serries / verhoeven / webster

New Wave Of Jazz Bandcamp

Pleased to announce that Tonefloat’s New Wave Of Jazz opened up the bandcamp to digital downloads for most of the backcatalog, including a special offering of THE VOID OF EXPANSION‘s live performance at jazzclub De Singer in 2014 as a digital exclusive.

Visit the bandcamp now and support DIY.

 

 

KODIAN QUINTET reviewed

“Het Noordbrabantse Veghel beschikt over een fraai cultuurcluster, gevestigd in een aantal oude fabriekspanden. Binnen dit cluster bevindt zich ook cultuurcafé De Afzakkerij, waar in samenwerking met Kunstgroep De Compagnie en Poppodium De Noordkade concerten worden georganiseerd.  De Compagnie heeft ook oog en oor voor muziekgenres die een wat kleiner publiek aanspreken, en zo staat vanavond het Kodian Trio op het podium in De Afzakkerij, al is dat trio vanavond uitgebreid tot een kwintet.

Het Kodian Trio bestaat uit Colin Webster (saxofoon), Dirk Serries (gitaar) en Andrew Lisle (drums). Twee maanden geleden verscheen van dit drietal de debuut-lp ‘I‘ op het Tonefloat-label en ter gelegenheid daarvan werd een korte tour door Nederland ondernomen, wat het trio o.a. in De Pletterij in Haarlem bracht, waar voor een klein publiek een spannend optreden werd gegeven.

Tegelijkertijd met ‘I’ verscheen op Tonefloat de lp ‘Apparitions’ van het kwartet Dikeman Lisle Serries Webster. Het Kodian Trio plus saxofonist John Dikeman dus. Van hetzelfde viertal verscheen vorig jaar al de cd ‘Live At Cafe Oto’, op Colin Websters label Raw Tonk. De platen tonen twee verschillende zijden van het kwartet: de live-cd de rauwere, robuustere kant en de studio-lp de meer geduldige en beheerste kant. Contrabassiste Martina Verhoeven is de echtgenote van Serries en speelde met hem o.a. in Fantoom, waarvan, eveneens op Tonefloat, vorig jaar de lp ‘Sluimer’ verscheen. Ook is Verhoeven te horen op ‘Cinepalace’ van het trio Serries Verhoeven Webster.

De muzikanten die vanavond op het podium staan zijn dus geen onbekenden van elkaar.

Dikeman trekt als vanzelf de meeste aandacht naar zich toe. Zijn tenorsax klinkt harder door dan de alt waarop Webster vanavond speelt en bovenal is de motoriek van Dikeman opvallend; hij lijkt saxofoon te spelen met zijn hele lijf. Webster mag dan wat minder volume hebben dan Dikeman, dat wil niet zeggen dat zijn spel ondersneeuwt. Integendeel, zijn kenmerkende, soms luisteronvriendelijke maar veelzijdige spel is herkenbaar, ook als hij niet de zware bariton- maar de veel lichtere altsax bespeelt.

Het kwintet speelt twee sets, waarin drie stukken worden gespeeld. Het muzikaal gebodene ligt een beetje tussen de twee hiervoor genoemde platen van het kwartet Dikeman Lisle Serries Webster in. Enerzijds is er het aftastende, zoekende spel, maar ook zijn er momenten waarop flink van leer wordt getrokken en herrie wordt geschopt. Verhoeven speelt vaak spaarzaam en dienstbaar, gebruikmakend van een beperkt aantal noten. Dat is slechts anders in twee korte duo-gedeelten, met Lisle en met Serries. De Engelse drummer is een feest om naar te luisteren maar vooral ook om naar te kijken. Hij lijkt bijna gedachteloos, nonchalant te spelen maar weet met mooie vondsten de juiste textuur aan te brengen in de wringende muziek.

Serries’ gitaarspel komt in de kwintetbezetting wat minder naar voren dan in het Kodian Trio zonder aanvulling. Afwezig is hij echter geenszins. Zittend op zijn stoel, gitaar vaak op schoot en het instrument bewerkend met strijkstok of schroevendraaier is hij zowel bindmiddel als een stem op zichzelf. In het laatste geval is zijn spel expressief maar opvallenderwijs minder percussief dan twee maanden geleden in Haarlem.

