news

Merchants Of Air reviews

GRAHAM DUNNING & DIRK SERRIES – Live In The Lowlands

“The output of Dirk Serries seems neverending, which coincidentally can also be said by the length of most of his works. Not that I mind, on the very contrary. In a way, Serries has been in my living room more than any of my friends and family. His solo works and his releases with Yodok III are constants here, played on an almost daily basis.
To be honest, I cannot say that about Graham Dunning. This is actually the first time I see his name so I’m not familiar with his music. Yet, judging from what I’m listening to at this very moment, that might change soon. Dunning is a sound artist, always exploring the possibilities of music.

This album is a registration of two different concerts. The first one having taken place in Rijkevorsel, Belgium, while the other one recorded at De Ruimte, Amsterdam, Netherlands. Both tracks share a passion for experimenting with sound. Somehow, it feels like most of the experimentation comes from Dunning. Serries’ lingering and droning guitar sound is not the constant here. The constant seems to be a form of free jazz and the chemistry of live improvisation, something these two artists know quite a lot of.

When I say “free jazz”, don’t expect confusing rhythms and over-the-top saxophone solos. The whole album maintains a slow and somewhat mellow tone. I guess “ambient jazz” is a better phrase. Drones, soundscapes, strange noises, turntables and unidentified object create a strange but constantly evolving sound that demands to be explored. Different sound float in an out, leaving the listener somewhat estranged and confused. In a good way, obviously. This is just a remarkable album, one every jazz/ambient/drone/experimental fan should own.” Merchants Of Air – Belgium

Advertisements

Can This Even Be Called Music reviews

KODIAN TRIO – II (LP, Trost Records)

“The second album of the Belgian free jazz trio is even better than their first. The dynamics between the guitar, the saxophone, and the drums are wild and untamed, almost akin to completely expressionist music – that’s if it isn’t exactly this already! The sax surges are often impressive, if not downright surprising, while the drums seem to be able to keep the rhythmic section endlessly interesting, with the guitarist’s inventive patchwork filling the pieces with its own strange musical context. It’s great!” Can This Even Be Called Music –

KODIAN TRIO on TROST RECORDS !

TR168_frontcover

“Kodian Trio … blasts through, mashing free improv clicks and clatters with free jazz-inspired hoots and hollers, all wrapped up in a waistcoat of gimlet-eyed punk attitude.” – Paul Margree, We Need No Swords

Improvising power unit Kodian Trio rose from the ashes of a scorching concert at London’s Café Oto in 2015. Following the release of their debut album in 2016 the trio hit the road swiftly becoming major contenders on the fertile and outward-looking European scene.  Kodian Trio comprises of the saxophone and drums pair of Colin Webster and Andrew Lisle – both rising stars of British improvised music, known for their dexterous and uncompromising playing. The trio is completed by Belgian guitarist Dirk Serries – master craftsman of ambient and industrial music who in recent years has turned to improvisation.

In late 2016 Kodian Trio headed back to the Sunnyside studio in Brussels to record this second studio album ‘II’.  The album is now available from the fantastic TROST RECORDS on virgin vinyl and digital.  KODIAN TRIO will tour from February 2018 on.

“Vandaag verschijnt de tweede vinylschijf van het Kodian Trio, simpelweg II geheten en opgenomen in de Sunnyside Studio te Brussel. Het eerste studio-album (I) verscheen begin 2016 bij A New Wave of Jazz en daarna verschenen enkele live-opnamen bij Raw Tonk Records: Live at Paradox op cd-r en Volt/Pletterij op cassette. Het is te hopen dat het verschijnen van II bij het grotere Trost Records zorgt voor meer naamsbekendheid van het trio, want als het gaat om rauwe en intense vrije improvisatie, kent Kodian Trio zijn gelijke niet.

Kodian Trio bestaat uit de Belgische gitarist Dirk Serries, de Engelse saxofonist Colin Webster en de eveneens uit Engeland afkomstige drummer Andrew Lisle. Webster beperkt zich op de nieuwe plaat tot het spelen van altsax. Tijdens concerten speelt het trio lange, volledig geïmproviseerde sets, maar getuige I en het nu verschenen II pakt men de zaken in de studio iets anders aan. En dus horen we op het nieuwe album zes stukken, in lengte variërend van ruim drie en een halve minuut tot elf minuten. Aan titels doet Kodian Trio niet: de stukken zijn genummerd A1 tot en met B3.

