new wave of jazz

5 YEARS of RAW TONK RECORDS

DUNNING SERRIES

LISLE WEBSTER

RIPSAW CATFISH

photos by Jan Kees Helms.

“Wat doe je als je de onweerstaanbare drang hebt om je muziek uit te brengen, maar de platenlabels niet (op tijd) thuis geven? Dan doe je dat gewoon zelf, dacht de Britse saxofonist Colin Webster. Hij richtte in 2012 zijn eigen label op nadat hij de opnames die hij had gemaakt met drummer Mark Holub niet gesleten kreeg. Raw Tonk was geboren en dat label is, met inmiddels drieëntwintig releases op de teller, uitgegroeid tot een toonaangevend platenlabel voor ongepolijste vrije improvisatiemuziek. Het vijfjarig bestaan is reden voor een feestje en onderdeel daarvan is een kleine tour door Nederland en België met een paar acts die door het label op geluidsdrager zijn vereeuwigd.

Dat brengt de package op deze vrijdagavond in De Pletterij in Haarlem. Dit debat- en cultuurcentrum heeft oog en oor voor muziek voor een kleiner publiek en beschikt over een geschikte zaal voor concertavonden als deze. Vorig jaar trad het Kodian Trio (Colin Webser, Dirk Serries en Andrew Lisle) al aan in De Pletterij, waarbij helaas de publieke belangstelling – zelfs voor een kleinschalig concert – te wensen overliet. Vanavond komen gelukkig iets meer mensen opdagen en zij krijgen drie optredens van circa een half uur voorgeschoteld die de vrijheid, intensiteit en veelzijdigheid van de muziek op het Raw Tonk-label goed demonstreren.

De muzikanten hebben besloten dat zij de volgorde van spelen iedere avond wijzigen. In Haarlem mogen Graham Dunning en Dirk Serries het spits afbijten en dat is de eerste keer dat de muzikanten elkaar treffen. Gitarist Serries hoeft nauwelijks enige introductie meer: begonnen als ambientmuzikant is hij zich de laatste jaren steeds meer in de wereld van de vrije impro gaan begeven, wat onder andere heeft geleid tot zijn eerste solo-cd met vrije improvisaties, Etched Above The Bow Grip, vorig jaar uitgekomen op Raw Tonk. Dunning creëert zijn muziek met draaitafel, dubplates en effecten. Hij is op Raw Tonk te horen op een duo-cd met Webster, Invertebrata uit 2014.

De combinatie Dunning/Serries blijkt bijzonder goed te werken. Dunning produceert zijn geluiden met een draaitafel, gebruikmakend van twee naalden, en effectknoppen en schept daarmee zacht krakende, vaak ondefinieerbare geluiden. Serries speelt, in tegenstelling tot zijn onrustige gitaarspel bij Kodian Trio vorig jaar, langgerekte tonen, waardoor het eerste gedeelte ambientachtig klinkt. Langzaam wordt het gitaarspel vrijer, na verloop van tijd overgaand in noisy klanken, voortgebracht doordat de gitaar tegelijkertijd wordt bespeeld met een kleine strijkstok en een metalen staafje. Dunning wisselt een paar keer van plaat, laat soms kort één naald het werk doen en is druk in de weer met zijn efffecten, ruisende klanken creërend. De noise wordt afgebouwd en geduldig wordt naar de rustige finale toegewerkt. Het merendeels ingehouden spel zorgt voor een bijna voelbare geladenheid. Hopelijk zijn Dunning en Serries in de toekomst nog vaker samen te beluisteren.

Na een korte pauze mogen Colin Webster en Andrew Lisle aantreden. In tegenstelling tot Dunning en Serries zijn zij muzikaal beslist geen onbekenden voor elkaar. Op Raw Tonk zijn zij te horen op de cd Red Kiteuit 2014, samen met gitarist Alex Ward, als duo op Firehouse Tapes, een eind 2015 verschenen cassette, en als onderdeel van Kodian Trio op de live-cd Live at Paradox, opgenomen tijdens de mei-editie van Incubate 2016 en verschenen eind augustus 2016.

De saxofonist en drummer staan/zitten met het gezicht naar elkaar toe, Webster staand met zijn altsax en Lisle opvallend hoog achter zijn drumkit zittend, de snaredrum niet plat maar schuin voor zich. De set bestaat uit twee stukken. Het contrast met het aftastende spel van Dunning en Serries is vanaf de felle aftrap groot: geen ingehouden spel maar volle bak er tegenaan. Lisle is in een luidruchtige bui, slaat hard, zelfs wanneer hij brushes gebruikt, en hij voedt daarmee het snelle, bijtende en noisy saxspel van Webster. Zoals bij Webster gebruikelijk, volgen de muzikale ideeën elkaar snel op en maakt hij gebruik van verschillende blaastechnieken. Zijn mondstuk neemt hij soms bijna helemaal in de mond, waardoor hij een wat vollere klank lijkt te produceren, maar ook de iele, hoge tonen gaat het niet uit de weg. Het spel van Webster klinkt gemeen en zelfs wanneer hij lange noten speelt is geen sprake van enige rust. Lisle slaat niet alleen, maar wrijft ook over zijn tom. De hardste klanken speelt hij zodra hij de snaren van zijn snaredrum uitschakelt en meedogenloos uithaalt. Als luisteraar en aanschouwer krijg je de ongepolijste klanken recht in je gezicht gesmeten en dat is een overweldigende ervaring.