De muziek van het Kodian Trio + 2 is niet voor iedereen. Gaandeweg, en met name tegen het einde van het optreden komen mensen binnen die niet voor het concert zijn gekomen en dat zorgt voor wat gedruis op de achtergrond. De liefhebbers vooraan zijn echter getuige van mooi concert van een vijftal muzikanten dat elkaar, soms los van elkaar improviserend, steeds opnieuw weet te vinden en zo in alle individuele vondsten samenhang weet aan te brengen.” Opduvel – The Netherlands

KODIAN TRIO’ sextet reviewed

“Na vier concerten in Nederland en eentje in Duitsland landde het Kodian Trio in De Singer voor een tweedaagse residentie met gastmuzikanten. Terwijl het drietal de eerste avond (24/3) gezelschap kreeg van bassiste Martina Verhoeven, kwamen daar op de slotdag ook nog pianist Thijs Troch en saxofonist John Dikeman bij. Het sextet bracht er een heel eigen geluidswereld, die gretig de zone tussen vrij verkeer en minimalisme aftastte.

Het concert was meteen ook de Belgische albumvoorstelling van I, het debuutalbum dat saxofonist Colin Webster, gitarist Dirk Serries en drummer Andrew Lisle in het najaar van 2015 opnamen in Londen, en dat samen wordt uitgebracht met Apparitions, van datzelfde trio met John Dikeman. De vier waren dus geen onbekenden voor elkaar, en dat voelde je. Serries en Webster namen eerder ook al een album op met bassiste Martina Verhoeven, waardoor Thijs Troch (die samen met Serries deel uitmaakt van het Residuum Free Unit) de minst bekende factor was binnen de band.

Het was dan ook een beetje jammer dat zijn bijdrage soms verloren ging in de totaalsound, zeker wanneer de saxofonisten op het gaspedaal gingen staan en de verzamelde individuele insteken gingen leiden tot een blok van geluid. Al viel het eigenlijk nogal mee met de transparantie daarvan. Terwijl je bij veel ad hoc-combinaties vaak een ‘ik sta hier nu toch, dus ik zal maar spelen’-attitude ziet, waardoor de muziek weinig ademruimte krijgt, was dat hier eigenlijk zelden het geval. Er waren een paar intense pieken en met een dominant klinkende blazer als Dikeman valt er altijd wel wat geweld te rapen, maar van profileerdrang of alles dicht plamuren was geen sprake.

Vanaf het begin werd ingezet op intuïtief textuuronderzoek, met de altsax van Webster die zich meteen rond de tenor van Dikeman vleide en gezelschap kreeg van ruisende cimbalen, donker gestreken bas en de twinkelende klanken van Troch en Serries,die samen een soort ghost trance opzochten. Van daaruit werden de intensiteit en densiteit stapsgewijs opgekrikt en het sextet belandde al snel bij een eerste extatisch moment. Er werden echter ook passages ingelast die kleinere fracties aan het woord lieten. Zo had de combinatie Verhoeven/Lisle een heel eigen, sobere dynamiek, en vielen Troch en Webster op met een verrassend fijngevoelige dialoog. Dikeman bracht het boeltje vervolgens aan de kook en de band rondde zijn eerste excursie af met een perfect getimede slotslag.

Het was een aanpak die een beetje weerspiegeld werd in het eerste stuk van de tweede set, die van start ging met een stuiterende, bijna speelse energie, met de twee saxen die voorop liepen als in een fanfare. Het zat daar iets dichter bij de klassieke freejazz, met Dikeman die met z’n extreem schrille uitschieters deed denken aan Kaoru Abe, en met z’n bronstig vibrato aan Brötzmann. Webster contrasteerde dan weer met nerveus gekwetter, springerige loopjes en excentrieke geluiden, terwijl Verhoeven al die tijd koppig bij haar minimale aanpak bleef.