Opener ‘A1’ laat horen hoe het drietal al hortend en stotend en weerbarstig tot de mooiste resultaten komt. Serries laat zijn gitaar doorklinken maar dempt ook, Webster sputtert en fragmenteert maar speelt ook lange noten en Lisle voorziet het geheel van afwisselende slagen op snare, basdrum, toms en bekkens. De rauwe energie spat van de muziek af.

Die energie neemt alleen maar toe in ‘A2’. Serries speelt tegendraads, houdt in en haalt uit, en Webster laat horen dat hij op altsax even robuust uit de hoek kan komen als op baritonsax. Uiteraard is de toon wat lichter, maar dat compenseert de Brit door met tomeloze inzet te spelen. Lisle is de niet-verbindende factor als het om zijn spel gaat, want dat is eigenwijs en bij tijd en wijle zeer krachtig, maar toch houdt de drummer het zaakje bij elkaar. Nadat Serries en Lisle halverwege even als duo spelen, neemt de de slagkracht in het vervolg nog verder toe. Met melodieuzer spel van Webster wordt die weer getemperd. Lisle speelt een korte solo, waarna gezamenlijk wordt besloten.

Kodian Trio staat voor veel meer dan energieke vrije impro. Een goed voorbeeld daarvan op II is het eerste gedeelte van ‘A3’. Lisle opent met bedachtzame slagen op de toms en Webster valt in met redelijk ingetogen spel, waarin hij melodieuze lijnen speelt die niet lijken te worden afgemaakt, wat een spannend effect geeft. De energie van het stuk neemt aanzienlijk toe wanneer Serries invalt met donkere en grofkorrelige tonen. Webster verhoogt het tempo van zijn spel en lijkt er in razend tempo vandoor te willen. Hij komt niet weg, want Serries en Lisle blijven hem met vastberaden spel op de hielen zitten. Bijzonder is hoe Lisle zijn spel varieert in tempo en intensiteit en daarbij toch de indruk wekt een duidelijke beweging voorwaarts te maken. Serries fungeert met a-ritmische ingevingen als stoorzender, het zand in de motor dat voor haperingen zorgt, waardoor de muziek van het trio weerspannig en onvoorspelbaar klinkt. Webster keert sputterend op het nest terug, protesterend met alles wat hij in zich heeft. Het slotwoord is voor Lisle, die met een paar krachtige slagen het stuk beëindigt.

Kant 2 opent speels en aftastend. Webster speelt staccato noten, Lisle doet het met hihat en bekkens. Meest aanwezig is echter Serries, die in hoog tempo technieken combineert en zowel vervreemdende effecten als aardse grondtonen produceert. Verderop is het trio vertrokken voor een zowel gezamenlijke als individuele dollemansrit, al blijkt bij dit drietal altijd weer dat wel degelijk controle aanwezig is in de chaotische muzikale passages.

Serries opent ‘B2’ met enkele zwiepende tonen, waarbij hij overigens zijn tegendraadse spel niet loslaat. Webster fladdert om het spel van de gitarist heen terwijl Lisle met brushes op zijn snare de muzikale onderlaag vormt. Gaandeweg worden de open noten minder. Webster en een zeer creatieve Lisle spelen een ingehouden en spannend duet. Wanneer Serries zich weer meldt, wordt het tot dan toe redelijk beheerst klinkende stuk voorzien van een korte luidruchtige finale.

‘B3’, tot slot, laat Webster en Serries horen in een aftastende opening, waarin de lange noten van de saxofonist door de gitarist worden voorzien van zacht ratelend gitaarspel. Webster zoekt het hoge register op en combineert dat met rauwe klanken. Lisle reageert met het leggen van een snel maar zacht ritmisch patroon op voornamelijk bekkens, waarmee hij doorgaat zodra de saxofoon stopt. Webster maakt zuigende en smakkende geluiden en Serries speelt tegendraads maar beheerst. De saxofonist gaat uiteindelijk over op clean en rustig spel en samen met de zachtjes spelende Serries en de met spanning geladen bekkenslagen van Lisle wordt het album besloten.