Ripsaw Catfish is het uit Londen en Manchester afkomstige duo Cath Roberts (baritonsaxofoon) en Anton Hunter (gitaar) en van dit tweetal verschijnt op de dag van het concert de cd Namazu. Het is de tweede uitgave van Ripsaw Catfish op Raw Tonk, want in 2014 werd al For The Benefit Of The Tape uitgebracht. In 2015 verscheen op het label ook de titelloze cd van Saxoctopus, een saxofoonoctet waarvan Roberts deel uitmaakt, evenals labelbaas Webster

Roberts en Hunter zitten voor op het podium, vlak bij elkaar. Hoewel zij elkaar nauwelijks aankijken, is wel duidelijk sprake van een muzikale conversatie, net als op Namazu. De baritonsax lijkt de grote lijn te bewaken, straalt zelfverzekerdheid uit, terwijl de gitaar juist zenuwachtige trekjes vertoont, onrustig heen en weer schuivend. De toon van zowel de saxofoon als de gitaar is niet extreem: de gitaartonen zijn vaak helder en het spel van Roberts wordt niet doorspekt met onorthodoxe technieken of andere frivoliteiten. De ‘Raw’ van Raw Tonk zit hier in het samenspel, want met de hiervoor genoemde elementen worden wel rauwe emoties uitgedrukt. Het eerste van de twee stukken bevat een fraai langzaam en spannend gedeelte, waarin Roberts wat meer valse lucht gebruikt en Hunter rust in zijn spel brengt. Na korte solo’s van eerst Roberts en dan Hunter keert de onrust terug doordat de sax het gitaarspel ontregelt. Het stuk wordt vervolgens rustig afgebouwd. Het tweede stuk begint fel, agressief. Hunter laat de gitaar rinkelen en gaat over tot noisy klanken, terwijl Roberts stoïcijns haar zelfbewuste spel voortzet. Verderop speelt de gitarist lage tonen, daarbij de stemming aanpassend door aan de stemschroeven te draaien en speelt de saxofoniste korte frasen. De muzikanten weten elkaar steeds feilloos te vinden en zij maken indruk met hun communicatieve muzikale vaardigheden, waarbij zij toch ieder hun eigen spel spelen.

In een tijd waarin commerciële en economische motieven het bij beleidsbepalers steevast lijken te winnen van artistieke overwegingen, is het zeer welkom dat een cultuurcentrum als De Pletterij het aandurft een avond als 5 Years of Raw Tonk Records te organiseren, niet omdat er wat mee te verdienen valt maar omdat men de freejazz en vrije impro een warm hart toedraagt. De acts van vanavond belonen die durf met drie uitermate boeiende sets waarin veel facetten van het ondergewaardeerde genre aan bod komen en de rauwe kant van het label op uiteenlopende wijzen wordt belicht. Voor de avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber een waar feest.” Opduvel – The Netherlands.

Next up :

RT fest poster update

 

5 Years RAW TONK RECORDS

img_2255

Coming up are the RAW TONK 5th anniversary celebrations in the lowlands and the UK featuring almost all key players of this fine label.  RAW TONK records is a fine DIY label from the UK under direction of saxophonist Colin Webster.  During the Lowlands tour the events will see Dirk Serries team up with turntablist and soundartist Graham Dunning while for the UK leg of the celebration Dirk will join forces with Suisse’ saxophonist Tapiwa Svosve.

For tickets visit the venues’ websites and for the UK you can order them directly from the label here

17/3/17 – Pletterij (Haarlem, The Netherlands)
18/3/17 – De Singer (Rijkevorsel, Belgium)
19/3/17 – De Ruimte (Amsterdam, The Netherlands)
26/3/17 – Hundred Years Gallery (London, UK)
27/3/17 – St. Margarets Church (Manchester, UK)

img_2386img_2511img_2512

 

 

 

VERHOEVEN/SERRIES

Last year MARTINA VERHOEVEN on double bass and guitarist DIRK SERRIES played the outdoors CITADELIC festival in Ghent (Belgium) on June 5th 2016.  Nachtstück Records (Portugal) just released this live document as a digital download.  Listen and purchase this live improvisation here.

 

THE QUARTET live at VORTEX

dsc04763

This heavy-hitting quartet comprises four long-term sparring partners on the European improvised music scene. The quartet first played together in 2015 at Café Oto, and this set was released as their debut album.  The quartet followed this up in 2016 with their double LP ‘Apparitions’ on the New Wave of Jazz label.  This time they played the VORTEX JAZZ CLUB with special guest Alan Wilkinson.   Photography by Steven Cropper for Transient Life.

