vidnaObmana

DIRK SERRIES interviewed by ENOLA

Dirk Serries: “Ik heb alles altijd op mijn eigen voorwaarden gedaan”

Zondag acht april wijdt het BRDCST-festival in de AB een hele avond, gecureerd door het label Consouling Sounds, aan Dirk Serries. Die zal met verschillende projecten zijn verleden, heden én toekomst belichten. Omdat de toekomst ook altijd het verleden is, en vice versa. Vandaar: een gesprek over dertig jaar muziek. Over vroeger, maar toch vooral over nu. Over controle, maar vooral over vrijheid. Over muziek als obsessie.

Want de toekomst begint met afsluiten: “Binnenkort komt Epitaph uit, de laatste soloplaat die ik wijd aan ambient muziek, het genre waar ik me de voorbije dertig jaar mee heb beziggehouden, naast alle zijpaadjes die ik heb bewandeld. Eerst met synthesizer, daarna met gitaar, maar telkens met dezelfde insteek. Maar daar ben ik nu op uitgekeken. Ik kan persoonlijk niet veel meer aan bijdragen aan die muziek. Daarom wilde ik een statement maken om die lange periode af te sluiten. Toen Consouling Sounds me aanbood om een album op hun label uit te brengen, was dat een ideaal moment om dat te doen: een release dicht bij huis, je hebt er controle over, je kan samenwerken met heel interessante mensen. Ik wist dat de puntjes op de ‘i’ zouden terechtkomen.”
“Het is wel belangrijk voor me dat er iets in de plaats komt. Het vuur is nog altijd niet gedoofd, ik heb nog zo veel plannen in mijn hoofd. Ik moet ze alleen kunnen uitvoeren. Daarvoor is het belangrijk dat ik die ambientfase afsluit, en dat ik dat nu doe. Ik hoop wel dat sommige projecten, zoals Yodok III, in de toekomst net meer uitgebreid worden. En dan is er mijn fascinatie voor de vrije improvisatie. Die aanpak ligt me zeer nauw aan het hart. Het staat pal tegenover wat ik als control freak die alles minutieus uitdokterde in de studio, altijd heb gedaan. Nu gaat het meer om naar een moment toeleven, samen improviseren, en daarna naar een volgend moment gaan. Het is een soort van therapie voor me, die vrije improvisatie, om me muzikaal gezond te voelen. Voor mij is het heel belangrijk om beide wateren te blijven bevaren, om een balans te bewaren. Dat zijn de twee pijlers waar ik op lange termijn naar toe wil.”

Serries beseft dat die muziek fans die hem al jaren volgen in zijn ambientwerk misschien minder zal liggen. “Absoluut. Die mensen zijn belangrijk. Op een bepaald moment besluit je met muziek naar buiten te komen, om die een bepaald imago, een bepaald beeld, te geven. Als je dat koppelt aan een uitgave op een label, dan gaan luisteraars je muziek in een bepaald kader zien. Maar me laten leiden door wat luisteraars willen? Neen, daar hou ik me absoluut niet mee bezig. Tijdens m’n Vidna Obmana-periode waren er ook wel wat moeilijke reacties, vooral omdat ik experimenteerde met andere instrumenten. Ambient is soms een elitaire wereld waar je je moet houden aan bepaalde ingrediënten. Maar dat heb ik altijd aan mijn laars gelapt, omdat ik als persoon wilde evolueren, nieuwe dingen ontdekken, bepaalde genres met elkaar mengen om tot iets nieuws te komen.”
“Als ik had geluisterd naar de hardcore fans, dan had ik waarschijnlijk gewoon hetzelfde album gemaakt, over and over again. Veel mensen houden daarvan, en daar heb ik ook veel respect voor, maar dat is mijn ding niet. Ik probeer voor mezelf uitdagingen op te zoeken, en als mensen me willen volgen, fantastisch. Maar er hebben er ook in groten getalen afgehaakt. Dat is dan maar zo. Muziek is natuurlijk een heel persoonlijk aanvoelen, en als je iets niet aanvoelt, kan je dat niet forceren. Ik ben zelf heel nieuwsgierig naar nieuwe muziek. En misschien ontdekken mensen die naar mijn muziek luisteren, zo ook nieuwe dingen. Ik heb gelukkig wel een aantal van die mensen. Het is belangrijk dat je zo’n klankbord hebt – want de luisteraars blijven het belangrijkste klankbord, niét de media.”

Hoewel de avond opgebouwd is rond de figuur van Dirk Serries, zal hij niet solo aantreden: “Consouling heeft mij uitgenodigd naar aanleiding van het album. Zij hadden carte blanche van de AB gekregen om, net als de voorbije twee jaar, een avond samen te stellen. Mike (Keirsbilck, nvdr.) vond dat het tijd werd dat in eigen land wat meer aandacht werd geschonken aan Dirk Serries. We zijn dan samen gaan zitten om alles praktisch te bekijken. Het was daarbij nóóit mijn intentie om zelf solo ambient te spelen. Ik vond het veel belangrijker en interessanter de kruisbestuivingen te tonen. Want in elke kruisbestuiving, of het nu Fear Falls Burning of Yodok III is, komt iets terug van mijn solowerk.”

Ambient

Toch start de avond in de ambientregionen, met een optreden met Stratosphere. “Ik wou de avond toch beginnen met het uitgepuurde, alleen niet solo. Ronald Mariën (Stratosphere) is al minstens twintig jaar mijn vaste geluidsman, dus ik ken hem heel goed. Hij maakt al lang zelf ook muziek, maar ondertussen bleef hij wel mijn geluidsman. Daarom vond ik het niet meer dan fair om hem te bedanken en een plaats te geven tijdens die avond. Ik vond het belangrijk hem in de spotlights te zetten, en hem te laten openen voor alles wordt opengetrokken naar kruisbestuivingen en samenwerkingen Hij gaat de pure ambient vertegenwoordigen, maar is ook – door zijn werk als geluidsman – de link met het deel van mijn leven dat ik als Vidna Obmana doorbracht.”
Serries beaamt dat Ronald als mixer heel goed aanvoelt wat er nodig is, ook in de vrije muziek van bijvoorbeeld Yodok III: “Hij is ontzettend belangrijk. Een geluidsman moet op één lijn zitten met de muzikant, en hij begrijpt mij volkomen. Het is een wisselwerking. Soms verraste ik hem vroeger wel eens door van het podium te stappen, maar qua opbouw en apotheose heeft hij mij altijd begrepen zonder dat we afspraken moesten maken. Idem bij Yodok III. Dat hij mij door dik en dun gevolgd is, daar ben ik hem heel dankbaar voor. Zo iemand is goud waard.”

Erkenning

“Niet dat het per se de AB is, maar deze BRCST-avond geeft me wel een gevoel van erkenning. Helaas is optreden in de AB bij veel mensen nog altijd iets à la “ah, dan moet het wel iets serieus zijn”. Terwijl andere zalen even goed zijn, de 4AD bijvoorbeeld, maar die ‘waarde’ van een AB niet hebben. Heel bizar.”
“Bij velen heerst het idee dat succes af te lezen valt aan de grootte van de zaal waarin je speelt. Als je ziet hoe sommige groepen, ook al maken ze initieel fantastische muziek, toch alles in functie zetten van grotere zalen, en zelfs andere muziek beginnen maken, alleen om die zalen te kunnen vullen. Daarvoor speel ik niet in de AB. Maar ik vind het wél een persoonlijke overwinning om er nu te staan. Zeker met muziek waar ik nooit een commercieel compromis mee gesloten heb. Ik heb alles altijd op mijn eigen voorwaarden gedaan. En dan ben ik er wel trots op dat er zo’n avond komt, en dat Consouling er mee zijn schouders onder gezet heeft.”
Dat label is de laatste jaren duidelijk uitgegroeid tot een nieuwe kracht die erin slaagt bepaalde niet-commerciële muziek een breder platform te geven: “Ze hebben een slimme, goede aanpak. Ze hebben natuurlijk wel geluk gehad dat ze bijvoorbeeld een Amenra onder hun hoede kregen. Maar ik ben ervan overtuigd dat Consouling er ook zou gestaan hebben zonder Amenra. Nele (Buys, nvdr) en Mike hebben een heel gezonde kijk op het gebeuren, en ze weten niet-commerciële muziek toch op een commercieel verantwoorde manier te benaderen.”
“We spreken hier nog altijd over een subcultuur. Ik vind dat je dan nog steeds met je beide voeten mooi op de grond moet blijven. En dan doe ik het liever met mensen met wie ik op een heel open en eerlijke manier kan praten over wat er mogelijk is. Meestal kom je dan tot heel mooie en constructieve dialogen, met een resultaat waar iedereen trots op kan zijn. Dat was bij Consouling meteen het geval. Het ging volledig over de muziek zelf. Het leek alsof het al jaren in de sterren geschreven stond dat we iets samen gingen doen. En daarnaast komt dan een goede promotie – waar zeker Nele héél goed in is – en dat leidt tot meer erkenning en mooie samenwerkingen, zoals die met de AB. Dat is niet vanzelfsprekend. Het medialandschap evolueert voortdurend, en niet altijd in de goede richting. Meestal zelfs niet in de goede richting. En de AB zal daar ook wel degelijk de gevolgen van ondervinden. Dan is het niet vanzelfsprekend dat een label als Consouling gewoon hun ding mag doen, en een avond rond Dirk Serries opbouwen. Maar dat was totaal geen bezwaar voor de AB.”

