new wave of jazz

KODIAN TRIO on Salt Peanuts

Kodian Trio – British alto sax player Colin Webster and drummer Andrew Lisle and Belgian guitarist Dirk Serries – has been busy in the last two years, releasing a series of limited-edition, DIY releases. First one was under the names of the three musicians (Raw Tonk, ), later one when the trio was augmented by American sax player John Dikeman, «Apparitions»,  (A New Wave of Jazz, ), then the official debut, «I» (LP, A New Wave of Jazz, 2016) and another live document, «Live at Paradox» (Raw Tonk, 2016).

«Volt / Pletterij»is another live, limited-edition release, only 50 cassettes this time (plus a download option), mixed by Serries, with artwork by Webster, on his Webster’s Raw Tonk label, documenting two live performances from the trio recent European tour. The first recorded at the Dutch club Volt in Sittard on March 21st 2016 and the second from fellow Dutch club Pletterij in Haarlem, two days before. Both sets stress the strong identity of this working band.

The trio begins «Volt» begins in a fast and energetic mode, full of raw sonic clashes, but then it suddenly changes course to a quiet, contemplative one that searches for a tender common ground. Now, with remarkable restraint the trio gains power to the next, inevitable assault. Webster sets the tone to this tight, focused intense attack, fragmented by Serries noisy interventions and Lisle pulse-free drumming.  

«Pletterij» begins a free jazz, highly rhythmic mode where both Webster and Serries surrender to Lisle massive drumming, This focused interplay intensifies when Serries pushes his distorted guitar sounds and Webster soars to faraway stratosphere with his fast blows and shouts. Again, mid-piece the trio shifts and explores a sparse, open interplay that highlight Lisle, Serries and Webster contributions to a new, dramatic and suggestive atmosphere yet quite a minimalist one. This time the trio return to its common, energetic mode is sudden and faster, marking another intense and powerful attack towards the cathartic coda.” Salt Peanuts – Norway

‘OUTERMISSION’ reviewed

“Het blijft interessant om de ontwikkeling van Dirk Serries in de vrije improvisatiemuziek te volgen. Begonnen als ambient- en drone-artiest heeft de Belg zich de laatste jaren steeds meer ontpopt als een vrij spelende gitarist die muzikale conventies aan zijn laars lapt. Vorig jaar verscheen op het Engelse Raw Tonk-label de eerste solo-cd met vrije improvisaties van Serries (Etched Above The Bow Grip) en op datzelfde label verschijnt nu Outermission, waarop de gitarist samenwerkt met drummer George Hadow.

Hadow is afkomstig uit Engeland maar hij opereert vanuit Amsterdam. Hij studeerde met Han Bennink en Michael Moore en hij is onder andere lid van het Blue Lines Trio en het Mulligan/Baker Project. De lijst met namen met wie hij samenwerkt wordt allengs langer: Terrie Ex, John Dikeman, Gonçalo Almeida, Roy Paci, Joe Williamson, Andy Moor, Jasper Stadhouders en Tobias Delius zijn enkele namen die op de lijst van Hadow prijken. De drummer speelt veelzijdig, krachtig als het moet maar ook subtiel als de muziek daarom vraagt.

Outermission laat twee onderzoekende muzikanten in hun ontwikkeling horen. Vooral Serries lijkt als improvisator een stap verder te zijn dan vorig jaar, ten tijde van Etched Above The Bow Grip. Zijn spel lijkt aan kracht en zelfverzekerdheid te hebben gewonnen, zonder dat iets van de jeugdige spirit van zijn spel verloren is gegaan. Zijn spel is hoekig, a-ritmisch en variërend van verstild tot noisy. Hadow geeft de Belg flink tegengas, weet elke vondst van Serries scherpzinnig te pareren, maar hij barst zelf ook van de originele muzikale ideeën. Zijn techniek is indrukwekkend en het toevoegen van extra percussie-objecten heeft hij voor zijn spel niet nodig. Het is echter de combinatie van de verschillende speelwijzen van de muzikanten die de meeste indruk maakt.