DST TRIO on Tombed Visions

“Free improvisation’s commitment to constant reinvention from the ground up is a both a blessing and a curse. Done well, this protean restless is a source of liberation for performer and listener alike. But when it is unsuccessful, the approach can seem rigid, a set of rote gestures repeated ad-nauseum, never taking flight. The line between transcendence and failure is often micron-thin; indeed, sometimes it’s not even a line at all, more a shifting field that’s too easy to get caught in. Constant vigilance is a necessity.

This, perhaps, explains the strategy adopted by Dirk Serries for his compelling set of improvisations with saxophonist Jan Daelman and pianist Thijs Troch. Serries is relatively new to the world of free improvisation, but he has a venerable background in carefully-produced ambient electronica, and his considered approach to creating new works has, undoubtedly, informed the way he’s put together this release. Rather than getting everyone together in a room and recording the results, Serries curated an evolving lineup of two duos (Daelman/Serries, then Serries/Troch), a trio and then, finally, a reworking of what’s gone before into a longform electroacoustic exploration. Each configuration gets a whole side of tape to play with, allowing for some serious sonic investigation and a satisfyingly diverse experience all round.

The guitar-sax inferno that is Daelman and Serries tips us headfirst into the action, with a scorching duo set recorded in Anderlecht. Daelman’s playing is brassy and atonal, laying down squealing, overblown riffs like a volcano disgorging flaming rocks while Serries sprays out barbed wire fuzz that is just as incendiary. It’s uncompromising, open-ended stuff, not so much communication as furious embrace, the two grappling each other with pugilistic glee, at least for the first two-thirds. The final section takes the heat off slightly, Daelman wheezing and kvetching like a goose with a burst lung, his ragged breaths giving way to Serries’ metallic scrapes – it’s entirely possible he’s emptied an entire cutlery drawer onto his instrument and is desperately searching for a missing cake fork, such is the tinny clatter that he achieves.

The teaspoons and steak knives have been well and truly cleared away by the time pianist Thijs Troch arrives for his shift. This is a differently flavoured dish, its three-act structure indebted to classic free improv modes. The duo circle each other warily at first, Troch’s prepared piano alternating dampened thuds and avian plinks, while Serries lurks in the background, content with visceral, wince-inducing scratches. Though not as high-octane as the Serries-Daelman exchange it’s hectic enough, but for my money the brooding lull halfway through is more rewarding, the eerie creeks floating free from their creators in a dark lagoon of space. Apart from a brief flurry of spiky dissonance, this is the path taken for the rest of the session, Serries coaxing arco-like clouds of whine from his guitar before Troch is drawn, finally, into an extended foray that balances melodrama with lyricism.

When the trio finally get together, what could have been an explosive collision turns into a case study for restraint. Serries occupies the early minutes, rubbing the guitar as if he’s polishing His Lordship’s horse brasses, and Troch’s piano interventions, though sparing, are never less than well-judged. Daelman, meanwhile, is on flute and occasional baby violin, a decision which also pays off in spades. His woody, questing flute licks take the trio deep into the magic forest, like the luxurious vibrations of Herbie Mann’s Stone Flute recreated by the New London Silence crew. The trio’s bed of scrapes and hisses requires only the most basic nod to melody to recast the whole monochrome scene in colour, and the breezy flute-piano interlude two-thirds of the way through feels as if the warmth of the sun has finally penetrated the woody canopy.

To be honest, any of these three meetings would have been worth the price of admission. I’ve seen full-price CDs containing less invention, not to mention shorter runtimes. But the icing on the cake is Serries’ cold-blooded sculpting of these sessions into a new 20-minute piece. For free improv purists, this may be sacrilege – after all, to treat these documents as mere sound-sources to be processed and manipulated is to violate that communal engagement and interpersonal communication fundamental to this form of musicking. And, if you think that, there may not be much I can do to dissuade you. But I would urge doubters to rein in their skepticism and listen to this marvellous slice of abrasive meditation, its icy space traversed by a series of melancholic, droning chords and punctured by bursts of white-noise fuzz.

That the original duo and trio performances are unrecognizable should be taken as read, but, in addition, Serries has transformed each of the individual contributions into something completely different, too. You’d be hard-pushed to pick out saxophone or piano from this shifting canvas of overlapping tones, and even the distorted burps of guitar, while retaining their essential identifying characteristics, have an abstracted, glitching quality, as if their source code has been subtly tampered with. The result is a proper music of the cosmos – freezing cold, pitch-black and starkly beautiful.” Weneednoswords – UK

DAELMAN/SERRIES/TROCH

DST TRIO – DAELMAN/SERRIES/TROCH (2xTAPE, Tombed Visions)

“Aan de enorme stroom releases van Dirk Series komt geen einde. Maar niets te klagen, want de man uit België staat garant voor kwaliteit, zowel solo als in gezelschap en zowel verkerende in ambientsferen als vrij improviserend. Eind oktober verscheen bij het Britse cassettelabel Tombed Visions Daelman/Serries/Troch, twee tapes waarop de veelzijdigheid van de gitarist wordt geëtaleerd.