Het minimale element kwam het best tot z’n recht in de tweede helft van beide sets. Terwijl Serries het in de eerste set op gang bracht met gebruik van twee strijkstokken die over de gitaar op zijn schoot geschoven werden, bleef er altijd wel een drone-element in de buurt, of het nu de ruisende cimbalen en brushes van Lisle waren, het gebrom van Verhoeven of de serenades van de blazers. Zelfs toen Troch de handen bombastisch over het ivoor liet springen in een duel met twee saxen, bleef de muziek een coherentie bewaren.

Het mooist kwam die combinatie van abstractie en homogeniteit misschien tot uiting in het slotluik van de tweede set, waar resoluut gekozen werd voor textuur, waardoor je al snel een stroom van ‘kleine’ geluiden kreeg: ambientklanken van Serries (maar deze keer zonder loops), grommende bas, cimbaal- en drumvelvegen, tongue slapping en luchtspatten van Dikeman en Webster. Het werd een maalstroom van geluid met potentieel om helemaal te ontsporen, maar dat in goede banen geleid werd en door Webster naar een knap einde gebracht. En deze keer kon daarin de bijdrage van elke individuele muzikant op waarde geschat worden. Een bijzonder slot voor een geslaagde muzikale ontmoeting, die afgerond werd met een zwalpend bisnummer waarin vooral die ontembare Dikeman nog eens lekker los kon gaan.” Enola – Belgium

GONZO CIRCUS reviews

CHIHEI HATAKEYAMA & DIRK SERRIES – The Storm Of Silence (CD, Glacial Movements)

“Als vidnaObmana (gezichtsbedrog) heeft de Belgische gitarist Dirk Serries tot 2007 met talloze musici samengewerkt. Dat pseudoniem heeft hij achter zich gelaten, maar samenwerkingen gaat hij nog steeds graag aan.  Hij nam ‘The Storm Of Silence’ op met Japanse laptopmuzikant Chihei Hatakeyama.  Het album bestaat uit vier uitgestrekte klanklandschappen, geïnspireerd op de ijsvlakten in het uiterste noorden van onze planeet.  Het is een wereld waar nauwelijks iets beweegt, waar je ogen zich tranend verliezen in blauwige verten die vervagen aan de horizon.  Zo is ook de muziek van een kristallijnen koelte.  Als er al beweging is, is het met een kalmte van een ijsberg die nergens voor wijkt, zich langzaam op de stromingen van de zee laat meevoeren naar het zuiden.  Akkoorden wolken op in complexe, gestapelde lagen, waarin het zwaartepunt traag verglijdt – naar beneden, dan weer naar hogere, lichtere regionen.  Soms verdichten ze zich waardoor rillende samenklanken ontstaan.  In de diepte deint ongehaast de bodem waar op de twee hun fragiele bouwsels optrekken, die even zo gemakkelijk oplossen in het alomtegenwoordige stille blauw.  Een pure schoonheid, oorverwarmers aanbevolen” Gonzo Circus – Belgium

