The Storm Of Silence

“Inseguendo l’ultima luce. Due esploratori dispersi tra ghiaccio e blu, laddove il silenzio può essere talmente assoluto da divenire suono altro. La fotografia di Bjarne Riesto e la musica di Chihei Hatakeyama e Dirk Serries costituiscono un unicum intitolato “The Storm Of Silence” (2016), uno splendido ossimoro. L’album inaugura la seconda fase della Glacial Movements di Alessandro Tedeschi, al traguardo dei dieci anni di attività, e invita, per l’ennesima volta, l’ascoltatore a meditare, in scia a un flusso sonoro suddiviso in quattro lunghi brani, o movimenti, affatto tempestosi e neppure silenti.

“The Storm Of Silence” è un progetto di medio respiro, ma delicato e avvincente come pochi altri in circolazione. La collaborazione a quattro mani è tra un giapponese e un belga, due artisti di grande esperienza e, soprattutto, due sognatori a occhi aperti. Distanti migliaia di chilometri, separati dalla lingua, ma emotivamente vicini. Difficile conteggiare le release di Chihei Hatakeyama e Dirk Serries affidate, spesso, a label di caratura internazionale. Entrambi a loro agio con l’informe materia ambient. Musica ideale per punteggiare condizioni estreme, come il Mar Glaciale Artico al crepuscolo.

Soundscaper vitale il primo, oscuro manipolatore il secondo. Mai incontratisi nel corso delle rispettive vite. Nel momento in cui Dirk Serries finalizza con Hakobune “Obscured By Beams Of Sorrow” (2015), un album rilasciato per conto della White Paddy Mountain gestita da Chihei Hatekeyama, i dialoghi tra i due prendono un’altra piega. Meno prospettica e più impressionista. Le loro comunicazioni si sono, infatti, evolute in un proficuo scambio di suoni, con il produttore giapponese pronto a modificare il suo tipico approccio a favore di un’inedita espressione di isolazionismo in note.

Simile a qualcosa cui si assiste in lontananza all’orizzonte, qualcosa di poco concreto e difficile da definire. Un feeling consolidatosi con Alessandro Tedeschi circa una possibile uscita. Elaborare il concept è stato questione di un istante, il mio lavoro con Chihei Hatekayama è su misura per l’inverno. paesaggi ghiacciati, una condizione di isolamento e spazi desolati. Quando la natura ha assunto connotati più lineari e meno colorati, ma dotati di forza e austerità, Glacial Movements è diventato l’approdo sicuro per il nostro album.

Il norvegese, invece, l’idioma comune. Kulde (freddo), Uvaer (cattivo tempo), Fryst (congelato), Hvit (bianco) sono parti di unico scenario incontaminato, finanche romantico. Chihei Hatekeyama e Dirk Serries si ergono a viandanti su un mare di ghiaccio. Le loro tracce sono abbastanza uniformi: rare le variazioni, occasionali le tensioni. È semmai un certo calore a propagarsi nell’aria al calar della nebbia. Il rigore del gelo lascia il passo a differenti forme di armonia. La risonanza di luoghi remoti è favorita dal ricorso a una rarefatta stratificazione sonora, da abbandono sensoriale.

Le alternanze tonali si susseguono al pari di nuove visioni. Le note allungate all’infinito colorano gli stati d’animo. Dalle sinuose modulazioni di Kulde alla stasi apparente di Uvaer, lievemente scossa da riverberi sotterranei, il passo è breve e mai faticoso. La chitarra e il pianoforte contribuiscono a elevare la natura immaginata, a fronte dello smarrimento dell’uomo, come la reale protagonista dei quarantadue minuti di “The Storm Of Silence”. Il bordone si staglia, invece, con rinnovata forza in Fryst fino a liquefarsi in profonda malinconia durante la conclusiva Hvit. Tenue e avvolgente.” Souterraine – Italy

Advertisements

BADD PRESS reviews

GEORGE HADOW & DIRK SERRIES – OUTERMISSION (CD, Raw Tonk Records)

“If there were such a thing as minimalist jazz, it could fairly be said that drummer George Hadow and guitarist Dirk Serries have come close to perfecting the subgenre. The duo’s new album, which drops on Raw Tonk Records July 7, is a staggering, conscious-raising, zig-when-you-thought-they’d-zag winner.