De tweede studioplaat van Kodian Trio is een album dat de oren op scherp zet en de fantasie prikkelt. Lisle, Serries en Webster voelen elkaar perfect aan, waardoor ieder zijn individuele en eigenwijze spel kan spelen zonder dat dit in de weg staat aan de expressiemogelijkheden van de andere twee muzikanten. De geïmproviseerde muziek is opwindend, spannend, inventief en intens. II is een schitterende plaat die iedere draaibeurt aan glans wint.” Opduvel – The Netherlands

A New Wave Of Jazz

We proudly announce the re-launching our little A New Wave Of Jazz label.  It became logistically and budget-wise very difficult to continue the vinyl series so that after long debate we found a fine alternative to not only re-instate the artistic vision but also to guarantee our visual identity.  With the graceful help of designer Rutger Zuydervelt, who transformed the original visual concept into something really beautiful for the future to come, and critic Guy Peters, who masterfully writes the liner notes, we continue with releases on compact disc.  These are the two first ones & available for pre-order now through our bandcamp.

“Dirk Serries’ New Wave Of Jazz imprint kick-starts its new run of CD releases this month with a couple of real humdingers. Double Vortex is a blustery live summit capturing the provocative proclivities of John Dikeman (tenor sax), Colin Webster (alto and baritone sax), Serries (electric guitar) and Andrew Lisle (drums), plus guest saxophonist Alan Wilkinson, during an incendiary roustabout recorded at the Vortex Jazz Club on 8 February 2017. Serries ghosts up on Virgin As Innocent Wood, a more subdued set that sees him unpack his acoustic for a probing team-up with pianist Martina Verhoeven. The pair eke out an intriguing suite of minimalist musings, as influenced by Morton Feldman’s ornamental clusters as they are by the magisterial self-restraint of artists domiciled on the Another Timbre roster.” Jazzwise – UK

NWOJ0013_cover_square_2500px

NWOJ0014_cover_square_2500px

 

DIKEMAN AQUARIUS SERRIES

 


DIKEMAN AQUARIUS SERRIES – DAY REALMS (TAPE, Tombed Visions)

A companion piece to last years ‘Night Realms’, the trio of guitarist Dirk Serries, saxophonist John Dikeman and drummer Rene Aquarius return to Tombed Visions with another assaulting, 40 plus minute set of sustained fire music glory. Beginning with a dawn like guitar loop, ‘Day Realms’ opens like a crest of sunlight rolling across on a malevolent sea, the waves rippling and boiling with tension. Dirk Serries is at his most burstingly melodic, his guitar singing in rich hues of sun burnt colour. Rene Aquarius thundering percussion rests most of its attack on the cymbals, creating a shimmering sea of metal when he isn’t bombastically gutting the sound with pounding rolls that Serries and Dikeman cry in response too, drowning under the waves. John Dikeman, when not wailing into his saxophone like a wounded banshee, smatters the sounds with some of his most keeningly beautiful playing I’ve yet to hear. ‘Day Realms’ has moments of the sustained menace of its predecessor, but its the dynamics the trio have begun to explore on this record; space, soloist runs and creating moments for each other to share their individual voices that really must ensure that these cats keep making this music together, the development in sound so huge. A soul stirrer, no fucking doubt and an essential slice of modern European Free Jazz. As a added bonus for the Tombed Visions faithful, ‘Night Realms’ is included on Side B of this glorious, glorious tape!

“David McLean’s Tombed Visions label continues to mine a rewarding seam of mutant sounds that combines fire music’s euphoric blowing with the protean spontaneity of free improvisation. Here he hooks up stateside exploratory reedsman John Dikeman with Belgian guitarist-cum-sound artist Dirk Serries and Dutch powerhouse drummer René Aquarius, for a transatlantic jam that sets a determined course for the far reaches of the universe, the trio losing themselves in gorgeously tangled chains of silvery honk and glassy deep-space glister.

Dikeman, Serries and Aquarius are part of a resurgent wave of free jazz that gathers up players from Europe, the US and UK in a cross–cultural throng. Tombed Visions released the first outing from this trio, Night Realms, in 2016 (it’s also provided on the flipside of this tape for any heads who may have missed it) – and players with a similar worldview, such as Andrew Cheetham, Otto Wilberg, David Birchall, Colin Webster and Sam Andreae, have also been represented, in various combinations, by McLean over the years. Of this lot, the ABC Trio’s two releases come particularly recommended, the threesome of Andreae (tenor sax), Birchall (guitar) and Cheetham (drums) locking together in an astringent yet weirdly groovy manner that’s sure to get anyone that’s interested in non-dogmatic free improvisation foaming at the gums.