Op deze uitgave werkt Serries samen met saxofonist/fluitist Jan Daelman en pianist Thijs Troch. Laatstgenoemde is bekend van Hypochristmutreefuzz en Bulliphant. Samen met Daelman vormt hij het duo Keenroh en beiden spelen ook in het kwartet The Milk Factory. Op Daelman/Serries/Troch spelen zij ieder afzonderlijk met Serries en twee keer gezamenlijk.

Het eerste stuk (‘A’) laat Daelman op saxofoon horen, in wat lijkt een gevecht met de gitaar van Serries, waarbij Daelman vanuit het midden, een constante stroom aan noten producerend, om zich heen slaat, terwijl Serries harkerig daaromheen draait, op onorthodoxe wijze plaagstoten uitdelend. Het is een staaltje vrije improvisatie dat op Colin Websters Raw Tonk-label niet zou misstaan: ongemakkelijk, hortend en stotend, verre van harmonieus en aanvankelijk behoorlijk luisteronvriendelijk, maar intrigerend voor wie de moeite neemt door de lelijkheid aan de oppervlakte heen te luisteren. Daelmans toon is scherp en bijtend en dat past goed bij Serries’ metalige en aritmische spel. Na een kwartier wordt het spel tijdelijk wat minder lawaaiig, maar de onrust blijft. Wat Daelman na minuut vijfentwintig doet, is zonder het te zien niet te achterhalen, maar als een blaasinstrument klinkt het in ieder geval niet. Plots is het even stil, waarna een rustiger maar spannend laatste gedeelte volgt, met Daelman nu op fluit en Serries die met een strijkstok lange noten speelt op zijn gitaar.

‘B’ bestaat uit een aantal losse delen, waarin steeds een andere stemming wordt gevonden. Het is het duet van Serries en Troch, beginnend met een paar lage pianotonen; de beweging zit in de zachtjes daarop reagerende gitaar. Het aftastende spel houdt een tijdje aan, waarbij Troch rechtstreeks op de pianosnaren lijkt te slaan. In het tweede gedeelte voert experimenteerdrift de boventoon, volgen de muzikale ideeën elkaar razendsnel op en tonen de beide muzikanten dat zij qua spelopvatting op elkaar lijken. In het derde deel wordt een start-stop spel gespeeld, met Troch die soms melodieus in de weer is en met een wrijvende en schurende Serries. De sfeer wordt donkerder in het vierde gedeelte, waarin de gitaar gemeen scheurend klinkt en de Troch constrasteert met bijna lyrisch aandoend spel. Vervolgens volgt een zacht percussief stuk. En zo blijf je als luisteraar van de ene verbazing in de andere vallen. Het vorenstaande is slechts een beschrijving van wat in het eerste kwartier gebeurt in het bijna zevenendertig minuten durende ‘B’, dat je muzikaal gezien alle hoeken van de kamer laat zien. Instrumentbeheersing, opperste concentratie en muzikale anarchie gaan hand in hand in dit excellente stuk, dat eindigt met een sombere pianomelodie die vergezeld gaat van licht ontregelende gitaarklanken.

Daelman schakelt over op fluit op ‘C’, het eerste van de twee triostukken. Troch wrijft over de snaren en Serries fluistert als het ware op zijn gitaar. De gespannen rust wordt verstoord door een paar schelle klanken van Troch. De instrumenten kruipen wat klankkleur betreft soms zo dicht naar elkaar toe, dat het zonder te zien wat er gebeurt niet makkelijk is te horen welk instrument je hoort. Dat verandert zodra de piano een laag register opzoekt. Waar Daelman op sax scherp en bijtend voor de dag komt op ‘A’, is dat hier wat minder, en niet alleen door de zachtere klank die de fluit van nature heeft. ‘C’ heeft als geheel een stilstaand karakter, waarbinnen de drie muzikanten aftasten en uitproberen, soms lijkt het wel op kousenvoeten, zonder op elkaars tenen te trappen. Met name Troch weet af en toe toch een gaatje te vinden om wat verstorende geluiden te produceren.

Waar Troch en Daelman op ‘C’ de meest opvallende muzikanten zijn, is ‘D’ helemaal Serries zijn ding. Het is een ambientachtig stuk, maar niet van het brave, gelijkmatige soort. Met name de gemeen klinkende gitaar die opduikt, maakt de sfeer grimmig, onheilspellend. De in de verte klinkende fluit doet beelden uit een spannende western opdoemen. Steeds is er weer die grondtoon van waaruit nieuwe aanvallen van gitaar of piano en gitaar worden uitgevoerd, alsof zij vanachter een rots tevoorschijn komen om hun dodelijke werk te doen. De zinderende spanning zakt geen moment in, blijft tweeëntwintig minuten lang hangen, en het onheil komt dichterbij in dit bloedstollende stuk muziek.