To describe this disc as minimalist has more to do with its limited instrumentation than the style with which the guitar and drums are played. Because in fact, Hadow and Serries produce a rather enormous racket.

Unconstrained by meter, the duo presents an often-frenetic combination that won’t appeal to all tastes. But my goodness this music is brave. Listeners with a taste for what giants like Ornette Coleman and Cecil Taylor helped pioneer will recognize genuine artistry on these 11 tracks.

The performances – all recorded in one day at Sunny Side Inc. Studio in Anderlecht, Belgium – are purposely difficult and polished to a handsome sheen. They’re flawless really.

Whether it’s the high-energy opener “Narrow,” or more atmospheric pieces like “Out” and “Open,” Hadow and Serries are clearly comfortable improvising off of one another. It’s a thrill to hear.” Badd Press – Canada

‘OUTERMISSION’ reviewed

“Het blijft interessant om de ontwikkeling van Dirk Serries in de vrije improvisatiemuziek te volgen. Begonnen als ambient- en drone-artiest heeft de Belg zich de laatste jaren steeds meer ontpopt als een vrij spelende gitarist die muzikale conventies aan zijn laars lapt. Vorig jaar verscheen op het Engelse Raw Tonk-label de eerste solo-cd met vrije improvisaties van Serries (Etched Above The Bow Grip) en op datzelfde label verschijnt nu Outermission, waarop de gitarist samenwerkt met drummer George Hadow.

Hadow is afkomstig uit Engeland maar hij opereert vanuit Amsterdam. Hij studeerde met Han Bennink en Michael Moore en hij is onder andere lid van het Blue Lines Trio en het Mulligan/Baker Project. De lijst met namen met wie hij samenwerkt wordt allengs langer: Terrie Ex, John Dikeman, Gonçalo Almeida, Roy Paci, Joe Williamson, Andy Moor, Jasper Stadhouders en Tobias Delius zijn enkele namen die op de lijst van Hadow prijken. De drummer speelt veelzijdig, krachtig als het moet maar ook subtiel als de muziek daarom vraagt.

Outermission laat twee onderzoekende muzikanten in hun ontwikkeling horen. Vooral Serries lijkt als improvisator een stap verder te zijn dan vorig jaar, ten tijde van Etched Above The Bow Grip. Zijn spel lijkt aan kracht en zelfverzekerdheid te hebben gewonnen, zonder dat iets van de jeugdige spirit van zijn spel verloren is gegaan. Zijn spel is hoekig, a-ritmisch en variërend van verstild tot noisy. Hadow geeft de Belg flink tegengas, weet elke vondst van Serries scherpzinnig te pareren, maar hij barst zelf ook van de originele muzikale ideeën. Zijn techniek is indrukwekkend en het toevoegen van extra percussie-objecten heeft hij voor zijn spel niet nodig. Het is echter de combinatie van de verschillende speelwijzen van de muzikanten die de meeste indruk maakt.

De improvisaties zijn ruw, ongepolijst en zo worden ze ook weergegeven op de cd. Zoals bijvoorbeeld in opener ‘Narrow’: Serries speelt zijn rauwe maar inventieve gitaarspel en Hadow stelt daar zijn klaterende drumspel tegenover. Snare, toms, hi-hat, bekkens, en randen van trommels worden aangeroerd. In ‘Cross’ gaat het er iets subtieler aan toe, maar het spel is even onrustig als in de opener. In Serries’ spel wordt af een toe een kleine aanzet tot een melodie gegeven, maar die wordt nergens uitgewerkt want de gitarist is alweer een motiefje verder. Zo lijkt hij er steeds vandoor te gaan, is hij de luisteraar steeds een stap voor en dat is wat zijn spel zo aantrekkelijk maakt om naar te luisteren. Hadow soleert aan het einde van ‘Cross’ en dat doet hij met donkere tomslagen die vergezeld gaan van mooie accenten op snare, bekkens en hi-hat.