Serries is nooit financieel afhankelijk geweest van muziek. Wanneer we de vraag opwerpen of muziek combineren met een voltijdse job je tegelijk ook vrijheid geeft, een vrijheid die “professionele” muzikanten misschien niet hebben, antwoordt hij: “Ik heb me in het verleden ook wel miskend gevoeld, hoor. Je kan de ambient-muzikanten in dit land tellen op twee handen, zeker als je je beperkt tot diegenen met een lang en internationaal parcours. Dan toch niet de erkenning krijgen die er toch een beetje zou moeten zijn, is soms frustrerend. Maar het leert je ook omgaan met jezelf, en ik ben wel blij dat ik nu pas in de AB sta en geen twintig jaar geleden. Nu weet ik meer van mezelf, waar ik voor sta. Nu hoeft het ook niet meer. Het is geweldig dat het komt, maar ik was er niet meer op aan het wachten, zoals vroeger.”
Serries ontkent wel dat die frustratie ooit tot verbittering heeft geleid: “Ze heeft vooral geleid tot een nieuwe boost om toch verder te gaan. Ik blijf volharden in de boosheid.” (lacht)

Verwanten

Met Scatterwound, een duoproject met gitarist Hellmut Neidhardt, betreedt de avond droneterrein: “Hellmut ken ik eigenlijk al heel lang. Hij is vooral actief onder de zeer eenvoudige, maar mooie en intrigerende naam N. We spreken al meer dan tien jaar over een samenwerking, maar het is er nooit van gekomen, wegens te veel eigen projecten. Maar nu is het moment om samen iets te doen, dat vonden we allebei. Ik heb altijd een voorliefde voor drones gehad. Maar drones zijn veel meer dan de laag gestemde gitaren waar men denkt dat drone voor staat. Drones zitten in de Carnatische muziek, in Afrikaanse muziek. Ik herinner me dat Stephen O’Malley een interview met mij gedaan heeft in 1995, toen hij nog voor een magazine werkte en er nog geen sprake was van Sunn O))). Het ging toen ondermeer over ambient en drone. Enkele jaren later zie je dan plots dat hele Sunn O)))-gebeuren. Die band bracht een genre dat al langer bestond naar een breder publiek.” Serries vindt het echter jammer dat zo’n succes vaak gepaard gaat met oogkleppen voor wat er elders gebeurt: “Ik vind het mooi dat zo’n muziek een kans krijgt, maar ik vind het wel wat jammer dat de pers alles zo vaak reduceert. Eén band wordt dan de Heilige Graal, en voor de rest bestaat er niets. Terwijl er altijd heel veel vooraf gebeurd is, heel veel rondom gebeurt en achteraf ook nog veel gebeurt. Terwijl er heel veel interessante muzikanten bezig zijn met drone en ambient die helemaal geen erkenning krijgen.”

“Want uiteindelijk: wat is drone? Scatterwound bevat hardheid én schoonheid. Hellmuts’ soort van drones zijn vaak vrij hard en scherp, terwijl ik altijd een element van harmonie of melancholie probeer te bewaren. Dat heb ik nooit laten varen: ook in mijn drones zat er altijd een weemoedigheid.”
In tegenstelling tot vroeger ligt er nu echter niets vast: “We gaan niet met schema’s werken, we gaan gewoon improviseren en zien waar we uitkomen. En dat klikt. Je voelt aan waar je naartoe wil, hoe je moet opbouwen en afbouwen, wanneer er stilte moet komen, enzovoort. Ik vond het interessant om die nieuwe improvisatie-bagage, waarvan ik vroeger niet wist dat ik ze in mij had, mee te nemen naar Scatterwound. Daarom was het is goed dat we met Scatterwound niet in 2005 zijn begonnen, maar nu pas.”

Zo zal de avond zichzelf verder uitrollen. “Wij nemen het met Scatterwound van Ronald over. Hij speelt solo een stukje en dan gaan we zonder pauze over naar Scatterwound, naar de hardere drone, om zo de link te leggen tussen het ambient- en het dronegedeelte.” Zo zal Serries proberen heel zijn carrière te illustreren aan de hand van projecten die nu zijn leven bepalen. “Op die manier blijft het verfrissend. Als ik heel de avond solo ambient zou spelen, dan zou je bedrogen uitkomen. En ik ook. Zoiets zou nergens naartoe gaan. Maar als je die kruisbestuivingen – ik laat dat woord vaak vallen, maar ik vind dat gewoon zo belangrijk om alles fris te houden – meegeeft, is dat muzikaal enorm verrijkend. Dan krijg je nieuwe dingen. Als ik zo’n avond zoals zondag wil doen, dan vind ik inderdaad dat ik zeker en vast mag terugkijken. Maar wel met de juiste mensen om mij heen, om alles wat meer zuurstof te geven. Daarom heb ik juist die mensen gekozen: om langzaam vooruit, maar eventueel ook even terug, te kijken.”

Drone

Zo komen we automatisch bij Fear Falls Burning uit: “Fear Falls Burning is ontstaan uit een grote frustratie die ik opgebouwd had tijdens de eindperiode van Vidna Obmana. Ik werd in het ambientwereldje volledig afgerekend op mijn experimenten met andere instrumenten dan synthesizer. Vooral de elektrische gitaar was absoluut not done in die tijd. Op een bepaald ogenblik kreeg ik kans om bij Relapse, een metallabel, een Vidna Obmana-plaat uit te brengen. Toen heb ik met die mannen rond de tafel gezeten en ik heb gezegd: ‘Kijk, ik zit hier met een impasse die ik graag zou ophelderen, noem het maar een uitdrijving van alle frustratie. Ik wil doodgraag Vidna Obmana afronden bij jullie met een trilogie.’ Dat was een symbolische daad en daar zijn ze mee akkoord gegaan. De eerste plaat, Tremor, hebben ze naar verschillende mensen gestuurd, onderandere leden van Neurosis, die heel enthousiast reageerden. Maar terwijl ik bij Relapse die trilogie uitbracht, was ik ondertussen al zo geëvolueerd op mijn gitaar dat ik me daarop ben gaan toeleggen. Alle synths en samplers gingen de deur uit en ik begon me volledig te focussen op gitaar. En toevallig draaide wat ik deed uit op drone. Maar die drones waren dus eigenlijk een logisch gevolg van het feit dat Fear Falls Burning in de eerste plaats een gitaarproject moest zijn, niét de oorzaak ervan.”

Met hulp van Relapse bezorgde het project Dirk Serries veel krediet, met name uit de onverwachte hoek van de heavy muziek – doom, drone, sludge metal. Straf!
“Ik vind het heel tof dat je dat zegt. (lacht) Fear Falls Burning heeft me inderdaad geen windeieren gelegd en heeft me de kans gegeven om die kruisbestuiving volledig open te trekken. Tijdens dat project kreeg ik veel bijval van mensen die me plots leerden kennen. Ik kon zo op tour met Cult Of Luna. Ook Justin Broadrick (Godflesh, Jesu, …, nvdr), die ik al gekruist was via het cassettecircuit, leerde ik opnieuw kennen. Dat zijn zaken die ervoor gezorgd hebben dat de laatste twee Fear Falls Burning-platen eigenlijk groepsplaten waren, bijvoorbeeld met de mannen van Cult of Luna. Dat was een openbaring voor mij. Ik voelde dat ik vanuit een conservatieve ambientwereld terecht kwam in een soort walhalla van kindred spirits, van mensen die op dezelfde manier dachten, heel open stonden voor mijn soort van muziek, hoewel die eigenlijk niets te maken hadden met metal. Die jaren waren een enorm fascinerende periode. Maar tegelijk heb ik mezelf daarin wel voorbij gehold. Omdat ik zo hard wou gaan en zoveel bijval kreeg, gaf ik het gehele concept van Fear Falls Burning volledig uit handen tot het een groepsproject werd. Het groeide boven mijn hoofd, en daar heb ik wel de prijs voor betaald. Op een bepaald moment voelde ik dat ik die muziek moest terugschroeven, want zo hard kon ik niet blijven gaan.”

“Toen heb ik Fear Falls Burning een halt toegeroepen. Maar dat was geen echte afronding, want dat project is in mijn hoofd nooit zo afgesloten zoals Vidna Obmana afgesloten werd, of nu Microphonics. Daarom leek het zo’n goed idee, zeker omdat ik wist dat ook Mike zo’n fan van Fear Falls Burning was, om het project terug op te voeren. Weliswaar met één groot verschil: de nadruk komt – opnieuw – op vrije improvisatie te liggen. Daarom heb ik gekozen om Tim Bertilsson (drummer van Switchblade, nvdr) er terug bij te nemen, die ook ‘het einde’ meemaakte, maar met improvisator Colin Webster als derde lid. Dat maakt het heel belangrijk. Het is geen Fear Falls Burning revisited, maar een soort van reboot. Tim heeft een minimum aan structuur nodig, maar de rest is improvisatie. Colin Webster is natuurlijk één van de grote talenten van de vrije improvisatie. Ik kijk er enorm naar uit, omdat ik weet dat hij sterk is in improviseren, maar ook omdat hij zeer goed is in zijn saxofoon gebruiken voor lange, uitgerokken tonen. Dat continue enorme lange lijnen trekken, daar heb ik hem speciaal voor gevraagd.”
Daar kwam echter wel enige voorbereiding aan te pas: “Ik ben nu vooral bezig met de klank van toen terug te vinden, omdat ik die beetje was kwijtgeraakt doorheen de jaren. Ik ben nu zo vrij geworden in mijn spel op die gitaar, dat ik het gecontroleerd drones maken een beetje verleerd ben. Dat moet ik dus terug aanleren nu. Heel bizar. Ook de instrumenten en pedalen die ik nu heb, zijn niet meer dezelfde als toen. Het vergt dus wel wat herbronning.”

Yodok III

Afsluiten doet Serries met Yodok III, een project dat hem duidelijk heel nauw aan het hart ligt. Yodok III heeft zijn bestaan in eerste instantie te danken aan Fear Falls Burning. Tomas Järmyr (drums, nvdr) en Kristoffer Lo (tuba/flugabone, nvdr), twee Scandinaviërs die actief zijn in allerhande bands, hoorden Frenzy of the Absolute en waren zo onder de indruk dat ze Serries vroegen om samen iets te doen. “Zij hadden toen zelf nog geen plaat uit, maar vroegen of ik een samenwerking zag zitten en stuurden een Soundcloudlink door met hun duowerk als Yodok. Ik was daar volledig van mijn melk van. Tegelijk zat ik met enorm veel vragen over hoe we die samenwerking zouden aanpakken. Ik vloog over naar Noorwegen, met mijn typische sheets onder de arm. Die mannen moesten eens lachen. Ik speelde één van mijn akkoorden die ik voorbereid had. Na twee minuten waren ze al mee aan het spelen. Dat was zo’n overrompeling voor mij, en voor ik het wist was ik aan het improviseren. Ze hebben zo eigenlijk het hele improvisatiegevoel in mij doen openbloeien. Ik wist niet dat ik dat kon. Logisch, want ik was altijd een solomuzikant. En als ik samenwerkte met andere mensen, zoals bij Fear Falls Burning, bracht ik apart opgenomen stukjes samen in de studio om te mixen. Live klonk alles zoals het op het album opgenomen was. Nu was van een plan geen sprake meer. De twee akkoorden waarmee ik begonnen was, waren al lang weg en wij waren ineens met compleet nieuwe dingen bezig.”
“Die ontdekking was mijn redding. Ik voelde mij altijd een beetje een slachtoffer van mijn eigen perfectionisme. Ik was te analytisch bezig met muziek en het plezier totaal kwijtgeraakt. Maar improviseren bracht het speelgenot gewoon helemaal terug, en heeft een wereld geopend – de vrije muziek — waarvan ik nooit had gedroomd dat ik er zou in vertoeven. Yodok III heeft mij geleerd dat ik al die voorbereiding niet nodig had. Daar ben ik die twee eeuwig dankbaar voor.”