Met zo’n honderdtwintig minuten is Daelman/Serries/Troch een lange zit, maar de veelzijdigheid die op de vier stukken wordt tentoongespreid zorgt ervoor dat verzadiging niet kan toeslaan. Daelman, Serries en Troch brengen muziek die vol verbeeldingskracht zit en volledig overtuigt.” Opduvel – The Netherlands

“Hierop vinden we Thijs Troch en Jan Daelman in gezelschap van gitarist Dirk Serries.
De eerste cassette is voor twee duo’s, met Serries als constante factor. Pure improvisatie is wat we hier krijgen. In het duo met Daelman, hier voor de verandering op altsax, gaat het er daarbij redelijk stevig aan toe en horen we Serries ook op geheel andere wijze dan we meestal van hem gewend zijn. Het is Daelman die hier de toon zet. Pas helemaal tegen het einde, Daelman is inmiddels overgestapt op fluit, krijgt de muziek een meer ambient karakter. In de set met Troch gaat het er rustiger, subtieler aan toe en horen we de beide musici met name als creatieve klankkunstenaars, elkaar aftastend, in een serie improvisaties met elk een andere sfeer.  De tweede cassette bevat een registratie van een concert dat het trio gaf in De Singer, Rijkevorsel op 17 november 2015. Op de eerste kant vinden we een al even subtiele improvisatie, waarin de lange, ambientachtige lijnen opvallen van Daelmans fluit en Serries’ gitaar. Op de tweede kant heeft Serries duidelijk de leiding. Dit is muziek die het beste aansluit bij wat we van de man kennen: duistere, atmosferische muziek. “Draai Om je Oren – The Netherlands

In concert :
15/01/2017 – El Negocito Records, Gent – Belgium
25/01/2017 – De Ruimte, Amsterdam – The Netherlands
08/03/2017 – Hotclub De Gand – Gent – Belgium
11/03/2017 – Musique Kamer Brussel, Brussel – Belgium

YODOK III reviews

YODOK III – The Sky Flashes, The Great Sea Yearns (3xCD box-set, Tonefloat)
YODOK III – The Mountain Of Void – Live At Roadburn 2016 (LP/CD, Tonefloat)

“The new album of the YODOK III is the second live recording of the trio that is released on 2016. The trio of Norwegian, Trondheim-based drummer Tomas Järmyr, tuba and fligabone player Kristoffer Lo with Belgian guitarist Dirk Serries coordinated the release of the new live album – «The Mountain Of Void – Live At Roadburn 2016» – with a box-set that that collects the trio first studio albums – the 2012 debut recording  «YODOK III» (2014) and the 2014 double-album «The Sky Flashes, The Great Sea Yearns» (2015), released before only as a limited-edition of only 240 vinyls.

YODOK III performances were always epic and powerful sonic rituals. These free-improvised rituals are highly intense blend of minimalist-atmospheric textures with psychedelic-metallic drone sounds, rich in details. The trio kept refining the building of these dense monoliths of sounds, determined to reach the inevitable cathartic climax. The performance at the Roadburn festival in Tilburg, The Netherlands on April, 16, 2016, expands the trio aesthetics and suggests a further refinement of the trio singular aesthetics.

The 45-minutes «The Mountain Of Void» experiments with more conflictual, loose and stormy atmosphere, even in its most quiet, contemplative segments. Järmyr keeps drumming as if he is possessed by a brutal, manic spirit, mercilessly hitting the drum set like it was a machine-gun; Serries guitar attacks are more free-associative and aggressive, coloring the interplay with a subtle, noisy feedback; the amplified tuba and flugabone of Lo intensifies the massive walls of sounds with claustrophobic, otherworldly ones. The patient, ritualistic development of previous performances of YODOK III is transformed into a much more urgent ceremony, apocalyptic in its tone. The trio sounds now as flirting with evil, dark spirits, as if YODOK III were attuned to the current times threatening-tempting global forces that may drown us all in a dark void. The trio arresting sonic ritual sounds as if attempting to cast its powerful sonic spells that may distance us all from these evil forces.” Salt Peanuts – Norway

A New Wave Of Jazz is het door platenlabel Tonefloat benoemde genre waarin YODOK III opereert. Het trio brengt een chaotische mix van noise, ambient en drone ten gehore dat met een flinke portie industriële klanken word afgetopt. The Mountain Of Void (Live At Roadburn 2016) is de registratie van het optreden dat het trio eerder dit jaar in Tilburg weggaf en is nu uitgebracht op gelimiteerd vinyl.

Wie The Mountain Of Void voor het eerst onder de naald van de platenspeler rondjes laat draaien, wordt verrast door een weinig toegankelijke brei van drone, aangevuld met avant-gardistische gitaarspel dat duidelijk onder de noemer noise valt. YODOK III werd opgericht door de Noorse muzikanten Kristoffer Lo en Thomas Järmyr, die de jazz-scene van Trondheim aan wilden vullen met een nieuwe sound. De heren spelen respectievelijk drums en tuba/ flugabone en perfectioneerden hun line-up door de Belgische gitarist Dirk Serries aan de gelederen toe te voegen.

De bezoekers van het Tilburgse Roadburn Festival konden YODOK III zien en horen op het podium van de Green Room (de kleine zaal), waar het trio ruim drie kwartier improviseerde. Het resultaat van die improvisaties bleek de heren te bevallen, want Dirk Serries mixte en masterde de opnames van het concert tot het eindresultaat dat nu op 500 stuks zwart vinyl verkrijgbaar is via Tonefloat Records.