Verstilling treedt op in ‘Out’ met ijle gitaarklanken en zacht spel op de snare. Het stuk schuurt, wrijft en er hangt spanning in de lucht. De vijf minuten zijn om voor je er erg in hebt. Verderop is ook ‘Open’ een brok verstilde spanning. Een paar goed geplaatste korte tikken van Hadow bouwen die spanning verder op. ‘Call’ laat de beide muzikanten weer van een robuuste kant horen. De controle waarmee dat gepaard gaat, maakt indruk. Op ‘Slate’ heeft de gitaar een wat opener klank dan elders op de plaat. In ‘Apart’ lijkt een aanzet te worden gegeven tot een rocknummer, maar ook hier blijft het bij een aanzet. Het gitaareffect is prachtig en Serries speelt wat minder fragmentarisch dan op de andere tracks.

De verschillende improvisaties zijn strategisch op het album geplaatst, zodat de aandacht van de luisteraar niet verslapt. Zo staat de harde noise van ‘Night’ en ‘Tear’ ingeklemd tussen twee verstilde tracks, het eerder genoemde ‘Open’ en afsluiter ‘Remission’. Vooral in ‘Tear’ lijken de twee muzikanten alle remmen los te gooien om zich uit te leven in een heerlijke bak freejazz-noise. Het contrast met ‘Remission’ kan bijna niet groter zijn en dat werkt perfect. De schitterende afsluiter maakt nogmaals duidelijk hoe goed Serries en Hadow spanning kunnen creëren.

Op het Raw Tonk-label zijn geen teleurstellende releases verschenen en ook Outermission van George Hadow en Dirk Serries maakt op die regel geen uitzondering. De elf vrije improvisaties zijn rauw, dynamisch en spannend. Zelfs in de rustige stukken heeft de muziek een ruw randje. Het grofkorrelige, onafgewerkte element van deze muziek gecombineerd met het inventieve en onderzoekende spel leidt tot dit uitermate boeiende muzikale avontuur.” Opduvel – The Netherlands

Trybuna Muzyki Spontanicznej nie ustaje w wysiłkach, by eksplorować europejską muzykę improwizowaną pod kątem nowych, świeżych i niebanalnych zestawów dźwiękowych.  Z mniejszym lub większym skutkiem, Pan Redaktor stara się wrzucać w sieć globalną personalia muzyków, których niektórzy z nas – zapatrzeni wielbiciele wciąż tych samych wielbicieli – nawet nie podejrzewają o preparowanie dźwięków, które mogą okazać się ciekawe.  Świat muzyki improwizowanej jest absolutnie interesujący, a proces permanentnej nadprodukcji dźwięków w gatunku, wcale tego zjawiska nie deprecjonuje.  Zatem do dzieła!

George Hadow, brytyjski rezydent holenderski, perkusista i perkusjonalista, mający już pewne doświadczenie na polu swobodnej improwizacji zwiera dziś szeregi z Dirkiem Serriesem, belgijskim gitarowym eksperymentatorem, który do niedawna kojarzony był głównie ze sceną dark ambient, drone, czy industrial. Panowie spotykają się w studyjnych okolicznościach Sunny Side, w Anderlechcie, dzielnicy Brukseli, powszechnie znanej z największego belgijskiego klubu piłkarskiego Belgii. Rzecz ma miejsce 20 lutego roku ubiegłego. Rejestrują materiał muzyczny, składający się z jedenastu piosenek, trwających 37 minut i 37 sekund. Za trzy dni odbędzie się oficjalna premiera krążka, który nazwany został Outemission, a wydała go kolejna mała, niezwykle ciekawa i kreatywna inicjatywa wydawnicza ze Zjednoczonego Królestwa – Raw Tonk Records. To debiut muzyków w tym układzie personalnym.  Hadow gra na pełnym zestawie perkusyjnym, Serries zaś na gitarze elektrycznej. Prosta matematyka, polegająca na podzieleniu czasu trwania płyty przez ilość utworów, sugeruje nam w oczywisty sposób, iż każda z piosenek jest zwarta, krótka i na temat. Każda wyposażona w nieskomplikowany, jednowyrazowy tytuł, który także podkreśla brak nadmiaru komplikacji na etapie kreowania pomysłu na muzykę. Od razu uspokajam niecierpliwych – George i Dirk nie będą śpiewać.