In Yodok III lijken alle muzikale obsessies van Serries– of het nu ambient, vrije improvisatie, postrock of avant-garde is – samen te komen. “De muziek van Yodok III is abstract, maar toch ook altijd melodisch en melancholiek. Dat vind ik zo mooi. Zonder afbreuk te willen doen aan andere groepen die ik heb, maar Yodok III is de symbiose van alles waar ik voor sta. De avond moest dus eindigen met deze band. Ik spreek bijna nooit in lovende woorden over mijn eigen muziek, maar als ik het ergens over kan, is het wel Yodok III. Omdat het zodanig een samenwerking is waar ik maar één onderdeel van ben, en ons samenspel iets is wat telkens ook mijn eigen verwachtingen te boven gaat. Ik geraak er zelf van in trance op het podium. De kracht van Yodok is dat het drie muzikanten zijn die elkaar perfect aanvoelen, maar die nooit in elkaars vaarwater terecht komen. We zijn totaal verschillende muzikanten, we hebben andere achtergronden en interesses, maar toch komt de muziek bij elkaar in één bepaalde harmonie. Maar nogmaals: dat is weer op het krediet van twee waanzinnige muzikanten. Tomas en Kristoffer voeden mij voortdurend met nieuwe impulsen. Tomas is een buitengewone drummer. Ik geloof nog altijd niet dat dat echt een mens is.”(lacht)
Naast Yodok heeft Järmyr een indrukwekkend palmares bij elkaar gedrumd bij onder andere Zu, Motorpsycho en The MaXx. Daarnaast leeft hij zich ook nog uit als jazz- én grindcoredrummer. “Het interessante aan hem is dat hij niet alleen heel veel genres kan spelen, maar die ook combineert. Bij Yodok III is het helemaal geen wet dat hij enkel jazzgetinte, vrije dingen mag drummen. Hij mag daar net heel scherp gaan, of heel doomy , of juist heel schilderend werken. Die vrijheid maakt het juist zo mooi. Maar om dat te kunnen moet je natuurlijk wel een heel goeie drummer zijn. En dat is hij. Daarnaast heb je Kristoffer. Wat hij doet met zijn tuba, dat is machtig. Samen met de gitaar wordt Yodok haast een orkestraal gebeuren.”

Nochtans is optreden met Yodok III geen vanzelfsprekendheid. De geografische afstand maakt de zaken er niet makkelijker op, en alle leden hebben veel andere projecten in soms “grotere” bands als Motorpsycho en Zu, twee van de langslopende cultbands van Europa. Volgens Serries staat dat de zaken echter niet in de weg, noch praktisch noch muzikaal: “Tomas heeft zo’n project als Yodok wel nodig, denk ik. Hij heeft ook gezegd dat Yodok III altijd zal blijven bestaan. We zullen altijd een manier vinden om samen te spelen. We zijn ook zo ver gekomen dat we geen tours van maanden nodig hebben. Daar is het niet het juiste project voor. Alles wordt vanaf nul geïmproviseerd. Je legt je ziel dus echt bloot. Wij zijn alledrie volledig leeggezogen op het einde van zo’n concert, omdat we zo diep gaan in het creatieve proces. Je kan dat geen maand volhouden. Vijf, zes keer na elkaar, dat is voldoende. Als het zo kan blijven bestaan, dat wordt dat fris gehouden, dan blijf ik het doen met heel veel inspiratie. We merken ook dat we geen opwarmingsfase meer nodig hebben. We schakelen die instrumenten aan en Yodok III staat daar.”
“Die spontaniteit is juist het mooie aan Yodok III, maar dan moet het ook wel spontaan blijven. Dat te gaan uitmelken met ellenlange concertreeksen, zou onze muziek niet ten goede komen. Ook al vind ik het soms frustrerend dat het niet meer is en dat het niet meer wordt opgepikt. De band heeft veel raakvlakken met uiteenlopende genres, en ik geloof ook niet dat Yodok III de moeilijkste muziek is die we maken. Maar het wordt helaas weinig belicht, omdat het ten eerste onbekend is, en ten tweede omdat er andere spelers zijn die waarschijnlijk met alle aandacht gaan lopen, zodat afwijkingen minder aandacht krijgen. Yodok kan je niet vastpinnen op één genre, dat maakt het waarschijnlijk ook zo moeilijk.”

Improviseren

Dat de band toch een uiteenlopend publiek kan bereiken, getuigt hun passage op Dunk! Festival (postrockfestival in Zottegem, nvdr.).
“Je zou kunnen denken: we gaan de GY!BE-richting uit, episch en orkestraal. De Scandinavische toets zit er ook in, het instrumentale van een Sigur Rós. Al die raakvlakken zijn er, zonder dat we onze eigen stijl verloochenen, maar volgens mij zijn het er te veel om verstaanbaar te maken. We zijn een zware kruisbestuiving, moeilijk om te definiëren. We spraken over wat drone is. Ik kan daar geen uitleg aan geven. Wat is ambient? Dat kan ik ook niet. Het begint overal wel ergens met een bepaald concept, maar muzikaal is ambient ook veel meer dan een paar synthesizernootjes die lang uitgerekt worden. Drone en postrock: idem dito. Elk genre heeft interessante zijwegen die het genre verbreden, maar dat maakt het soms wel moeilijker om het verstaanbaar te maken naar de buitenwereld toe. Daar is Consouling mee bezig. Ze proberen die brug te slaan, en Dunk ook. Of Roadburn met Walter Hoeijmakers en co. Dat is heel moedig. Het bewijst dat er veel mensen geïnteresseerd zijn in andere muziek dan datgene wat je oppervlakkig te horen krijgt via de mainstreampers.”
“Noem mij één interessante muzikant die maar naar één bepaald genre luistert. Die vind je niet. Ik ken er genoeg die zo’n brede smaak hebben – van populaire muziek tot de meeste obscure zaken — en dat is goed, want al die diversiteit duwt niet enkel een genre vooruit, maar ook een mens. Ik luister al jaren naar jazz en in mindere mate naar vrije improvisatie en freejazz. De enige raakvlakken die ik had met freejazz waren de latere platen van John Coltrane en de elektrische periode van Miles Davis. Ik had nooit kunnen denken dat ik daar zélf muzikaal actief in zou worden, maar mijn fascinatie heeft er wel toe bijgedragen om die stap te zetten. Als je veel luistert naar muziek, begin je die taal te begrijpen. Het is een scene waarin alle regels overboord worden gegooid. Wat er overblijft is het respect waarmee je omgaat met elkaar.”

Eén ding is zeker: Serries’ overgang van ambient naar vrij radicale improvisatie-albums, soms pure abstractie, is op z’n minst fascinerend te noemen.
“Dat is wel gegroeid, want de eerste improvisaties met Yodok III leunden wel nog op loops en effecten. Vervolgens leer je mannen kennen zoals John Dikeman en Colin Webster, en dan denk je: ‘Goed, tijd om eens wat pedalen weg te laten.’ Loopers gebruik ik nu niet meer, al heeft dat tijd nodig gehad. Je moet jezelf eerst leren vertrouwen, maar ook jezelf durven tegenkomen. Dat is al vaak gebeurd, maar gelukkig kan ik samenwerken met fantastische muzikanten die het van je overnemen als je in de knoei geraakt. En dat is ook het mooie van improvisatie. Als je elkaar goed kent en aanvoelt, dan kan je het van elkaar overnemen. Er is zo veel mogelijk en dat maakt het zo fascinerend om ermee bezig te zijn. Het is een totaal andere benadering van muziek dan wat ik jarenlang gedaan heb.”

Vertrouwen

“In improvisatie geef je veel, maar je krijgt ook veel terug. Dat is de essentie. En ondanks het feit dat ik ook al heel wat tegenslagen en teleurstellingen heb meegemaakt, werk ik nog altijd enorm graag samen met mensen. Het vertrouwen in anderen ben ik nooit kwijtgeraakt. Ik wil blijven samenwerken, want samen bereik je veel meer en andere resultaten dan als je solo werkt. Solo word je nooit gestimuleerd op de manier waarop je door anderen wordt gestimuleerd. Dat is logisch. Via de improvisatie heb ik mensen gevonden die op dezelfde manier in het leven staan. De meesten willen samen aan iets bouwen, een symbiose bereiken. Als je altijd zelf aan de kar moet trekken, dan geraak jij natuurlijk uitgeput, en dat geeft geen voldoening. Als je de dingen samen doet — al klinkt dat misschien wat utopisch en klef — werkt het wél.”
“Bij improvisatie heb je geen bandleider nodig die de taken verdeelt en alles trekt. Er is wel iemand die met een idee komt, maar dan wordt dat toch verbasterd, omdat je dat aanpakt als groep. Zo bereik je andere dingen. Dat merk ik ook als ik samenwerk met mensen als Colin Webster. Ik ben ook wel trots op wat ik kon doen in het verleden, met het opbouwen van cycli als Microphonics, bijvoorbeeld. Maar ik werkte alleen en daar was ik op uitgekeken. Dat sologegeven bracht me niet meer naar een nieuw niveau, maar dat hoop ik wel te bereiken met anderen.”
“Ik krijg ook wel eens het deksel op de neus. Dat gebeurt. Ik krijg ook wel eens de vraag waarom ik maar blijf gaan. Het is simpel: ik adem dit in en uit. Ik maak al meer dan vijfendertig jaar muziek, het is het meer dan een uit de hand gelopen hobby. Het is een obsessie, met alle voor- en nadelen.” Enola – Belgium

Advertisements

EPITAPH pre-order & reviews

Dirk Serries’ ambient swansong, EPITAPH, is now available as a pre-order in a regular edition (2xCD or 2xLP) or a special limited edition (100 copies).  Visit the Consouling Sounds site for how to pre-order this essential release.  Mark also your agenda for the release event which features performances by Stratosphere, Scatterwound, a rare Fear Falls Burning performance and to top it all of with a YODOK III ritual, tickets here.

epitaph

Meanwhile here’s the first reviews :

“Meandering through & dissecting this astonishing & breathtaking retrospective of one of the true ambient masters of our time: vidnaObmana, a.k.a. Dirk Serries.
Dirk explores sound, spacing & the distance between darkness, light & the inevitable gray areas uncovered by those polar opposite & opposing forces.