SERRIES/VERHOEVEN/WEBSTER – Cinepalace (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“Een mooi herinnering zal deze opname worden van één van de vele intieme concerten die werden georganiseerd in het Kortrijkse Cinépalace. Werden, inderdaad.  Binnen een paar maanden is het, vanwege het stadsbestuur, boeken toe.  Vijf jaar een werking, een creatieve broedplaats, doen draaien met een team van vrijwilligers dat een hele resem aan activiteiten, waaronder veel concerten, organiseerde.  Het mag niet meer zijn in het melagomane Kortrijk.  Overal hangen spandoeken hoe creatief de stad wel is, maar Quickie (Vincent Van Quickenborne, de zogenaamde cultuurliefhebber) investeert liever in aandachtstrekkers voor het grote publiek.  Het Alcatrazfestival (niets tegen metal, daar niet van), een nieuwe ingang voor het muziekcentrum waar onder meer De Kreun deel van uitmaakt (niets tegen De Kreun op zich), een waanzinnige, euro’s verslindende, tien jaar durende werf die de hele stad overhoop zal halen en zogenaamd verfraaien.  Daar haal je als stadsbestuur, Open VLD en SPA, de kranten mee.  Inderdaad zelfs de socialisten zijn niet meer geïnteresseerd in kleine alternatieve, cultuur ademende bewoners en hun initiatieven.  Maar genoeg daarover, op naar de plaat zelf.  De opname dateert van 30 mei 2015 en wordt in een beperkte oplage op vinyl uitgebracht in de reeks ‘A New Wave Of Jazz’.  Inderdaad, want Dirk Serries (vidnaObmana, Fear Falls Burning) is nu al eventjes de wereld van de improvisatie en jazz ingedoken, en dat is ook het gebied waar dit concert thuishoort.  Samen met zijn vrouw Martina Verhoeven (contrabas) en saxofonist Colin Webster, die al zelf een ferme reputatie heeft opgebouwd, ging Serries (elektrische gitaar) aan de slag om de aanwezigen een gezellige trip te bezorgen.  Serries laat zeer veel ruimte voor zijn beide kompanen, die hun instrument naar believen mogen onderzoeken en er soms heel vreemde klanken weten uit te halen.  Geen  ambient of drones hier, maar wel hoekige en scherpe geïmproviseerde muziek die nauw aanleunt bij freejazz maar het niet is.  En dat komt vooral door het verleden van Serries, die dit soort muziek op een heel andere manier weet te veranderen en daardoor ook te vernieuwen.  Leuk hebbeding voor donkere dagen” Gonzo Circus – Belgium

DIRK SERRIES & RUTGER ZUYDERVELT – Buoyant Live (LP, Tonefloat)

“Vlaming Dirk Serries (vidnaObmana, Fear Falls Burning, YODOK III, Microphonics en een waslijst van projecten en samenwerkingsverbanden) en Nederlander Rutger Zuydervelt (Machinefabriek) brachten vorig jaar een gezamenlijk album uit op Consouling Sounds, ‘Buoyant’. Zoals zo vaak kwam een en ander tot stand door het uitwisselen van bestanden.  De twee hebben nooit tijd doorgebracht in eenzelfde ruimte en hadden dan ook nooit eerder samen gespeeld.  Hen effectief samenbrengen op een podium, was dan ook een uitstekend idee van het Tilburgse Incubate festival.  Als vertrekpunt werd één track van dat album genomen en er werd niet vooraf gerepeteerd.  Improviseren op basis van een idee werd het uitgangspunt.  Na een korte soundcheck werd het publiek in de volgepropte Paradox ondergedompeld in een spel van eb en vloed als het ware.  De set begint – enigszins voorspelbaar – rustig en zoekend, maar gaandeweg worden we meegezogen in een deinend oppervlak van lichte dreiging en ontlading.  Naar het midden en einde toe borrelen gaandeweg ombestemde ritmes op en wordt een extra hypnotiserende facet aangebracht.  De manier van werken is duidelijk en de taakverdeling gekend.  Serries zit intens geconcentreerd gebogen over zijn elektrische gitaar en effecten, terwijl Zuyervelts elektronica het geheel balt en bewerkt.  Opmerkelijk hoe een minimale set-up zo’n maximale outpunt genereert.  Er hangt die namiddag duidelijk chemie, zelfs magie in de lucht tussen de twee.  Ze verstaan elkaar zonder te praten, er is wederzijds vertrouwen, er is jarenlange ervaring, er is talent zat, en ze stimuleren en stuwen elkaar naar een zone waar dromen haast een fysieke dimensie krijgen.  Omdat we te maken hebben met een vinylplaat (overigens gelimiteerd tot 300 exemplaren) wordt die droom doorbroken bij het omdraaien van de plaat, maar dat intermezzo neemt op geen enkel manier de spanning weg.  Integendeel, je weet of hoopt dat de massieve drones zullen leiden tot een climax.  En die komt er ook.  Het daverende applaus is een bevestiging van wat we toen al beseften : dit was zonder meer één an de hoogtepunten van Incubate 2015.” Gonzo Circus – Belgium