Od startu atakuje nas silnie sfuzzowana gitara elektryczna, która plecie bardzo zwinne synkopy (not rock’in!). Niezwykle aktywny, od pierwszej sekundy, perkusista oplata dźwięki gitary konstruktywnym, nieco progresywnym drummingiem, o silnie jazzowych inklinacjach. Fragment kolejny jest jeszcze bardziej dynamiczny, choć sama gitara ma czystsze, nieprzesterowane brzmienie. Fragment trzeci wytłumia emocje, zdejmuje nogę z gazu i zabiera nas na oniryczny, głęboko psychodeliczny spacer po wąskich uliczkach starej Brukseli. Downtempo, psychofolk – jeśli ktokolwiek w tym miejscu oczekuje gatunkowych skojarzeń. Perkusista szczoteczkuje, talerze rezonują. Skupienie, strach o kształt poranka po nocy spędzonej w dziwnym towarzystwie (z kajetu recenzenta: what a game!). Czwarty numer jest gęsty, cuchnie pyszną improwizacją. Tu każdy dźwięk natrafi na echo współpartnera, a żadna intryga nie zostanie pozostawiona bez komentarza.

W każdym z utworów gitara brzmi trochę inaczej (bagaż doświadczeń muzyka na polu szeroko pojętej muzyki eksperymentalnej nie idzie na marne!). Outermission może dzięki temu stanowić okno wystawowe dla umiejętności artykulacyjnych gitarzysty. Jeśli szukacie doom-metalowego zadęcia, tu także znajdziecie coś dla siebie. Świetnie pracuje – bez chwili wytchnienia – czujny perkusista. Jest w ciągłym ruchu, w ciągłej interakcji z gitarzystą, podąża za każdym jego tropem, a proces kreacji aż kipi w jego przedmóżdżu. Kolejne petardy na krążku, to zwinne i niebanalne historie, które mają wstęp, rozwinięcie i zakończenie. Dwie, trzy, maksymalnie cztery minuty. Narracja jest narowista, a improwizacja czysta i wielowątkowa, ale nie traci czasu na brzmieniowe subtelności. Ósmy numer, podobnie jak trzeci, kołysze nas do snu, który i tak nie nadejdzie. Gitara brzmi jak czerstwa i lekko upalona wiolonczela – urocza, minimalistyczna opowieść. W dziewiątym gitara na odwyku! Jest zadziorna, oblepiona przesterem i jęczy, jak ranny tygrys. Tuż potem hałas eskaluje się. Gitarzysta tańczy po strunach, a jego wzmacniacz skwierczy z nadmiaru ładunku elektrycznego. Drummer idzie na rockowo i mizdrzy się do słuchaczy. Heavy dark improvised jazz!

Finał jest reemisją (Remission). Ponownie klimat jest oniryczny, naładowany zdrową psychodelią. Jakże kreatywne wybrzmienie, studzenie emocji, suszenie potu na skroniach. Kostka delikatnie smaga ciało gryfu i dopieszcza struny. Kontrapunkt ze szczoteczek, w ciszy, by nie budzić złego. Szczypta repetycji i mikro preparacji na połamanym talerzu. Wyborne!” Spontaneous Music Tribune – Poland

OUTERMISSION

OUTERMISSION FRONTCOVER

GEORGE HADOW & DIRK SERRIES – OUTERMISSION (CD, Raw Tonk Records)

Known for his highly prolific career as an ambient, drone, and industrial composer, Belgian guitarist Dirk Serries is making bold moves into the world of avant garde and improvised music. In this quest, Serries has been teaming up, both live and on record, with some of the leading young figures on the European scene, including John Dikeman, Colin Webster, Andrew Lisle, and Graham Dunning.  2016 saw the release of Serries’s debut solo album of purely improvised material, ‘Etched Above The Bow Grip’ (Raw Tonk Records). This release was heralded as an exciting statement of intent, and a document of his on-going search as a musician.  This search led to the Amsterdam-based British drummer George Hadow. Working primarily in the fields of improvised music and jazz, Hadow is quickly establishing himself on the Dutch scene. Recent collaborations include The Ex, Blue Lines, Goncalo Almeida, and John Dikeman.