Sonic waves ebb, flow & wash over the listener as they’re immersed in the beautiful, introspective sonance delivered up via Serries’ guitar-crafted ambient sound-work.” Ambient Landscape – USA

“Er zijn weinig artiesten die erin slagen verstilde tot intieme atmosferen zodanig intens te doen klinken, dat geluidsmuren afbrokkelen. Harten worden verscheurd, en zielen verpulverd. Zonder geluidsnormen te overschrijven. Maar net door het brengen van zodanig hypnotiserende soundscapes, dat je als aanhoorder in een meer dan diepe trance terecht komt. Zo een muzikant en tovenaar die met brio in deze opzet slaagt dat is Dirk Serries in elk geval.  Dirk Serries wist ons in het verleden inderdaad, zowel op plaat als live, meerdere keren met verstomming te slaan. Via Consouling Sounds brengt Dirk Serries op 8 april een gloednieuw meesterwerk op de markt. Epitaph wordt live voorgesteld in Ancienne Belgique op die zondag. Ter gelegenheid van het festival BRDCST. De unieke gelegenheid om deze meester in intensiviteit in zijn volle glorie aan het werk te zien. Samen met enkele al even begenadigde artiesten binnen Elektronische muziek, in de brede zin van dat woord. Zoals daar zijn: Fear Falls Burning, SCATTERWOUND , YODOK III , STRATOSPHERE w/ DIRK SERRIES.


Dirk zegt zelf over dit album, we citeren:

“EPITAPH is the swansong of music I like to name my vintage ambient. For more than 30 years I’ve been trying to seek perfection, from synthesizers to electric guitars, a bumpy ride for sure with lots of doubts, frustrations, extreme self-criticism and a few highs and lows but the call kept on strong. This is what I breathe, this is the heart of who I am. But that momentum has arrived to depart from this, not that I’ll abandon my ambient music completely and forever. I do see this expanding as an occasional live entity but in the studio setting I’m looking forward to discover other terrain. EPITAPH is therefore my finest collection of ambient pieces to date. One, as all were, quite personal and attached as they are performed in solitude with only the imaginative mirror to hold in front of me. Melancholic impressions improvised on the spot with just a guitar and a handful effects recorded directly onto computer. Will for sure continue to emphasize with ambient music but my frame of mind is currently focused on moving forward and applying my techniques and inspiration towards new sonic alliances. For now I do hope you’ll join me on this closing chapter and embrace this space.”

Dirk Serries October 2017.

Die perfectie waarvan sprake, wordt al vanaf de eerste song Spectral Grey Walls gewoon overschreden. Dertig jaar ervaring heeft er gelukkig niet voor gezorgde dat Dirk Serries zijn inspiratie is opgedroogd. Bij vorige schijven dachten we dat de man zijn grens had bereikt  wat betreft het aanbieden van emotionele paden. Epitaph gaat op dezelfde intense elan door. Hoewel hij met deze schijf dus eigenlijk een hoofdstuk afsluit, zo blijkt uit bovenstaande inleiding. Hij doet dit duidelijk met een knaller van formaat. Dirk Serries tast nog maar eens zijn grenzen af, en geeft aan dat het eindpunt eigenlijk nog niet is bereikt.

Tijdens pakkende instrumentale huzarenstukken als Shining form constellation, Alternation and Return, Eaves in Dusk, Kun je telkens een speld horen vallen in de zaal. Maar, wonder bij wonder, wordt je daardoor niet in slaap gewiegd. Eerder tovert Dirk, als een ware magiër , klanken uit zijn instrumenten, die je in diepe vervoering brengen. Je hoort uiteindelijk enkel en alleen nog zijn muziek, en voelt je wegdrijven naar heel verre oorden. Ver verwijderd van de harde realiteit. Bij voorkeur sluit je daarbij best alle deuren om je heen, de ogen bij voorkeur eveneens. En de versterker op tien. Om je de intensiviteit die doorheen je ziel boord dan pas echt te voelen.

We kunnen dan ook besluiten:

Epitah  is een gevoelsplaat geworden, die je enerzijds verdooft en anderzijds murw slaat op een tedere tot magische mooie wijze. Zoals alleen een artiest als Dirk Serries dat kan. Ik ken weinig artiesten die zoveel grenzen heeft verlegd binnen het Ambient en aanverwante gebeuren zoals Dirk, geeft ik ruiterlijk toe. Ambient is sowieso een muziekstijl die je niet moet beluisteren, maar ondergaan. Dat heeft Dirk altijd goed begrepen. Ook dat komt op Epitaph voortdurend aan bod. Eén van mijn grote idolen Brian Eno drukte erop dat Ambient een helende invloed kan hebben op hart, ziel en zelfs de hersens. Het is dit soort Ambient waarnaar ik sinds ik ooit Brian Eno heb leren kennen, bewust op zoek ben. Dirk Serries is één van de weinige artiesten die dit niveau evenaart, niet enkel in het verleden. Ook deze zwanenzang, zoals hij het zelf noemt, van zijn Ambient carrière. Is een grensverleggend Ambient album geworden, dat aan alle hoge eisen voldoet.” Snoozecontrol – Belgium

Epitaph celebrates three decades of work by Dirk Serries, the man behind vidnaObmana, Fear Falls Burning, Yodok III and other eloquent collaborations along the way. Released on April 8th via Gent’s Consouling Sounds in double vinyl (a special edition of 100 as well) and CD formats I’m fully engaged from the top. With the aptly titled Spectral Grey Walls, an oddly soothing barrage of guitar and electronic drone, you are treated to a sweet frosty sensibility that is genuinely hypnotic. To honor this records’ release Serries will headline BRDCST, a massive evening of varied sound projects with special guests to catalogue his history all presented in his home country, Belgium. On track four, Eaves of Dust, he opens with a super-restrained quietude slowly weaving a crystalline harmony that even at nearly seven minutes is far to short, leaving you wanting more of the same to lose yourself in.
The whole recording, from end to end, is a bit breathtaking in its quest for light and dark, finding a happy balance in its austere sound-shaping ease. The pace is nearly slo-mo on the awkwardly titled The Profusion of Daze, but nothing is off-center as the deeper bass tones flare over the elegant opal drone with a shadowy pride. Things take a darker turn on tracks like Formations of Grace, the longest piece included here, though it sets up a bit of a quiet storm for the incredible The Nebulous Clouds. Here we have a breathing, pulsating sound that comes together in what seem to be endless layers of weary guitars, stretched thinly, semiopaque. Not too unlike the spiny pod-like undulation of the cover art (above) by the incredible Martina Verhoeven. In the final classic ambient anthem of sorts, And All The Murmur Fell, the moodiness inhabits in a moment of light drifting by. Pure solitude. And like some of the best contemporary science fiction soundtracks of late, dips its big toe into the fast-forward future. With its cyclical, contorting sound wall, the track leaves us in peace.” Tone Shift – USA

“I wasn’t going to write another review today. I had just decided to get dressed, get my sunglasses and go outside to photograph the early beginnings of spring. However, then this album suddenly came in. I wasn’t expecting it. I knew that there was a Dirk Serries’ ‘Epitaph’ event coming up but I had no idea that it was also going to be a 2LP/2CD release. I immediately downloaded the album while heating up another pancake. Then I knew, there was no way that I was going outside today. Today is Dirk Serries day, only occasionally interrupted by a quick smoke on my balcony and perhaps a few more of my delicious pancakes.

I think it was 1997 when I first discovered Dirk’s music. A friend of mine had compiled a cassette for me, one with his favorite “calm” music. Back then, I didn’t know that there was such a thing as ambient music. I was a metalhead and to me the genre we now know as ambient were merely album intros. I had one of those cassettes too, with intros and ambient passages from bands like Amorphis and My Dying Bride. However, the tape my friend gave me opened a whole new world. Dirk unknowingly opened that compilation with a Vidna Obmana track. He was followed by one from Brian Eno. I have been an ambient fan ever since.

Years passed and some Vidna Obmana albums became constants. I was a confused adolescent, not knowing which direction my life was heading into, but Vidna Obmana always managed to calm my nerves and ease my pain. I spend whole evenings listening to ‘Tremor’ or ‘Memories Compiled’. I was devastated when I lost disc one of the latter. In fact, ever since the day I lost that disc, I have been taking exceptionally good care of my physical music collection. No more discs laying around, no more broken jewel cases, no more scratches, all thanks to Dirk Serries and his mesmerizing music.

Still fully moving in the world of metal and everything gothic-related, I moved to Antwerp in the first decade of this century. There, I discovered something new, live looping. It was a festival in the Arenberg theatre with acts like Premonition Factory, Darkroom, Aidan Baker and… Dirk Serries’ Microphonics. Again, I had no idea, none whatsoever, that this was the same man that got me through emotional rough times several years before. I was enjoying his guitar drones in that small theatre in the back of the venue, and quite some times after too, since I immediately bought the album.

That was also the first time I met Dirk in person. I told him that I liked the music and I bought the album, something I probably do too much. The second time I met Dirk was at Incubate when I asked him if he knew where Sjaak (Premonition Factory) was. Sjaak was about to drive us home, which is why I was looking for him. The third time was at Dunk! festival. I was talking to Erik from Snoozecontrol. He introduced me to Dirk and to Ronald (Stratosphere). Dirk said: “oh, are you that guy from Merchants Of Air?” After my affirmative answer, he and Ronald quickly rushed off to get me an album to review.

In the years between, I often saw Dirk perform live. Mostly solo, but also with Fear Falls Burning, which is to this day one of the most impressive live performances I have ever seen. I have seen thousands of live performances but this was something I will never ever forget. That power, that atmosphere, unrivaled. At a more recent edition of Dunk! festival Dirk turned me into a jazz fan with another brilliant performance, this time with The Void Of Expansion. Soon after, he impressed me again, during a Yodok III gig at Trix. That gig pretty much kickstarted my book ‘Cecilia’s World’, especially her adventures in the worlds of drone, ambient and jazz.