The Mountain Of Void is opgedeeld in twee delen, die op de LP-kanten simpelweg Part one en Part two heten. Part one bestaat uit een wat onrustige opbouw van drone met ingehouden percussie, noisy gitaaruithalen van Serries en een steevaste opbouw naar een climax, waarvan de luisteraar niet kan weten wanneer die eindelijk komt. Het geeft de muziek -die voornamelijk door het spannende drumspel van Järmyr een link met free-jazz heeft- een hoge mate van spanning, terwijl YODOK III in het midden van het stuk de beloofde climax vindt in een langgerekt deel noise, waarna langzaam maar zeker een rustpunt wordt hervonden. De wijze waarop Kristoffer Lo en Dirk Serries hun -versterkte en gemanipuleerde- instrumenten laten klinken is gewoon fenomenaal, want de dissonante tonen geven de climax een extra na-ijleffect.

Kant twee van de LP houdt die eerdere spanning vast, maar doet dat op een veel langzamere wijze. De psychedelische kant van de muziek die YODOK III ten gehore brengt wordt hier versterkt, terwijl de combinatie van tuba, lichte afstandelijke percussie en hoge noten samen met het langzaam wellende volume van het trio de spanning tot een kunst verheft. De epische climax die volgt is overweldigend en bezorgt de luisteraar minutenlang kippenvel. Als een thriller die tot een heftig einde komt, waarbij anticipatie even belangrijk is als de ontknoping zelf. In één woord geweldig!

Nee, YODOK III maakt zeker geen toegankelijke muziek. Ik omschreef de muziek na een eerste luisterbeurt aan een vriend als een geslaagde versmelting van The Use Of Ashes met Godspeed You! Black Emperor en vul hem nu nog aan met een vleugje Ulver van de laatste vijf jaar. Van YODOK III is  overigens ook een gelimiteerde boxset van hun eerste drie albums op Tonefloat uitgebracht. Hierover leest u alles in het Jaarboek 2017. De productie van The Mountain Of Void is redelijk voor een live-opname vanaf de PA-installatie en werkt prima in dienst van de muziek. Niet voor tere zieltjes, maar van harte aanbevolen!

Muziek: 9
Klank: 7
Kwaliteit persing: 8 ½” Hifi.nl – The Netherlands

“Wie op Roadburn speelt, heeft doorgaans meer dan een streepje voor. Het festival boekt normaliter geen flauwe bands, heeft altijd oog voor kwaliteit en zoekt het steeds in de hoeken waar intensiteit en een zekere zwaarte regeren.  En dat ongeacht het genre. De tijd dat Roadburn synoniem stond voor spacerock, doom en stoner is (gelukkig) al een tijd voorbij.  Dat betekent dat het festival – organisatie en publiek – steeds meer oren heeft voor de experimentele en buiten de traditionele lijnen kleurende geluiden.  YODOK III te zien staan op de affiche was dus niet alleen een fijne verrassing, maar bijna een vanzelfsprekend iets.  YODOK III staat namelijk voor intens, heavy, vrij en onconventioneel, ook qua instrumentarium.  Het is de samenwerking van de Belg Dirk Serries (vidnaObmana, Fear Falls Burning) met de Zweedse drummer Tomas Järmyr en de Noor Kristoffer Lo (versterkte tuba, flugabone en effecten).  Ondertussen is het trio uitgegroeid tot een goed geoliede machine, zowel live als in de studio, en dat hebben ze in Tilburg eerder dit jaar geweten.  Bij YODOK III draait het allemaal om improvisatie en het trio neemt ook ruimschoots de tijd om te komen waar het wil landen.  Van fluisterdrones tot geluidsstormen.  Dat vraagt, getuige deze drie kwartier durende live-registratie, om een danige inspanning van het publiek dat gedwongen wordt om aandachtig te luisteren (of bier te gaan dringen), de initiële stilte aanloop erbij te nemen en geduld te oefenen tot de climax.  Vanaf de eerste noot verschuilen achter schedel splijtende riffs en het op een manikaal headbangen zetten zit er immers niet in.  YODOK III vatte dat publiek echter onmiddellijk bij het nekvel en wordt terecht beloond met een daverend applaus op het einde.  Wie het Roadburn-publiek stil wil krijgen, moet van goeden huize zijn.  Om de groeiende status van YODOK III te bevestigen is er nu ook een mooie box met drie cd’s met daarop de twee eerdere studio albums die in 2014 en 2015 uitsluitend op vinyl verschenen op Serries’ eigen label, A New Wave Of Jazz.” Gonzo Circus – Belgium

“Belgien!
Schweden!
Norwegen!
Was wäret ihr eigentlich ohne YODOK III?
Auf keinen Fall so vereint-musikalisch interessant, denn was diese belgisch-norwegisch-schwedische Band hier an seltsam-faszinierender Musik zu bieten hat, die einen puren stilistischen Freiflug jenseits irgendwelcher ausgelatschter Musik- oder gar anbiedernder Mainstream-Pfade vollführt, hinterlässt alle Freigeister, auch diejenigen, die man nicht rief, schwer beeindruckt zurück. Denn die Klangwelten von YODOK III sind atmosphärisch und post-rock-phänomenal.