On their debut album ‘Outermission’, Hadow and Serries find their common language is one of dynamics, stop and go, exchange of abstractness and detailed tonality. A duo on the edge of its powers both musically and physically.  Now available as pre-order (comes with an instant download of the full album) at Raw Tonk Records’ bandcamp.

 

The Face That Must Die

1 front cover

“Originally released in 1988 on cassette (and under the name Vidna Obmana as the project was styled in those days, rather than the later vidnaObmana), The Face That Must Die is very a much a release redolent of its post-industrial musical era, but still holds an effective and occasionally gruesome fascination thirty years later.

Following an introduction from Trev Ward of The Order Ov Wolves (who also helped release the cassette version), whose slightly portentous but ultimately a somewhat jejune menace is typical of the age (see also the hilariously camp but still strangely unnerving James Havoc‘s Church Of Raism — released on Creation, of all labels), the remastered and expanded CD slips from tape-loop miasma to queasily (re)percussive orchestrations as found on “Sweat Sessions” parts 1 and 2, Dirk Serries deploying a battery of synthesizers, turntables and shortwave radios to often mesmerising and macabre effectOld Captain have gone to town on the artwork for the new edition too, and where the original tape was housed in what looks like a photocopied sleeve in best cassette culture fashion, the CD gets stark monochrome reproductions of various gruesome woodcuts from European history printed on a four-panel digipak.

Time may not have treated some of the more beat-heavy moments so well, though they stand up fairly by comparison to many black-clad, gloom-laden acts of the late Eighties, but the swirling walls of drone and FX-riding swarms of sound on tracks like “Proto Anguish” retain their hypnotic sense of uncertainty tinged with woozy dread. Listen to a track like “Bring Out Your Dead”, and with its pinging tape loops and heaving bass undertow, and it’s also easy to fast-foward a few decades into the retro lo-fi blasted radiophonic landscapes of the likes of Ekoplekz or Ghost Box releases.

Likewise, the cycling compressed throb of “Bondage Doom To Creator” is possessed of a particular texture and feel that comes only from magnetic tape manipulations, heaving with heavily compressed presence and a slurred smearing of sound that hardware audio engineers might spend thousands reproducing faithfully in the digital realm. Throw in the layers upon layers of more effects, and it’s a seriously mind-melting traipse through the audio underworld at times, bouncing unpleasantries off the speakers like the world’s about to end.

What goes around certainly comes around, and The Face That Must Die is both well worth revisiting or discovering for the first time too.” Freq UK/Antron S Meister – UK

Available from Old Captain Records  :

 

 

BACKGROUND CURTAIN reviewed

celer-and-dirk-serries

“On Background Curtain (ZOHARUM ZOHAR 129-2), we have a collaboration between Celer and Dirk Serries. Celer, i.e. the American Will Long, is familiar for his minimal ambient music which can be quite beautiful on occasion, and his Inside The Head of Gods was judged by us as a “masterpiece of understatement”. Belgian droner Dirk Serries used to be Vidna Obmama throughout the 1980s, and also recorded as Fear Falls Burning, a project where the weapon of choice was a guitar.