By now, I’m starting to realize that this article is a bit different from my usual reviews. I’m just doing what I always do, listen to an album and let the words write down themselves. That is how I work. That is how I write my books, my columns, even my old love letters have been written that way. I don’t know if Dirk, or any musician for that matter, realized what an impact his work can have on a person. I guess that is the power of music. I guess that’s what happens when you’re continuously recording and releasing work for thirty years. You reach people, you touch people, you change people.

For me ‘Epitaph’ is a look back at those years as an adolescent trying to find his own identity and maybe for Dirk this album is something similar. He has been evolving from an ambient amateur to one of the most influential people in the entire genre and far beyond. ‘Epitaph’ sounds like the end but it also feels like a new beginning. Gates close and gates open. Today, we see Dirk hanging around with jazz musicians, pushing even that age old genre into new directions. That resulted in several ‘New WAve Of Jazz’ releases on Tonefloat. He might be the third most important Belgian in that scene, after Alphonse Sax and Toots Thielemans.

‘Epitaph’ is also a breathtaking ambient album, featuring ten enigmatic tracks. I can hear those thirty years in pretty much all of these tunes. I can see my young self dreaming about the future in ‘Brittle Air Elegy’. I can feel the harshness of life in ‘Alternation and Return’. I can sense the depressive end of those childhood dreams in ‘And All The Murmur Fell’. I will definitely cherish this album. It is a perfect overview of what Dirk has been standing for all these years. At least, it represents his solo work, his minimal but immersive approach to soundscapes, drones and ambient.

What the future holds in store for Dirk Serries? I have absolutely no idea but I’m damn sure it will be interesting. First off, there will be this ‘Epitaph’ event, organized by Consouling Sounds, who will celebrate their tenth birthday already. On that event, Dirk will be performing with Yodok III, Fear Falls Burning, Scatterwound and Stratosphere. After that, Dirk will undoubtedly continue to push his mark on any musical direction he desires. In the meantime, I will make ‘Epitaph’ another constant in my day-to-day playlist and I suggest you do the same. This is a remarkable album from a massively talented artist.” Merchants Of Air – Belgium.

“Dirk Serries goes for the angelic with the lovely long-form ambient symphonies of “Epitaph”. Possessing an uncanny state of grace, these songs exist as if in a glorious dream. Everything about the album points to a great journey, for Dirk Serries allows these sounds to evolve organically. Hard to precisely pin down, Dirk Serries brings together drone, classical, and ambient into a fully realized whole. The elongated suites represent miniature worlds at times for the way every element of the sound interacts working in unison feels majestic. Songs build off each other resulting in something that feels so vibrant and real.

Things begin in earnest with the colossal scope of “spectral gray walls”. Ebbing and flowing akin to a force of nature, the piece feels outright meditative. A sense of yearning permeates the shimmering “shining form constellation”. Ever larger the powerful wash of “alternation and return” goes for a gauzy sound. Stripping the piece down to the essentials “the profusion of daze” opts for an intimacy, as the piece feels so warm and comforting. Subtle shifts come into the fray on the serene “formations of grace” where patience truly becomes a virtue, as Dirk Serries lets the track grow and change form. Great cavernous echoes reign supreme on “the nebulous chords”. Concluding the album on a reflective note the near silence of “and all the murmur fell” feels just right.

With “Epitaph” Dirk Serries creates a dazzling display of color, one which feels fully immersive.” Beach Sloth

YODOK III’s live albums reviewed

Yodok III – The Mountain Of Radiance, of course! *)

Gitara elektryczna, przystawki, przetworniki dźwięku – po lewej stronie sceny, patrząc z perspektywy odbiorcy. Tuba i flugabone (instrument dęty, coś pomiędzy tubą a trąbką) podłączone do amplifikatorów wielkiej mocy, po prawej. Na samym środku, pełnowymiarowy zestaw perkusyjny. Niech taki obraz stanie Wam przed oczami. Być może pomocne okażą się fotografie.

Gitarzysta nazywa się Dirk Serries i na ogół siedzi na krześle, mając swój iskrzący prądem instrument strunowy rozłożony na kolanach. Tubista, to Kristoffer Lo. W trakcie koncertu na ogół klęczy. Obok leży wielka tuba, która jest dramatycznie okablowana. Muzyk dmie w nią właśnie w pozycji na kolanach i manipuluje potencjometrami. Perkusista – Tomas Järmyr zasiada za zestawem bębnów i talerzy. W jego przypadku trudno o inną pozycję.

Formacja zwie się zaś Yodok III. Odpowiedź na pytanie, dlaczego akurat ta rzymska trójka w nazwie, a także dwa słowa o samych muzykach, odnajdziecie w tekście opublikowanym na Trybunie nie dalej, jak cztery tygodnie temu. Tekst dość szczegółowo opisał wówczas katalog sublabelu Tonefloat Records – A New Wave Of Jazz, zaś rozdział poświęcony grupie nosił tytuł Let’s rock and go dark.

Ze strony Pana Redaktora padła wówczas obietnica bliższego przejrzenia się dwóm najnowszym płytom Yodok III, które dostępne są światu od roku ubiegłego. Dziś obietnica ta zostaje spełniona.

Legion Of Radiance – Live At Dokkhuset

Koncert w Dokkhuset (Trondheim, Norwegia), 15 maja 2015. Jeden track o długości 68 minut. Dostarcza Consouling Sounds (CD, 2016).

W mroku, od właściwej strony ciszy, zaczyna się ta opowieść, jak każda zresztą, gdy odpowiedzialnymi za efekt końcowy są muzycy Yodok III. Pierwszy dźwięk, to być może szelest szczoteczek perkusyjnych, może to delikatne skwierczenie wzmacniacza tuby. Gitara na razie na bardzo dalekim planie, zbliża się, warząc każdy swój krok. Pierwsze mikrodrony tuby. Wciąż intensywnie nadstawiamy uszu, by cokolwiek dobyć z otchłani tej groźnej ciszy. Mechaniczny rezonans. Gitara nadal w oddali, rytmiczne szmery perkusyjne. Tomy i werble rozmawiają ze sobą szeptem i knują intrygi. Z kajetu recenzenta: na tle poprzednich nagrań Yodok III, instrumenty są bardziej separatywnie umieszczone w przestrzeni fonicznej i nie lepią się w jeden wielodźwięk. Ale i tak, nawet wyjątkowy zaangażowany słuchacz może mieć problemy z precyzyjnym diagnozowaniem źródeł dźwięku. Lo bezwzględni czyni cuda, przepuszczając dęte pasaże przez kilometrowe zwoje kabli, Järmyr przypomina zaś perkusyjną pozytywkę. Upływa 9 minuta, a muzyka wciąż pozostaje niezwykle cicha. Proces narastania dźwięku bywa żmudny, pracochłonny, ale realizowany jest przez muzyków z iście nordycką precyzją. Kolejne jego etapy kontrapunktowane są przez perkusistę, który funkcjonuje na ekstremalnym pogłosie. Złowieszczo pomrukuje i stawia stopy, robiąc bruzdy w podłodze. Okolice 17 minuty – obecność perkusji w zwoju improwizacji jest już akustycznie namacalna. Tak, definitywnie gra żywe dźwięki! Dwa dronowe źródła dźwięku, na przeciwległych flankach, przeczą jednak realności tej sytuacji scenicznej. 20 minuta – dron gitarowy narasta, jest już na krzywej wznoszącej, tuba kontratakuje, w tle zaś upiorna pozytywka, która trwa niczym niekończący się koncert AMM. Järmyr stawia coraz silniejsze akcenty (stopa!), a my, niezłomni odbiorcy tego muzycznego szaleństwa, atakowani jesteśmy dwoma gęstym zwojami melodii (Serries z lewej, Lo z prawej), repetowanymi z uporem godnym lepszej sprawy. To narracja, która kipi namiętnościami i emocjami każdej serii Twin Peaks, która ma twarz wszystkich wartościowych kochanek, jakie mieliście czelność stracić w swym zbyt długim życiu.

W 25 minucie okazuje się, że tuba, tudzież flugabone potrafią zmysłowo pohałasować. Perkusja jest już tak silnie rozgrzana, że iskry lecą, to w prawo, to w lewo. Gitara buduje zaś foniczny kosmos i wyjątkowo dobrze jej idzie. 30 minuta, to już stan pełnego wrzenia. Dźwięki bulgoczą, płyną, eskalują się. Pogłos sprawia jednak, iż ich industrialny ciężar ma metafizyczną wręcz lekkość, ledwie muska nam bębenki uszne. Po kolejnych pięciu minutach czeka nas delikatne wybrzmienie, narracja spowalnia, a na placu boju zostaje tuba i jej upiorna, ale czysta melodia, powtarzana w nieskończoność. Oczyszczająca moc melodii! Reszta milczy, dyszy, łapie oddech po ustaniu hałasu. A w tle buduje się już nowa narracja. 37 minuta zwiastuje nowy świt! Mocny dron tuby stawia nas do pionu. Na nim wznoszony jest blok skalny nowej improwizacji. Powraca pozytywka (może to sekwenser?), a gitara buduje separatywny dron. Perkusja czeka na przebieg wypadków, ociera pot z czoła. Ta nowa opowieść jest bardziej zadziorna, nawet agresywna fonicznie i początkowo całkowicie wyzbyta melodii. Stopa znaczy teren i porządkuje wydarzenia na scenie. Po 45 minucie rodzą się jednak nowe zarysy melodii, które nakładają się na siebie, jak plastry miodu, a rzeczona stopa dba o poziom cukru (jesteśmy na powrót w dużym już hałasie!). Konwulsyjny drumming pnie się środkiem i rozdziela akustycznie, samoeskalujące się porcje melodii na flankach. Wszyscy pniemy się już po drabinie intensywnie narastających dźwięków! Mija godzina koncertu, a szczyt jest już bliski. Järmyr ma w rękach lejce i gotów jest użyć bata! Noise for ever! Muzycy są wyjątkowo konsekwentni i na pewno zrealizują plan tego wieczoru w 100%! Finał, to już prawdziwa eksplozja bębenków usznych, w idealnej symbiozie z egzystencjalnym oczyszczeniem! Noise makes perfect! Jeszcze tylko orgazm, a potem już same oklaski.

The Mountain Of Void – Live At Roadburn 2016

Koncert w ramach Roadburn Festival 2016 (Tilburg, Holandia). Dokładna data nieznana. Jeden track (CD) lub dwa traki (LP). Około 47 minut. Dostępny dzięki Tonefloat Records (2016).