Kindamuzik reviews

SERRIES/VERHOEVEN/WEBSTER – Cinépalace (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“De trouwe lezer is het wellicht niet ontgaan: ik ben de laatste jaren nogal fan geworden van Dirk Serries. De Belgische geluidskunstenaar vertoefde veelal in drone- en ambientregionen, maar is het afgelopen jaar op geheel eigen wijze de wereld van de jazz en improv ingedoken. Dit jaar heeft hij solo en in samenwerkingsprojecten meer dan vijftien albums gemaakt en die variëren van ‘heel goed’ tot ‘fabelachtig’ en ‘geniaal’.

Ook dit album, een 44 minuten durende improvisatie met naast Serries op gitaar Colin Webster op saxofoon en Martina Verhoeven op contrabas, is weer meer dan alleen maar mooi. Het trio speelt subtiel met texturen en drones, en maakt er een totaal eigen vorm van vrije jazz van. Serries onthoudt zich van ambientsferen en maakt het geluid liever scherp en ongemakkelijk hoekig. De contrabas van Verhoeven is soms al even puntig, al wil die ook nog weleens de diepte in gaan voor een langer aangehouden klank. Webster keert zijn sax op relatief zachte wijze compleet binnenstebuiten; soms met aanhoudende boventonen, dan weer met dissonante exploraties op de vierkante millimeter.

Cinepalace is de volle 44 minuten lang een enerverende trip; machtig mooi maar nooit gemakkelijk. Dit is pittige kost, volledig in het improv-idioom geschreven, maar dan wel op geheel eigen wijze. Het is meer dan te prijzen dat Serries zo uit zijn comfort zone durft te stappen, zeker als het zo mooi en indrukwekkend uitpakt als hier.” Kindamuzik – The Netherlands

 

Freejazz Blog reviews

DIKEMAN/NOBLE/SERRIES – Obscure Fluctuations (CD/LP, Trost Records)

“****1/2 rating! This trio challenges Serries to face the fiery free jazz improvisation mode of the Peter Brötzmann school. American, Amsterdam-based powerhouse sax player John Dikeman, known for his groups Cactus Truck and Universal Indians, can blow as hard and wild as Brötzmann, but has an open attitude that is genre-blind. British master drummer Steve Noble has performed and recorded with Brötzmann (I Am Where You Are, Trost, 2013), as well with other innovative improvisers as Derek Bailey, Evan Parker and Joe McPhee. Serries performed and recorded with Dikeman in the last year (as a duo on the vinyl-only Cult Exposure, New Wave of Jazz, 2015, and on other live ad-hoc outfits), but it was the first time that he recorded with Noble. This new trio was recorded in studio on April 2015. Dikeman and Noble set the intense, stormy atmosphere on the first piece, “From Assent to Refusal”, from its first seconds. Only after both slow down Serries integrates into the dense, fast interplay with distorted, thorny lines. Slowly he intensifies this mode of confrontational free improvisation, building again its voluminous climax, until it disintegrates again and now the trio unites again  in a tight, rhythmic and fiery free jazz mode. Serries sets the contemplative course of the second piece, “The Heart Strips Bare”, with distant, ambient playing. Noble adds minimal touches on the cymbals that stress the ceremonial atmosphere, while Dikeman opts for gentle, long wails, but the minimalist, conversational tone is kept throughout it until a short eruptive coda.”