De improvisaties zijn ruw, ongepolijst en zo worden ze ook weergegeven op de cd. Zoals bijvoorbeeld in opener ‘Narrow’: Serries speelt zijn rauwe maar inventieve gitaarspel en Hadow stelt daar zijn klaterende drumspel tegenover. Snare, toms, hi-hat, bekkens, en randen van trommels worden aangeroerd. In ‘Cross’ gaat het er iets subtieler aan toe, maar het spel is even onrustig als in de opener. In Serries’ spel wordt af een toe een kleine aanzet tot een melodie gegeven, maar die wordt nergens uitgewerkt want de gitarist is alweer een motiefje verder. Zo lijkt hij er steeds vandoor te gaan, is hij de luisteraar steeds een stap voor en dat is wat zijn spel zo aantrekkelijk maakt om naar te luisteren. Hadow soleert aan het einde van ‘Cross’ en dat doet hij met donkere tomslagen die vergezeld gaan van mooie accenten op snare, bekkens en hi-hat.

Verstilling treedt op in ‘Out’ met ijle gitaarklanken en zacht spel op de snare. Het stuk schuurt, wrijft en er hangt spanning in de lucht. De vijf minuten zijn om voor je er erg in hebt. Verderop is ook ‘Open’ een brok verstilde spanning. Een paar goed geplaatste korte tikken van Hadow bouwen die spanning verder op. ‘Call’ laat de beide muzikanten weer van een robuuste kant horen. De controle waarmee dat gepaard gaat, maakt indruk. Op ‘Slate’ heeft de gitaar een wat opener klank dan elders op de plaat. In ‘Apart’ lijkt een aanzet te worden gegeven tot een rocknummer, maar ook hier blijft het bij een aanzet. Het gitaareffect is prachtig en Serries speelt wat minder fragmentarisch dan op de andere tracks.

De verschillende improvisaties zijn strategisch op het album geplaatst, zodat de aandacht van de luisteraar niet verslapt. Zo staat de harde noise van ‘Night’ en ‘Tear’ ingeklemd tussen twee verstilde tracks, het eerder genoemde ‘Open’ en afsluiter ‘Remission’. Vooral in ‘Tear’ lijken de twee muzikanten alle remmen los te gooien om zich uit te leven in een heerlijke bak freejazz-noise. Het contrast met ‘Remission’ kan bijna niet groter zijn en dat werkt perfect. De schitterende afsluiter maakt nogmaals duidelijk hoe goed Serries en Hadow spanning kunnen creëren.

Op het Raw Tonk-label zijn geen teleurstellende releases verschenen en ook Outermission van George Hadow en Dirk Serries maakt op die regel geen uitzondering. De elf vrije improvisaties zijn rauw, dynamisch en spannend. Zelfs in de rustige stukken heeft de muziek een ruw randje. Het grofkorrelige, onafgewerkte element van deze muziek gecombineerd met het inventieve en onderzoekende spel leidt tot dit uitermate boeiende muzikale avontuur.” Opduvel – The Netherlands

Trybuna Muzyki Spontanicznej nie ustaje w wysiłkach, by eksplorować europejską muzykę improwizowaną pod kątem nowych, świeżych i niebanalnych zestawów dźwiękowych.  Z mniejszym lub większym skutkiem, Pan Redaktor stara się wrzucać w sieć globalną personalia muzyków, których niektórzy z nas – zapatrzeni wielbiciele wciąż tych samych wielbicieli – nawet nie podejrzewają o preparowanie dźwięków, które mogą okazać się ciekawe.  Świat muzyki improwizowanej jest absolutnie interesujący, a proces permanentnej nadprodukcji dźwięków w gatunku, wcale tego zjawiska nie deprecjonuje.  Zatem do dzieła!