Part One. Intensywnie, hałaśliwie, wielodźwiękowo od pierwszego oddechu – dość nietypowo, jak na kanony Yodok III. Sprzężenia i interakcje na flankach. Perkusja aktywna od startu, drumminguje niezwykle szeroko w przestrzeni fonicznej koncertu. Gitara i tuba posadowione jakby bliżej siebie. Już po paru chwilach odnotowujemy incydent na kształt solówki na bębnach! Czynionej, dodajmy, na tle połyskujących smołą, wyważonych dronów gitary i tuby. Ta ostatnia emituje środkiem, ma matowe, wręcz elektryczne brzmienie. Narracja toczy się szybko, jakby dotychczasowy Yodok III odtwarzany był na 45 obrotów (słuchamy wersji winylowej, zatem skojarzenie jakże zasadne). Oczywiście sama narracja, tradycyjnie narasta i gęstnieje, ale ów proces nie jest chyba równie spektakularny, jak choćby na płycie wcześniej omówionej. W podstrefach akustycznych, pojawiają się drobne zarysy melodii, ale wszystko odbywa się pod pręgierzem aktywnej pracy perkusyjnej. Muzycy zdają się być mniej cierpliwi, eskalują w pośpiechu, są bardziej pobudzeni, a adrenalina buzuje w ich żyłach. Czyżby gotyccy wyznawcy dark-ambientu trafili na death-metalowy festiwal? 16-17 minuta – improwizacja nabiera rozpędu i popada w energetyczny galop. Wybrzmienie przychodzi dość szybko, niespodziewanie, ale jest tłuste, wielopłaszczyznowe, otwarte stylistycznie, pełne uroczych znaków zapytania.

Part Two. Wyłaniamy się z mgławicy ambientu, zapewne powracamy do stanu na koniec pierwszej strony czarnego krążka. Tym razem dźwięki wyłaniają się z otchłani piekielnej dużo spokojniej, w estetyce bardziej typowej dla tych trzech muzyków, w tej konfiguracji personalnej. Zwinna perkusja, płynna, stabilna fonicznie gitara, eksplodujący, mutowany, ale czysty dźwięk tuby. Cool silent non-anarchy ambient! Pięknie płyniemy, co za widoki! Tuba realizuje urocze pasaże w wysokim rejestrze. Po 15 minucie pierwsza próba niezobowiązującej eskalacji. Napęd daje Tomas, Dirk i Kristoffer zdają się być odrobinę oporni na wiedzę. Ale systematyczna praca procentuje – muzycy spinają się perfekcyjnie. I znów, na finał, wcale nie skromna galopada. Doom more than dark ambient metal! Intrygujące sprzężenia na gryfie gitary, tłumienie emocji przy skomlącej i gasnącej tubie. Szybkie wybrzmienie i … burza oklasków, jak na prawdziwym rockowym koncercie!” Spontaneous Music Tribune – Poland

SCATTERWOUND LIVE

20776375_1965278280375691_850630185720502997_o

“In het buitengebied van Hunsel, een klein dorp in Midden-Limburg, ligt Atelier OZO, gespecialiseerd in product- en meubelontwerp. Oprichter Eric Wijffelaars heeft een oude boerderij omgeturnd tot een ruim atelier, inclusief tuin met een zelfgebouwd podium waarop met enige regelmaat optredens plaatsvinden.
In Sittard is JazzBlazzt gevestigd, een non-profitorganisatie die zich ten doel stelt een podium te bieden aan alle soorten jazz en experimentele muziek. Vaak vinden de optredens plaats in Poppodium Volt in Sittard, maar voor de concerten van Scatterwound en Stratosphere wordt uitgeweken naar de fraaie locatie in Hunsel.

De optredens vinden plaats in de open lucht. Helaas verkeren de weergoden vandaag niet in beste stemming, want hoewel is voorspeld dat het in de avond droog zal worden, gaat het gaandeweg regenen. Maar lang leve de partytent, waardoor de bezoekers toch droog blijven tijdens het luisteren naar de experimentele muziek.

Scatterwound

Scatterwound bestaat uit de Belgische gitarist Dirk Serries en de Duitse gitarist N (Hellmut Neidhardt). Beide muzikanten bevinden zich in de experimentele hoek, waarbij ambient, drone en noise de toverwoorden zijn, hoewel Serries zich de laatste jaren ook steeds meer ontpopt als freejazz-gitarist. Serries en N kennen elkaar al tien jaar, maar hebben als duo nog niet veel muziek uitgebracht. Het tweetal werkte samen met Aidan Baker op de bij Midira Records verschenen dubbelelpee Enomeni en tijdens het in februari van dit jaar gehouden Moving Noises Festival is een tape (0.0) van Serries en N verschenen, die helaas is uitverkocht. In de bescheiden output van Scatterwound komt verandering, want de heren hebben een drietal albums opgenomen die in de komende jaren moeten verschijnen.

Net na het concert van Stratosphere begint het in Hunsel hard te regenen. Omdat het er niet naar uitziet dat de neerslag snel zal stoppen, besluit Scatterwound in de regen van start te gaan. Uiteraard is het podium overdekt, zodat het slechte weer de performance niet in de weg staat. Wel betekent het dat het publiek, schuilend onder twee partytenten, wat verder weg staat van het podium dan bij Stratosphere het geval was.

Serries en N opereren veel abstracter dan Ronald Mariën. Tijdens het optreden bij Atelier OZO valt geen flard van een melodie te ontwaren. Het zijn langgerekte tonen die de dienst uitmaken. Dat met een totaal gebrek aan melodie en ritme toch spannende muziek is te maken, bewijst Scatterwound gedurende zijn set. Er is geen sprake van een voorwaartse beweging, maar beweging is er wel degelijk en moet gezocht worden in de dynamiek waarmee het duo speelt. Het tweetal schuwt het maken van een flinke bak herrie niet en het volume staat bij tijd en wijle erg hoog. Het draagt bij aan de fysieke ervaring die de harde muziek van het duo bewerkstelligt.

Het concert vangt zachtjes aan met een hoge, iele drone. De twee gitaristen communiceren met geluid, voortgebracht door hun gitaren en effecten. Opvallend is dat de klanken die de Belg en de Duitser uit hun instrumenten halen bijzonder goed op elkaar aansluiten, maar zonder dat dit leidt tot een harmonisch klinkend geheel. De drones die worden geproduceerd zijn niet lieflijk maar gemeen, ook als het volume afneemt. Het zorgt ervoor dat iedere klank met spanning geladen is en dat maakt weer dat de luisterervaring een enerverende is. De eerste geluidsuitbarsting is een plotselinge, alsof iemand de volumeknop ineens opendraait. Serries bespeelt zijn gitaar met een strijkstok en een e-bow. Wat N op zijn gitaar uitspookt is moeilijk na te gaan omdat hij zijn gitaarspel vaak aan het zicht onttrekt door zijn instrument richting versterkers te wenden. De beide muzikanten spelen hun spel met klanken en dynamiek beheerst, gecontroleerd en met verbeeldingskracht.

Binnen de soms luide noise bestaat ook ruimte voor subtiliteit. Halverwege het concert wordt het volume getemperd en voert zacht gitaarspel van N de boventoon. Op de achtergrond woedt echter een gitaarstorm, gecreëerd door Serries. Die storm neemt in kracht toe, wat voor N het teken is om steeds luider en gemener te gaan spelen. Tegen het einde ontaardt de muziek in een gierende bak noise die de trommelvliezen doet trillen. Het knappe is dat ook in die fase de controle steeds aanwezig is. Alle effecten, fuzz en distortion belanden exact daar waar het door Serries en N gepland is.

De noise wordt afgebouwd en het concert wordt uitgeluid met een wegstervende gitaarklank van Serries. Het is inmiddels gestopt met regenen, maar al was het nog steeds met bakken uit de hemel gekomen, het had dit spannende concert niet kunnen versjteren.” Opduvel – The Netherlands

The Storm Of Silence

“Inseguendo l’ultima luce. Due esploratori dispersi tra ghiaccio e blu, laddove il silenzio può essere talmente assoluto da divenire suono altro. La fotografia di Bjarne Riesto e la musica di Chihei Hatakeyama e Dirk Serries costituiscono un unicum intitolato “The Storm Of Silence” (2016), uno splendido ossimoro. L’album inaugura la seconda fase della Glacial Movements di Alessandro Tedeschi, al traguardo dei dieci anni di attività, e invita, per l’ennesima volta, l’ascoltatore a meditare, in scia a un flusso sonoro suddiviso in quattro lunghi brani, o movimenti, affatto tempestosi e neppure silenti.

“The Storm Of Silence” è un progetto di medio respiro, ma delicato e avvincente come pochi altri in circolazione. La collaborazione a quattro mani è tra un giapponese e un belga, due artisti di grande esperienza e, soprattutto, due sognatori a occhi aperti. Distanti migliaia di chilometri, separati dalla lingua, ma emotivamente vicini. Difficile conteggiare le release di Chihei Hatakeyama e Dirk Serries affidate, spesso, a label di caratura internazionale. Entrambi a loro agio con l’informe materia ambient. Musica ideale per punteggiare condizioni estreme, come il Mar Glaciale Artico al crepuscolo.

Soundscaper vitale il primo, oscuro manipolatore il secondo. Mai incontratisi nel corso delle rispettive vite. Nel momento in cui Dirk Serries finalizza con Hakobune “Obscured By Beams Of Sorrow” (2015), un album rilasciato per conto della White Paddy Mountain gestita da Chihei Hatekeyama, i dialoghi tra i due prendono un’altra piega. Meno prospettica e più impressionista. Le loro comunicazioni si sono, infatti, evolute in un proficuo scambio di suoni, con il produttore giapponese pronto a modificare il suo tipico approccio a favore di un’inedita espressione di isolazionismo in note.

Simile a qualcosa cui si assiste in lontananza all’orizzonte, qualcosa di poco concreto e difficile da definire. Un feeling consolidatosi con Alessandro Tedeschi circa una possibile uscita. Elaborare il concept è stato questione di un istante, il mio lavoro con Chihei Hatekayama è su misura per l’inverno. paesaggi ghiacciati, una condizione di isolamento e spazi desolati. Quando la natura ha assunto connotati più lineari e meno colorati, ma dotati di forza e austerità, Glacial Movements è diventato l’approdo sicuro per il nostro album.