FANTOOM – Sluimer (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“**** rating! Fantoom is a quartet that feature Serries, his wife, autodidact double bass player Martina Verhoeven (who is also a gifted photographer), drummer René Aquarius, and sax player Otto Kokke, both from the Dutch group Dead Neanderthals, with whom Serries played in their Endless Voids project on the 2014 edition of the Incubate festival in Tilburg, Netherlands.  The quartet debut album, a limited-edition vinyl, is a free-improvisation that was recorded in studio in December 2014.  The quartet plays one piece, the 38-minutes “Sluimer”, that revolves around the buzzing bow drone work of Verhoeven and develops organically along this course. Serries minimalist, effects-laden and loops, Kokke sax shrieks shouts and Aquarius patient yet powerful pounding tension building enrich Verhoeven rough, possessed attack with layers of resonating textures. At times this piece sound close to the dramatic sonic rituals of Yodok III, another group of Serries, but the tone here is more dark and direct. “Sluimer” is a sound-poem that its hypnotic intensity is built slowly and methodically by this collective quartet until its inevitable massive, epic climax, and then Verhoeven changes the course and leads the quartet into a quieter, peaceful coda.”

SERRIES/VERHOEVEN/WEBSTER – Cinepalace (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)

“*** rating! Serries and his wife and double bass player Martina Verhoeven meet British tenor sax player Colin Webster, who also participated in the Dead Neanderthals’ Endless Voids, for a live improvisation, recorded at the DIY club Cinépalace in Kortrijk, Belgium in May 2015. A month earlier Serries performed with Webster in a quartet that was recorded as Live at Cafe Oto, and released on Webster’s Raw Tonk label. This recording, another limited-edition vinyl, is a 45-minutes piece, titled after the club name. It highlights the highly individual voices of Serries, Verhoeven and Webster and their idiosyncratic improvisation strategies. It begins as an open-ended, quiet and abstract tone when all three searches for his own eccentric course. But patiently this kind of fragile, meditative interplay gels into a close and louder one, as the three still continue to explore their streams of ideas in delicate, parallel courses, occasionally unite for brief and more intense eruptive climaxes.” Freejazz Blog

DARK ENTRIES reviews

SERRIES/VERHOEVEN/WEBSTER – CINEPALACE (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz 2015)

“Twijfelend, breekbaar, versplinterd zo begint de contrabas van Martina Verhoeven aan dit in cinéPalace in Kortrijk live gespeelde concert. Samen met haar wederhelft gitarist Dirk Serries en de Britse saxofonist Colin Webster vormt ze die avond een gelegenheidstrio. Het drietal kiest voor een minimalistische aanpak en brengt een abstract en geïmproviseerd werk. Dat ze hiervoor kiezen kan ook wel te maken hebben met hetgeen vooraf werd gebracht door het Franse free jazz trio Vocuhila. Webster gebruikt speciale technieken, gaande van zacht gefluister tot happende, gierende ademstoten. Serries plukt aan de snaren of speelt in een voor hem bevrijdende stijl, soms redelijk hard, maar meestal zacht. Men speelt ook naast elkaar; bijna solostukken waarbij telkens één van de instrumenten probeert het verhaal naar zich toe te trekken. Soms blijven de andere muzikanten op de achtergrond of gaan net de uitdaging aan en mengen zich in de strijd. Net als op ‘Sluimer’ van Fantoom draait alles rond de structuur en hoe de instrumenten zich met elkaar kunnen meten, hoe de onderlinge verhoudingen zijn en hoe een vorm van cohesie bereiken, zonder daarom echt tot een samenspel te komen. Het hangt er van af hoe je dit als luisteraar ervaart, maar hoe dan ook lijkt het mij geen werkstuk dat je gemakkelijk absorbeert. Daarvoor lijkt alles me te veel verhakkeld of zo komt het toch over. ‘Cinepalace’ is een onbuigzame, stugge eenakter. Het is moeilijk in te schatten welke inwerking deze improvisatie heeft gehad op de drie muzikanten zelf. Waren ze hartstochtelijk en gretig of eerder koel en berekend?” Dark Entries – Belgium

FANTOOM – SLUIMER (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz 2015)