George Hadow, brytyjski rezydent holenderski, perkusista i perkusjonalista, mający już pewne doświadczenie na polu swobodnej improwizacji zwiera dziś szeregi z Dirkiem Serriesem, belgijskim gitarowym eksperymentatorem, który do niedawna kojarzony był głównie ze sceną dark ambient, drone, czy industrial. Panowie spotykają się w studyjnych okolicznościach Sunny Side, w Anderlechcie, dzielnicy Brukseli, powszechnie znanej z największego belgijskiego klubu piłkarskiego Belgii. Rzecz ma miejsce 20 lutego roku ubiegłego. Rejestrują materiał muzyczny, składający się z jedenastu piosenek, trwających 37 minut i 37 sekund. Za trzy dni odbędzie się oficjalna premiera krążka, który nazwany został Outemission, a wydała go kolejna mała, niezwykle ciekawa i kreatywna inicjatywa wydawnicza ze Zjednoczonego Królestwa – Raw Tonk Records. To debiut muzyków w tym układzie personalnym.  Hadow gra na pełnym zestawie perkusyjnym, Serries zaś na gitarze elektrycznej. Prosta matematyka, polegająca na podzieleniu czasu trwania płyty przez ilość utworów, sugeruje nam w oczywisty sposób, iż każda z piosenek jest zwarta, krótka i na temat. Każda wyposażona w nieskomplikowany, jednowyrazowy tytuł, który także podkreśla brak nadmiaru komplikacji na etapie kreowania pomysłu na muzykę. Od razu uspokajam niecierpliwych – George i Dirk nie będą śpiewać.

Od startu atakuje nas silnie sfuzzowana gitara elektryczna, która plecie bardzo zwinne synkopy (not rock’in!). Niezwykle aktywny, od pierwszej sekundy, perkusista oplata dźwięki gitary konstruktywnym, nieco progresywnym drummingiem, o silnie jazzowych inklinacjach. Fragment kolejny jest jeszcze bardziej dynamiczny, choć sama gitara ma czystsze, nieprzesterowane brzmienie. Fragment trzeci wytłumia emocje, zdejmuje nogę z gazu i zabiera nas na oniryczny, głęboko psychodeliczny spacer po wąskich uliczkach starej Brukseli. Downtempo, psychofolk – jeśli ktokolwiek w tym miejscu oczekuje gatunkowych skojarzeń. Perkusista szczoteczkuje, talerze rezonują. Skupienie, strach o kształt poranka po nocy spędzonej w dziwnym towarzystwie (z kajetu recenzenta: what a game!). Czwarty numer jest gęsty, cuchnie pyszną improwizacją. Tu każdy dźwięk natrafi na echo współpartnera, a żadna intryga nie zostanie pozostawiona bez komentarza.

W każdym z utworów gitara brzmi trochę inaczej (bagaż doświadczeń muzyka na polu szeroko pojętej muzyki eksperymentalnej nie idzie na marne!). Outermission może dzięki temu stanowić okno wystawowe dla umiejętności artykulacyjnych gitarzysty. Jeśli szukacie doom-metalowego zadęcia, tu także znajdziecie coś dla siebie. Świetnie pracuje – bez chwili wytchnienia – czujny perkusista. Jest w ciągłym ruchu, w ciągłej interakcji z gitarzystą, podąża za każdym jego tropem, a proces kreacji aż kipi w jego przedmóżdżu. Kolejne petardy na krążku, to zwinne i niebanalne historie, które mają wstęp, rozwinięcie i zakończenie. Dwie, trzy, maksymalnie cztery minuty. Narracja jest narowista, a improwizacja czysta i wielowątkowa, ale nie traci czasu na brzmieniowe subtelności. Ósmy numer, podobnie jak trzeci, kołysze nas do snu, który i tak nie nadejdzie. Gitara brzmi jak czerstwa i lekko upalona wiolonczela – urocza, minimalistyczna opowieść. W dziewiątym gitara na odwyku! Jest zadziorna, oblepiona przesterem i jęczy, jak ranny tygrys. Tuż potem hałas eskaluje się. Gitarzysta tańczy po strunach, a jego wzmacniacz skwierczy z nadmiaru ładunku elektrycznego. Drummer idzie na rockowo i mizdrzy się do słuchaczy. Heavy dark improvised jazz!

