de eerste set op gang bracht met gebruik van twee strijkstokken die over de gitaar op zijn schoot geschoven werden, bleef er altijd wel een drone-element in de buurt, of het nu de ruisende cimbalen en brushes van Lisle waren, het gebrom van Verhoeven of de serenades van de blazers. Zelfs toen Troch de handen bombastisch over het ivoor liet springen in een duel met twee saxen, bleef de muziek een coherentie bewaren.

Het mooist kwam die combinatie van abstractie en homogeniteit misschien tot uiting in het slotluik van de tweede set, waar resoluut gekozen werd voor textuur, waardoor je al snel een stroom van ‘kleine’ geluiden kreeg: ambientklanken van Serries (maar deze keer zonder loops), grommende bas, cimbaal- en drumvelvegen, tongue slapping en luchtspatten van Dikeman en Webster. Het werd een maalstroom van geluid met potentieel om helemaal te ontsporen, maar dat in goede banen geleid werd en door Webster naar een knap einde gebracht. En deze keer kon daarin de bijdrage van elke individuele muzikant op waarde geschat worden. Een bijzonder slot voor een geslaagde muzikale ontmoeting, die afgerond werd met een zwalpend bisnummer waarin vooral die ontembare Dikeman nog eens lekker los kon gaan.” Enola – Belgium

KODIAN TRIO live reviewed

“De debuutplaat (‘I’, zie hier) van Kodian Trio is op 18 maart 2016 verschenen in de serie ‘A New Wave Of Jazz’ van het Tonefloat-label. Het trio, bestaande uit twee Britten en een Belg, begint hun tour ter promotie van die lp in Nederland en het eerste concert vindt plaats in De Pletterij te Haarlem. Dit debat- en cultuurcentrum beschikt over een kleine, maar voor dit soort concerten uitermate geschikte zaal. Helaas komen maar weinigen de vertoning aanschouwen.

Nu is de muziek die Kodian Trio maakt ook niet voor iedereen; het zal slechts een select gezelschap ruimdenkende muziekliefhebbers aanspreken, maar dat moeten er meer zijn dan het handjevol dat vanavond aanwezig is. De thuisblijvers krijgen ongelijk, want Colin Webster (saxofoon), Dirk Serries (gitaar) en Andrew Lisle (drums) schotelen de weinige aanwezigen twee prikkelende en afwisselende sets voor die de veelzijdigheid van het trio, zoals ook al te horen op ‘I’, bevestigen.

Opvallend is dat Webster, vaak te horen op baritonsax, zich vanavond beperkt tot het bespelen van de altsax. Het gebruik van die lichter klinkende sax doet echter niets af aan de intensiteit van zijn spel, dat zowel robuust als ingetogen kan zijn en het niet moet hebben van fraaie melodielijnen (als is er wel een te ontdekken in de tweede set), maar van verschillende blaastechnieken en onorthodoxe methoden als het spelen zonder mondstuk, het slechts lucht blazen door het instrument en de kleppen laten klinken, en het dempen van de toon door de beker tegen het bovenbeen aan te houden.

Op het spelen van een melodie is Serries evenmin te betrappen. Zijn gitaarspel is vanavond vooral expressief en de geluiden die hij aan zijn gitaar ontlokt komen mede tot stand door gebruik van twee strijkstokken, die afzonderlijk maar ook tegelijkertijd worden gebruikt, een metalen staafje en een schroevendraaier. Serries’ vingers gaan niet zorgvuldig fret voor fret over de gitaarhals, maar in wilde, schijnbaar onbeheerste halen. Het produceren van noise wordt niet geschuwd. Toch is controle altijd aanwezig. De hulpmiddelen zorgen voor percussieve of wrijvende klanken.

Lisle is een inventieve drummer die zeer krachtig uit de hoek kan komen, dat ook tijdens dit concert een aantal keren doet, maar die ook met onconventionele, speelse vondsten zijn drumspel verrijkt. Zo steekt hij een drumstok door een bekken en met de rand van dit bekken schuift hij vervolgens over de tom, met een schurend en soms ongemakkelijk klinkend geluid tot gevolg. Een klein bekken dat met een mallet wordt bespeeld dient tijdens een ingetogen stuk als leidraad.

Kodian Trio is een gezelschap waarin alle drie de muzikanten ogenschijnlijk hun eigen ding doen. Van een standaard ‘solo-met-begeleiding’ werkwijze is geen sprake. Vaak botst en schuurt het, maar toch is er interactie tussen de muzikanten; zichtbaar en vooral hoorbaar. Bewonderenswaardig is het gemak waarmee van heftige, tegendraadse stukken wordt overgeschakeld naar rustige, contemplatieve stukken. En omgekeerd. Overgangen geschieden soms bijna ongemerkt, soms plotsklaps.

De twee sets die het drietal speelt beslaan opgeteld bijna een uur. In dat redelijk korte tijdsbestek wordt een veelheid aan muzikale ideeën tentoongespreid, en hoewel de muziek allerminst als een organisch geheel klinkt (het gaat vaak met horten en stoten), voelt het concert als geheel wel als zodanig, want op meerdere momenten lijken drie ongelijkgestemde zielen een gezamenlijke weg vinden. Het zorgt voor een spannend en uitermate boeiend optreden.” Opduvel Blog – The Netherlands