Night Realms walks a jazzier line than the spittle ‘n’ leather of the ABC squad, its blissful candour creating a beatific cocoon of sound whose radiance doesn’t let up for the 40-odd minutes of its runtime. René Aquarius, whose muscular, arrhythmic chops for Dead Neanderthals are a major contribution to the duo’s seismic force, lets loose with flurries of cymbal and percussive snare and kick-drum jolts, driving forward his partners’ explorations in tidal surges. Serries is on good form too, with circling mantras whose textural sheen are evocative of In A Silent Way-era McLaughlin.

Together, Serries and Aquarius form a taut mesh through which Dikeman slithers with riverine guile. His playing is fluid and melodic, but tough too, his curling riffs building up into a brassy lung-busting cacophony that transforms Day Realms’ opening quarter of an hour into a joyful overture. It proceeds through a series of peaks and troughs after that, although the rhythm rarely feels contrived. At around 20 minutes, Serries drops out and Aquarius moves to toms, freeing up the higher register for Dikeman to blast out in a reedy, squealing tantrum. Serries edging back in with an extended single-note drone adds another layer of hypnotism, yet the tension is allowed to dissipate, oozing out in a series of desultory splashes and plunks, before the trip gird their loins for cathartic final-minute splatterfest.  Bring the cloths, you’re gonna need to clean up around here.” Radio Freemidwich – UK

“Vorig jaar verscheen op het Engelse Tombed Visions Records de cassette Night Realms van John Dikeman (tenorsaxofoon), Dirk Serries (gitaar) en René Aquarius (drums). Het betrof een op 14 maart 2015 tijdens een concert bij Kunstgroep De Compagnie te Veghel opgenomen, volledig geïmproviseerd stuk dat drone, ambient en freejazz samenbracht en dat op sublieme wijze ruim veertig minuten de aandacht wist vast te houden.

Het schijnt dat de drie heren niet vaak in trioverband spelen, maar ruim een jaar na het verschijnen van de tape doen de muzikanten opnieuw van zich spreken, via hetzelfde label en weer op cassette. Day Realms heet de elf dagen na het concert in Veghel in Kinky Star te Gent opgenomen improvisatie en dat stuk vormt min of meer de tegenhanger van Night Realms. In beide stukken komen de sterke kanten van Dikeman, Serries en Aquarius naar voren, maar de stukken zijn anders van opbouw en het spel van de muzikanten verschilt ook.

Het meest in het oog springend is het opvallend gevoelvolle en melodieuze spel van John Dikeman, die toch bekend staat als een saxofonist die zijn hand er niet voor omdraait om een portie hels kabaal te produceren. Die harde uithalen zijn er wel op Day Realms, maar ze zijn gedoseerd en redelijk spaarzaam. Serries vindt een goede middenweg tussen free jazz-spel en het ambient- en droneterrrein dat hij jarenlang heeft verkend. Dat terrein verkende Aquarius op zijn vorig jaar verschenen solo-cd. Zijn rol lijkt ten opzichte van Night Realms te zijn toegenomen, waarbij de volle sound van zijn drumkit opvalt.

Serries opent niet met een drone maar met vrij spel en dat klinkt in het begin van het stuk opvallend helder. Het gaat samen met hoge klanken. Aquarius’ snare ruist zachtjes, totdat Dikeman ingetogen en melodieus invalt en de drummer zich meer roert met de cimbalen en de basdrum, die opvallend donker en krachtig klinkt. Vrij snel schakelt Dikeman over op zijn bekende agressieve, gierende spel, maar de agressie wordt snel gedempt, om vervolgens weer aan te zwellen. Aquarius speelt snel, zijn voetenwerk is fenomenaal, en Serries en Dikeman spelen door elkaar heen in een furieus gedeelte van het stuk.