I suppose both players have an interest in long tones, subtle shifts of timbre, and a creative approach which involves much processing work. Processing is certainly the hallmark of Background Curtain. In fact it seems to be the basis for the entire piece. Celer sent a tape to Dirk one fine day in 2012. The time-stretched segment of collaged work was, to its creator, “puzzling and unworkable”. Yet Dirk came through and rallied like a Hessian, and returned something to Celer. At this point the tape-trading story becomes unclear to me, but it seems that Dirk didn’t actually rework the original unworkable tapes, and instead produced something entirely new while he was listening to them. Another year goes by, and Celer (clearly not a man to rush into things) has the brilliant idea of mashing up the new Dirk Serries music with his original source recording. He got to work behind his multi-tasking processor desk. “The musical colour and frequencies were the same,” he assures us, “but the effects and enveloping were triggered by the waves of Dirk’s track”. This feels a little sketchy, but I think I get the general idea, and I can understand why creators would wish to protect their working methods by shrouding them in vagueness and ambiguity.

Two long pieces ended up being pressed on the present CD as a result of this long and drawn-out creative process – ‘Above/Below’ and ‘Below/Above’. The first one is a slow-moving blanket of swaddling ambient sounds where everything sounds processed and unrecognisable, yet not to the point of becoming saccharine goo. On the second piece, it’s just about possible to discern some guitar notes, keening their forlorn cries like slowed-down seagull effects from a Bill Nelson performance. However, there’s no real point in trying to unbake this sonic pie; the point that Celer wishes we would concentrate on is the presence of what he calls the “background curtain”, presumably referring to his original “puzzling and unworkable” source material. I think he’s right to call it a curtain; it’s certainly not rigid enough to be called a spine or backbone. “Even if you can’t hear its place, it’s definitely there,” he assures us. “Maybe you can hear it?” The Sound Projector – UK

“Background Curtain” is the effect of a teaming between two known and respected old ambient wolves. Will Long, hiding behind Celer moniker has released dozens of materials. And I mean literally; only this year already four full length materials are out. Check his Bandcamp – a lot of his albums you’ll find there to download with the “name your price” option. Dirk Serries is no less prolific. His main project is Vidna Obmana, now inactive but leaving a great legacy and sometimes coming back to us with the archive compendiums, re-releases of the old tapes and so on. Like the resurrecting of his classic cassette “The Face That Must Die” which was reissued only a few days ago by the Ukrainian Old Captain label. Now Dirk works under his own name and also is a member of several collectives, also those outside the ambient microcosmos, like Yodok III, an impressive experimental jazz ensemble.

Dirk Serries simply loves to share and mix his musical thoughts and ideas with other artists. I mean just check his list of accomplices in sound manipulations: Steve Roach, Alio Die, Asmus Tietchens, Jesu, Aidan Baker and I could go on and on. Will Long doesn’t have as much joint works in his resume, but the ones I know are truly exceptional, like the those with Japanese ambient craftmen, Hakobune or Yui Onodera. So it isn’t that surprising that their paths have eventually crossed and the final effect is now available thanks to Zoharum Records from Poland.

They’ve never met actually. Will made a track, he sent it to Dirk, asking him to process it one way or another. So he did, sent it back, Will has treated the material with further manipulations and so “Background Curtain” was born. No big philosophy behind that, no grand words nor ideas dealing with the crucial world problems or philosophical concepts. It’s just a friendly initiative of two experienced ambient musicians who know exactly their job and what this music is all about. It’s a two track work, based on drones constructed of synths and electric guitars. These are improvised, abstract soundscapes floating in the air and raising the feeling of surreal melancholy. The vast use of reverb makes me think of these compositions as aural stains, clouds without sharp edges. It’s ambient by definition, like suspended in time and space, sometimes similar to the works by Robert Rich or Steve Roach.