Finał jest reemisją (Remission). Ponownie klimat jest oniryczny, naładowany zdrową psychodelią. Jakże kreatywne wybrzmienie, studzenie emocji, suszenie potu na skroniach. Kostka delikatnie smaga ciało gryfu i dopieszcza struny. Kontrapunkt ze szczoteczek, w ciszy, by nie budzić złego. Szczypta repetycji i mikro preparacji na połamanym talerzu. Wyborne!” Spontaneous Music Tribune – Poland

OUTERMISSION

OUTERMISSION FRONTCOVER

GEORGE HADOW & DIRK SERRIES – OUTERMISSION (CD, Raw Tonk Records)

Known for his highly prolific career as an ambient, drone, and industrial composer, Belgian guitarist Dirk Serries is making bold moves into the world of avant garde and improvised music. In this quest, Serries has been teaming up, both live and on record, with some of the leading young figures on the European scene, including John Dikeman, Colin Webster, Andrew Lisle, and Graham Dunning.  2016 saw the release of Serries’s debut solo album of purely improvised material, ‘Etched Above The Bow Grip’ (Raw Tonk Records). This release was heralded as an exciting statement of intent, and a document of his on-going search as a musician.  This search led to the Amsterdam-based British drummer George Hadow. Working primarily in the fields of improvised music and jazz, Hadow is quickly establishing himself on the Dutch scene. Recent collaborations include The Ex, Blue Lines, Goncalo Almeida, and John Dikeman.

On their debut album ‘Outermission’, Hadow and Serries find their common language is one of dynamics, stop and go, exchange of abstractness and detailed tonality. A duo on the edge of its powers both musically and physically.  Now available as pre-order (comes with an instant download of the full album) at Raw Tonk Records’ bandcamp.

 

YODOK III at JAZZHOUSE

P1080598-99-1493680980

YODOK III live at JAZZHOUSE (Copenhagen, Denmark) April 28th 2017.

“Fredag aften på Jazzhouse lod Dirk Serries, Tomas Järmyr og Kristoffer Lo minimalistisk drone møde tunge, sitrende eksperimenter i et delvist improviseret verdensklasseunivers.

Da man en onsdag aften i september sidste år besøgte det københavnske spillested Jazzhouse for at se en af sine personlige undergrundsfavoritmusikere Aidan Baker give dronet improvisationskoncert med den svenske trommeslager Tomas Järmyr som musikalsk legepartner, blev ens nysgerrighed fodret, dog uden at man blev helt mæt. Järmyr er et navn, der via internettets nørdede samtaler de senere år er dukket op på radaren i flere sammenhænge, og med tiden har han igen og igen har vakt ens interesse.

Hvorfor har han så det? Jo, Järmyr er musikeren, der p.t. sidder på trommetaburetten i det saxofonfrenetiske italienske kaosband ZU. At man i det hele taget kan sidde på ZUs taburet med selvsikker, opret ryg uden at falde igennem og gå bandes oprindelige trommeslager Jacopo Battaglia i bedene også uden at skuffe, er en bedrift i sig selv. At Järmyr derudover har spillet doom-jazz med Spidergawds afløserbassist Trond Frønes i Sunswitch, angiveligt stadigvæk praktiserer grindcore i Forræderi og derudover for ganske kort siden blev annonceret som det nye medlem i vort alle sammens yndlingsrockband Motorpsycho, well, it better leave you curious!

Det var derfor med begejstring, at man fredag aften i sidste uge på ny tog til Jazzhouse for igen at tjekke Järmyr ud, og denne gang tilmed med trioen Yodok III, der har belgiske Dirk Serries på guitar. Oprindeligt foranlediget af pladeselskabet ToneFloat samt Serries’ samarbejde med Porcupine Trees Steven Wilson under aliasset Vidna Obmana har denne skribent i nu længere tid været begejstret for flere sider af den belgiske guitarists oeuvre, og så vidt jeg ved, var besøget i fredags hans første i Danmark siden 2010, hvor han dengang gav koncert henholdsvis i BIffen i Aalborg og på Det Poetiske Bureau i hovedstaden.