Na tien minuten is het volle bak van alle drie de muzikanten, waarbij vooral de gitaarnoise opvalt; het is niet Dikeman maar Serries die voor het meeste muzikale geweld zorgt, ondersteund door de donderende drums van de zeer bedrijvige Aquarius. De sax van Dikeman gaat in deze fase niet zozeer voorop, maar gaat op in de furie die door de twee andere muzikanten wordt gecreëerd. De climax ligt rond de dertiende minuut, waarna Aquarius soleert met bekkens, af en toe onderbroken door harde slagen op toms en basdrum. Serries begeleidt tegendraads en neemt langzaam maar zeker de overhand. Dikeman is de man die de gemene accenten legt; Serries en Aquarius zijn de gangmakers.

Na ruim achttien minuten is het Dikemans beurt voor een lange solo met veel gevoel en melodie. Als luisteraar heb je wel steeds het gevoel dat de geweldsuitbarsting nog moet komen. Hij houdt het voor het grootste deel echter subtiel en dat benadrukt zijn fijne gevoel voor melodie. Aquarius begeleidt met rollend spel op de toms, die hij bespeelt met mallets. Serries is nu degene die op beperkt volume accenten legt en later een drone produceert. Die in intensiteit toenemende drone en de voortdenderende drums werken hypnotiserend, terwijl Dikeman de sterren van de hemel blaast.

Tegen het half uur wordt het zwaartepunt verlegd. Aquarius soleert met ruisende bekkens en zijn nog steeds rollende spel op de toms en basdrum. De constante drone is verdwenen en Serries speelt nu met beweging. Dat spel heeft ook een hypnotiserend effect en het roept bovendien spanning op. Dikeman valt opnieuw opvallend melodieus in, met veel emotie in zijn spel, in dit rustige gedeelte van het stuk. Aquarius gaat van zijn spel als aanjager over in het leggen van accenten. Dikeman blijft in zijn lyrische bui hangen. Pas tegen het einde, als Serries bijna ongemerkt toch weer is overgegaan tot het leggen van een drone, haalt de saxofonist giftig uit, wat voor Aquarius het teken is om ook wild om zich heen te slaan. Als Serries dan ook nog eens op standje noise gaat, is de heksenketel compleet. Wat een climax!

De tweede op geluidsdrager vastgelegde set van het trio Dikeman Serries Aquarius doet in niets onder voor het vorig jaar verschenen Night Realms, dat overigens op kant B van de cassette is te vinden. Zo krijg je twee prachtige stukken vrije improvisatie voor de prijs van een. Beide stukken klinken spannend, bezield en intens. Avontuurlijke muziek van drie bevlogen muzikanten. Prachtig.”  – Opduvel – The Netherlands

“Deklarowana na tej stronie, nieodparta chęć poszukiwania świeżej i zdrowej muzyki improwizowanej na Starym Kontynencie, wciąż pcha redakcję do eksplorowania kolejnych pokładów nowej muzyki.

Kasetowy label z Manchesteru Tombed Vision, prowadzony przez saksofonistę Davida McLeana, gościł już na Trybunie przy okazji dwóch tegorocznych wydawnictw, akurat wtedy, w edycji kompaktowej. Nazwisko Johna Dikemana, amerykańskiego saksofonisty, rezydenta holenderskiego, też z pewnością nie jest nikomu obce. Belgijskiego gitarzystę, Dirka Serriesa, eksperymentatora, legendę europejskiego ambientu, który śmiało wkracza w ostatnich latach na scenę improwizowaną, poznaliśmy całkiem niedawno, przy okazji jego wysoko ocenionego przez Pana Redaktora, duetu z George’m Hadowem Outermision.

Dziś przed nami muzyka wyjątkowej jakości – wydana oczywiście na kasecie magnetofonowej! – tria stworzonego przez wyżej wspomnianych – Dikemana i Serriesa, wspólnie z holenderskim perkusistą René Aquariusem. Ten akurat muzyk do improwizacji dojrzał grając głównie niebanalną i głośną muzykę rockową. Panowie w roku ubiegłym wydali kasetę z materiałem koncertowym Night Realms (Tombed Visions, 2016). Dziś wracają z kolejną porcją muzyki koncertowej. Tytuł zupełnie nie dziwi – Day Realms (Tombed Visions, 2017). Nowe nagranie, powstałe zresztą jedenaście dni po poprzednim, wypełnia nam pierwszą stronę kasety. Na drugiej otrzymujemy… reedycję poprzedniej. Jedna kaseta, podwójne wydawnictwo, wspaniała muzyka, czy można chcieć więcej?