Il norvegese, invece, l’idioma comune. Kulde (freddo), Uvaer (cattivo tempo), Fryst (congelato), Hvit (bianco) sono parti di unico scenario incontaminato, finanche romantico. Chihei Hatekeyama e Dirk Serries si ergono a viandanti su un mare di ghiaccio. Le loro tracce sono abbastanza uniformi: rare le variazioni, occasionali le tensioni. È semmai un certo calore a propagarsi nell’aria al calar della nebbia. Il rigore del gelo lascia il passo a differenti forme di armonia. La risonanza di luoghi remoti è favorita dal ricorso a una rarefatta stratificazione sonora, da abbandono sensoriale.

Le alternanze tonali si susseguono al pari di nuove visioni. Le note allungate all’infinito colorano gli stati d’animo. Dalle sinuose modulazioni di Kulde alla stasi apparente di Uvaer, lievemente scossa da riverberi sotterranei, il passo è breve e mai faticoso. La chitarra e il pianoforte contribuiscono a elevare la natura immaginata, a fronte dello smarrimento dell’uomo, come la reale protagonista dei quarantadue minuti di “The Storm Of Silence”. Il bordone si staglia, invece, con rinnovata forza in Fryst fino a liquefarsi in profonda malinconia durante la conclusiva Hvit. Tenue e avvolgente.” Souterraine – Italy

The Face That Must Die

1 front cover

“Originally released in 1988 on cassette (and under the name Vidna Obmana as the project was styled in those days, rather than the later vidnaObmana), The Face That Must Die is very a much a release redolent of its post-industrial musical era, but still holds an effective and occasionally gruesome fascination thirty years later.

Following an introduction from Trev Ward of The Order Ov Wolves (who also helped release the cassette version), whose slightly portentous but ultimately a somewhat jejune menace is typical of the age (see also the hilariously camp but still strangely unnerving James Havoc‘s Church Of Raism — released on Creation, of all labels), the remastered and expanded CD slips from tape-loop miasma to queasily (re)percussive orchestrations as found on “Sweat Sessions” parts 1 and 2, Dirk Serries deploying a battery of synthesizers, turntables and shortwave radios to often mesmerising and macabre effectOld Captain have gone to town on the artwork for the new edition too, and where the original tape was housed in what looks like a photocopied sleeve in best cassette culture fashion, the CD gets stark monochrome reproductions of various gruesome woodcuts from European history printed on a four-panel digipak.

Time may not have treated some of the more beat-heavy moments so well, though they stand up fairly by comparison to many black-clad, gloom-laden acts of the late Eighties, but the swirling walls of drone and FX-riding swarms of sound on tracks like “Proto Anguish” retain their hypnotic sense of uncertainty tinged with woozy dread. Listen to a track like “Bring Out Your Dead”, and with its pinging tape loops and heaving bass undertow, and it’s also easy to fast-foward a few decades into the retro lo-fi blasted radiophonic landscapes of the likes of Ekoplekz or Ghost Box releases.

Likewise, the cycling compressed throb of “Bondage Doom To Creator” is possessed of a particular texture and feel that comes only from magnetic tape manipulations, heaving with heavily compressed presence and a slurred smearing of sound that hardware audio engineers might spend thousands reproducing faithfully in the digital realm. Throw in the layers upon layers of more effects, and it’s a seriously mind-melting traipse through the audio underworld at times, bouncing unpleasantries off the speakers like the world’s about to end.

What goes around certainly comes around, and The Face That Must Die is both well worth revisiting or discovering for the first time too.” Freq UK/Antron S Meister – UK

Available from Old Captain Records  :

 

 

BACKGROUND CURTAIN reviewed

celer-and-dirk-serries

“On Background Curtain (ZOHARUM ZOHAR 129-2), we have a collaboration between Celer and Dirk Serries. Celer, i.e. the American Will Long, is familiar for his minimal ambient music which can be quite beautiful on occasion, and his Inside The Head of Gods was judged by us as a “masterpiece of understatement”. Belgian droner Dirk Serries used to be Vidna Obmama throughout the 1980s, and also recorded as Fear Falls Burning, a project where the weapon of choice was a guitar.

I suppose both players have an interest in long tones, subtle shifts of timbre, and a creative approach which involves much processing work. Processing is certainly the hallmark of Background Curtain. In fact it seems to be the basis for the entire piece. Celer sent a tape to Dirk one fine day in 2012. The time-stretched segment of collaged work was, to its creator, “puzzling and unworkable”. Yet Dirk came through and rallied like a Hessian, and returned something to Celer. At this point the tape-trading story becomes unclear to me, but it seems that Dirk didn’t actually rework the original unworkable tapes, and instead produced something entirely new while he was listening to them. Another year goes by, and Celer (clearly not a man to rush into things) has the brilliant idea of mashing up the new Dirk Serries music with his original source recording. He got to work behind his multi-tasking processor desk. “The musical colour and frequencies were the same,” he assures us, “but the effects and enveloping were triggered by the waves of Dirk’s track”. This feels a little sketchy, but I think I get the general idea, and I can understand why creators would wish to protect their working methods by shrouding them in vagueness and ambiguity.

Two long pieces ended up being pressed on the present CD as a result of this long and drawn-out creative process – ‘Above/Below’ and ‘Below/Above’. The first one is a slow-moving blanket of swaddling ambient sounds where everything sounds processed and unrecognisable, yet not to the point of becoming saccharine goo. On the second piece, it’s just about possible to discern some guitar notes, keening their forlorn cries like slowed-down seagull effects from a Bill Nelson performance. However, there’s no real point in trying to unbake this sonic pie; the point that Celer wishes we would concentrate on is the presence of what he calls the “background curtain”, presumably referring to his original “puzzling and unworkable” source material. I think he’s right to call it a curtain; it’s certainly not rigid enough to be called a spine or backbone. “Even if you can’t hear its place, it’s definitely there,” he assures us. “Maybe you can hear it?” The Sound Projector – UK

“Background Curtain” is the effect of a teaming between two known and respected old ambient wolves. Will Long, hiding behind Celer moniker has released dozens of materials. And I mean literally; only this year already four full length materials are out. Check his Bandcamp – a lot of his albums you’ll find there to download with the “name your price” option. Dirk Serries is no less prolific. His main project is Vidna Obmana, now inactive but leaving a great legacy and sometimes coming back to us with the archive compendiums, re-releases of the old tapes and so on. Like the resurrecting of his classic cassette “The Face That Must Die” which was reissued only a few days ago by the Ukrainian Old Captain label. Now Dirk works under his own name and also is a member of several collectives, also those outside the ambient microcosmos, like Yodok III, an impressive experimental jazz ensemble.

Dirk Serries simply loves to share and mix his musical thoughts and ideas with other artists. I mean just check his list of accomplices in sound manipulations: Steve Roach, Alio Die, Asmus Tietchens, Jesu, Aidan Baker and I could go on and on. Will Long doesn’t have as much joint works in his resume, but the ones I know are truly exceptional, like the those with Japanese ambient craftmen, Hakobune or Yui Onodera. So it isn’t that surprising that their paths have eventually crossed and the final effect is now available thanks to Zoharum Records from Poland.

They’ve never met actually. Will made a track, he sent it to Dirk, asking him to process it one way or another. So he did, sent it back, Will has treated the material with further manipulations and so “Background Curtain” was born. No big philosophy behind that, no grand words nor ideas dealing with the crucial world problems or philosophical concepts. It’s just a friendly initiative of two experienced ambient musicians who know exactly their job and what this music is all about. It’s a two track work, based on drones constructed of synths and electric guitars. These are improvised, abstract soundscapes floating in the air and raising the feeling of surreal melancholy. The vast use of reverb makes me think of these compositions as aural stains, clouds without sharp edges. It’s ambient by definition, like suspended in time and space, sometimes similar to the works by Robert Rich or Steve Roach.

If you know their previous works, especially Celer albums you may be surprised by the relatively short duration of the album as it is around 35 minutes long. Will Long likes the more epic forms, at least when it comes to his individual works. After all, the name obliges to something, right? Seriously though, I noticed lately that I feel more and more tired with the 60+ minutes releases (unless these are Mathias Grassow albums), so for this moment it is quite an optimal amount of music from these two ambient warhorses. Not groundbreaking, but an easily recommendable piece for all the drone lovers out there.” Santa Sangre Magazine – Poland

“Bei einem Dauerproduzenten wie Will Long alias Celer, der keine Pause zu kennen scheint und in den letzten Jahren dutzende Releases herausgehauen hat, bleibt es nicht aus, dass sich der eine oder andere Entwurf als Sackgasse erweist, auf die der eigene kreative Fluss mit einer Blockade reagiert. Manchmal mag der Papierkorb der beste Freund des Schaffenden sein, doch wenn da Gefühl nicht losbekommt, dass in einem scheinbar unbearbeitbaren Fragment doch noch Potenzial steckt, liegen zwei Lösungen nahe: Die eine wäre, etwas Zeit verstreichen zu lassen und ich dem Material später erneut zu nähern, mit er entsprechenden Distanz, die es wie das Werk einer anderen Person erscheinen lässt. Die andere wäre, auf Kollaboration zu setzen und Kollegen mit der Dekonstruktion des Stoffes zu betrauen.

Long hat sich im Entstehungsprozess der hier vorliegenden Aufnahmen für beides entschieden, und so entstand über einen Zeitraum von rund vier Jahren im Austausch mit Dirk Serries (Fear Falls Burning, Vidna Obmana), den er zunächst ohne viel Hoffnung anleierte, doch noch ein ganzes Album, dem man eines schon mal bescheinigen darf: Es wirkt derart homogen und harmonisch, dass man ihm die verquere Vorgeschichte kaum anmerkt.

„Background Curtain“ ist ein sanft dröhnendes und angenehm schwermütiges Ambientalbum geworden, dessen lange und weit ausgreifende Soundscapes auch durch die ungewöhnliche Färbung der Sound an Substanz gewinnt. Gerade in ruhigeren Momenten der gemach an und abschwellenden Klänge blitzt immer mal die (trügerische?) Illusion ortbarer Instrumente auf, eine Schiffssirene, eine Klarinette, das Läuten einer Kirchenglocke oder raue Gitarren. Doch die Klangquellen sind nicht so relevant, erfüllen solche Momente doch vor allem die Funktion, den Hörer nicht vollends der Einlullung preiszugeben. Ist die Aufmerksamkeit erst entsprechend geschärft, dann ist der düstere Untergrund aus atonalem Rauschen und Rumoren immer deutlicher zu hören, ebenso die kleinen exaltierten Synthietupfer, die vereinzelt aus dem melierten Soundgemisch herausspringen.