If you know their previous works, especially Celer albums you may be surprised by the relatively short duration of the album as it is around 35 minutes long. Will Long likes the more epic forms, at least when it comes to his individual works. After all, the name obliges to something, right? Seriously though, I noticed lately that I feel more and more tired with the 60+ minutes releases (unless these are Mathias Grassow albums), so for this moment it is quite an optimal amount of music from these two ambient warhorses. Not groundbreaking, but an easily recommendable piece for all the drone lovers out there.” Santa Sangre Magazine – Poland

“Bei einem Dauerproduzenten wie Will Long alias Celer, der keine Pause zu kennen scheint und in den letzten Jahren dutzende Releases herausgehauen hat, bleibt es nicht aus, dass sich der eine oder andere Entwurf als Sackgasse erweist, auf die der eigene kreative Fluss mit einer Blockade reagiert. Manchmal mag der Papierkorb der beste Freund des Schaffenden sein, doch wenn da Gefühl nicht losbekommt, dass in einem scheinbar unbearbeitbaren Fragment doch noch Potenzial steckt, liegen zwei Lösungen nahe: Die eine wäre, etwas Zeit verstreichen zu lassen und ich dem Material später erneut zu nähern, mit er entsprechenden Distanz, die es wie das Werk einer anderen Person erscheinen lässt. Die andere wäre, auf Kollaboration zu setzen und Kollegen mit der Dekonstruktion des Stoffes zu betrauen.

Long hat sich im Entstehungsprozess der hier vorliegenden Aufnahmen für beides entschieden, und so entstand über einen Zeitraum von rund vier Jahren im Austausch mit Dirk Serries (Fear Falls Burning, Vidna Obmana), den er zunächst ohne viel Hoffnung anleierte, doch noch ein ganzes Album, dem man eines schon mal bescheinigen darf: Es wirkt derart homogen und harmonisch, dass man ihm die verquere Vorgeschichte kaum anmerkt.

„Background Curtain“ ist ein sanft dröhnendes und angenehm schwermütiges Ambientalbum geworden, dessen lange und weit ausgreifende Soundscapes auch durch die ungewöhnliche Färbung der Sound an Substanz gewinnt. Gerade in ruhigeren Momenten der gemach an und abschwellenden Klänge blitzt immer mal die (trügerische?) Illusion ortbarer Instrumente auf, eine Schiffssirene, eine Klarinette, das Läuten einer Kirchenglocke oder raue Gitarren. Doch die Klangquellen sind nicht so relevant, erfüllen solche Momente doch vor allem die Funktion, den Hörer nicht vollends der Einlullung preiszugeben. Ist die Aufmerksamkeit erst entsprechend geschärft, dann ist der düstere Untergrund aus atonalem Rauschen und Rumoren immer deutlicher zu hören, ebenso die kleinen exaltierten Synthietupfer, die vereinzelt aus dem melierten Soundgemisch herausspringen.

Beide Musiker haben schon Ereignisreicheres produziert als die beiden ausladenden Tracks, die dem ursprünglichen Material eine jeweils andere Gestalt verpassen. Wer also im Ambien Spannung (oder auch so etwas wie Berieselung) sucht, der soltle sich zuvor die im Netz verfügbaren Auszüge anhören. Bestens bedient werden Freunde der subtilen Regression und alle, die mit Vorliebe Verstecktes aufspüren. (J.G.)” African Paper – Germany

“La polacca Zoharum produce nell’ottobre dello scorso anno questa collaborazione tra due mostri sacri della musica ambient e dello sperimentalismo quali Dirk Serries e Will Long aka Celer. La storia di questo progetto collaborativo confluito poi in “Background Courtain” comincia nel 2012, quando, dopo alcuni scambi di LP tra i due, Long invia una lunga traccia che riuniva dei pezzi sonori da lui prodotti a Serries, trovandoli inutilizzabili e sperando che l’artista belga riuscisse a ricavarne qualcosa. Tempo dopo, Serries invia a Long una serie di tracce ispirate dall’ascolto di quel nastro, ed usando come base la traccia definita ostica ed inutilizzabile all’inizio, i pezzi di Serries vengono avviluppati ad essa creando appunto questo album formato da due lunghe suite ambient sospese ed impalpabili, soundscapes da altri mondi dalla presenza allungata e riverberata. Disponibile in edizione strettamente limitata a 300 esemplari in digipak a 3 pannelli, con artwork dall’effetto vintage – molto inerente al contenuto sonoro – creato da Rudger Zuydervelt (Machinefabriek) e basato su una foto dello stesso Will Long.” Darkroom – Italy