Dzienne królestwa!

John Dikeman, Dirk Serries i René Aquarius, czyli saksofon tenorowy, gitara elektryczna oraz pełny zestaw perkusyjny. Jesteśmy w belgijskim Ghent, w klubie Kinky Star. Jest 25 marca 2015r. Muzycy zagrają niespełna 42 minuty.

Wita nas oniryczna, skoncentrowana na pojedynczych dźwiękach gitara Serriesa. Saksofon podłącza się dość nieśmiało i plami przestrzeń wokół gryfu instrumentu strunowego, nie chcąc na tym etapie wydarzenia czegokolwiek udowadniać. Perkusista bije w dzwon (czyli stopą w bęben basowy), oklepuje nierozgrzane tomy i czeka na sygnał do ewentualnej eskalacji. Improwizacja skomle i dusi się w oparach psychodelii, niczym płynna lawa, choć sam wulkan jest jeszcze w stanie umiarkowanego spoczynku. Ta linearna narracja bazuje na drobnych eskalacjach poziomu dźwięku, na kreowaniu intensywności rockowego, w sensie estetycznym, przekazu muzycznego. Już po kilku minutach gry wstępnej, muzycy są wystarczająco porozciągani – saksofon uroczo wyje, gitara obficie krwawi i szuka transu, a perkusja bębni niezwykle ekspresyjnie. Ów nieprzerwany potok improwizacji potrafi chytrze narastać i precyzyjnie nawarstwiać się. Dikeman zwinnie eskaluje i brudzi tembr swojego dęciaka na miły dla ucha, prawdziwie punkowy sposób. Lubi przebierać szaty solowej gitary w dużym, hardrockowym bandzie. Oczywiście, będące skutkiem tych działań, emocje są dalece ponadrockowe. Muzyka bez ustanku eskaluje (choćby w okolicach 15 minuty), aż ziemia drży pod stopami, aż chciałoby się usłyszeć po wybrzmieniu, ryk istotnie obnażonych siedemnastolatek, gotowych w każde wyzwanie w kontekście bliskiej relacji ze spoconym solistą. Miast brzmieniowych subtelności, iskry lecą, a pot i krew kapią z nieba (a sam recenzent jest co najmniej zachwycony!). W nielicznych sytuacjach drummer nieco gubi poziom, ale to jedynie nieistotne incydenty. On sam bowiem w skali makro, doskonale wpisuje się w spektakl Hard Free Improv Rock Destination Band!

Nowa narracja, już w drugiej części koncertu, opiera się na niezwykle dynamicznym drummingu, samoeskalującym się saksofonie i zawieszonym wysoko w powietrzu znaku zapytania – cóż na tak zastany obraz koncertu zareaguje przyczajony gitarzysta? Nie czekamy zbyt długo na odpowiedź. Serries wbija w to free jazzowe duo sax-drum ognistego drona, którego zadaniem jest rozwiercić mózg słuchacza (choć epatowanie samym hałasem ma dalece umiarkowany wymiar) ! Narracja znów chyli się nieodwracalnie w kierunku zdrowej psychodelii. Muzyka doskonale ucieka w trans, trwa, brnie, płynie i nie stawia przecinków. Serries sprawia wrażenie, jakby jego gitara zamieniała się w upalony, hinduski sitar. Plecie mantryczną ragę i modli się do nieistniejącego boga, szuka zagubionych w dziwnej podróży, hinduskich korzeni (z kajetu recenzenta: koniecznie podkręcić potencjometr głośności!). Aquarius stawia ostre stemple dudniąc stopą i rezonując talerzami (trochę, jak reinkarnacja Toma Bruno i jego epokowego Testu). Ten głośny, acz oniryczny klimat spada nam na głowę, nie zadaje pytań, nie musi też dawać odpowiedzi. John wkleja w ten obraz jazzowe plastry miodu i brnie całkiem świadomie w nieznane. Całość uspokaja się znacząco i rozpływa w potoku nieograniczonych możliwości rozwoju sytuacji scenicznej. Saksofon jest ckliwy i mógłby nawet głaskać przed snem odrobinę niegrzeczne dziewczynki (do ucha szepcząc im mało romantyczne historie o złych duchach). Gitara Dirka płynie na dużym pogłosie. Muzyk ledwie głaska struny, jest w mega transie. Piękny dialog z saksofonem. Gdyby drummer wrzucił w to odrobinę sonorystyki (…dodaje rozmarzony recenzent). John jakby słyszał uwagę pismaka i popada w lekkie szaleństwo. Dirk i Rene idą wraz z nim na tę muzyczna ustawkę! Genialna eskalacja! Rockowy arsenał perkusisty przydaje się na finałową rozpierduchę! Crazy! Rock in!