“Voor Dirk Serries is 2015 het jaar waarin hij zich opwerpt als teamspeler. De gitarist neemt deel aan verschillende gelegenheidsprojecten, meestal in een duo- of trio bezetting. Uitzondering wordt gemaakt met het kwartet Fantoom, waar naast Serries zijn echtgenote Martina Verhoeven op contrabas, saxofonist Otto Kokke en drummer René Aquarius deel van uitmaken. De laatste twee zijn ook actief onder de noemer Dead Neanderthals. ‘Sluimer’ is gebaseerd op en krijgt vorm via totale improvisatie. Zonder enige vorm van voorbereiding treffen de vier elkaar in de studio. ‘Sluimer’ is één lange track waarin de muzikanten elk hun eigen pad uitstippelen en toch elkaar vinden als een eenheid. De donkere bas tonen van Verhoeven die de strijkstok hanteert trekken het stuk op gang. Kokke kiest voor schrille saxofoon klanken, Serries voor zweverige, sluimerende gitaarpassages. Het drumpatroon van Aquarius is beheerst en minimalistisch. Gaandeweg zoeken de instrumenten hogere sferen op. De opbouw is langzaam en geduldig. De intensiteit neemt toe, het volume gaat de hoogte in. De muzikanten laten elk van hun instrumenten primeren, maar komen wonderlijk genoeg toch terecht in een instinctief samenspel, waarin interactie ontstaat en het geheel uitmondt in een soort van gecontroleerde kakofonie. Naar het einde toe neemt het volume opnieuw af, wordt er afgebouwd en keert men terug naar waar het ooit begon: de stilte van de studio ruimte voor de muzikanten die betreden. ‘Sluimer’ is een tijdsopname van waar improvisatie kan toe leiden. Het is één van die vele facetten en zeker niet het laatste wapenfeit van Dirk Serries zijn muzikale reis, waarbij hij steeds op zoek is naar nieuwe handlangers om zijn uitstroom aan muzikale ideeën en exploten gestalte te geven.” Dark Entries – Belgium

TEXTURA reviews NWOJ

FANTOOM – SLUIMER (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)
SERRIES/VERHOEVEN/WEBSTER – CINEPALACE (LP, Tonefloat’s New Wave Of Jazz)
pre-order here.

“Two very different group sounds are showcased on these two entries in the New Wave Of Jazz series, even if both outfits have electric guitarist Dirk Serries and double bassist Martina Verhoeven (Serries’ wife) in common. The considerably heavier Fantoom (‘phantom’) adds saxophonist Otto Kokke and drummer René Aquarius (the two otherwise constitute the Dutch duo Dead Neanderthals) to the mix, whereas British tenor saxist Colin Webster plays in the Serries Verhoeven Webster trio. The two albums have one other thing in common: both are single-track affairs, with Fantoom’s Sluimer weighing in at thirty-eight minutes and the trio’s Cinepalace forty-four.

In the case of Sluimer, the four entered the studio without any preparation or previous meetings as a quartet, their goal simply being the realization of an album-long setting. It’s Verhoeven who gets things moving, the opening moments dedicated to guttural stabs with the bow and her raw attack setting the tone for what follows. The others join in, tentatively at first, with sharp phrases of their own draped across the bassist’s growl: Kokke shrilly bleating in an upper register, Serries emitting shards, and Aquarius shading the mass with cymbal flourishes. As one might expect, any trace of tentativeness quickly goes by the wayside as the four dig into their shared creation, building it up and tearing it down repeatedly as the piece advances. They develop the music patiently, attentive to each other in the way they let the material build in natural manner. As aggressive as Aquarius’s pounding crash cymbal accents and snare rolls are, for example, they’re never more ferocious than the expressions of his partners. In general terms, the approach on Sluimer is more textural than melodic; the four don’t initially state a main theme and then return to it, but instead individually contribute towards a slow-motion expansion of tumultuous force. It’s almost impossible not to think of someone like Peter Brötzmann when piercing squeals by Kokke rise over the convulsive mass, but Fantoom ultimately stakes out its own particular corner of the noise-drone firmament as the piece develops. As forceful as the group’s sound is on the recording, one can only begin to imagine the lethal wail it would get up to in a live setting.