Beide Musiker haben schon Ereignisreicheres produziert als die beiden ausladenden Tracks, die dem ursprünglichen Material eine jeweils andere Gestalt verpassen. Wer also im Ambien Spannung (oder auch so etwas wie Berieselung) sucht, der soltle sich zuvor die im Netz verfügbaren Auszüge anhören. Bestens bedient werden Freunde der subtilen Regression und alle, die mit Vorliebe Verstecktes aufspüren. (J.G.)” African Paper – Germany

“La polacca Zoharum produce nell’ottobre dello scorso anno questa collaborazione tra due mostri sacri della musica ambient e dello sperimentalismo quali Dirk Serries e Will Long aka Celer. La storia di questo progetto collaborativo confluito poi in “Background Courtain” comincia nel 2012, quando, dopo alcuni scambi di LP tra i due, Long invia una lunga traccia che riuniva dei pezzi sonori da lui prodotti a Serries, trovandoli inutilizzabili e sperando che l’artista belga riuscisse a ricavarne qualcosa. Tempo dopo, Serries invia a Long una serie di tracce ispirate dall’ascolto di quel nastro, ed usando come base la traccia definita ostica ed inutilizzabile all’inizio, i pezzi di Serries vengono avviluppati ad essa creando appunto questo album formato da due lunghe suite ambient sospese ed impalpabili, soundscapes da altri mondi dalla presenza allungata e riverberata. Disponibile in edizione strettamente limitata a 300 esemplari in digipak a 3 pannelli, con artwork dall’effetto vintage – molto inerente al contenuto sonoro – creato da Rudger Zuydervelt (Machinefabriek) e basato su una foto dello stesso Will Long.” Darkroom – Italy

TOUCHING EXTREMES SPEAKS THE TRUTH

DIRK SERRIES – MICROPHONICS XXVI-XXX : RESOLUTION HEART (LP, Tonefloat 2016)

“This LP puts the end titles to an essential chapter in Dirk Serries’ aural movie by cross-pollinating, in a way, sonorities related to a pair of important phases of his career, namely Vidna Obmana and Fear Falls Burning. Serries has always been concerned with the gradual unfolding of sounds in a style that retains momentum while eschewing ostentation. Either via sheer pitch duration or through massive amounts of processors, most of the music engendered by the Belgian artist is capable of evoking breathtaking vistas, frequently allowing unspoken communication with the self. Lend your ears and spirit to “The Deprivation Of Heart”, the final piece of this set, to get the picture.

These four tracks convey the visual sense of an expert engineer who never relinquished the original nucleus of his conception, yet is willing to alter a bit of its outside qualities. The characteristic slowness of outspread resounding streams is blurred by a haze of slight distortion, similarly to watching a summer landscape from the top of a hill with the corneas damp from the sizzling hot. What’s truly noteworthy – indeed, a trait which separates Serries from wannabes, hasbeens and neverwases – is the ability of attributing a reminiscent sincerity to harmonic sequences usually not exceeding the limits of a two-chord straightforwardness. If the inexpert listener could be forgiven for relating this work to – just saying – Celer, certain names from the Hypnos catalogue and, why not, William Basinski, don’t you dare forgetting that the inaugural outing by Serries dates from 1985. In this house emulators are not acknowledged: here, we’re talking about a groundbreaker. Still going strong after thirty-plus years.” Touching Extremes – Italy

XXVI-XXX : RESOLUTION HEART

“Es ist dieses Cover, das einen abschreckt.
Ein zerfallener Häuserblock, von dem der Putz bröckelt.
Doch trotzdem erhebt er sich Richtung Himmel.
Das Schwarz-Weiß-Foto verstärkt diesen Eindruck noch.
Doch schaut man ganz genau hin, verbirgt sich hinter diesem Bild des Zerfalls, gerade des Motivs wegen, etwas Besonderes, gar Faszinierendes. Man kann nicht genau beschreiben, was es ist, aber man spürt, dass es da ist!
Ganz genauso verhält es sich mit der Musik auf „Microphonics XXVI-XXX Resolution Heart“ von DIRK SERRIES, der unter unserer Seite für sein skandinavisches Band-Projekt YODOK III bereits in den höchsten Tönen gelobt wurde. Besonders der „atmosphärisch und postrock-phänomenalen Klangwelten“ wegen, die er gemeinsam mit einem schwedischen und einem norwegischen Musiker schuf.
Aber auch solistisch versteht Serries zu überzeugen, der schon als Support von MONO live Beachtliches an seinem Instrument leistete.

Nun also sein nur als LP plus bzw. oder Download erhältliches Solo-Album „Microphonics XXVI-XXX Resolution Heart“…
„This is the end. Play louder.“
Beide Sätze kann man, recht versteckt und sehr klein, auf der Rückseite der LP lesen – und man sollte sich daran halten. Serries Instrumentals – eingespielt mit E-Gitarre, E-Violine, Fender Rhodes und analogen sowie digitalen Effekten – müssen laut gespielt werden, dann entfalten sie genau die Atmosphäre, die nötig ist, um sich in dem Klangkosmos des Belgiers fallen zu lassen, ohne dabei den Eindruck zu haben, es würde in den gut 40 Minuten Spielzeit der LP zu wenig passieren.

Dieses Album lebt zuerst von der Stille, dann von langsam schwebenden, sich immer mehr erhebenden Harmonien und jeder Menge Loops, die stark vermuten lassen, dass der belgische Gitarrist und Klangzauberer bei ROBERT FRIPP zur Schule gegangen sein muss, da er die Frippertronics wie aus dem FF beherrscht und ganz ähnliche Soundscapes wie der große Meister (mit und ohne BRIAN ENO) zaubert. Serries scheint für Belgien das zu sein, was GERD WEYHING für Deutschland ist – denn beide erschaffen mit ihrem Instrument und dem entsprechenden technischen Equipment „Ambient Progressive Soundscapes“, die wie aus einer anderen Welt klingen – oder eben genauso wie „Epiphany And Isolution“, womit Serries seine beeindruckende LP über die Schönheit langsamer, aber nicht langatmiger Musik eröffnet. Das knapp 15 Minuten lange „The Deprivation Of Heart“ schließt dann in ganz ähnlicher Form und Rhythmik mit dem längsten Instrumentalstück das Album ab.
Danach werden wir dann auch den abschließenden kryptischen Satz – ein Zitat von LAO-TZU (chinesischer Philosoph aus dem 6. Jahrhundert vor Christi) – auf der LP-Rückseite noch etwas besser verstehen: „Sie bewegen sich in völliger Leere und lassen nur den Geist schlängeln.“ Das klingt meditativ – und die Musik von DIRK SERRIES ist die ideale Untermalung dazu.

FAZIT: Wenn an einem „Thursday Afternoon“ BRIAN ENO auf die LEAGUE OF GENTLEMEN von ROBERT FRIPP trifft, damit sie gemeinsam den „Evening Star“ aufgehen lassen, dann steigt er garantiert direkt über der hochinteressanten Bruchbude (des Covers) von „Microphonics XXVI-XXX Resolution Heart“ des Belgiers DIRK SERRIES auf.” Musikreviews.de – Germany

 

“8/10. It’s been a long time coming, but I’m finally reviewing what was essentially one of many releases from Belgian electronic/atmosphere artist, Dirk Serries. When this record released, around three or four others released with it and judging from the numbering here, this is part of a set. From a brief observation, this is the final piece in that set and I recommend checking out the others first, in order to get the full experience. I can’t comment on the other pieces as I don’t recall ever hearing them, but I can of course give an observation of this piece and why it is a must for fans of atmospheric and electronic music. While the four tracks here mostly seem to be a bit foreboding in title (I Communicate Silence, Deprivation Of Heart) the album as a whole is quite uplifting. It sounds like the sort of amorphous winds that one might expect from another dimension, possibly an astral world of sorts. The album cover itself is quite droll though, making one feel like they might be in for a desolate, urban experience with two sullen looking concrete structures and a pale sky just above them.

Even so, I’m certainly not getting anything harsh or negative within “I Communicate Silence.” It rather feels like meditation music, marking the record a great piece to play when you’re trying to wind down after a long day’s activities. Perhaps said material would work on a night time drive through the countryside, in which moving the steering wheel itself becomes an almost minimal action as you’re encapsulated by a blanket of stars and the subtle melodies by which such a travel almost feels non-mechanically aided. Resolution Heart is indeed the kind of music we play when we’re looking to put behind all of the political chaos of recent times and focus on the significance of life, while we still have it. It is an album that makes you thankful that you are among those in the world who can hear pleasant and calming sounds on a daily basis.

Though merely made up of a slew of synths, most people will not turn such an experience away due to it’s therapeutic nature. I most commonly review heavy metal albums, but if you do find this kind of record to be something to your taste and are a metal fan as well, then that to me is a plus. Some may not realize why I don’t just review one sort of music, and that is because I’m a fan of quite literally everything. The atmosphere here is rather subdued amidst it’s twinkles, but it feels like holding your head underneath a stream of clean, flowing water. If you enjoy this album, please check out the brother and sister albums that released alongside it. I’m sure that if you give it a chance, you’ll find something in it. ” The Grim Tower

XXVI-XXX reviewed

“Belgian-based artist Dirk Serries began his Microphonics series in 2008, a little after the release of his earliest work as vidbaObmana and before the world started noticing his presence, most of it because of his collaborations with A-list acts, such as Steven Wilson, Steve Von Till, Aidan Baker, Justin K. Broadrick, Cult Of Luna and Steve Roach, and also due to catching him on tour alongside Jesu, Mono, Low, My Bloody Valentine and Cult Of Luna.

Microphonics XXVI-XXX : Resolution Heart is the tenth and last installment in the series and from its somber cover art to its ambiguous monochromatic minimalism that sways the album in its entirety, the bleakness and despondency of its ambience make up a superb final chapter for the eight-year long series.

There are no distinctive shapes or patterns among the album’s four tracks and nothing about it is definite, yet Resolution Heart succeeds without trouble in absorbing you into its refined and elegant vagueness. The hazier it gets, the more powerful its subtle little sounds and shreds of melodies become and the more grand the closure of the series appears. Serries flirts and plays with silence and with it he designs his amorphous structures, in such way that this elegiac ending to Microphonics is nothing short of striking and awe-inspiring in its faultless lowliness. ” Destroy/Exist