Nocne królestwa. W poprzednim odcinku: jedenaście dni wcześniej

Holandia, 14 marca 2015 roku. Jesteśmy tym razem w Kunstgroep De Compagnie/ Veghel. Tych samych trzech facetów, na takich samych trzech instrumentach zagra dla nas niespełna … 41 minut.

Na start skromna solowa eskalacja na gitarze, którą wspiera orszak rezonujących talerzy perkusisty. Ten delikatnie modulowany dron udanie wprowadza nas w mrok nocy. Saksofon wkleja się niemal bezdotykowo. Płynie i komentuje zachowania współpartnerów. Flow całej trójki jest zwarty i czupurny. Ornamenty Dikemana zdają się być szczególnie urokliwe w tym właśnie momencie. Gitara i drums, niczym jedno dziecię boże, płyną ku zatraceniu z uśmiechem na ustach. Znów zasadne jest skojarzenie z bezkompromisowością Test (ach, ta stopa!). Ekspresja, czysta eskalacja emocji, w twarz, prosto do ludzi! Wybrzmienie dopada nas dopiero w okolicach 17 minuty! Ale to właśnie teraz zaczną się dziać rzeczy wyjątkowe!

Aquarius zdziera stopę, opukuje tomy i konwulsyjnie wybrzmiewa. Serries pętli się wokół własnych myśli i stawia na bogate wnętrze. Dikeman powraca niemal oczyszczony. Onirycznie, delikatnie sonoryzuje. Muzyka snuje się po kątach, jak wygłodzone kocury, pozbawione możliwości ucieczki. Psychodelia włada tym skrawkiem świata, w depresyjnej Holandii i nie znosi słowa sprzeciwu. Muzycy zagłębiają się w swych dźwiękach. Naprawdę daleko im do drogi powrotnej. Wyborne! W tym kontekście sytuacyjnym, Skowyt Ginsberga zdaje się być bajką dla grzecznych dzieci. Chwile pozornego hałasu, które mają jednak moc prawdziwie oczyszczającą. Zdaje się, że wszelkie grzechy są nam odpuszczone. Krwawienia, które nie powodują utraty krwi. Cierpienie, które zdaje się rozkoszną podróżą dźwiękową.

Mistrzem ceremonii, niezaprzeczalnym, jawi się tu Dirk Serries. Tworzy 99% flory akustycznej finału tego niezwykłego wydawnictwa koncertowego. Saksofon kona w ogniu piekielnym, choć na pewno wyjdzie z tego cały. Ot, paradoks! Artystyczna niezgoda na świat jednowymiarowy! Na dźwięki naprawdę końcowe, cała narracja skleja się w jeden potężny dron. Gitara triumfuje! A kasety rządzą improwizującym Beneluxem i niewiele mniej szaloną pozostałością po imperium brytyjskim, po drugiej stronie śmierdzącego niewinnością kanału!

****

Pozostałe nowości Tombed Visions omówimy w innej opowieści, już po wakacjach Pana Redaktora. Wtedy także oczekujcie dłuższej epistoły o inicjatywie A New Wave Of Jazz! Kasety i winyle, które prowokująco zapraszają do odświeżenia pojęcia jazz. Improwizacja jako danie główne, a Dirk Serries w podwójnej roli – wydawcy i niesamowitego muzyka.

Wszystkie wydawnictwa Tombed Visions są dostępne w formie elektronicznej, oczywiście za pośrednictwem bandcamp.com.” Spontaneous Music Tribune – Poland

 

OUTERMISSION

OUTERMISSION FRONTCOVER

GEORGE HADOW & DIRK SERRIES – OUTERMISSION (CD, Raw Tonk Records)

Known for his highly prolific career as an ambient, drone, and industrial composer, Belgian guitarist Dirk Serries is making bold moves into the world of avant garde and improvised music. In this quest, Serries has been teaming up, both live and on record, with some of the leading young figures on the European scene, including John Dikeman, Colin Webster, Andrew Lisle, and Graham Dunning.  2016 saw the release of Serries’s debut solo album of purely improvised material, ‘Etched Above The Bow Grip’ (Raw Tonk Records). This release was heralded as an exciting statement of intent, and a document of his on-going search as a musician.  This search led to the Amsterdam-based British drummer George Hadow. Working primarily in the fields of improvised music and jazz, Hadow is quickly establishing himself on the Dutch scene. Recent collaborations include The Ex, Blue Lines, Goncalo Almeida, and John Dikeman.