There’s no need to imagine how the Serries Verhoeven Webster outfit might sound in concert, however, given that Cinepalace is a live document the trio laid down in May 2015 at cinéPalace in Belgium. The trio played after a set by the French Vocuhila trio, which might have primed the audience to expect something along similar lines from Serries and company. But in contrast to the opening act’s free jazz-based offering, Serries Verhoeven Webster served up something similar to Sluimer in certain ways though pitched at a far less aggressive level. Focusing, like Fantoom, on texture, the three ease into a long-form improvisation, with bowing by Verhoeven once again paving the way. But in this context, her playing is quieter, as if anticipating the less generally noisy path the trio’s music will follow. Webster and Serries quickly follow, the saxophonist making his presence felt by breathing through the instrument and the guitarist by plucking out spidery phrases. Endless volleys of spiky interactions follow, with the three playing off one another in imaginative manner for the full duration of the piece. It’s not uncommon to hear slithering phrases by Webster arising alongside jagged fragments by Serries and whale-like moans by Verhoeven. Think of it as abstract sound painting writ large, with the participants sensitive to the creative entity forming via their pointillist interactions. The volume and intensity of the Fantoom outing is here replaced with material of delicacy and restraint, yet Cinepalace doesn’t lack for intensity in its own low-key way; the material on both albums is equal in spontaneity, though Cinepalace is slightly less raw and abrasive than Sluimer. It’s odd that Wim Christiaens, the organizer of the cinéPalace concerts, felt compelled after the performance to thank the audience for being respectfully silent and attentive during what he described as possibly “the most difficult concert during this venue’s five-year existence.” Admittedly, witnessing material performed live will always present a dramatically different experience than hearing it in recorded form, but there’s little about Cinepalace that seems terribly difficult; if anything, especially by improv standards, it’s about as accessible and user-friendly as music of its kind gets.” Textura – Canada

New Wave Of Jazz Pre-Orders

TFLP155

FANTOOM – SLUIMER (LP). This epic monolith was recorded at the White Noise Studio in Winterswijk (The Netherlands) and is the result of a gathering between René Aquarius (drums), Otto Kokke (saxophones) – both from DEAD NEANDERTHALS, Martina Verhoeven (3 Seconds Of Air) on double bass and Dirk Serries on electric guitar.

“‘Sluimer’ is not a record of songs and fragments, but of movement and texture, and while you might have an idea of the basics of their interactions and the instruments involved, the music soon gels into a sturdy mass of parallel intuitions that interweave, walk in solidarity or maintain a twisting tension. And it’s not always obvious where all the sounds are coming from, as coarse bass drones and guitar waves morph into sax squeaks and resonating cymbals. It’s an approach that evolves into an unavoidable climax, only to become dismantled again. That basic outline has been used many times before, but in the hands of Fantoom, it gets its own trajectory.”   from the liner notes by Guy Peters – 2015.

Pre-order here.  Release show : November 21st 2015 – Paradox (Tilburg, The Netherlands)

 

TFLP156

SERRIES/VERHOEVEN/WEBSTER – CINEPALACE (LP). On May 30th 2015 Martina Verhoeven (on double bass), Colin Webster (tenor saxophone) and Dirk Serries (on electric guitar) played Belgium’s finest DIY club Cinépalace in Kortrijk (Belgium). The first NWOJ live album on vinyl but since this was an unique study in minimalism, detailed interaction, we were glad to make an exception.  Especially realizing that this recording was so detailed as if it was recorded in a studio with the best room acoustics. 

“But even for those who were aware of these musicians’ previous endeavors, the concert might have been surprising, as it turned into a 45-minute improvisation that stubbornly stayed in its own universe, with a vague coherence that was matched by an inventiveness that not even once relied on easy shortcuts or escape routes. Not that the music was extremely loud, harsh or alienating. It was only extreme in its individuality and refusal to take the easy way. Serries, Verhoeven and Webster commenced their trip without a map or a safety net, relying on intuition, skill and each other. And it worked, even though it wasn’t easy to grasp at the time. Listening again a few months later, the abstract connection becomes more obvious, as you realize the trio often made maximal use of their individual freedoms, without sacrificing the coherence of the whole.”   from the liner notes by Guy Peters – 2015.

Pre-order here.