Der Belgier DIRK SERRIES von VIDNA OBMANA und FEAR FALLS BURNING, der auch schon intensiv mit STEVEN WILSON zusammenarbeitete, sowie der Norweger KRISTOFFER LO und der Schwede TOMAS JÄRMYR lieben schwebend-ausdauernde Klangflächen, die sie über ihren Hörern – den Ambient-Werken eines BRIAN ENO ähnlich – wie einen Schleier ausbreiten, dem immer wieder faszinierende Klangtupfer eine bunte Vielfalt verleihen.

Diese streng auf 500 Stück limitierte, von Carl Grover geprägte Box enthält ein großes Poster mit dem Cover-Motiv und einem ausgiebigen Text zu den Alben sowie einem Vorwort alles verfasst von Guy Peters, einem Kritiker vom „Free Jazz Collective“. Das ganz Besondere daran sind natürlich die drei CDs in ihr: erstmals in dieser digitalen Form wurden die bisher nur als Vinyl-Ausgaben veröffentlichten YODDOK III-Alben „Yodok III“, „The Sky Flashes, The Great Sea Yearns I“ und „The Sky Flashes, The Great Sea Yearns II“ in ihr vereint.

Das europäische Post-Rock-Trio beweist auf allen Alben sein Gespür, musikalische Spannung über längere Zeiträume aufzubauen und sie bis auf die Spitze zu treiben. Jeweils zwischen 18 und 26 Minuten benötigen die minimalistischen Post-Rock-Epen, um sich aus einer ruhigen, getragenen, von elektronischen Klangflächen eingeleiteten Stimmung nach und nach zu den so oft ausgelobten „Wall Of Sounds“ zu erheben, bei denen sich Schlagzeug und E-Gitarre immer mehr in den Vordergrund spielen und das Tempo anziehen, aber ständig auch LOs Tuba und seine Basstrompete präsent sind – gerade diese Instrumente sind es, die YODOK III im Post-Rock-Universum ein Alleinstellungsmerkmal verleihen und deren Musik so einzigartig machen. Wie selbstverständlich glaubt man beim Hören von YODOK III man hätte es mit einem europäischen Ableger solch großartiger kanadischer Bands wie GODSPEED YOU! BLACK EMPEROR oder A SILVER MT. ZION mit zusätzlichem Gebläse zu tun.

FAZIT: Allein die Box, welche die drei CDs beinhaltet, ist ein Prachtstück. Aber auch die Musik der Alben wird alle Freunde sich langsam entwickelndem Minimalismus hin zu riesigen Post-Rock-Wänden, die auch durch Bläser maßgeblich errichtet werden, in bester GODSPEED YOU! BLACK EMPEROR-Manier begeistern. Ein belgischer Gitarrist plus ein schwedischer Schlagzeuger und ein norwegischer Tuba/Basstrompete-Spieler sind YODOK III – und so gesehen eine kleine skandinavische Post-Rock-Sensation im besten kanadischen Sinne, wenn man auf schwarze Königreiche steht, die in göttlicher Geschwindigkeit „aufgeblasen“ werden.” Musikreviews – Germany

“Eigentlich hätte dieses Album unbedingt auf Hubro-Records erscheinen müssen, denn was YODOK III an ihren Instrumenten leisten und wie sie ihren minimalistischen Jazz-Rock im klassisch nordischen Stil bis zu einem hochexplosiven Musik-Gemisch aufbauen, bekommt man nur selten in dieser Qualität geboten und dann kommen die Alben meistens aus vom besagten Label, das nur echt mit der Eule ist.

Was wir hier zu hören bekommen, ist Jazz-Musik voller Atmosphäre und Schwingungen, ganz ähnlich wie wir es von einigen Werken der beiden Elektronik-Pioniere KLAUS SCHULZE (X) oder BRIAN ENO (Music For Airports) kennen, wenn die sich auch noch dem Post-Rock geöffnet hätten, statt im Schwebezustand zu verweilen.

Hinter YODOK III verbirgt sich ein Trio aus Schlagzeuger, Gitarristen und Tuba/Flugabone-Spieler, die im Stile von GODSPEED YOU! BLACK EMPEROR ganz langsam und behäbig, aber sich immer weiter steigernd einen Jazz-Post-Rock-Brocken aufbauen, der es gehörig in sich hat. Dabei wird viel improvisiert, aber auch sehr konzentriert der Stimmungsbogen gehalten, in dem sogar Free-Jazz-Elemente zum Tragen kommen, bis die Wall Of Sounds regelrecht wie ein Vulkan ausbricht. Ganz wichtig sind dabei die Gitarren-Loops, die bedrohlich-dunkle Musikbilder zeichnen und sich immer stärker in den Vordergrund schieben.