Serries har på en gang været incitamentet for selve tilblivelsen af Yodok III, samtidig med at han kan siges at være jokeren i bandet. Før han hookede op med Järmyr og tubaisten Kristoffer Lo, det sidste medlem i trioen, jazzeksperimenterede Järmyr og Lo allerede under navet Yodok. De inviterede Serries med for fire år siden, hvorefter Yodok III blev til. Med indlemmelsen af Serries i bandet bevægede bandets dronelyd sig fra ofte at være angribende til at være mere afventende, dog med flere seriøst noisede undtagelser smidt ind hist og pist. Serries har almindeligvis en mere minimalistisk tilgang til noise og drone, hvilket har sat sit præg på Yodok IIIs materiale, der dengang som nu angiveligt er 100 % improviseret.

Fredag aften i sidste uge var vi så omkring 50-60 publikummer, der havde fundet vej til Jazzhouse, hvilket egentlig ikke er et ringe fremmøde til en koncert af denne art. Det er i hvert fald flere, end der var til stede, da Järmyr besøgte Jazzhouse med Baker, ligesom det er væsentlig flere, end der var til stede, da Serries under navnet Microphonics besøgte Det Poetiske Bureau i 2010. Det er generelt rart, at musikere, når de vender tilbage til Danmark, bliver mødt af et større publikum, end der var til stede under forrige koncerter i landet. Det er vel blandt andet sådan, man sikrer snævre, interessante koncerter også fremover.

Selvom Yodok III angiveligt improviserer ikke kun på plade, men også under deres koncerter, lød dele af aftenens åbning nu som en let improviseret omskrivning af ‘In a Realm of Wander Behold the Fleeting Shadows Exclaim in Delight’, der er at finde på trioens seneste fuldlængde, sidste års ‘The Sky Flashes, the Great Sea Yearns’. Godt det samme, for det er et fantastisk nummer. Aftenen startede således ud nærmest hyper-minimalistisk med et langsommeligt opbyggelig dronesamspil mellem Serries på guitar og Lo, der skiftede mellem to forskellige størrelser tubaer tilsat pedaler og diverse electro-gøgl-knapper, jeg ikke skal forsøge at gøre mig yderligere klog på. Jeg vil gætte på, det tog et kvarter, før Järmyr besluttede sig at indtræde i lydbilledet, der i Jazzhouses gode rammer desuden var ramt flot i røven.

Aftenens publikum var i øvrigt nænsomt lyttende og syntes på forhånd at vide, hvad de var gået ind til. Allerede inden bandet gik på omkring klokken 22:30, havde størstedelen i hver fald fundet sig til rette i tilfældige, siddende  klaser på gulvet foran scenen.

Da Järmyr kom med, tog aftenen for alvor til, og er der et af Yodok IIIs medlemmer, publikum efterfølgende snakkede om, var det trommeslageren. Det forstår man. Med en enkelt trommestik lagde Järmyr ud med at spille på sit bækken. Én trommestik, et bækken, samme sitrende musikalske struktur i godt og vel 10-15 minutter. Det skal siges, at lyset i kælderen på Jazzhouse var dæmpet på grænsen til mørke. Ikke slukket selvfølgelig, men skruet behageligt langt ned. Specielt på scenen var lyset næsten ikke til stede, hvilket til at begynde med gjorde det svært i det hele taget at se Järmyr. Af samme årsag, det indrømmer man gerne, tog det denne skribent tid at komme frem til, at det var Järmyrs trommespil, der lavede de sitrende lyde, som omringede kompositionens dronekrop bestående ellers af guitar og vekslende blæseinstrumenter. Sonisk set mindede Järmyrs bækkenspil mere om visse aspekter af techno, som man eksempelvis har hørt det hos den senere Vince Watson, hvorfor jeg til at begynde med troede, at lydene var et mekanisk loop af en art. Desto mere nysgerrig og ditto imponeret blev jeg, da det gik op for mig, at det var Järmyrs løse håndled, der brillerede. Accentueringen på det bækken var direkte mind-blowing.