On their debut album ‘Outermission’, Hadow and Serries find their common language is one of dynamics, stop and go, exchange of abstractness and detailed tonality. A duo on the edge of its powers both musically and physically.  Now available as pre-order (comes with an instant download of the full album) at Raw Tonk Records’ bandcamp.

 

5 Years RAW TONK RECORDS

img_2255

Coming up are the RAW TONK 5th anniversary celebrations in the lowlands and the UK featuring almost all key players of this fine label.  RAW TONK records is a fine DIY label from the UK under direction of saxophonist Colin Webster.  During the Lowlands tour the events will see Dirk Serries team up with turntablist and soundartist Graham Dunning while for the UK leg of the celebration Dirk will join forces with Suisse’ saxophonist Tapiwa Svosve.

For tickets visit the venues’ websites and for the UK you can order them directly from the label here

17/3/17 – Pletterij (Haarlem, The Netherlands)
18/3/17 – De Singer (Rijkevorsel, Belgium)
19/3/17 – De Ruimte (Amsterdam, The Netherlands)
26/3/17 – Hundred Years Gallery (London, UK)
27/3/17 – St. Margarets Church (Manchester, UK)

img_2386img_2511img_2512

 

 

 

XXVI-XXX : RESOLUTION HEART

tflp172x

DIRK SERRIES – MICROPHONICS XXVI-XXX : RESOLUTION HEART (LP/digital, Tonefloat)

Topping an album that received applause from press and fans alike, and was considered a personal achievement by the artist isn’t easy. Nearly three years went by before Dirk Serries found himself back into the realm of his self created Microphonics.

The intense involvement in free jazz and the improve scene (with his curated A New Wave Of Jazz label and artists like Yodok III and Kodian Trio) and the completely different way of working dragged him into the third studio album. Testing and trying the dynamics of inviting guest musicians, working his way through different themes and paths in a live setting where the steps needed to make that (final) chapter in the story that is Microphonics.

“Microphonics XXVI-XXX : Resolution Heart” is a breathtaking farewell to a remarkable series of releases (studio and live) for Tonefloat Records. An album that captures the essence of his music. Harmonic, emotionally charged, dynamic and minimal at the same time.

A statement that once again explores the versatility of Dirk Serries as a composer and musician, and at the same time acts as an answer as to why he has been (for over three daced) yet still maintains a key factor in a genre that has been labelled and perceived incorrectly more than often.

“Microphonics XXVI-XXX : Resolution Heart” has Serries’ signature all over and will in more than one way meet expectations.

The album will be out on vinyl as a regular 180 grams audiophile LP, plus a limited edition of 50 numbered copies in a box with an exclusive t-shirt and concert poster.
Pre-order the regular edition here and the special edition here.

Tickets for the releaseshow on November 19th at De Singer (Rijkevorsel, Belgium) you can order here.

Check out the album teaser :

upcoming concerts

microphonics-concert

a few concerts are lined-up, from pure vintage ambience, the abstract impro of KODIAN TRIO to this year’s highlight : Dirk Serries’ release show of his long-awaited final MICROPHONICS album on November 19th, this is our agenda :

17/9 – AMBIENT SOLO – in-store performance – Morbus Gravis (Antwerpen, B) 2pm !
24/9 – AMBIENT SOLO – Bozar Electronic Festival – Bozar (Brussels, B)
01/10 – DIKEMAN/GOVAERT/SERRIES – Oorpijn Festival – SunBakedSnowCave (Gent, B)
15/10 – KODIAN TRIO – Kinkystar Club (Gent, B)
17/10 – YODOK III – Brukbar/Blaest (Trondheim, N)
19/11 – DIRK SERRIES’MICROPHONICS – De Singer (Rijkevorsel, B)