YODOK III – das sind ein Schwede, ein Norweger und ein Belgier, die im Falle von „The Mountain Of Void“ einen 45 Minuten langen Live-Mitschnitt vom Tilburger Roadburn-Festival aus dem Jahre 2016 präsentieren. Ein Stück, ein Ambient-Post-Jazz-Rock-Monolith, bei dem man gar nicht glauben kann, dass der tatsächlich live über die Bühne ging. Der begeisterte Applaus am Ende des Konzerts beweist aber, dass dies tatsächlich doch der Fall war. Nicht ein Räuspern oder Hüsteln hört man während der sich langsam und leise aufbauenden Klanglandschaft. Erst am Ende bricht genauso wie die Musik auch das Publikum vor Begeisterung aus. Eine wahrhaft berechtigte Begeisterung.

Ein zusätzlicher Leckerbissen ist, dass die CD in einer dicken Box aus Hartpappe daherkommt, die auf 500 Exemplare limitiert ist und die man sich auf keinen Fall entgehen lassen sollte. Allerdings muss man klug entscheiden, denn es gibt auch eine LP-Version – ebenfalls auf 500 Stück limitiert -, die dem Vinyl-Liebhaber entgegenkommt.

Wer dieses so fein verpackte Album hört, der wird sicher fast ein wenig traurig sein, wenn er akzeptieren muss, dass er live bei diesem Erlebnis nicht unmittelbar dabei sein durfte, wenn er nach ein wenig Recherche diesen kurzen Konzertbericht, der sich hervorragend als FAZIT zu „The Mountain Of Void“ eignet, entdeckt:

„Als nächstes kam das unglaubliche Trio YODOK III, mit dem belgischen Gitarristen Dirk Serries und dem norwegischen Duo Yodok. Und in inspirierten 50 Minuten einer einzigen, improvisierten Komposition nahmen sie das Publikum mit auf eine Reise durch erstaunliche Landschaften von größter Schönheit und totaler Reizüberflutung. So bemerkenswert erfreulich ist diese Erfahrung gewesen, dass die Stille nach dem letzten Ton nahezu unerträglich erschien bis dann einige Sekunden später der donnernde Applaus einsetzte. Reinste Magie.“ Musikreviews – Germany

YODOK III – Legion Of Radiance – Live At Dokkhuset (CD, Consouling Sounds)

“Combining for what they describe somewhat hyperbolically as a New Wave in Jazz, are the Northern Europeans who make up Yodok III. Swedish drummer Tomas Järmyr and Norwegian tubaist Kristoffer Lo have extended their Yodok project by partnering with Belgian guitarist Dirk Serries for improvisations that are designed to mix ambient inferences with the most rugged industrial noises imaginable. Like theories such as Quebec Separatism or American Populism which appear inspired until attempted in practice, the concept proves better in thought than action, at least as expressed on Legion of Radiance,. If demagoguery often overpowers the basic power for the masses which Populism is designed to encourage, in this case the unvarying industrial power associated with loud and electronic instruments ultimately throws of balance the quiet-noise blend for which Yodok was aiming.

Individually like new recruits to a political party the three appear genuinely committed to the idea. Certainly some of the trio’s individual projects have managed to negotiate the bridge among sonic genders without failing. Järmyr for instance has worked with both Italian Metal-Improv band Zu and Norway’s Trondheim Jazz Orchestra (TJO), while Lo is not only a valued members of the TJO, but part of the reductionist Microtub tuba trio with Martin Text and Robin Hayward. Meanwhile Serries has evolved from playing dark, guitar-consumed programs to experimenting with Jazz-improv alongside the likes of saxophonist John Dikeman and drummer Steve Noble.

With almost 10 minutes of the introduction to this 68-minute tour-de-force so silent that it almost appears as of Yodok has bridged the auditory gap between AMM-The Necks on one side and Black Sabbath/Einstürzende Neubauten on the other, the gradual introduction of strident string vibrations, percussion resonations reflecting back upon initial strokes and diminished brass blowing only heightens the suturing of timbral contradictions. Yet one-quarter of the way through stentorian almost wood-cracking drum pops, gravelly tuba ejaculations and crunching riffs from the guitarist start to overpower the other elements like cream rising to the top of milk. By this time however the formula begins to curdle.

Except for a (too) brief interlude a few minutes later when granulated tuba tones are repeated frequently enough to reach the rococo-style sensibility of a massed vocal choir at full volume, fortissimo drones and processed buzzes dominate the program for the next 30 minutes. Driven by splash cymbals, bass drum recoil and pressurized guitar flanges, consistent forward motion in maintained. However like the aftershock of an earthquake that appears just after the initial convulsion has subsided, the selection reaches a more elevated noise level just when that appears impossible. Aurally resembling a protoplasmic mass in a horror movie that swallows everything in its way, the result is all stress no balance, with the track ending as clotted and chunky as it was a half-hour previously.

If Industrial-Metal-Improv admixture exists, this is probably it and could impress seekers for that sub-genre. But judging from the initial exposition of this track, next time out Yodok should try to add even more colors to its palate.” Jazzword – Canada

New Wave Of Jazz Bandcamp

Pleased to announce that Tonefloat’s New Wave Of Jazz opened up the bandcamp to digital downloads for most of the backcatalog, including a special offering of THE VOID OF EXPANSION‘s live performance at jazzclub De Singer in 2014 as a digital exclusive.

Visit the bandcamp now and support DIY.