Dette var tilmed kun begyndelsen på det ene nummer, som aftenens omtrent timelange koncert bestod af. Fra henholdsvis det minimalistiske og afventende, til det sitrende og vibrerende, bevægede kompositionen sig efterfølgende til det noisede for afslutningsvis at runde af med det direkte balstyriske. Järmyrs afsluttende trommespil, der rundede koncerten af, var på en gang så heavy og æggende, at man efter koncerten, som man forlod Jazzhouse, storsmilede med tanken om ham som nyt medlem i fremtidens Motorpsycho. Og med det stadig rumsterende i tankerne: Motorpsycho på Jazzhouse? Wauw, make it happen, tak.  Tak til Jazzhouse og Yodok III for en fremragende aften.” Devilution – Denmark

YODOK III at HA! fest 2017

20170428 Yodok III - HA'fest(c) Geert Vandepoele-950120170428 Yodok III - HA'fest(c) Geert Vandepoele-957820170428 Yodok III - HA'fest(c) Geert Vandepoele-951220170428 Yodok III - HA'fest(c) Geert Vandepoele-952520170428 Yodok III - HA'fest(c) Geert Vandepoele-949420170428 Yodok III - HA'fest(c) Geert Vandepoele-9553

YODOK III live at HA! fest 2017 (Handelsbeurs, Gent – Belgium) photos by Geert Vandepoele.

“De bevrijding van Yodok III was daarna van een heel andere soort. Het drietal heeft in zijn bestaan nog niet zo heel veel concerten gespeeld (wat wil je ook, je kan een A4’tje vullen met een lijst van hun bands en projecten), maar die groeien wel steevast uit tot rituelen met een massieve impact. En als het trio enkele dagen eerder al indruk maakte in Antwerpen, dan gingen ze nu, mede geholpen door een ronduit fenomenale sound, nog een paar trapjes hoger schakelen. Zo’n ritueel begint doorgaans op fluisterniveau – met aanzwellend elektronisch gebrom, de zingende gitaareffecten van Dirk Serries en zacht geritsel van drummer Tomas Järmyr — maar waar je vervolgens belandt, en vooral hoe je daar geraakt, is elke keer weer afwachten.

De bewerkte flugabone-golven van Kristoffer Lo vormden al snel een verweven ondergrond met het herkenbare, in effecten gehulde gitaarspel van Serries, dat aangevuld werd met het zachte cimbalenwerk van Järmyr — de joker van dienst — die brushes, finesse en behendigheid aanwendde om de muziek al helemaal een zachtjes sudderende, sacrale grandeur te bezorgen. Maar intussen weet je al dat het niet blijft bij het vakkundig stapelen van loops en patronen, maar dat het om een geduldige climaxwerking gaat waarbij de band soms tergend traag opschuift. Zo traag dat je je afvraagt of ze dat plafond nu al bereikt hebben, maar net dan schakelen ze dat trapje hoger.

En dan gaat het boeltje aan de kook, nemen volume en densiteit toe, gaan golven van melancholie de strijd aan met een steeds dwingender stuwing. Jarmÿr pakte uit met een kort patroon, een combinatie van een galeienstoot en een doodssalvo, om dat vervolgens minutenlang aan te houden met een koppig beukende, repetitieve intensiteit. Maniakaal en verzengend, en dan begint hij er ook nog eens mee te variëren en er extra fills tussen te zwieren. Een hectische, elektrisch geladen performance die in combinatie met de steeds emotionelere kreten van tuba/flugabone en de texturen van Serries voor een ondraaglijke, withete spanning zorgde. Het einde mocht dan wel sereen en elegant zijn, Yodok III haalde uit met een verwoestende intensiteit die nog lang nazinderde.” Guy Peters/Enola – Belgium